artikel uit Mobiel 6, december 2001/januari 2002

thema: Seksualiteit in het pleeggezin

Seksuele ontwikkeling van kinderen

Door: Kate Eaton

DE ONTWIKKELING VAN KINDEREN TOT JONGE VOLWASSENEN VERLOOPT IN HET ALGEMEEN VIA EEN AANTAL VOORSPELBARE FASEN. MAAR DIE FASEN ZIJN GELUKKIG GEEN WET VAN MEDEN EN PERZEN. DE ONTWIKKELING VAN IEDER INDIVIDUEEL KIND KAN, MAG EN ZAL ZO HER EN DER OOK WEL AFWIJKEN VAN HET VOORSPELBARE. NET ZOALS DE REACTIES VAN ZIJN OF HAAR (PLEEG-)-OUDERS. ZOLANG DAT BINNEN DE GRENZEN VAN HET GEZONDE FUNCTIONEREN BLIJFT, IS DAAR NIETS MIS MEE. WAT MIJ BETREFT INTEGENDEEL, IK HECHT JUIST AAN HET WAARBORGEN VAN DE ‘EIGENHEID’ VAN IEDERE PERSOON. DIT ARTIKEL OVER ‘DE’ SEKSUELE ONTWIKKELING VAN ‘HET’ KIND IS DAN OOK NIET BEDOELD ALS EEN BLAUWDRUK. HET IS, OP BASIS VAN GERAADPLEEGDE LITERATUUR*, VAN GESPREKKEN EN EIGEN ERVARING, EEN SCHETS VAN DE ONTWIKKELINGEN.

Pakken wat je pakken kunt

Seksualiteit bij baby’s is een ontdekkingsreis in de ware zin van het woord. Door als (pleeg-)ouder een baby te strelen, knuffelen of na een badje lekker zachtjes te masseren draag je bij aan de positieve, lijfelijke ervaringen van zo’n kleintje. Vanaf dat baby’s een paar maanden oud zijn en ze zelf voorwerpen vast kunnen pakken, verkennen ze ook hun lijfjes. Je zou kunnen zeggen dat ze daar bij toeval niet alleen hun duim, hun neus en voetjes, maar ook hun geslachtsdelen aantreffen. Pas vanaf ongeveer een jaar zullen zij daar wellicht bij herhaling naar op zoek gaan, als aanraking hen een fijn gevoel geeft. Er zijn geen hygiënische redenen om dat gedrag af te keuren. De reactie van (pleeg-)-- ouders is onder meer afhankelijk van hun eigen opvoedingsnormen. Je zendt hoe dan ook signalen uit naar je kind. In het algemeen kun je ervan uitgaan dat gedrag waarbij kinderen zich prettig voelen, niet schadelijk voor hen is, maar juist een onderdeel vormt van hun ontwikkeling en dus niet afgeleerd moet worden.

Mijn en dijn

Vanaf een jaar of twee maken kinderen onderscheid tussen zichzelf en anderen. En worden zij nieuwsgierig naar de verschillen tussen hun eigen en andermans lichaam. Daarbij wordt vooral gekeken naar uiterlijke kenmerken, zoals haardracht en kleding, en niet zozeer naar geslachtskenmerken. Kinderen gaan in deze fase wel meer sekse-rolgedrag vertonen, jongetjes en meisjes gaan zich verschillend gedragen. Omdat ook de wetenschap nog niet uit de vraag is of dat nu wordt aangeleerd of aangeboren, lijkt het aan te bevelen om gedrag dat niet per definitie aan een van beide seksen wordt toegedacht toch maar niet te veroordelen.

