Het gezin Gorissen biedt al enige tijd crisisopvang aan. Samen met
hun eigen dochters van 13 en 15 vinden ze dat ze andere kinderen die
het moeilijk hebben tijdelijk een goed thuis kunnen bieden. Zo kwam
Carel bij hen terecht. Hij kwam eind april omdat zijn moeder problemen
had met hem en met haar partner. Daarvoor had hij twee weken in een
ander pleeggezin gezeten. Het was een vrijwillige plaatsing. Moeder
had samen met het RIAGG zelf besloten dat het zo niet langer ging.
Carel heeft nog een zus die een jaar ouder is, maar anders (minder
lastig) op spanning reageert.
Carel is een klein schriel jongetje van negen. De meeste kleren zijn
te klein, zijn haar is te lang en hij is druk: ADHD. Dus er is ook
een pot Ritalin. De basisschool waar de jongste dochter op zit, heeft
geen plaats. Dus werd bij een christelijke school in de buurt een
plekje gevonden. Hij treft daar een volle klas en een herintredende
meester die de klas niet aankan. Het gaat erg moeilijk op school.
Kapper
Carel heeft ook maar één manier van reageren als het
leven hem niet bevalt: slaan. In huis gaat het echter wel goed. Hij
bloeit op door regelmaat in de dag, goed eten en de zorg die aan hem
besteed wordt. Hij gaat bijvoorbeeld naar de kapper. Hij wordt gepest
met zijn lange haar. Moeder vindt dat haar wel mooi, maar ze gaat
toch akkoord met zijn wens om het af te laten knippen. Verder gebeurt
er weinig. Moeder heeft wel eigen woonruimte gezocht, maar Carel gaat
alleen op zondag naar huis. Moeder wordt helemaal niet begeleid: hoe
moet ze dan leren wat er nodig is om Carel weer in haar gezin te laten
functioneren?
Weg
De zomervakantie nadert. Vòòr Carels komst was al afgesproken
dat hij niet meegaat naar de Canarische eilanden. In overleg met moeder
en pleegzorgbegeleider worden voor die tijd twee vakantiegezinnen
gezocht. Na de vakantie komt er een plan om Carel via weekendjes thuis
weer bij moeder te laten gaan wonen. Bij terugkomst in Nederland hoort
de familie Gorissen van het andere pleeggezin dat moeder Carel in
de vakantie heeft opgehaald. Ze wil het weer zelf doen. De resterende
spullen van Carel worden ingepakt. Zijn kamer wordt klaargemaakt voor
een volgende crisisplaatsing.
Nog eens
Vijf aanmeldingen verder, (die overigens geen plaatsing opleveren)
komt de vraag of Carel nog eens als crisisplaats bij hen terecht kan.
Het gezin overlegt en het is in orde. Zij hebben immers nooit problemen
met Carel gehad. Hij komt in november terug. Nog steeds als klein
schuchter mannetje dat niet begrijpt wat hem overkomt. Er worden belafspraken
en bezoekafspraken gemaakt. Bovendien zal moeder nu begeleiding krijgen,
zodat ze haar thuissituatie kan veranderen. De plaatser is inmiddels
Jeugdzorg geworden. Helaas kan moeder niet best met begeleiders overweg,
zeker als deze niet voor haar karretje te spannen zijn.
Vijf basisscholen
Carel gaat naar de school van voorkeur van het pleeggezin en bloeit
op. Hij is al aan zijn vijfde basisschool toe. Hij is helemaal verbaasd
dat school ook leuk kan zijn. De juf is net zo streng als zijn pleegmoeder,
maar hij krijgt ook allemaal bijzondere klusjes te doen van haar:
koffie halen, kopiëren en noem maar op.
Zijn moeder heeft inmiddels ontdekt dat zij niet binnen drie maanden
haar leven op orde kan hebben. In december komt dan ook de vraag of
hij langer mag blijven, tot er een definitieve oplossing voor Carel
is gevonden. De familie Gorissen overlegt weer uitgebreid met elkaar.
Ze vinden het heel vervelend voor Carel om hem weer naar een ander
crisisgezin te moeten laten gaan, om daarna naar een langverblijf
gezin te verhuizen. Het zou heel slecht voor Carels welzijn zijn en
bij hen thuis zijn de problemen niet zo groot. Carel mag blijven tot
er een langdurige plek voor hem is gevonden.
Ritalin
Tussen januari en de zomervakantie lukt het de werkers van Jeugdzorg
niet om een relatie met moeder op te bouwen. Bovendien ontstaat er
onenigheid over de hoeveelheid Ritalin die Carel gebruikt. Na de zomervakantie
is er een volgende plaatser die zijn opwachting maakt. Daarnaast blijken
de ouders een proces tegen jeugdzorg te hebben aangespannen met onder
andere de bezoekregeling en het medicijngebruik als inzet. Er komt
een OTS en hij komt als nummer 68 op de wachtlijst voor een gezinsvoogd.
Er is een centrale ‘wachtlijst-gezinsvoogd’ die knopen doorhakt
en standpunten inneemt over bezoek, medicijngebruik en belafspraken.
De nieuwe afspraken bevallen vader niet en hij begint telefonisch
te intimideren en dreigen. Carel krijgt allerlei instructies over
wat hij wel en niet moet doen en zeggen in het pleeggezin. Pleegmoeder
verwijst vader steeds terug naar de wachtlijst-gezinsvoogd, maar belt
ook haar pleegzorgwerker dat er nu snel wat moet gebeuren. Dat helpt.
In oktober staat Carel nummer 1 op de wachtlijst en in december heeft
hij een eigen gezinsvoogd!
Blijven
Aan de gezinsvoogd vertelt pleegmoeder dat zij wel het langverblijfgezin
voor Carel willen zijn. Hij heeft zijn plek in huis wel gevonden,
heeft vriendjes, zit op een sport en op school gaat het goed. Alleen
heeft hij er hoe langer hoe meer moeite mee dat hij niet weet wat
er gaat gebeuren. De nieuwe gezinsvoogd besluit tot een rondetafelgesprek
met alle betrokkenen (behalve Carel, die inmiddels bijna 11 is). Zelf
is hij akkoord met de oplossing, want het zoeken naar een ander gezin
heeft niets opgeleverd. De avond voor het gesprek zegt moeder af bij
het pleeggezin. Zij heeft wat anders dat belangrijk is…
Vervolgens blijft het weken stil van de kant van de gezinsvoogd.
De pleegouders weten dus ook nog niet of ze langverblijfgezin voor
Carel kunnen worden. Carel woont met een onderbreking bijna twee jaar
in het gezin. Eigenlijk begrijpt hij het allemaal niet en wil hij
gewoon weer bij zijn moeder wonen! Waar zal Carel terechtkomen?