DE ONTWIKKELING VAN KINDEREN TOT JONGE VOLWASSENEN VERLOOPT IN HET
ALGEMEEN VIA EEN AANTAL VOORSPELBARE FASEN. MAAR DIE FASEN ZIJN GELUKKIG
GEEN WET VAN MEDEN EN PERZEN. DE ONTWIKKELING VAN IEDER INDIVIDUEEL
KIND KAN, MAG EN ZAL ZO HER EN DER OOK WEL AFWIJKEN VAN HET VOORSPELBARE.
NET ZOALS DE REACTIES VAN ZIJN OF HAAR (PLEEG-)-OUDERS. ZOLANG DAT
BINNEN DE GRENZEN VAN HET GEZONDE FUNCTIONEREN BLIJFT, IS DAAR NIETS
MIS MEE. WAT MIJ BETREFT INTEGENDEEL, IK HECHT JUIST AAN HET WAARBORGEN
VAN DE ‘EIGENHEID’ VAN IEDERE PERSOON. DIT ARTIKEL OVER
‘DE’ SEKSUELE ONTWIKKELING VAN ‘HET’ KIND IS DAN
OOK NIET BEDOELD ALS EEN BLAUWDRUK. HET IS, OP BASIS VAN GERAADPLEEGDE
LITERATUUR*, VAN GESPREKKEN EN EIGEN ERVARING, EEN SCHETS VAN DE ONTWIKKELINGEN.
Pakken wat je pakken kunt
Seksualiteit bij baby’s is een ontdekkingsreis in de ware zin
van het woord. Door als (pleeg-)ouder een baby te strelen, knuffelen
of na een badje lekker zachtjes te masseren draag je bij aan de positieve,
lijfelijke ervaringen van zo’n kleintje. Vanaf dat baby’s
een paar maanden oud zijn en ze zelf voorwerpen vast kunnen pakken,
verkennen ze ook hun lijfjes. Je zou kunnen zeggen dat ze daar bij
toeval niet alleen hun duim, hun neus en voetjes, maar ook hun geslachtsdelen
aantreffen. Pas vanaf ongeveer een jaar zullen zij daar wellicht bij
herhaling naar op zoek gaan, als aanraking hen een fijn gevoel geeft.
Er zijn geen hygiënische redenen om dat gedrag af te keuren.
De reactie van (pleeg-)-- ouders is onder meer afhankelijk van hun
eigen opvoedingsnormen. Je zendt hoe dan ook signalen uit naar je
kind. In het algemeen kun je ervan uitgaan dat gedrag waarbij kinderen
zich prettig voelen, niet schadelijk voor hen is, maar juist een onderdeel
vormt van hun ontwikkeling en dus niet afgeleerd moet worden.
Mijn en dijn
Vanaf een jaar of twee maken kinderen onderscheid tussen zichzelf
en anderen. En worden zij nieuwsgierig naar de verschillen tussen
hun eigen en andermans lichaam. Daarbij wordt vooral gekeken naar
uiterlijke kenmerken, zoals haardracht en kleding, en niet zozeer
naar geslachtskenmerken. Kinderen gaan in deze fase wel meer sekse-rolgedrag
vertonen, jongetjes en meisjes gaan zich verschillend gedragen. Omdat
ook de wetenschap nog niet uit de vraag is of dat nu wordt aangeleerd
of aangeboren, lijkt het aan te bevelen om gedrag dat niet per definitie
aan een van beide seksen wordt toegedacht toch maar niet te veroordelen.
Lekker knuffelen
Kinderen in de leeftijd tussen de twee en vier jaar zullen hun geslachtsdelen
soms bewust aanraken of strelen. Dat kan een prettig en geruststellend
gevoel geven, net als bijvoorbeeld duimzuigen. Hoe vaak of intensief
het gebeurt, verschilt erg per kind. Bovendien ontdekt het ene kind
zijn lichaam later dan het andere. De mate waarin dat gedrag wordt
toegestaan heeft invloed op het (in het openbaar) vertonen ervan.
