Anna is tot mijn verbazing erg afwerend als ik haar vraag of ze
wil worden geïnterviewd. Ik dacht dat ze zich nu redelijk op
haar plek voelde in de maatschappij, en het wel leuk zou vinden terug
te kijken op haar puberteit in een pleeggezin. Ik had altijd het idee
dat ze zich in dat gezin zich prima op haar gemak voelde, ondanks
een onduidelijk en onzeker begin en er goed gedijde. Sinds ze op kamers
is gaan wonen heb ik haar niet vaak meer gezien, maar ben toch wel
op de hoogte gebleven van haar wel en wee door mijn contacten met
haar pleegouders.
Eigenlijk wilde je niet met me praten voor een interview, alleen
privé. Hoe komt dat?
"Ik wil geen pleegkind meer zijn. Ik heb het altijd heel vervelend
gevonden om anders te zijn. Dat was ik natuurlijk al heel vroeg, doordat
mijn moeder al tijdens mijn lagere schoolperiode psychisch niet zo
sterk was. Alleen: toen was het nog niet zo erg met haar, dus kon
ik het huishouden zelf wel een beetje doen. En juist tijdens de puberteit
begon het gedonder allemaal. Dat was helemaal niet leuk, ook al waren
oom Kees en tante Jantje heel aardig."
Kun je me vertellen hoe je bij hen terecht bent gekomen?
Ze zucht, kijkt naar buiten, staart in de verte. "De jeugdzorg
was natuurlijk al wel eens eerder in huis geweest, want mijn moeder
is wel eens opgenomen geweest, toen ik op de lagere school zat. Maar
eigenlijk begon alles pas echt toen Karel werd geboren. "Karel
is haar twaalf jaar jongere halfbroer. "Mijn moeder kreeg ook
nog een postnatale depressie en toen ging het steeds slechter met
haar. En dus met ons. Toen mijn moeder uiteindelijk werd opgenomen
was de boel natuurlijk wel een beetje uit de hand gelopen. De buurvrouw
hielp me wel, maar zij heeft er ook voor gezorgd dat de jeugdzorg
weer werd ingeschakeld. We hebben eerst een tijdje bij haar gewoond,
maar dat ging niet zo goed. Op een keer hadden we zo’n ruzie
dat ze me niet meer wilde. Toen ben ik als crisis bij oom Kees en
tante Jantje geplaatst. En moest ik met die man van jeugdzorg praten
om te kijken wat het beste was. Nou, ik wilde ergens samen met Karel,
want ik had al die tijd ook voor hem gezorgd, maar hij ‘moest
kijken wat het beste voor onze allebei was’. Dat was heel raar,
iemand die ik niet kende, om daar mee te praten en dat die de beslissingen
zou nemen. En toen kreeg hij plotseling een andere baan en hij kwam
officieel afscheid nemen terwijl we elkaar eigenlijk nog steeds niet
kenden."
Toen kwam er een nieuwe hulpverlener?
"Nou, dat duurde beste wel even, geloof ik. Pas nadat ik er vier
of vijf maanden woonde was er een nieuw iemand. Ik vond haar wel aardig,
maar vond het heel vervelend dat ze me zei dat mijn moeder waarschijnlijk
heel lang, of misschien wel altijd, in die kliniek zou moeten blijven,
en ze dus niet voor ons kon zorgen. Dat had ik aldoor wel gehoopt,
natuurlijk. Ik weet nog dat ik heel kwaad was, want ik had steeds
alleen maar met ze gepraat omdat ik dacht dat het toch niet echt was,
en dat mijn moeder weer terug zou komen. En toen ben ik ook onderzocht
door een psycholoog om te kijken wat goed voor me was. Wanneer? Nou
dat was toen ik al meer dan een half jaar bij oom Kees en tante Jantje
woonde. En ik was ook kwaad dat er toen uitkwam dat het voor mijn
ontwikkeling beter was dat Karel en ik niet in hetzelfde gezin zouden
worden geplaatst. Al die tijd hoop je toch dat het zo wordt als in
je fantasie…
Ik weet nog dat ik het daarna heel moeilijk heb gehad. Ik had er uiteindelijk
zelf voor gekozen om bij oom Kees en tante Jantje te blijven, en zij
waren ook altijd wel lief tegen me, ook als ik kwaad was, maar ik
had niet echt voor ze gekozen. En al die tijd heb ik natuurlijk wel
gehoopt dat alles weer gewoon zou worden."
Een dwarse puber?
"Nou, weet je, het was heel moeilijk om zolang niet te weten
waar ik aan toe was. Achteraf denk ik dat ik veel te lang heb kunnen
dromen over dingen die toch niet meer mogelijk waren. Dat gedoe met
die maatschappelijk werkers heeft ervoor gezorgd, dat het heel lang
duurde voor ik me erbij neerlegde dat m’n moeder echt niet meer
voor ons kon zorgen. Ik weet nog dat ik het ook na een paar jaar nog
raar vond om geen echt thuis meer te hebben. Misschien was alles anders
gelopen, makkelijker, als veel sneller duidelijk was geworden dat
ik bij oom Kees en tante Jantje zou moeten blijven."
En hoe gaat het nu met je?
Ze lacht: "Ik ben over een tijdje klaar met de opleiding voor
verpleegkundige en dan wil ik me specialiseren als kinderverpleegkundige.
Ik denk dat ik, juist door de onzekerheid die ik heb meegemaakt best
een goed oor en oog heb gekregen voor de behoeften van kinderen, dus
kan mijn verleden hen waarschijnlijk helpen. Dan is alles toch nog
ergens goed voor geweest. Achteraf denk ik dat het wel goed is geweest
voor mijn ontwikkeling dat Karel en ik niet in hetzelfde gezin zijn
geplaatst. Ik denk dat ik nu beter en bewuster een beroepskeuze heb
kunnen maken. Als we samen waren opgegroeid, dan was ik me steeds
verantwoordelijk voor hem blijven voelen. Maar toch is het jammer
dat we als gezin niet bij elkaar konden blijven…"
Als ik haar, een paar dagen na ons gesprek, het interview laat lezen
en om commentaar vraag, zegt Anna: "Weet je, het was toch wel
goed om zo terug te kijken en je alles achter elkaar te vertellen.
Want eigenlijk ben ik best wel gegroeid, ook de afgelopen jaren toen
ik zelfstandig woonde."