artikel uit Mobiel 1, februari/maart 2002

thema: Van kortdurend naar langdurend

Driemaal is scheepsrecht!

auteur: Willemien Kronenberg

Het gezin Gorissen biedt al enige tijd crisisopvang aan. Samen met hun eigen dochters van 13 en 15 vinden ze dat ze andere kinderen die het moeilijk hebben tijdelijk een goed thuis kunnen bieden. Zo kwam Carel bij hen terecht. Hij kwam eind april omdat zijn moeder problemen had met hem en met haar partner. Daarvoor had hij twee weken in een ander pleeggezin gezeten. Het was een vrijwillige plaatsing. Moeder had samen met het RIAGG zelf besloten dat het zo niet langer ging. Carel heeft nog een zus die een jaar ouder is, maar anders (minder lastig) op spanning reageert.

Carel is een klein schriel jongetje van negen. De meeste kleren zijn te klein, zijn haar is te lang en hij is druk: ADHD. Dus er is ook een pot Ritalin. De basisschool waar de jongste dochter op zit, heeft geen plaats. Dus werd bij een christelijke school in de buurt een plekje gevonden. Hij treft daar een volle klas en een herintredende meester die de klas niet aankan. Het gaat erg moeilijk op school.

Kapper

Carel heeft ook maar één manier van reageren als het leven hem niet bevalt: slaan. In huis gaat het echter wel goed. Hij bloeit op door regelmaat in de dag, goed eten en de zorg die aan hem besteed wordt. Hij gaat bijvoorbeeld naar de kapper. Hij wordt gepest met zijn lange haar. Moeder vindt dat haar wel mooi, maar ze gaat toch akkoord met zijn wens om het af te laten knippen. Verder gebeurt er weinig. Moeder heeft wel eigen woonruimte gezocht, maar Carel gaat alleen op zondag naar huis. Moeder wordt helemaal niet begeleid: hoe moet ze dan leren wat er nodig is om Carel weer in haar gezin te laten functioneren?

Weg

De zomervakantie nadert. Vòòr Carels komst was al afgesproken dat hij niet meegaat naar de Canarische eilanden. In overleg met moeder en pleegzorgbegeleider worden voor die tijd twee vakantiegezinnen gezocht. Na de vakantie komt er een plan om Carel via weekendjes thuis weer bij moeder te laten gaan wonen. Bij terugkomst in Nederland hoort de familie Gorissen van het andere pleeggezin dat moeder Carel in de vakantie heeft opgehaald. Ze wil het weer zelf doen. De resterende spullen van Carel worden ingepakt. Zijn kamer wordt klaargemaakt voor een volgende crisisplaatsing.

Nog eens

Vijf aanmeldingen verder, (die overigens geen plaatsing opleveren) komt de vraag of Carel nog eens als crisisplaats bij hen terecht kan. Het gezin overlegt en het is in orde. Zij hebben immers nooit problemen met Carel gehad. Hij komt in november terug. Nog steeds als klein schuchter mannetje dat niet begrijpt wat hem overkomt. Er worden belafspraken en bezoekafspraken gemaakt. Bovendien zal moeder nu begeleiding krijgen, zodat ze haar thuissituatie kan veranderen. De plaatser is inmiddels Jeugdzorg geworden. Helaas kan moeder niet best met begeleiders overweg, zeker als deze niet voor haar karretje te spannen zijn.

Vijf basisscholen

Carel gaat naar de school van voorkeur van het pleeggezin en bloeit op. Hij is al aan zijn vijfde basisschool toe. Hij is helemaal verbaasd dat school ook leuk kan zijn. De juf is net zo streng als zijn pleegmoeder, maar hij krijgt ook allemaal bijzondere klusjes te doen van haar: koffie halen, kopiëren en noem maar op.
Zijn moeder heeft inmiddels ontdekt dat zij niet binnen drie maanden haar leven op orde kan hebben. In december komt dan ook de vraag of hij langer mag blijven, tot er een definitieve oplossing voor Carel is gevonden. De familie Gorissen overlegt weer uitgebreid met elkaar. Ze vinden het heel vervelend voor Carel om hem weer naar een ander crisisgezin te moeten laten gaan, om daarna naar een langverblijf gezin te verhuizen. Het zou heel slecht voor Carels welzijn zijn en bij hen thuis zijn de problemen niet zo groot. Carel mag blijven tot er een langdurige plek voor hem is gevonden.

Ritalin

Tussen januari en de zomervakantie lukt het de werkers van Jeugdzorg niet om een relatie met moeder op te bouwen. Bovendien ontstaat er onenigheid over de hoeveelheid Ritalin die Carel gebruikt. Na de zomervakantie is er een volgende plaatser die zijn opwachting maakt. Daarnaast blijken de ouders een proces tegen jeugdzorg te hebben aangespannen met onder andere de bezoekregeling en het medicijngebruik als inzet. Er komt een OTS en hij komt als nummer 68 op de wachtlijst voor een gezinsvoogd. Er is een centrale ‘wachtlijst-gezinsvoogd’ die knopen doorhakt en standpunten inneemt over bezoek, medicijngebruik en belafspraken. De nieuwe afspraken bevallen vader niet en hij begint telefonisch te intimideren en dreigen. Carel krijgt allerlei instructies over wat hij wel en niet moet doen en zeggen in het pleeggezin. Pleegmoeder verwijst vader steeds terug naar de wachtlijst-gezinsvoogd, maar belt ook haar pleegzorgwerker dat er nu snel wat moet gebeuren. Dat helpt. In oktober staat Carel nummer 1 op de wachtlijst en in december heeft hij een eigen gezinsvoogd!

Blijven

Aan de gezinsvoogd vertelt pleegmoeder dat zij wel het langverblijfgezin voor Carel willen zijn. Hij heeft zijn plek in huis wel gevonden, heeft vriendjes, zit op een sport en op school gaat het goed. Alleen heeft hij er hoe langer hoe meer moeite mee dat hij niet weet wat er gaat gebeuren. De nieuwe gezinsvoogd besluit tot een rondetafelgesprek met alle betrokkenen (behalve Carel, die inmiddels bijna 11 is). Zelf is hij akkoord met de oplossing, want het zoeken naar een ander gezin heeft niets opgeleverd. De avond voor het gesprek zegt moeder af bij het pleeggezin. Zij heeft wat anders dat belangrijk is…

Vervolgens blijft het weken stil van de kant van de gezinsvoogd. De pleegouders weten dus ook nog niet of ze langverblijfgezin voor Carel kunnen worden. Carel woont met een onderbreking bijna twee jaar in het gezin. Eigenlijk begrijpt hij het allemaal niet en wil hij gewoon weer bij zijn moeder wonen! Waar zal Carel terechtkomen?