artikel uit Mobiel 1, februari/maart 2002

Slotconferentie Trillium

en nu de vaart erin houden...

auteur: Jeanny Gijzen

De landelijke overheid wil de kwaliteit van de pleegzorg versterken en heeft in 1998 hiervoor een driejarig project opgezet, genaamd Trillium. In de loop van de afgelopen drie jaar hebt u hierover vast wel het een en ander gelezen, ook in Mobiel. Afgelopen december was de slotconferentie van Trillium, waar de resultaten van het driejarige project werden gepresenteerd.

Bijna 400 deelnemers kwamen af op de slotconferentie, allemaal benieuwd naar de behaalde of nog te verwezenlijken verbeteringen en vernieuwingen in de pleegzorg. Onder hen ook drie redactieleden van Mobiel. Zij vroegen Leo Bisschops, voorzitter van de Landelijke Pleegzorg, wat hij vindt van de resultaten van Trillium. Zijn heldere antwoorden geven zicht op de behaalde resultaten, maar hij spreekt tevens zijn bezorgdheid uit over de voortgang van de vernieuwingen.

Ook vindt u informatie over het belangrijkste resultaat van het Trilliumproject: de projecten ‘Terug naar huis’. Deze projecten geven vorm aan de nieuwe pleegzorgvisie, die inhoudt dat er twee soorten pleegzorg zijn, die afhankelijk zijn van de mogelijkheden van de ouders van het pleegkind. Hebben ouders nog mogelijkheden, dan moet alles op alles gezet worden om op korte termijn terugkeer naar huis mogelijk te maken (de hulpverleningsvariant). Is dat niet het geval, dan moeten zowel pleegkinderen en pleegouders als ouders de duidelijkheid krijgen dat het kind langere tijd in het pleeggezin blijft, met een duidelijke rol voor de ouders (de opvoedingsvariant). Er zijn veel nieuwe ideeën geopperd en (soms) in praktijk gebracht. Maar zoals in het boekje ‘Anders denken, anders doen’ ook al wordt opgemerkt, is het voor oogsten nog te vroeg. Nu nog de vaart erin houden…

Vragen aan Leo Bisschops

Wat merken pleegouders van de resultaten van Trillium in de praktijk?
Het belangrijkste doel bij de start van Trillium was om de beweging van vernieuwing die er al was in de pleegzorg beter te stroomlijnen en nieuwe impulsen te geven. Ik constateer dat veel bereikt is: er is een gemeenschappelijk gedragen visie op pleegzorg, de methodiekontwikkeling heeft een versnelling laten zien. En er is sprake van een blijvende verhoging van de pleegzorgvergoeding die bovendien eindelijk geïndexeerd is. De pleegzorg deelt mee in nieuwe regelingen voor mensen die arbeid- en zorgtaken combineren. Er wordt gesnoeid in onzinnige regels. Er zijn belastingvoordelen voor pleegouders en pleegouders kunnen de pleegvergoeding houden bij voogdijoverdracht. Ook zal het nog lopende verbetertraject ‘Com-municatie met Pleegouders’ veel oud zeer wegnemen. Als tenminste iedereen bereid is in de voorgehouden spiegel te kijken.

Zijn we er dan?
Nee, veel belangrijke zaken zijn nog niet afgerond. Met name het verder uitwerken van de hulpverleningsvariant en de opvoedingsvariant moet nog plaatsvinden. Een versteviging van de positie van pleegouders (ook in formele zin) is daarvan afhankelijk. De onbalans die er is tussen een maximale pedagogische verantwoordelijkheid tegenover minimale rechten zal verdwijnen. De overheid heeft daar op dit moment het initiatief maar het is me te stil!