Lekker knuffelen

Kinderen in de leeftijd tussen de twee en vier jaar zullen hun geslachtsdelen soms bewust aanraken of strelen. Dat kan een prettig en geruststellend gevoel geven, net als bijvoorbeeld duimzuigen. Hoe vaak of intensief het gebeurt, verschilt erg per kind. Bovendien ontdekt het ene kind zijn lichaam later dan het andere. De mate waarin dat gedrag wordt toegestaan heeft invloed op het (in het openbaar) vertonen ervan.
In dezelfde periode beginnen de kleintjes niet alleen echt te kletsen, maar ontdekken ze ook het effect van hun woorden op anderen. Dat is het begin van het vieze-woorden-tijdperk. Vieze woorden worden tegenover leeftijdsgenootjes vaak gebruikt als scheldwoorden. Tegenover volwassenen wordt de vieze woordenschat uit de kast gehaald om te zien hoe ze daarop reageren.
Lichamelijk contact met hun verzorgers blijft ook in de peutertijd van groot belang. Knuffelen voorziet zowel voor jongens als meisjes in een basisbehoefte. En het lijkt ook wel alsof die minimensjes op maat gemaakt zijn om bij je op schoot of in je armen te kruipen.

In mijn hutje

Als kinderen vanaf vier jaar naar school gaan, blijft hun nieuwsgierigheid naar hun eigen lichaam en dat van anderen bestaan. Ze komen vanaf die tijd in een heel nieuw sociaal systeem terecht, met (veel) andere kinderen en meesters en juffen en andere regels dan er thuis gelden. De verkenningstocht gaat door, maar krijgt nu vaak de vorm van een spelletje zoals ‘vadertje en moedertje’, ‘doktertje’ of ‘hutje’ spelen. Dat laatste geeft ook aan dat kinderen minder openlijk aan hun behoeften gehoor geven. Sommige kleuters vinden het ook vervelend om zich, bijvoorbeeld bij het omkleden voor de zwemles, ‘bloot’ te geven.
Kleuters hebben vaak grote belangstelling voor het verhaal van de voortplanting, hun ontstaan, of hun geboorte. De technische details van een en ander gaan hen, als ab-stracte informatie, ofwel geheel voorbij ofwel krijgen een ‘eigen’ betekenis. Mijn jongste geloofde destijds in ieder geval dat ik als een soort scharrelkip, met echte eitjes, door het leven ging. Het is verstandig om op gerichte vragen een eenvoudig en gericht antwoord te geven.
De behoefte van kleuters aan lichamelijke genegenheid blijft onverminderd, hoewel sommige jongetjes dat liever vertalen in een stoeipartij dan in een knuffel.

Verliefd zijn

Ogenschijnlijk lijken kinderen tussen de zes en de acht hun belangstelling voor seksualiteit te verliezen. Er worden minder vragen gesteld en er is minder openlijke belangstelling voor onderzoek van elkaars lichaam en ze raken minder openlijk hun eigen geslachtsdelen aan. Wel steken er emotionele ontwikkelingen de kop op; prille verliefdheden doen hun intrede, spelletjes tussen jongens en meisjes zijn anders dan spelletjes binnen de eigen sekse, de eerste schuine moppen worden getapt. Verliefd zijn kan heftige emoties oproepen, maar heeft niet noodzakelijkerwijs iets met seksualiteit te maken. Stoeien, knuffelen, vrijen en verliefd zijn worden in de beleving van deze leeftijdsgroep verschillende begrippen. Alle ervaringen uit het dagelijks leven, ook die met intimiteit en seksualiteit te maken hebben, worden opgemerkt en geïnterpreteerd. Bij dat laatste is begeleiding nodig. Er is nog geen helder onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid en dat kan tot misverstanden leiden. Dat geldt voor de dagelijkse gang van zaken, maar ook voor wat kinderen in de media en op TV tegenkomen. Als je over al die indrukken met je kinderen praat, hen in hun eigen woorden laat vertellen wat ze er van begrijpen en zelf vertelt hoe je als (pleeg-)-ouder over een en ander denkt, kun je misvattingen corrigeren en heb je gelegenheid om je eigen normen en waarden te bespreken.