In dezelfde periode beginnen de kleintjes niet alleen echt te kletsen,
maar ontdekken ze ook het effect van hun woorden op anderen. Dat is
het begin van het vieze-woorden-tijdperk. Vieze woorden worden tegenover
leeftijdsgenootjes vaak gebruikt als scheldwoorden. Tegenover volwassenen
wordt de vieze woordenschat uit de kast gehaald om te zien hoe ze
daarop reageren.
Lichamelijk contact met hun verzorgers blijft ook in de peutertijd
van groot belang. Knuffelen voorziet zowel voor jongens als meisjes
in een basisbehoefte. En het lijkt ook wel alsof die minimensjes op
maat gemaakt zijn om bij je op schoot of in je armen te kruipen.
In mijn hutje
Als kinderen vanaf vier jaar naar school gaan, blijft hun nieuwsgierigheid
naar hun eigen lichaam en dat van anderen bestaan. Ze komen vanaf
die tijd in een heel nieuw sociaal systeem terecht, met (veel) andere
kinderen en meesters en juffen en andere regels dan er thuis gelden.
De verkenningstocht gaat door, maar krijgt nu vaak de vorm van een
spelletje zoals ‘vadertje en moedertje’, ‘doktertje’
of ‘hutje’ spelen. Dat laatste geeft ook aan dat kinderen
minder openlijk aan hun behoeften gehoor geven. Sommige kleuters vinden
het ook vervelend om zich, bijvoorbeeld bij het omkleden voor de zwemles,
‘bloot’ te geven.
Kleuters hebben vaak grote belangstelling voor het verhaal van de
voortplanting, hun ontstaan, of hun geboorte. De technische details
van een en ander gaan hen, als ab-stracte informatie, ofwel geheel
voorbij ofwel krijgen een ‘eigen’ betekenis. Mijn jongste
geloofde destijds in ieder geval dat ik als een soort scharrelkip,
met echte eitjes, door het leven ging. Het is verstandig om op gerichte
vragen een eenvoudig en gericht antwoord te geven.
De behoefte van kleuters aan lichamelijke genegenheid blijft onverminderd,
hoewel sommige jongetjes dat liever vertalen in een stoeipartij dan
in een knuffel.
Verliefd zijn
Ogenschijnlijk lijken kinderen tussen de zes en de acht hun belangstelling
voor seksualiteit te verliezen. Er worden minder vragen gesteld en
er is minder openlijke belangstelling voor onderzoek van elkaars lichaam
en ze raken minder openlijk hun eigen geslachtsdelen aan. Wel steken
er emotionele ontwikkelingen de kop op; prille verliefdheden doen
hun intrede, spelletjes tussen jongens en meisjes zijn anders dan
spelletjes binnen de eigen sekse, de eerste schuine moppen worden
getapt. Verliefd zijn kan heftige emoties oproepen, maar heeft niet
noodzakelijkerwijs iets met seksualiteit te maken. Stoeien, knuffelen,
vrijen en verliefd zijn worden in de beleving van deze leeftijdsgroep
verschillende begrippen. Alle ervaringen uit het dagelijks leven,
ook die met intimiteit en seksualiteit te maken hebben, worden opgemerkt
en geïnterpreteerd. Bij dat laatste is begeleiding nodig. Er
is nog geen helder onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid en
dat kan tot misverstanden leiden. Dat geldt voor de dagelijkse gang
van zaken, maar ook voor wat kinderen in de media en op TV tegenkomen.
Als je over al die indrukken met je kinderen praat, hen in hun eigen
woorden laat vertellen wat ze er van begrijpen en zelf vertelt hoe
je als (pleeg-)-ouder over een en ander denkt, kun je misvattingen
corrigeren en heb je gelegenheid om je eigen normen en waarden te
bespreken.
Hand-in-hand
Als kinderen in de leeftijd tussen de acht en tien verliefd zijn,
zullen ze misschien heel voorzichtig elkaars hand vasthouden of een
eerste kus uitwisselen. (De mijne was van mijn buurjongetje Dickie.
We doken beiden onder tafel om een legoblokje op te rapen. Het was
een onvergetelijke ervaring.) Jongens en meisjes spelen met -en zijn
nieuwsgierig naar- elkaar, maar spelen ook binnen hun eigen sekse-groep.
