artikel uit Mobiel 5, oktober/november 2001

thema: Adoptie en pleegzorg: raakvlakken en verschillen

Adoptie en Pleegzorg naar Engels en Nederlands recht

De Nederlandse Gezinsraad (NGR) richt zich als onafhankelijk kenniscentrum op gezinsvraagstukken in relatie tot het beleid van overheden en maatschappelijke organisaties. Daarnaast draagt de NGR bij aan de publieke meningsvorming en stimuleert bijdragen uit wetenschappelijke kring en maatschappelijke instanties.

Door: Jeanny Gijzen

Dat kinderen soms opgroeien in een ‘nieuw gezin’ is een maatschappelijke realiteit. Als dat verblijf een langdurig karakter draagt, komt er een moment dat het welzijn van dergelijke kinderen gebaat is met zekerheid en stabiliteit. Er zijn verschillende manieren denkbaar waarop het recht hieraan vorm kan geven.

In juridische zin biedt adoptie de meeste stabiliteit. Als nadeel van adoptie kan men echter zien dat alle juridische banden met de oorspronkelijke ouders worden doorgesneden. In veel gevallen doet dat geen recht aan de positie die de ouders nog innemen in het leven van het kind.
In Nederland is mede door dit nadeel adoptie blijkbaar nooit gezien als aanvaardbare optie van jeugdzorg om kinderen stabiliteit te verschaffen. Dit in tegenstelling tot de Angelsaksische rechtstelsels van Engeland en de Verenigde Staten. Het naast elkaar leggen van de verschillende oplossingen kan bijdragen aan een discussie over voor- en nadelen van beide systemen, en over de plaats die juridische en sociale ouders (moeten) innemen in het recht. In het kader van de IFCO-conferentie maakte Erik Nicolai van de NGR een vergelijking tussen de rechtstelsels in Nederland en Engeland.

Adoptie: jeugdhulpverlening of private aangelegenheid

In het onderzoek van de Nederlandse Gezinsraad zijn de rechtstelsels van Engeland en Nederland op globale wijze getoetst aan enkele internationaalrechtelijke bepalingen met betrekking tot pleegzorg en adoptie. In de vergelijking stonden situaties centraal, waarin kinderen (permanent) opgroeien in een ‘nieuw gezin’, nadat hun oorspronkelijk gezin niet langer in staat was de verzorging uit te oefenen. De toepassing van adoptie was het belangrijkste object van onderzoek. In Engeland is adoptie een onderdeel van de jeugdhulpverlening, in Nederland niet. Bij ons worden andere instrumenten gebruikt (of voorgesteld) om continuiteit te brengen in de opvoeding van kinderen als zij niet meer naar hun ouders terug kunnen.

Vergelijking en aanbevelingen

Elk systeem van wet- en regelgeving dient te laveren tussen een te geringe rechtsbescherming van de oorspronkelijke ouders aan de ene kant en het tegemoet komen aan de voorwaarden voor de ontwikkeling van een kind aan de andere kant. Daarbij speelt continuïteit in de opvoeding bij pleegouders een belangrijke rol. Een plattegrond voor een veilige koers is onmogelijk te geven. Desalniettemin worden in het onderzoeksrapport enkele vergelijkende notities geplaatst, waarbij de NGR interessante aanbevelingen doet. Vooruitlopend op het verschijnen van het definitieve rapport is al een paper verschenen, waaruit hieronder een samenvatting volgt. De paper heeft als discussiestuk gediend voor een workshop tijdens de IFCO-conferentie.
In zowel het Engelse als het Nederlandse stelsel kunnen grofweg vier categoriën onderscheiden worden wat het soort plaatsing betreft:

1. Particuliere plaatsingen.
Aanbeveling: De meldingsplicht van pleegouders bij particuliere plaatsingen moet opnieuw worden geregeld. Het is van belang dat kan worden achterhaald hoe vaak particuliere plaatsingen voorkomen die buiten de jeugdzorg om plaatsvinden. Ook is het belangrijk dat er in ieder geval een minimaal toezicht op deze plaatsingen bestaat door bijvoorbeeld de bureaus Jeugdzorg.

2. Plaatsingen in het kader van de jeugdzorg
Aanbeveling: In beide landen lijkt de rechtspositie van pleegouders voor verbetering vatbaar. Dat geldt misschien nog het meest als de pleegzorg plaatsvindt in een gedwongen kader. De beleidsruimte voor de uitvoerende instellingen is dan erg groot. Onderzocht zou kunnen worden hoe de rechtspositie van pleegouders kan worden versterkt. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door hen de mogelijkheid te geven op enig moment of onder bepaalde voorwaarden beslissingen van de uitvoerende instellingen te laten toetsen door een rechterlijk orgaan.

3. Pleegouders hebben opvoedingsverantwoordelijkheid
Aanbeveling: Het verdient aanbeveling te onderzoeken in hoeverre in het Nederlands gezagsrecht het beginsel dat gezag hooguit door twee personen tegelijkertijd kan worden uitgeoefend, kan worden losgelaten, naar analogie van het Engelse recht. In Engeland kunnen de pleegouders in juridische zin opvoedingsverantwoordelijkheid krijgen, zonder dat het gezag aan de ouders wordt ontnomen.

4. Pleegouders zijn in juridisch opzicht ouders geworden door adoptie
Aanbeveling: Het belang dat kinderen die niet meer bij hun ouders kunnen wonen een stabiele en zekere toekomst in een nieuw gezinsverband tegemoet kunnen gaan, is erg groot. De infrastructuur in Nederland op het gebied van informatie, onderzoek en begeleiding kan worden verbeterd. Het zou bijvoorbeeld interessant zijn te onderzoeken in hoeverre in Nederland ondersteuning aan pleeggezinnen na een voogdij-overdracht kan worden gemodelleerd naar de Engelse ‘post-adoption-services’ aan adoptiegezinnen. Hierbij is de mogelijkheid aanwezig voor de biologische ouders, de adoptief-ouders en de adoptiekinderen om ook na de adoptie ondersteuning en begeleiding te ontvangen.

Tenslotte

De volledige tekst van bovenstaande paper kunt u opvragen bij de Nederlandse Gezinsraad, Lange Voorhout 86, 2514 EJ den Haag, tel. 070-3306060, fax 070-3659230, e-mail adres . Het volledige rapport komt waarschijnlijk eind dit jaar beschikbaar.