artikel uit Mobiel 1, februari/maart 2002

Portret

van een perspectiefbiedend en crisisopvanggezin

auteur: Marion Kruis

Bart en Ciska (beiden 48) hebben 3 pleegdochters die 11, 10 en 8 jaar bij hen wonen. Daarnaast bieden zij onderdak aan zeer jonge kinderen in crisissituaties.

Wat is de samenstelling van uw gezin en wat zijn de activiteiten van de gezinsleden?
Ciska: Nelleke is nu dertien jaar en zit in de brugklas, Sanne is twaalf en zit in groep 8 en Willeke is negen en zit in groep 5. Ik ben fulltime pleegmoeder, val af en toe in op een basisschool en doe veel vrijwilligerswerk.
Bart: Ik werk als hoofd beheer op de financiële afdeling van een grote organisatie en combineer dat zo goed mogelijk met de zorg voor onze pleegkinderen.

Hoe kwamen jullie ertoe om perspectiefbiedend en crisispleeggezin te worden?
Bart: Al voordat wij trouwden, wisten we dat we iets wilden gaan doen met kinderen die, om welke reden dan ook, hulp van mensen buiten hun gezin nodig hebben.
Ciska: We hoopten dat we zelf kinderen zouden krijgen en zouden daarna iets voor die andere kinderen gaan doen. Omdat eigen kinderen maar niet kwamen, hebben we de volgorde omgedraaid en zijn ons gaan verdiepen in de pleegzorg.

Waar heb je steun bij nodig, waar ben je onzeker over?
Ciska: In het begin van de plaatsingen hadden we hulp nodig bij het leggen van de contacten met de ouders. Zij en wij stonden onwennig tegenover elkaar, maar in de loop van de jaren is dat allemaal heel soepel gaan lopen. Nu maken we zelf de afspraken.
Bart: Bij de crisisplaatsingen van de baby’s kom je steeds weer met nieuwe situaties in aanraking en dan is het goed om met de betrokken instantie te bekijken hoe je dat het beste kunt aanpakken. Overigens zijn we het niet altijd eens met de manier waarop dan de contacten verlopen.

Hoe reageren je omgeving en je familie op het pleegouderschap?
Bart: Enthousiast! We hebben nooit iets van reserve gemerkt. ‘Onze’ kinderen worden net zo geaccepteerd als de kinderen van onze broers en zussen.
Ciska: Als ze jarig zijn, zit de kamer vol met hun eigen familie en met onze familie en vrienden.

Hoe ziet de begeleiding van je gezin eruit en voldoet dat aan de behoefte?
Ciska: Op dit moment hebben we geen crisisplaatsing en dan staat de begeleiding op een heel laag pitje. Alles loopt lekker met de kinderen en er zijn nu geen bijzonderheden. Op de momenten dat er wel bijzonderheden en zorgen waren, zijn we nogal eens teleurgesteld geweest in het inlevingsvermogen van de hulpverlening. De goeden overigens niet te na gesproken, want we hebben van sommigen ook veel geleerd!
Bart: Bij de crisisplaatsingen is het een ander verhaal. Er wordt veel te veel volgens protocollen gewerkt en dan ben je als pleegouders nog steeds onmondig!

Hoe ziet het contact met de ouders en de familieleden eruit?
Bart: Daar hebben we het van tijd tot tijd erg druk mee. De ouders van Sanne komen om de drie weken bij ons op bezoek. Op hoogtijdagen gaan we naar hen. Met de ouders van Nelleke is er helaas nauwelijks contact, maar er groeit wel een steeds sterkere band met haar grootouders en haar oom en tante. De moeder van Willeke komt twee maal per jaar naar ons en wij bezoeken haar ook twee maal per jaar.
Ciska: Het is soms weleens te gek en dan moeten we oppassen dat we onze eigen familie niet verwaarlozen, maar we vinden het zo belangrijk voor de kinderen dat we er graag energie in steken.

Welke praktische problemen kom je tegen door de plaatsing van de kinderen?
Bart: Echte praktische problemen zijn er niet, want we hebben een groot huis en voldoende vervoersmogelijkheden. Wat ik af en toe wel als een probleem ervaar, is het eindeloze gedoe rond speciale vergoedingen. Vooral bij de crisisplaatsingen word je van het kastje naar de muur gestuurd om bijvoorbeeld een traphekje vergoed te krijgen.

Zijn er momenten waarop jullie denken ‘hier had ik nooit aan moeten beginnen’?
Ciska: Nee! Gekscherend zeggen we weleens tegen elkaar na een dag vol storm: "Zullen we ze teruggeven?" Maar in werkelijkheid moeten we er niet aan denken dat we er één zouden moeten laten gaan! Adoptief ingesteld? Vast wel, maar ik geloof niet dat dat fout is!
Bart: Het zijn fantastische meiden die ik voor geen goud zou willen missen! Het gedoe eromheen zou ik weleens willen reorganiseren………

Beschrijf een ervaring die illustreert ‘daar doe ik het voor’.
Ciska: Toen Nelleke vier jaar was en een jaar bij ons woonde, waren we op het strand. Ze was in zee geweest en had het koud gekregen. Lekker in een handdoek gerold zat ze op mijn schoot. Toen zei ze: "Alle mensen denken nu lekker dat ik jouw kindje ben." Als wij de kinderen dat veilige gevoel kunnen geven, gaan we ervoor