GETALLEN. IK BEN ER NOOIT STERK IN GEWEEST. NEEM DIT. 4 OP DE 10
ROTTERDAMMERS ZIJN ALLOCHTOON. 6 VAN DE 10 PLEEGKINDEREN IN ROTTERDAM
ZIJN OOK ALLOCHTOON. VREEMD. HEBBEN MIGRANTENGE-ZINNEN MEER PROBLEMEN
ACHTER DE VOORDEUR? IEDER JAAR ZOEKT DE PLEEGCENTRALE IN ROTTERDAM
VOOR 200 KINDEREN EEN PLEEGGEZIN. VOOR 30 KINDEREN BETEKENT DAT LANGDURIG
WACHTEN IN EEN STAD MET 134.000 GEZINNEN. TJA. IS ER NOU NIET 1 OP
DE 670 GEZINNEN DIE EEN PLAATS HEEFT? VOOR EEN ALLOCHTOON BIJVOORBEELD?
GETALLEN. IK SNAP ZE NIET.
"Heeft-ie een echt paard?" vraagt ze. We rijden op de
Maasboulevard. Woensdagmiddag. Twee uur. Het regent. Niet zomaar.
Het plenst. Sint Nicolaas komt aan in Rotterdam. Met Zwarte Pieten,
veel Zwarte Pieten.
"Heel veel Zwarte Pieten?" vraagt ze en probeert om te kijken.
M'n zwarte Gazelle schommelt wat ongemakkelijk langs Tropicana. Ze
wordt zwaar, die kleine meid voorop. Bijna vier, doodsbang voor Sinterklaas.
"Een hele boot vol, allemaal Pieten", zeg ik. "Maar
ze zijn lief, heel erg lief. Ze strooien pepernoten."
"Mmm", mompelt ze. Weinig vertrouwen.
Haar zwarte kroeskop is keurig ingevlochten, met een felrode strik.
Voor Sint Nicolaas. Een dik jaar woont ze bij ons. Pleegkind. Een
volbloed Afrikaanse, in Nederland geboren, een kind tussen wal en
schip. Geen verblijfsvergunning. Geen zekerheid of zij bij ons kan
blijven. Gesjor van alle kanten, tussen welzijnswerkers en de wet.
Ik had het op mijn verlanglijst gezet. Een briefje voor Sinterklaas:
Mag ze bij ons blijven? Goedheiligman? Totdat ze groot is? Totdat
ze zelf weet wat ze wil? Dat zou rust geven, zeker voor het kind zelf.
Gewoon rust, weten waar je aan toe bent.
In Sinterklaas geloven valt niet mee. Zeker als het plenst op de Maasboulevard.
"Zijn ze zwart, die Zwarte Pieten?" vraagt ze.
"Heel zwart", zeg ik. "Maar wel heel erg lief."
"Kroeshaar?"
"Dat ook. Met een mooie pet. En een veer."
Bij de Entrepothaven is het zwart van de mensen. Moeders met kinders.
Blanke moeders. Blanke kinderen. Rotterdam wacht op de Sint.
De Zwarte Pieten staan verveeld langs de kade. Ik schat zo'n dertig,
misschien wel vijftig. De knecht van Klaas in dienst van de Erasmus
Universiteit. Sinterklaas is laat.
Zie ginds komt de Spido. Dat zit al fout. Waarom die verdraaide Spido
in een wereldhaven met talloze prachtige schepen? Het hoeft echt niet
te stomen in 2001, maar een Spido. Laat die Hudson toch eens varen.
Licht verstijfd kijkt m'n kleine meid naar een kauwende Piet. Broodje
kaas. Hij staat vlak voor ons, maar kijkt niet op. Weinig bevlogen.
Er drupt een lijntje wit langs z'n wang. De eerstejaars Economie heeft
er duidelijk geen zin in. Zeker vandaag niet. Het regent.
Ze draait zich om. M'n stuur draait mee. De Gazelle schommelt. Ze
kijkt me aan, pakt m'n hand, en staart weer naar die Pieten, die massa
Pieten. Een blanke moeder naast me glimlacht.
En dan komt die vraag. Die alleszeggende vraag. Zo'n Rotterdamse vraag.
Hij floept eruit, lang voordat ze het kan beseffen.
"Henk. Wat doen die Afrikanen hier?"