Arno, het pleegkind van Kees en Ria werd het adoptiekind van Marloes
en Maarten. Als baby van elf dagen oud kwam hij voor drie maanden
in het pleeggezin om zijn moeder bedenktijd te geven over haar besluit
afstand van hem te doen. Zijn moeder bleef bij haar beslissing en
na drie maanden droegen Kees en Ria Arno over aan Marloes en Maarten,
ter adoptie. Zij hielden contact met elkaar en vier jaar later leggen
zij de verschillen en overeenkomsten tussen pleegzorg en adoptie naast
elkaar.
De pleegkinderen van Kees en Ria zijn acht, elf en twaalf jaar oud
en wonen al vanaf zeer jonge leeftijd in het pleeggezin. De adoptiekinderen
van Marloes en Maarten zijn vier en twee jaar oud.
Marloes vertelt dat Arno weet dat hij niet bij hen geboren is, maar
nog te jong is om te beseffen wat dat inhoudt. Er wordt over hem ook
nooit een opmerking gemaakt, want hij is gewoon een blanke, Nederlandse
jongen. Zijn broertje is uit het buitenland geadopteerd en Marloes
en Maarten verwachten dat het onderwerp daardoor bij hem ook sterker
zal spelen. De dochters van Kees en Ria beseffen maar al te goed dat
ze pleegkinderen zijn, ook doordat ze alledrie contact hebben met
hun eigen ouders en andere familieleden.
Contact en informatie
Hier is sprake van een wezenlijk verschil tussen adoptie en pleegzorg.
Kees en Ria steken heel wat tijd in de bezoeken aan de familie van
de kinderen: "Adoptie lijkt me toch wel lekker rustig",
grapt Ria. "De ouders van onze middelste pleegdochter komen om
de drie weken op bezoek, met de familie van de oudste hebben we van
twee kanten contact met de grootouders en met een oom en tante, en
van de jongste zien we moeder vier keer per jaar. Daarbij komen dan
nog de verjaardagen en andere extra activiteiten." Ze zien echter
het grote belang ervan in voor de kinderen en hebben het er graag
voor over.
Marloes en Maarten vinden het jammer dat ze geen idee hebben van de
familie van hun kinderen. Bij adoptie krijg je nauwelijks of geen
informatie over de achtergronden van het kind. Ze kunnen hun jongens
later vrijwel niets vertellen over het begin van hun leven. Allevier
zijn ze het erover eens dat het heel belangrijk is dat er vanaf het
begin in het nieuwe gezin heel gewoon over gedaan wordt dat de kinderen
nog andere ouders hebben en dat er altijd positief gesproken wordt
over die ouders. Door de bezoekregelingen klinkt dit in pleeggezinnen
sterker door dan in adoptiegezinnen.
Doordat er in het gezin van Kees en Ria altijd gewoon over gedaan
werd, kwam hun oudste pleegdochter na een paar weken in de kleutergroep
van de basisschool thuis met de verwonderde opmerking: "De kinderen
van mijn klas wonen allemaal bij hun eigen vader en moeder…"
Zij vond dàt afwijkend en niet haar eigen situatie.
Als de ouders van de kinderen op bezoek komen en er zijn op dat moment
ook vriendjes en vriendinnetjes aan het spelen, blijven die ook gewoon
spelen en doet iedereen gezellig mee met de koffie, limonade en koek.
Alles verloopt zo natuurlijk mogelijk. Op de verjaardagen van de kinderen
zitten de ouders gewoon tussen de familie en vrienden van het pleeggezin.
De overeenkomst met adoptie is dat zowel pleeg- als adoptiekinderen
hierin zo goed mogelijk begeleid moeten worden. Ria denkt dat de kinderen
misschien altijd wel met iets zullen blijven zitten, met een gevoel
van anders-zijn, maar dat ze heel goed moeten weten dat er altijd
over te praten valt, dat er altijd ook plaats zal zijn voor hun ouders.
Voorbereiding en nazorg
Toen de jongste pleegdochter van Kees en Ria bij hen kwam (zeven
maanden oud), was er nog helemaal geen mogelijkheid tot contact met
haar moeder. Toch hingen ze het fotootje van moeder boven de commode
en, net zoals de plaatjes van de koe en het schaap steeds aangewezen
en benoemd werden, werd ook het fotootje van mamma Petra steeds onder
haar aandacht gebracht. Zo werd toch al het eerste stapje gezet op
weg naar het besef van pleegkind-zijn. Ze leven er toch ook niet dagelijks
mee, gelukkig maar. Eén van de dochters van Kees en Ria vroeg,
toen ze een jaar of vier was: "Toen ik nog in jouw buik zat,
was er toen ook al…" Ria gaf eerst antwoord op de vraag,
maar zei er later achteraan: "Maar je bent niet in mijn buik
gegroeid, maar in de buik van mamma Ellen", waarop het kind reageerde
met: "Oh ja, dat is waar ook…"
Voor het adoptiekind zal de moeder, als het haar ooit ontmoet, een
wildvreemde zijn. Maarten zegt zich niet te kunnen voorstellen dat
Marloes en hij ooit op de tweede plaats zouden komen voor Arno en
Thijs: "De relatie met hen voelt zo natuurlijk aan, het zijn
zo helemaal onze kinderen, het heeft niets afstandelijks of vreemds."
