artikel uit Mobiel 1, februari/maart 2002

Lezers schrijven

Schrijf naar Postbus 8711, 4820 BA Breda of via :

Zorgmaatschappij?

Wij zijn verbaasd, boos, woedend zelfs. Woedend op de ‘professionals’ die niet hun verantwoordelijkheid nemen.
Een meisje van 11 jaar, ons pleegzusje. Ze heeft ernstige psychische problemen, wat haar zeer beperkt in haar functioneren. Zo kan ze eigenlijk niet eens meer naar de basisschool. Wij zijn als pleeggezin niet meer in staat om te bieden wat ze nodig heeft. Dit kind heeft hulp nodig! Iedereen, zowel de hulpverleners en wij als pleeggezin, ziet de dringende noodzaak in van een opname in een psychiatrische instelling. Nergens in heel Nederland is er echter plaats voor een kind met een problematiek van deze aard en in deze mate. Instellingen die eventueel geschikt zijn willen en/of kunnen haar niet opnemen. Weigering van opname vindt plaats vanwege óf te zware problematiek, óf, en dit creëert de grootste verontwaardiging, vanwege het feit dat ons zusje een pleegkind is. Het laatste argument, ´geen opname omdat ze pleegkind is´, heeft de volgende onderbouwing: Instellingen geven aan dat er na de behandeling twee mogelijkheden zijn: Het kind heeft na de eerste behandeling nog een vervolgbehandeling nodig en daar bestaan zeer lange wachtlijsten voor. De tweede mogelijkheid: het pleegkind kan teruggeplaatst worden in een pleeggezin en het risico dat een pleeggezin het pleegkind niet meer wil opnemen, is groter dan wanneer het een eigen kind betreft. Waarop ze dit ‘risico’ baseren, is ons onbekend! Ze geven het kind dus bij voorbaat al geen kans om beter te worden!
Hoe zit het met de jeugdzorg in Nederland? Een kind is afhankelijk van anderen. Wie komt er voor ons pleegzusje en vele andere kinderen op?

Naam en adres bij redactie bekend

Reactie studiedag ‘Ouders in de pleegzorg, een kwestie van loslaten?’

Als STAP-begeleidster/pleegouder was ik onlangs deelnemer aan een studiedag over de plaats van ouders in de pleegzorg. Ik begin met het positieve dat deze dag opleverde. Het was goed om een pas op de plaats te maken en weer eens kritisch te kijken naar bepaalde, soms gewortelde, werkwijzen en benaderingen. Bij de besprekingen ging men uit van de notitie van de Bleiswijkgroep, een aantal deskundigen uit de jeugdhulpverlening. Zo was er bijvoorbeeld de suggestie ouders te betrekken bij de jaarlijkse kindbespreking. Meer investeren in het betrekken van ouders is de moeite zeker waard, maar door wie en waar ligt de grens? Als ideaal uitgangspunt is het rapport prima, maar bij de toepassing in de alledaagse pleegzorgwerkelijkheid plaats ik vraagtekens. Een zinsnede uit het rapport: "Een reactie van een kind op contact met zijn ouders – nachtmerries of weer gaan bedplassen – is logisch en mag er ook zijn. Afhankelijk van de ernst en het type reactie dient gekeken en met het kind, zijn ouders en pleegouders besproken te worden of het bezoek hanteerbaar te maken is voor het kind en hoe het daarin begeleid kan worden." Ik hoorde een kinderpsychiater/werkgroeplid zeggen: "Nachtmerries op zich zijn geen reden om het ouder-kindcontact te beperken." Gelukkig nuanceerde een aanwezige dit door te stellen dat een kaartje of een telefoontje ook vormen van contact zijn. De meeste pleegouders zien het belang van oudercontact. De praktijk is echter dat met flink wat ouders de samenwerking heel moeilijk is, ondanks investeringen. Het is prima dat er nagedacht wordt over samenwerking, maar het moet reëel en aanvaardbaar blijven voor de pleegouders.

G. de Lange-Mes