Er wordt ook nogal wat vergelijkend onderzoek gedaan in gymzalen en
zwembaden etcetera. Tevens wordt de seksuele voorkeur (zo’n beetje)
onderzocht. Omdat in de meeste gevallen sprake is van heteroseksualiteit,
is het juist nu belangrijk ook te praten over homoseksualiteit. Zodat
een kind dat vooral belangstelling heeft voor zijn of haar eigen sekse
niet belast wordt met schuldgevoelens. En zodat er bij kinderen met
een heteroseksuele voorkeur tolerantie ontstaat voor homoseksualiteit.
Kinderen in deze leeftijdsgroep staan aan de vooravond van hun puberteit.
Sommige lichamelijke veranderingen, zoals lichte haargroei in de schaamstreek
en de groei van de borsten bij meisjes, kunnen in deze periode beginnen.
Ook wordt er, door jongens meer dan door meisjes, vaker gemasturbeerd.
‘Oei, ik groei’
In de laatste groepen van de basisschool veranderen kinderen sterk.
Emotionele verwikkelingen, verliefdheden en verkeringen, zijn niet
van de lucht. Bij het ene kind gaat de verkering niet verder dan een
briefje en ‘naast elkaar zitten’ op school, bij het andere
kind zal er gezoend of een beetje gevoeld worden. Weer een ander kind
zal zich van het hele gedoe op een wat preutse manier afzijdig willen
houden.
Het begin van de puberteit is er. Meisjes en jongens kunnen al wat
meer lichaamshaar krijgen: schaamhaar, okselhaar, beenhaar. Meisjes
groeien aan het begin van de puberteit harder dan jongens. Bij meisjes
groeien de borsten verder (soms ongelijk aan het begin; ze zijn ook
erg gevoelig) en worden de schaamlippen groter (soms zijn de binnenste
groter dan de buitenste, maar dat verandert ook weer). Meisjes krijgen
bovendien zo rond hun twaalfde jaar, maar dat kan ook eerder of later
zijn, hun eerste menstruatie. Het is belangrijk om informatie te geven
bij de eerste signalen (buikpijn, afscheiding, hangerigheid). Gewoon,
heel praktische informatie over bloedverlies, hygiëne, over dat
je tampons of maandverband kunt gebruiken of hoe je die mee kunt nemen.
Maar ook informatie over het verloop van de menstruele cyclus, de
eisprong, de vruchtbaarheid en over vrijen en voorbehoedsmiddelen.
Sommige jongens hebben voor hun twaalfde jaar al een eerste zaadlozing.
Het is verstandig om het over die mogelijkheid te hebben, zodat ze
niet (‘help, ik heb in mijn bed geplast’) schrikken. Bij
andere jongens laat dat nog een jaar of twee op zich wachten. Ook
met jongens moet natuurlijk worden gesproken over hygiëne, lichamelijke
veranderingen en voorbehoedsmiddelen en dergelijke.
In de puberteit verandert ook het gedrag van kinderen en er kunnen
heftige emoties oplaaien. Een lange periode van aantrekken en afstoten
tussen (pleeg-)ouders en kinderen, de zoektocht naar de eigen (seksuele)
identiteit en het proces van verzelfstandiging is begonnen.
Meiden
Meisjes duiken sneller de puberteit in dan jongens. Een voorsprong
die ze gedurende een paar jaar houden, daarna halen de jongens hun
achterstand weer in. Onder invloed van de hormonen oestrogeen en progesteron
volgroeien bij meisjes de inwendige geslachtorganen (baarmoeder, eierstokken,
eileiders en vagina). Vanaf dat moment zijn meisjes lichamelijk geslachtrijp
en in staat om een kind te baren. Het is goed om te weten wat die
organen doen, wat ze kunnen doen en wat je ze (voorlopig nog even)
niet wilt laten doen. Daarvoor is informatie nodig. Het is aan de
(pleeg-)ouders om informatie te geven of in ieder geval beschikbaar
te stellen. Het is sowieso handig om een aantal goede voorlichtingsboeken
in huis te hebben en adressen of telefoonnummers waarmee meisjes contact
kunnen opnemen als ze iets niet binnen hun gezin willen bespreken.