Hand-in-hand

Als kinderen in de leeftijd tussen de acht en tien verliefd zijn, zullen ze misschien heel voorzichtig elkaars hand vasthouden of een eerste kus uitwisselen. (De mijne was van mijn buurjongetje Dickie. We doken beiden onder tafel om een legoblokje op te rapen. Het was een onvergetelijke ervaring.) Jongens en meisjes spelen met -en zijn nieuwsgierig naar- elkaar, maar spelen ook binnen hun eigen sekse-groep. Er wordt ook nogal wat vergelijkend onderzoek gedaan in gymzalen en zwembaden etcetera. Tevens wordt de seksuele voorkeur (zo’n beetje) onderzocht. Omdat in de meeste gevallen sprake is van heteroseksualiteit, is het juist nu belangrijk ook te praten over homoseksualiteit. Zodat een kind dat vooral belangstelling heeft voor zijn of haar eigen sekse niet belast wordt met schuldgevoelens. En zodat er bij kinderen met een heteroseksuele voorkeur tolerantie ontstaat voor homoseksualiteit.
Kinderen in deze leeftijdsgroep staan aan de vooravond van hun puberteit. Sommige lichamelijke veranderingen, zoals lichte haargroei in de schaamstreek en de groei van de borsten bij meisjes, kunnen in deze periode beginnen. Ook wordt er, door jongens meer dan door meisjes, vaker gemasturbeerd.

‘Oei, ik groei’

In de laatste groepen van de basisschool veranderen kinderen sterk. Emotionele verwikkelingen, verliefdheden en verkeringen, zijn niet van de lucht. Bij het ene kind gaat de verkering niet verder dan een briefje en ‘naast elkaar zitten’ op school, bij het andere kind zal er gezoend of een beetje gevoeld worden. Weer een ander kind zal zich van het hele gedoe op een wat preutse manier afzijdig willen houden.

Het begin van de puberteit is er. Meisjes en jongens kunnen al wat meer lichaamshaar krijgen: schaamhaar, okselhaar, beenhaar. Meisjes groeien aan het begin van de puberteit harder dan jongens. Bij meisjes groeien de borsten verder (soms ongelijk aan het begin; ze zijn ook erg gevoelig) en worden de schaamlippen groter (soms zijn de binnenste groter dan de buitenste, maar dat verandert ook weer). Meisjes krijgen bovendien zo rond hun twaalfde jaar, maar dat kan ook eerder of later zijn, hun eerste menstruatie. Het is belangrijk om informatie te geven bij de eerste signalen (buikpijn, afscheiding, hangerigheid). Gewoon, heel praktische informatie over bloedverlies, hygiëne, over dat je tampons of maandverband kunt gebruiken of hoe je die mee kunt nemen. Maar ook informatie over het verloop van de menstruele cyclus, de eisprong, de vruchtbaarheid en over vrijen en voorbehoedsmiddelen.

Sommige jongens hebben voor hun twaalfde jaar al een eerste zaadlozing. Het is verstandig om het over die mogelijkheid te hebben, zodat ze niet (‘help, ik heb in mijn bed geplast’) schrikken. Bij andere jongens laat dat nog een jaar of twee op zich wachten. Ook met jongens moet natuurlijk worden gesproken over hygiëne, lichamelijke veranderingen en voorbehoedsmiddelen en dergelijke.
In de puberteit verandert ook het gedrag van kinderen en er kunnen heftige emoties oplaaien. Een lange periode van aantrekken en afstoten tussen (pleeg-)ouders en kinderen, de zoektocht naar de eigen (seksuele) identiteit en het proces van verzelfstandiging is begonnen.

Meiden

Meisjes duiken sneller de puberteit in dan jongens. Een voorsprong die ze gedurende een paar jaar houden, daarna halen de jongens hun achterstand weer in. Onder invloed van de hormonen oestrogeen en progesteron volgroeien bij meisjes de inwendige geslachtorganen (baarmoeder, eierstokken, eileiders en vagina). Vanaf dat moment zijn meisjes lichamelijk geslachtrijp en in staat om een kind te baren. Het is goed om te weten wat die organen doen, wat ze kunnen doen en wat je ze (voorlopig nog even) niet wilt laten doen. Daarvoor is informatie nodig. Het is aan de (pleeg-)ouders om informatie te geven of in ieder geval beschikbaar te stellen. Het is sowieso handig om een aantal goede voorlichtingsboeken in huis te hebben en adressen of telefoonnummers waarmee meisjes contact kunnen opnemen als ze iets niet binnen hun gezin willen bespreken. Misschien is er wel iemand buiten het gezin met wie vertrouwelijk gesproken kan worden. Het is ook goed om te weten hoe je er zelf uitziet. Bij meisjes en vrouwen is dat nogal eens onbekend gebied. Met illustraties en een handspiegel kom je een heel eind op zo’n ontdekkingreis.

