artikel uit Mobiel 5, oktober/november 2001

thema: Adoptie en pleegzorg: raakvlakken en verschillen

Pleegzorg of adoptie, eigen keuze

Verschillen en overeenkomsten in de praktijk

Door: Marion Kruis

Arno, het pleegkind van Kees en Ria werd het adoptiekind van Marloes en Maarten. Als baby van elf dagen oud kwam hij voor drie maanden in het pleeggezin om zijn moeder bedenktijd te geven over haar besluit afstand van hem te doen. Zijn moeder bleef bij haar beslissing en na drie maanden droegen Kees en Ria Arno over aan Marloes en Maarten, ter adoptie. Zij hielden contact met elkaar en vier jaar later leggen zij de verschillen en overeenkomsten tussen pleegzorg en adoptie naast elkaar.

De pleegkinderen van Kees en Ria zijn acht, elf en twaalf jaar oud en wonen al vanaf zeer jonge leeftijd in het pleeggezin. De adoptiekinderen van Marloes en Maarten zijn vier en twee jaar oud.
Marloes vertelt dat Arno weet dat hij niet bij hen geboren is, maar nog te jong is om te beseffen wat dat inhoudt. Er wordt over hem ook nooit een opmerking gemaakt, want hij is gewoon een blanke, Nederlandse jongen. Zijn broertje is uit het buitenland geadopteerd en Marloes en Maarten verwachten dat het onderwerp daardoor bij hem ook sterker zal spelen. De dochters van Kees en Ria beseffen maar al te goed dat ze pleegkinderen zijn, ook doordat ze alledrie contact hebben met hun eigen ouders en andere familieleden.

Contact en informatie

Hier is sprake van een wezenlijk verschil tussen adoptie en pleegzorg. Kees en Ria steken heel wat tijd in de bezoeken aan de familie van de kinderen: "Adoptie lijkt me toch wel lekker rustig", grapt Ria. "De ouders van onze middelste pleegdochter komen om de drie weken op bezoek, met de familie van de oudste hebben we van twee kanten contact met de grootouders en met een oom en tante, en van de jongste zien we moeder vier keer per jaar. Daarbij komen dan nog de verjaardagen en andere extra activiteiten." Ze zien echter het grote belang ervan in voor de kinderen en hebben het er graag voor over.
Marloes en Maarten vinden het jammer dat ze geen idee hebben van de familie van hun kinderen. Bij adoptie krijg je nauwelijks of geen informatie over de achtergronden van het kind. Ze kunnen hun jongens later vrijwel niets vertellen over het begin van hun leven. Allevier zijn ze het erover eens dat het heel belangrijk is dat er vanaf het begin in het nieuwe gezin heel gewoon over gedaan wordt dat de kinderen nog andere ouders hebben en dat er altijd positief gesproken wordt over die ouders. Door de bezoekregelingen klinkt dit in pleeggezinnen sterker door dan in adoptiegezinnen.

Doordat er in het gezin van Kees en Ria altijd gewoon over gedaan werd, kwam hun oudste pleegdochter na een paar weken in de kleutergroep van de basisschool thuis met de verwonderde opmerking: "De kinderen van mijn klas wonen allemaal bij hun eigen vader en moeder…" Zij vond dàt afwijkend en niet haar eigen situatie.
Als de ouders van de kinderen op bezoek komen en er zijn op dat moment ook vriendjes en vriendinnetjes aan het spelen, blijven die ook gewoon spelen en doet iedereen gezellig mee met de koffie, limonade en koek. Alles verloopt zo natuurlijk mogelijk. Op de verjaardagen van de kinderen zitten de ouders gewoon tussen de familie en vrienden van het pleeggezin. De overeenkomst met adoptie is dat zowel pleeg- als adoptiekinderen hierin zo goed mogelijk begeleid moeten worden. Ria denkt dat de kinderen misschien altijd wel met iets zullen blijven zitten, met een gevoel van anders-zijn, maar dat ze heel goed moeten weten dat er altijd over te praten valt, dat er altijd ook plaats zal zijn voor hun ouders.

Voorbereiding en nazorg

Toen de jongste pleegdochter van Kees en Ria bij hen kwam (zeven maanden oud), was er nog helemaal geen mogelijkheid tot contact met haar moeder. Toch hingen ze het fotootje van moeder boven de commode en, net zoals de plaatjes van de koe en het schaap steeds aangewezen en benoemd werden, werd ook het fotootje van mamma Petra steeds onder haar aandacht gebracht. Zo werd toch al het eerste stapje gezet op weg naar het besef van pleegkind-zijn. Ze leven er toch ook niet dagelijks mee, gelukkig maar. Eén van de dochters van Kees en Ria vroeg, toen ze een jaar of vier was: "Toen ik nog in jouw buik zat, was er toen ook al…" Ria gaf eerst antwoord op de vraag, maar zei er later achteraan: "Maar je bent niet in mijn buik gegroeid, maar in de buik van mamma Ellen", waarop het kind reageerde met: "Oh ja, dat is waar ook…"

Voor het adoptiekind zal de moeder, als het haar ooit ontmoet, een wildvreemde zijn. Maarten zegt zich niet te kunnen voorstellen dat Marloes en hij ooit op de tweede plaats zouden komen voor Arno en Thijs: "De relatie met hen voelt zo natuurlijk aan, het zijn zo helemaal onze kinderen, het heeft niets afstandelijks of vreemds." Ze denken wel dat het anders ligt als je een ouder adoptiekind krijgt, zeker als er ook hechtingsproblemen zijn. Dat geldt voor pleegkinderen natuurlijk ook. Hoe groter het stuk van het leven van het kind is dat je niet hebt meegemaakt, hoe moeilijker het is om toch een vertrouwensband te ontwikkelen en hoe meer bij de kinderen het gevoel aanwezig is dat adoptie- of pleegouders ‘second best’ zijn.