Misschien is er wel iemand buiten het gezin met wie vertrouwelijk
gesproken kan worden. Het is ook goed om te weten hoe je er zelf uitziet.
Bij meisjes en vrouwen is dat nogal eens onbekend gebied. Met illustraties
en een handspiegel kom je een heel eind op zo’n ontdekkingreis.
Jongens
Onder invloed van androgene hormonen, waarvan testosteron de belangrijkste
is, raken jongens ergens in de leeftijd tussen de tien en veertien
jaar in de puberteit. De lichaamsbeharing neemt toe, de stem verandert
(baard in de keel), en bij sommige jongens kunnen -tijdelijk- de borsten
wat groter worden. Alle jongens hebben vanaf hun jongste jaren wel
eens een erectie. Vanaf de puberteit gebeurt dat veel vaker en heeft
dat ook vaker, maar lang niet altijd, te maken met seksualiteit. Ergens
rond hun veertiende jaar maken jongens hun eerste zaadlozing mee.
Zaadlozing en orgasme gaan vaak samen, maar ook niet altijd (bijvoorbeeld
tijdens ‘natte dromen’). Het sperma dat bij een zaadlozing
naar buiten komt bevat zaadcellen en zaadvocht. De zaadcellen kunnen
de vrouwelijke eicel bevruchten.
Jongens kunnen zich soms behoorlijk opgelaten voelen over die erecties,
die zich gedurende de puberteit te pas en te onpas voordoen.
Mag het licht uit?
De seksuele ontwikkeling heeft, ook in de puberteit, emotionele en
lichamelijke kanten.
Het ‘technische’ verhaal over de voortplanting is eigenlijk
snel verteld, zeker met behulp van goed voorlichtingsmateriaal. Om
op een verantwoordelijke manier met seksualiteit en intimiteit om
te kunnen gaan is echter ook informatie nodig over -het voorkomen
van- seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s, waarvan onlangs
bekend werd dat die onder jongeren met 40% (!) zijn toegenomen), over
masturbatie, over veilig vrijen, over homoseksualiteit, over het gebruik
van voorbehoedsmiddelen.
Uit onderzoek is gebleken dat jongeren, voordat ze met iemand naar
bed gaan, verschillende stadia van ‘petting’ (ofwel vrijen)
doorlopen. Dat begint meestal met (tong-)-zoenen, daarna strelen boven
de kleren en dan strelen onder de kleren. Vervolgens naakt vrijen
en tenslotte seksuele gemeenschap. Met het doorlopen van die verschillende
stadia gaan ongeveer vier jaar gemoeid. Door er met jongeren over
te praten wat zij zelf normaal vinden om te doen met hun vriendje
of vriendinnetje en wat er in hun vriendenkring normaal wordt gevonden,
leer je veel over de normen en waarden van je (pleeg-)kind en zijn
of haar leeftijdgenoten.
’n Goed begin
De emotionele aspecten van seksuele ontwikkeling zijn soms veel moeilijker
te bespreken. Seksualiteit heeft niet alleen maar met je lichaam te
maken, maar ook met het nemen van verantwoordelijkheid voor jezelf
en je gevoelens, voor een ander en zijn of haar emoties, met het trekken
van grenzen en met weerbaarheid. Het vergt een open contact om met
tieners te kunnen praten over normen en waarden, over het genoegen
dat je aan seksualiteit kunt beleven, over hun behoeften, verlangens,
fantasieën en angsten en over alle risico’s, zowel lichamelijk
als emotioneel, die er aan seks kunnen kleven. En dat, juist gedurende
een periode waarin ze zich losmaken van hun (pleeg-)ouders, een toenemende
behoefte aan privacy hebben en zich wellicht generen voor hun seksualiteit.
Bovendien is ook aan (pleeg-)ouders niets menselijks vreemd en zullen
zij het misschien soms moeilijk vinden om over deze onderwerpen te
praten. Als je er niet uitkomt, trap dan niet in de val van ‘ze
weten vast alles al’ of ‘ze komen er vanzelf wel achter’,
maar roep de hulp in van een vertrouwd persoon, van de huisarts of
van de instanties die je achterin de voorlichtingsboeken aantreft.