artikel uit Mobiel 5, oktober/november 2001

'Het is heel knap van de kinderen'

WESP publiceert onderzoeksrapport naar mening en beleving pleegkinderen

Door: Judith Zijtregtop

In de jeugdhulpverlening lopen de meningen uiteen als het gaat over of, hoe en door wie de eigen kinderen ondersteund kunnen worden. De Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen vindt het van belang dat er aandacht is voor het hele pleeggezin. Daarom vroeg zij bureau WESP een onderzoek te doen naar de mening en beleving van kinderen van pleegouders.

Het rapport ‘Het is heel knap van de kinderen’ werd geschreven door Fiet van Beek en Jorien Meerdink en gepresenteerd tijdens de IFCO-conferentie in Veldhoven. Het vormt de eindrapportage van het onderzoek en is daarmee het derde rapport over de mening en beleving van betrokkenen in de pleegzorg. Eerder verschenen: ‘Ze zijn er gewoon voor mij’, over de mening en beleving van pleegkinderen, en ‘Ze zouden ons moeten koesteren’, over de mening en beleving van pleegouders.

Interviews

De meeste pleegouders hebben eigen kinderen. Het welbevinden van hun eigen kinderen is voor veel pleegouders één van de belangrijke factoren die bepalen of zij stoppen of doorgaan met het pleegouderschap. Pleegkinderen hebben vaak een grote steun aan de kinderen van pleegouders. Wat vinden de kinderen van pleegouders?
Met een twintigtal kinderen en pleegouders zijn diepte-interviews gehouden. De gesprekken vonden plaats aan de hand van een vragenlijst met (half-)open vragen. Er werd gesproken over de ervaring van de komst van een pleegbroer of -zus; over de veranderingen die kinderen meemaken door de komst van een pleegbroer of -zus. Ook werd gevraagd naar de contacten met de pleegzorgwerker, de ouders van het pleegkind, de wensen van de kinderen van pleegouders. Uit al deze interviews zijn een aantal trefwoorden naar voren gekomen zoals : steun, afscheid, zeggenschap, leeftijd. Deze trefwoorden komen terug in het verslag van de interviews waarin afwisselend feiten, aanbevelingen en uitspraken van de jongeren zelf aan de orde komen:
‘Vroeger als iemand ruzie zocht, dan vond ik dat gewoon echt vervelend. Nou zie je gewoon dat het ergens door kan komen, dat het door een bepaalde situatie kan komen dat ze dat gedrag vertonen.’

‘Dat was een hele leuke tijd. Hij was vijf dagen jonger dan ik. De hele dag praten met elkaar, klieren met elkaar. We fietsten ook samen naar school. Elke pauze zaten we bij elkaar. Na schooltijd gingen we samen naar huis. Goede relatie, leuke tijd.’
‘Kleine kinderen vind ik het leukste. Alleen ga ik die heel erg missen als ze weggaan. Huilen. Bij de laatste wel.’

Resultaten enquête

In deel twee wordt de enquête besproken die een aantal pleegouders in november 2000 toegestuurd kreeg met als onderwerp ‘kinderen van pleegouders’
‘Er mag door de omgeving, begeleiding ook wel eens een schouderklopje gegeven worden aan eigen kinderen en duidelijk gezegd dat het niet altijd even leuk is. Erkenning van de problemen/moeilijkheden helpt al een heleboel’

Conclusies

Deel drie bestaat uit algemene conclusies en aanbevelingen op basis van de uitslagen van de interviews met de jongeren en de enquête van de pleegouders. Zowel pleegouders als jongeren vinden dat een kind erbij meer gezelligheid oplevert en dat je beter voor jezelf leert opkomen. Een ruime meerderheid van de pleegouders staat positief tegenover pleegzorg. Ook het merendeel van de jongeren is positief.
Als het belangrijkste nadeel van pleegzorg noemen pleegouders het delen van aandacht.
Jongeren hebben het meeste moeite met het moeilijke gedrag van pleegkinderen. Zij vinden het verder erg belangrijk om goed geïnformeerd te worden en mee te kunnen praten.
Pleegouders willen hun eigen kinderen niet te veel belasten.

Het is niet zo verwonderlijk dat de onderzoekers pleiten voor meer duidelijkheid over de plaatsingen. Zowel de pleegkinderen als de eigen kinderen van pleegouders willen weten waar ze aan toe zijn.
Het is ook wenselijk dat de oppasmogelijkheden of vormen van logeeropvang verbeterd worden. Pleegouders krijgen daarmee de gelegenheid exclusieve tijd en aandacht aan elkaar en aan hun kinderen geven.
Natuurlijk is goed om al bij het begin, bij de voorbereiding van aanstaande pleeggezinnen, het accent te verschuiven van pleegoudervoorbereiding naar pleeggezinvoorbereiding. Het zou goed zijn als er in de voorlichting, voorbereiding en informatieverstrekking meer expliciete aandacht is voor de kinderen van pleegouders.

‘Het is heel knap van de kinderen’ is een prettig leesbare onderzoeksrapportage. De moeite van het lezen waard als je vermoedt dat je eigen kinderen in de knoop kunnen raken of als je wat aanbevelingen wilt lezen om dat te voorkomen.

Het rapport (ISBN: 90-76027-21-8) is voor ƒ 40,– te bestellen bij: WESP, Componistenlaan 79-81, 2215 SP Voorhout, e-mail: