artikel uit Mobiel 1, februari/maart 2002

Terug naar huis

paradepaardje van Trillium

auteur: Siemen Spinder

Als Trillium van start gaat - dat is alweer meer dan drie jaar geleden - wordt de nadruk gelegd op het onderscheid tussen pleegzorg als 'opvoedingsarrangement' (langdurend) of als 'module in een zorgprogramma' (kortdurend). Begrippen waar ieder in het dagelijks spraakgebruik over struikelt. Nu, aan het eind van het project, heet de laatste kortweg de hulpverleningsvariant of, volgens het officiële eindrapport, 'perspectief thuis', één van de vijf varianten van kortdurende pleegzorg. Deze laatste term geeft goed aan waar het om gaat: een kind wordt tijdelijk uithuis en in een pleeggezin geplaatst met de uitdrukkelijke bedoeling dat het op korte termijn weer terug naar huis gaat. Met korte termijn bedoelt men hooguit een half jaar.

Het blijft niet bij woorden alleen. In acht provincies gingen projecten van start met allemaal ditzelfde doel voor ogen. Eindelijk, zou je kunnen zeggen. Eén van de uitgangspunten van de Wet op de Jeugdhulpverlening uit 1989 (die inmiddels alweer aan vernieuwing toe is) is dat de aan jeugdigen geboden hulp zo kort mogelijk van duur moet zijn. Dat wordt nu eindelijk serieus genomen. Het is in het belang van het kind om niet langer dan strikt noodzakelijk uit huis te zijn. Ouders hebben recht op duidelijkheid en een eerlijke kans om de thuissituatie zodanig te verbeteren dat de opvoeding weer door henzelf kan worden voortgezet.

Samenwerking

Vanuit die gedachte is men binnen de verschillende projecten aan de slag gegaan. Met trots worden de resultaten gedurende de slotconferentie van Trillium gepresenteerd.
De projecten hebben aangetoond dat er heel wat situaties zijn waarbij het inderdaad lukt. Wat is daarvoor nodig? Op de eerste plaats komt het aan op een goede samenwerking tussen ouders, pleegouders en hulpverleners. Voor de ouders moet er intensieve hulp beschikbaar zijn, die uitgaat van de krachten van ouders en hen serieus neemt in hun streven er alles aan te willen doen om hun kind weer binnen het eigen gezin te krijgen. Voor pleegouders komt het accent sterker te liggen op een rol als hulpverlener of als co-ouder. Het vraagt ook meer tijd van ze.
In korte tijd moet er veel gebeuren en dat betekent dat het betrokken 'zorgteam' regelmatig bijeenkomt. Ouders en pleegouders maken daarvan deel uit en vergaderen dus mee. Opvallend is dat meestal één beroepskracht, een pleegzorgwerker, zowel de ouders, als de kinderen, het netwerk en het pleeggezin begeleidt.
De grote winst voor pleegouders zit in duidelijkheid over het perspectief. Pleegouders hebben over het algemeen geen moeite met afscheid ne-men van een pleegkind als ze weten dat ouders het weer aankunnen.

Verantwoord

Natuurlijk leent niet elke situatie zich voor deze aanpak. Bij ernstige psychische problemen of verslaving van de ouder(s) lukt het in de regel niet om in korte tijd weer een verantwoord opvoedingsmilieu te creëren.
Een tevredenheidsonderzoek op basis van 22 casussen in Brabant leverde veel positieve reacties op van zowel ouders als de betrokken kinderen. Ervaringen vanuit verschillende projecten staan prachtig beschreven in de Trillium-uitgave 'Anders denken, anders doen'.
Als meer kinderen korter in een pleeggezin zitten, is dat een enorme besparing en kan daardoor meer geld naar dit soort projecten, zodat meer ouders en kinderen van deze intensieve werkwijze kunnen profiteren.

Gegevens boek
Anders denken, anders doen. De pleegzorgprojecten Terug naar huis. Een tussenbalans, Maurice van Lieshout. Bestellen per fax bij de MO Groep (voorheen VOG) 030-2983437.