Aan het begin van iedere decembermaand wordt een statiefoto gemaakt
van de mannelijke gezinsleden van de familie De Jong. Robert, vader
en pleegvader, zoon Flip en pleegzoon Keesje worden in vol ornaat
op een stoel naast de kunstkerstboom geplaatst. Moeder Els kiekt het
drietal en laat er vervolgens een stuk of vijftig afdrukjes van maken
bij een grote drogisterij die ook aan foto’s doet. Op glanspapier
met een strookje wit langszij. Op dat strookje wit staat -ook ieder
jaar- in grote krulletters te lezen:
Prettige Kerstdagen en een Gelukkig Nieuwjaar,
van de De Jongetjes
Zo kunnen de ganse familie en de talrijke kennissen zien hoe goed
het met ze gaat. Hoe piekfijn iedereen eruit ziet. Hoe groot de kleintjes
al worden. Hoe het gezin zonder enige twijfel goed verzorgd wordt.
Wat vooral niet van de foto af te lezen mag zijn is hoe Els en Robert
elkaar dit jaar wel heel erg zijn tegengekomen. Hoe moeizaam de bezoekjes
van Keesjes ouders verliepen. Hoe Keesje toch een beetje langzamer
is dan andere kinderen van zijn leeftijd, met lopen en babbelen. Hoe
Flip ertoe neigt Keesje soms volledig onder de voet te lopen. Hem
aan de kant schuift, pest of zijn speelgoed afpakt. Hoe Els dan soms
begint te krijsen en hoe boos Robert dan op haar wordt. Hoe ze dan
samen, met de handen in het haar en het huilen nader dan het lachen,
een ‘time out’ nemen. En hoe ze dan ‘s avonds laat
aan de keukentafel bespreken hoe ze verder moeten. Zodat ze volgend
jaar weer piekfijn op de foto kunnen.