De voorzitter van de NVP zei op de slotconferentie: "Pleegzorg vindt plaats in de gezinnen en niet in de bureaus van de organisaties. Dus: versterk de gezinnen!" Wat vindt u daarvan?
Natuurlijk zijn de voorzieningen voor pleegzorg geen doel op zich en ontlenen ze hun bestaansrecht aan de meerwaarde die ze hebben voor de (pleeg-)ouders en de kinderen.
Persoonlijk ben ik van mening dat een verdere versterking van de pleegzorg in Nederland plaats vindt door de introductie van betaald pleeg-ouderschap. Velen zijn het daarmee nog niet met mij eens maar ik denk dat het op den duur onontkoombaar is. In feite vindt het al geruisloos plaats in de varianten van gezinshuizen, geschakeld aan grotere multifunctionele organisaties.

Prof.dr. Jo Hermanns pleitte tijdens de slotbijeenkomst voor een rigoreuze verschuiving van internaatsplaatsingen naar pleegzorg. Een streven van 90% pleegzorg en 10% internaat. Is dat nu al een reëele optie?
We zien nu al dat er steeds meer combinaties van zorg worden aangeboden. Dat kan variëren van overwegend opvang in een internaat, gecombineerd met weekendopvang in een pleeggezin, of een verblijf in een pleeggezin met soms een tijdelijk verblijf in een internaat. Ik hoop dat deze ontwikkeling zich verder voortzet. De uitspraak van Jo Hermanns heeft voor mij meer een strategisch karakter. Op dit moment verblijven nog teveel kinderen in een internaatsopvang, waar pleegzorg een prima aanbod zou kunnen zijn. Nederland loopt wat dat betreft internationaal niet voorop. Hoe komt het toch dat in Nieuw-Zeeland en sommige delen van Engeland wel het percentage gehaald wordt dat Hermanns noemt?

Voor uitbreiding van de pleegzorg zijn veel nieuwe pleegouders nodig. Welke ontwikkelingen maken de pleegzorg in de toekomst aantrekkelijker?
Dat zal nog een hele klus zijn. Ik denk dan aan de groeiende deelname van vrouwen in het arbeidsproces. Daarnaast zal de professionele kinderopvang en met name de gastouderopvang een flinke concurrent worden. Als we in deze ontwikkelingen pleegouders willen blijven vinden, zijn we verplicht om naast een afdoende pleegzorgvergoeding ook pleegouders volledig mee te laten delen in de faciliteiten die alle werkende ouders in Nederland ontvangen. Ik hoop dat de goede voorstellen van de Nederlandse Gezinsraad op dat terrein niet in een lade verdwijnen.

Waar waren de ouders en de pleegkinderen tijdens de slotbijeenkomst?
De ouders waren vertegenwoordigd door iemand van het platform zorgvragers uit Limburg, helaas onvoldoende. Tijdens het hele Trillium-proces hebben we via gesprekken en onderzoek veel moeite gedaan hun mening te leren kennen. Maar het blijft een kwetsbare groep als het gaat om het in het openbaar optreden. Gelukkig zie ik daar geleidelijk wat verandering in komen.
Wat de deelname van de pleegkinderen betreft: hiervoor hadden we een bureau gevraagd om samen met de jongeren een programma voor te bereiden. Helaas heeft dat niet tot concrete plannen geleid.

Wie gaat er (na Trillium) voor zorgen dat de druk op de ketel blijft?
Dat is inderdaad een belangrijk aandachtspunt. Er is veel enthousiasme en betrokkenheid in de huidige pleegzorg. Het zelfbewustzijn in de pleegzorg is sterk gegroeid. Er is een breed draagvlak voor de nieuwe ontwikkelingen. Ook de concept-wet op de jeugdzorg biedt nieuwe kansen. Tegelijk liggen daar ook risico’s. Want de invoering van de nieuwe wet zal van de hele jeugdsector veel energie vragen. Veel aandacht zal uitgaan naar de inrichting van het nieuwe stelsel, met name ook naar de nieuwe taken van het bureau jeugdzorg. Ik hoop dat in het landelijke vernieuwingstraject de pleegzorg een heldere plaats krijgt. De Nederlandse Vereniging voor Pleeg-gezinnen (NVP) en de Stichting Pleegzorg Nederland (SPN) zullen de vinger goed aan de pols moeten houden, anders gaat de vaart eruit! l