Bart en Ciska (beiden 48) hebben 3 pleegdochters die 11, 10 en 8
jaar bij hen wonen. Daarnaast bieden zij onderdak aan zeer jonge kinderen
in crisissituaties.
Wat is de samenstelling van uw gezin en wat zijn de activiteiten
van de gezinsleden?
Ciska: Nelleke is nu dertien jaar en zit in de brugklas, Sanne is
twaalf en zit in groep 8 en Willeke is negen en zit in groep 5. Ik
ben fulltime pleegmoeder, val af en toe in op een basisschool en doe
veel vrijwilligerswerk.
Bart: Ik werk als hoofd beheer op de financiële afdeling van
een grote organisatie en combineer dat zo goed mogelijk met de zorg
voor onze pleegkinderen.
Hoe kwamen jullie ertoe om perspectiefbiedend en crisispleeggezin
te worden?
Bart: Al voordat wij trouwden, wisten we dat we iets wilden gaan doen
met kinderen die, om welke reden dan ook, hulp van mensen buiten hun
gezin nodig hebben.
Ciska: We hoopten dat we zelf kinderen zouden krijgen en zouden daarna
iets voor die andere kinderen gaan doen. Omdat eigen kinderen maar
niet kwamen, hebben we de volgorde omgedraaid en zijn ons gaan verdiepen
in de pleegzorg.
Waar heb je steun bij nodig, waar ben je onzeker over?
Ciska: In het begin van de plaatsingen hadden we hulp nodig bij het
leggen van de contacten met de ouders. Zij en wij stonden onwennig
tegenover elkaar, maar in de loop van de jaren is dat allemaal heel
soepel gaan lopen. Nu maken we zelf de afspraken.
Bart: Bij de crisisplaatsingen van de baby’s kom je steeds weer
met nieuwe situaties in aanraking en dan is het goed om met de betrokken
instantie te bekijken hoe je dat het beste kunt aanpakken. Overigens
zijn we het niet altijd eens met de manier waarop dan de contacten
verlopen.
Hoe reageren je omgeving en je familie op het pleegouderschap?
Bart: Enthousiast! We hebben nooit iets van reserve gemerkt. ‘Onze’
kinderen worden net zo geaccepteerd als de kinderen van onze broers
en zussen.
Ciska: Als ze jarig zijn, zit de kamer vol met hun eigen familie en
met onze familie en vrienden.
Hoe ziet de begeleiding van je gezin eruit en voldoet dat aan
de behoefte?
Ciska: Op dit moment hebben we geen crisisplaatsing en dan staat de
begeleiding op een heel laag pitje. Alles loopt lekker met de kinderen
en er zijn nu geen bijzonderheden. Op de momenten dat er wel bijzonderheden
en zorgen waren, zijn we nogal eens teleurgesteld geweest in het inlevingsvermogen
van de hulpverlening. De goeden overigens niet te na gesproken, want
we hebben van sommigen ook veel geleerd!
Bart: Bij de crisisplaatsingen is het een ander verhaal. Er wordt
veel te veel volgens protocollen gewerkt en dan ben je als pleegouders
nog steeds onmondig!
Hoe ziet het contact met de ouders en de familieleden eruit?
Bart: Daar hebben we het van tijd tot tijd erg druk mee. De ouders
van Sanne komen om de drie weken bij ons op bezoek. Op hoogtijdagen
gaan we naar hen. Met de ouders van Nelleke is er helaas nauwelijks
contact, maar er groeit wel een steeds sterkere band met haar grootouders
en haar oom en tante. De moeder van Willeke komt twee maal per jaar
naar ons en wij bezoeken haar ook twee maal per jaar.
Ciska: Het is soms weleens te gek en dan moeten we oppassen dat we
onze eigen familie niet verwaarlozen, maar we vinden het zo belangrijk
voor de kinderen dat we er graag energie in steken.
Welke praktische problemen kom je tegen door de plaatsing van
de kinderen?
Bart: Echte praktische problemen zijn er niet, want we hebben een
groot huis en voldoende vervoersmogelijkheden. Wat ik af en toe wel
als een probleem ervaar, is het eindeloze gedoe rond speciale vergoedingen.
Vooral bij de crisisplaatsingen word je van het kastje naar de muur
gestuurd om bijvoorbeeld een traphekje vergoed te krijgen.
Zijn er momenten waarop jullie denken ‘hier had ik nooit
aan moeten beginnen’?
Ciska: Nee! Gekscherend zeggen we weleens tegen elkaar na een dag
vol storm: "Zullen we ze teruggeven?" Maar in werkelijkheid
moeten we er niet aan denken dat we er één zouden moeten
laten gaan! Adoptief ingesteld? Vast wel, maar ik geloof niet dat
dat fout is!
Bart: Het zijn fantastische meiden die ik voor geen goud zou willen
missen! Het gedoe eromheen zou ik weleens willen reorganiseren………
Beschrijf een ervaring die illustreert ‘daar doe ik het voor’.
Ciska: Toen Nelleke vier jaar was en een jaar bij ons woonde, waren
we op het strand. Ze was in zee geweest en had het koud gekregen.
Lekker in een handdoek gerold zat ze op mijn schoot. Toen zei ze:
"Alle mensen denken nu lekker dat ik jouw kindje ben." Als
wij de kinderen dat veilige gevoel kunnen geven, gaan we ervoor