Jongens

Onder invloed van androgene hormonen, waarvan testosteron de belangrijkste is, raken jongens ergens in de leeftijd tussen de tien en veertien jaar in de puberteit. De lichaamsbeharing neemt toe, de stem verandert (baard in de keel), en bij sommige jongens kunnen -tijdelijk- de borsten wat groter worden. Alle jongens hebben vanaf hun jongste jaren wel eens een erectie. Vanaf de puberteit gebeurt dat veel vaker en heeft dat ook vaker, maar lang niet altijd, te maken met seksualiteit. Ergens rond hun veertiende jaar maken jongens hun eerste zaadlozing mee. Zaadlozing en orgasme gaan vaak samen, maar ook niet altijd (bijvoorbeeld tijdens ‘natte dromen’). Het sperma dat bij een zaadlozing naar buiten komt bevat zaadcellen en zaadvocht. De zaadcellen kunnen de vrouwelijke eicel bevruchten.
Jongens kunnen zich soms behoorlijk opgelaten voelen over die erecties, die zich gedurende de puberteit te pas en te onpas voordoen.

Mag het licht uit?

De seksuele ontwikkeling heeft, ook in de puberteit, emotionele en lichamelijke kanten.
Het ‘technische’ verhaal over de voortplanting is eigenlijk snel verteld, zeker met behulp van goed voorlichtingsmateriaal. Om op een verantwoordelijke manier met seksualiteit en intimiteit om te kunnen gaan is echter ook informatie nodig over -het voorkomen van- seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s, waarvan onlangs bekend werd dat die onder jongeren met 40% (!) zijn toegenomen), over masturbatie, over veilig vrijen, over homoseksualiteit, over het gebruik van voorbehoedsmiddelen.

Uit onderzoek is gebleken dat jongeren, voordat ze met iemand naar bed gaan, verschillende stadia van ‘petting’ (ofwel vrijen) doorlopen. Dat begint meestal met (tong-)-zoenen, daarna strelen boven de kleren en dan strelen onder de kleren. Vervolgens naakt vrijen en tenslotte seksuele gemeenschap. Met het doorlopen van die verschillende stadia gaan ongeveer vier jaar gemoeid. Door er met jongeren over te praten wat zij zelf normaal vinden om te doen met hun vriendje of vriendinnetje en wat er in hun vriendenkring normaal wordt gevonden, leer je veel over de normen en waarden van je (pleeg-)kind en zijn of haar leeftijdgenoten.

’n Goed begin

De emotionele aspecten van seksuele ontwikkeling zijn soms veel moeilijker te bespreken. Seksualiteit heeft niet alleen maar met je lichaam te maken, maar ook met het nemen van verantwoordelijkheid voor jezelf en je gevoelens, voor een ander en zijn of haar emoties, met het trekken van grenzen en met weerbaarheid. Het vergt een open contact om met tieners te kunnen praten over normen en waarden, over het genoegen dat je aan seksualiteit kunt beleven, over hun behoeften, verlangens, fantasieën en angsten en over alle risico’s, zowel lichamelijk als emotioneel, die er aan seks kunnen kleven. En dat, juist gedurende een periode waarin ze zich losmaken van hun (pleeg-)ouders, een toenemende behoefte aan privacy hebben en zich wellicht generen voor hun seksualiteit. Bovendien is ook aan (pleeg-)ouders niets menselijks vreemd en zullen zij het misschien soms moeilijk vinden om over deze onderwerpen te praten. Als je er niet uitkomt, trap dan niet in de val van ‘ze weten vast alles al’ of ‘ze komen er vanzelf wel achter’, maar roep de hulp in van een vertrouwd persoon, van de huisarts of van de instanties die je achterin de voorlichtingsboeken aantreft.