In de voorbereidingscursus op adoptie, van Marloes en Maarten, is dat ook sterk benadrukt. Kees en Ria hebben daarover niet veel gehoord tijdens de vier voorbereidingsavonden die zij bijwoonden. Toen zij aan pleegzorg begonnen, bestond de Stap-cursus van tien avonden nog niet. Alles wat zij hoorden tijdens de voorbereiding was nog theorie voor hen. Kees merkt op: "Eigenlijk zou je na een paar jaar pleegzorg die voorbereiding nog eens moeten meemaken, dan zou het je veel meer zeggen". Een nadeel van de VIA-cursus bij adoptie is dat je die al zo lang van tevoren volgt. Als je de cursus gedaan hebt, duurt het nog jaren voordat je werkelijk een adoptiekind in huis hebt en dan ben je alweer zoveel vergeten van wat je daar geleerd hebt. Er is ook helemaal geen nazorg bij adoptie. Als er problemen ontstaan, moet je bij de reguliere instanties aankloppen en daar is erg weinig specifieke kennis over adoptie voorhanden.

Kees en Ria krijgen juist veel mensen over de vloer: twee maal per jaar evaluatie voor drie kinderen met de (gezins)voogdes en de pleegzorgwerker en in tijden van problemen komt de pleegzorgwerker vaker. Zo af en toe verzorgen zij ook de tijdelijke opvang van baby’s en dat brengt ook nogal wat mensen bij hen thuis. Het is hen juist weer opgevallen dat er zoveel belangstelling is voor het gezin als er weer een baby tijdelijk onderdak vindt, maar dat niemand meer iets van zich laat horen als zo’n kleintje weer vertrokken is.

Weer laten gaan

Het lijkt Marloes en Maarten ongelooflijk moeilijk om zo’n kleine baby weer te laten gaan na een paar maanden van intensieve verzorging. Kees en Ria leggen uit dat het natuurlijk iets heel emotioneels is, maar dat het heel veel scheelt als je ziet dat het kindje heel goed terecht komt. Toen Arno bij hen wegging, zagen ze hoe ongelooflijk blij Marloes en Maarten met hem waren en dat maakte het afscheid veel minder zwaar. Ze hebben ook een plaatsing gehad van zeven maanden waarin het kind enorm opgebloeid was, daarna ging het kind terug naar moeder en ze hadden totaal geen vertrouwen in de goede afloop. Dan is het ontzettend zwaar om zo’n kind uit handen te geven.

Bij adoptie kun je spreken van ‘voorgoed’, in de praktijk van de pleegzorg komt ‘voorgoed’ ook regelmatig voor, maar je mag het eigenlijk niet hardop zeggen. Het uitgangspunt is toch de tijdelijke zorg voor een kind en het meewerken door de pleegouders aan terugkeer naar huis. Pleegkinderen worden ook nooit ‘eigen’ kinderen: ze kunnen niet worden bijgeschreven in het paspoort van de pleegouders, over belangrijke medische ingrepen moet eerst worden overlegd met de (gezins)voogd en dergelijke zaken meer. Pleegkinderen behouden hun eigen voor- en achternaam; adoptieouders bepalen zelf of de namen gewijzigd worden.

Eigen keuze

Op grond van welke motieven kies je nu voor pleegzorg of voor adoptie? Veel adoptie-ouders hebben de wens tot gezinsvorming en veel pleegouders willen hulp verlenen: pleegkinderen komen vaak in het gezin als er al eigen kinderen zijn, adoptiekinderen zijn vaak de eerste kinderen van echtparen die ongewild kinderloos zijn. Kees en Ria zijn begonnen met pleegzorg omdat de eigen kinderen maar niet kwamen en daarom draaiden ze bewust de volgorde om. Maarten en Marloes hebben gekozen voor adoptie omdat ze graag eigen kinderen wilden. Zij maken hun kinderen duidelijk dat ze nu bij hen horen, maar dat ze bij hun eigen moeder geboren zijn. Zo kan ieder gelukkig zijn met zijn eigen keuze!


Literatuurlijst

Voor diegenen die meer willen lezen over het thema-onderwerp:

– Ik ben mezelf. Adoptiekinderen aan het woord, Helma v.d. Berg-Bakker, ISBN 9041400494
– Adoptie. Informatie, adviezen en ervaringen, Yolande de Best, ISBN 902696626
– Het huis met het blauwe dak. Tineke Hendriks, ISBN 9062492010
– Bodemloos bestaan. Problemen met adoptiekinderen, Geertje van Egmond, ISBN 9026308337
– Vaste grond onder de voeten - kinderen zonder ‘bodem’ bestaan niet, Nelleke Polderman, Tijdschrift Wereldkinderen mei 2001, jaargang 27, nr. 2/3, ISSN 1382-2411.
– Die andere mama. Bertie Heeg, ISBN 9090044566
– Adoptie; een levenslang dilemma,
R. Haksbergen en H. Walemkamp, ISBN 9031332224
– Adoptiekinderen, opvoeding en gehechtheid in het gezin, Femmie Juffer, ISBN 9053523405.