Ze denken wel dat het anders ligt als je een ouder adoptiekind krijgt,
zeker als er ook hechtingsproblemen zijn. Dat geldt voor pleegkinderen
natuurlijk ook. Hoe groter het stuk van het leven van het kind is
dat je niet hebt meegemaakt, hoe moeilijker het is om toch een vertrouwensband
te ontwikkelen en hoe meer bij de kinderen het gevoel aanwezig is
dat adoptie- of pleegouders ‘second best’ zijn.
In de voorbereidingscursus op adoptie, van Marloes en Maarten, is
dat ook sterk benadrukt. Kees en Ria hebben daarover niet veel gehoord
tijdens de vier voorbereidingsavonden die zij bijwoonden. Toen zij
aan pleegzorg begonnen, bestond de Stap-cursus van tien avonden nog
niet. Alles wat zij hoorden tijdens de voorbereiding was nog theorie
voor hen. Kees merkt op: "Eigenlijk zou je na een paar jaar pleegzorg
die voorbereiding nog eens moeten meemaken, dan zou het je veel meer
zeggen". Een nadeel van de VIA-cursus bij adoptie is dat je die
al zo lang van tevoren volgt. Als je de cursus gedaan hebt, duurt
het nog jaren voordat je werkelijk een adoptiekind in huis hebt en
dan ben je alweer zoveel vergeten van wat je daar geleerd hebt. Er
is ook helemaal geen nazorg bij adoptie. Als er problemen ontstaan,
moet je bij de reguliere instanties aankloppen en daar is erg weinig
specifieke kennis over adoptie voorhanden.
Kees en Ria krijgen juist veel mensen over de vloer: twee maal per
jaar evaluatie voor drie kinderen met de (gezins)voogdes en de pleegzorgwerker
en in tijden van problemen komt de pleegzorgwerker vaker. Zo af en
toe verzorgen zij ook de tijdelijke opvang van baby’s en dat
brengt ook nogal wat mensen bij hen thuis. Het is hen juist weer opgevallen
dat er zoveel belangstelling is voor het gezin als er weer een baby
tijdelijk onderdak vindt, maar dat niemand meer iets van zich laat
horen als zo’n kleintje weer vertrokken is.
Weer laten gaan
Het lijkt Marloes en Maarten ongelooflijk moeilijk om zo’n kleine
baby weer te laten gaan na een paar maanden van intensieve verzorging.
Kees en Ria leggen uit dat het natuurlijk iets heel emotioneels is,
maar dat het heel veel scheelt als je ziet dat het kindje heel goed
terecht komt. Toen Arno bij hen wegging, zagen ze hoe ongelooflijk
blij Marloes en Maarten met hem waren en dat maakte het afscheid veel
minder zwaar. Ze hebben ook een plaatsing gehad van zeven maanden
waarin het kind enorm opgebloeid was, daarna ging het kind terug naar
moeder en ze hadden totaal geen vertrouwen in de goede afloop. Dan
is het ontzettend zwaar om zo’n kind uit handen te geven.
Bij adoptie kun je spreken van ‘voorgoed’, in de praktijk
van de pleegzorg komt ‘voorgoed’ ook regelmatig voor, maar
je mag het eigenlijk niet hardop zeggen. Het uitgangspunt is toch
de tijdelijke zorg voor een kind en het meewerken door de pleegouders
aan terugkeer naar huis. Pleegkinderen worden ook nooit ‘eigen’
kinderen: ze kunnen niet worden bijgeschreven in het paspoort van
de pleegouders, over belangrijke medische ingrepen moet eerst worden
overlegd met de (gezins)voogd en dergelijke zaken meer. Pleegkinderen
behouden hun eigen voor- en achternaam; adoptieouders bepalen zelf
of de namen gewijzigd worden.
Eigen keuze
Op grond van welke motieven kies je nu voor pleegzorg of voor adoptie?
Veel adoptie-ouders hebben de wens tot gezinsvorming en veel pleegouders
willen hulp verlenen: pleegkinderen komen vaak in het gezin als er
al eigen kinderen zijn, adoptiekinderen zijn vaak de eerste kinderen
van echtparen die ongewild kinderloos zijn. Kees en Ria zijn begonnen
met pleegzorg omdat de eigen kinderen maar niet kwamen en daarom draaiden
ze bewust de volgorde om. Maarten en Marloes hebben gekozen voor adoptie
omdat ze graag eigen kinderen wilden. Zij maken hun kinderen duidelijk
dat ze nu bij hen horen, maar dat ze bij hun eigen moeder geboren
zijn. Zo kan ieder gelukkig zijn met zijn eigen keuze!
Literatuurlijst
Voor diegenen die meer willen lezen over het thema-onderwerp:
– Ik ben mezelf. Adoptiekinderen aan het woord, Helma
v.d. Berg-Bakker, ISBN 9041400494
– Adoptie. Informatie, adviezen en ervaringen, Yolande
de Best, ISBN 902696626
– Het huis met het blauwe dak. Tineke Hendriks, ISBN
9062492010
– Bodemloos bestaan. Problemen met adoptiekinderen, Geertje
van Egmond, ISBN 9026308337
– Vaste grond onder de voeten - kinderen zonder ‘bodem’
bestaan niet, Nelleke Polderman, Tijdschrift Wereldkinderen
mei 2001, jaargang 27, nr. 2/3, ISSN 1382-2411.
– Die andere mama. Bertie Heeg, ISBN 9090044566
– Adoptie; een levenslang dilemma,
R. Haksbergen en H. Walemkamp, ISBN 9031332224
– Adoptiekinderen, opvoeding en gehechtheid in het gezin,
Femmie Juffer, ISBN 9053523405.
|