Als Trillium van start gaat - dat is alweer meer dan drie jaar geleden
- wordt de nadruk gelegd op het onderscheid tussen pleegzorg als 'opvoedingsarrangement'
(langdurend) of als 'module in een zorgprogramma' (kortdurend). Begrippen
waar ieder in het dagelijks spraakgebruik over struikelt. Nu, aan
het eind van het project, heet de laatste kortweg de hulpverleningsvariant
of, volgens het officiële eindrapport, 'perspectief thuis', één
van de vijf varianten van kortdurende pleegzorg. Deze laatste term
geeft goed aan waar het om gaat: een kind wordt tijdelijk uithuis
en in een pleeggezin geplaatst met de uitdrukkelijke bedoeling dat
het op korte termijn weer terug naar huis gaat. Met korte termijn
bedoelt men hooguit een half jaar.
Het blijft niet bij woorden alleen. In acht provincies gingen projecten
van start met allemaal ditzelfde doel voor ogen. Eindelijk, zou je
kunnen zeggen. Eén van de uitgangspunten van de Wet op de Jeugdhulpverlening
uit 1989 (die inmiddels alweer aan vernieuwing toe is) is dat de aan
jeugdigen geboden hulp zo kort mogelijk van duur moet zijn. Dat wordt
nu eindelijk serieus genomen. Het is in het belang van het kind om
niet langer dan strikt noodzakelijk uit huis te zijn. Ouders hebben
recht op duidelijkheid en een eerlijke kans om de thuissituatie zodanig
te verbeteren dat de opvoeding weer door henzelf kan worden voortgezet.
Samenwerking
Vanuit die gedachte is men binnen de verschillende projecten aan
de slag gegaan. Met trots worden de resultaten gedurende de slotconferentie
van Trillium gepresenteerd.
De projecten hebben aangetoond dat er heel wat situaties zijn waarbij
het inderdaad lukt. Wat is daarvoor nodig? Op de eerste plaats komt
het aan op een goede samenwerking tussen ouders, pleegouders en hulpverleners.
Voor de ouders moet er intensieve hulp beschikbaar zijn, die uitgaat
van de krachten van ouders en hen serieus neemt in hun streven er
alles aan te willen doen om hun kind weer binnen het eigen gezin te
krijgen. Voor pleegouders komt het accent sterker te liggen op een
rol als hulpverlener of als co-ouder. Het vraagt ook meer tijd van
ze.
In korte tijd moet er veel gebeuren en dat betekent dat het betrokken
'zorgteam' regelmatig bijeenkomt. Ouders en pleegouders maken daarvan
deel uit en vergaderen dus mee. Opvallend is dat meestal één
beroepskracht, een pleegzorgwerker, zowel de ouders, als de kinderen,
het netwerk en het pleeggezin begeleidt.
De grote winst voor pleegouders zit in duidelijkheid over het perspectief.
Pleegouders hebben over het algemeen geen moeite met afscheid ne-men
van een pleegkind als ze weten dat ouders het weer aankunnen.
Verantwoord
Natuurlijk leent niet elke situatie zich voor deze aanpak. Bij ernstige
psychische problemen of verslaving van de ouder(s) lukt het in de
regel niet om in korte tijd weer een verantwoord opvoedingsmilieu
te creëren.
Een tevredenheidsonderzoek op basis van 22 casussen in Brabant leverde
veel positieve reacties op van zowel ouders als de betrokken kinderen.
Ervaringen vanuit verschillende projecten staan prachtig beschreven
in de Trillium-uitgave 'Anders denken, anders doen'.
Als meer kinderen korter in een pleeggezin zitten, is dat een enorme
besparing en kan daardoor meer geld naar dit soort projecten, zodat
meer ouders en kinderen van deze intensieve werkwijze kunnen profiteren.
Gegevens boek
Anders denken, anders doen. De pleegzorgprojecten Terug naar huis.
Een tussenbalans, Maurice van Lieshout. Bestellen per fax bij de MO
Groep (voorheen VOG) 030-2983437.