Stichting Bureau Voorlichting Interlandelijke Adoptie (Bureau VIA),
geeft voorlichting aan mensen die voor het eerst een buitenlands kind
willen adopteren. Daarnaast is aan het bureau een afdeling Video Interactie
Begeleiding verbonden. Dit is bedoeld als een vroegtijdige ondersteuning
van adoptiegezinnen na de komst van een adoptiekind. Aan Annie Havermans,
die als orthopedagoge verbonden is aan Bureau VIA, legden we een aantal
vragen voor:
Hoeveel aspirant-adoptieouders melden zich jaarlijks aan en hoeveel
blijven daar uiteindelijk van over?
Er zijn steeds meer adoptieaanvragen: in 1999 waren dat er 2578.
Dit jaar verwachten wij daar een stijging in naar ongeveer 3000. Ongeveer
een derde van de aanvragers stopt de procedure ook weer op enig moment.
Ons land telt aanzienlijk meer mensen die een kind willen adopteren
dan dat er adoptiekinderen naar Nederland komen. Daarom is de wachttijd
erg lang, soms wel 4 tot 5 jaar. In het jaar 2000 kwamen 1192 kinderen
vanuit het buitenland naar Nederland om geadopteerd te worden. De
procedure om in aanmerking te komen voor een Nederlands adoptiekind
verloopt hetzelfde als bij buitenlandse kinderen. De kans hierop is
echter vrij klein, omdat er jaarlijks slechts 30 à 40 Nederlandse
kinderen geadopteerd kunnen worden.
Aspirant-adoptieouders zijn verplicht samen een voorbereidingscursus
volgen van zes dagdelen. Welke onderwerpen komen daar aan de orde?
De meeste onderwerpen die aan bod komen zullen zeker ook heel herkenbaar
zijn voor pleegouders. Het gaat tijdens de voorbereidingsbijeenkomsten
over:
– Motivatie voor adoptie;
– Aandacht voor de oorspronkelijke ouders van het adoptiekind;
– De achtergrond van het adoptiekind en doorwerking hiervan
in de onwikkeling van het kind;
– De band tussen ouder en kind, hechting;
– Gevolgen van een of meerdere scheidingen en hoe kan dit doorwerken
in het adoptiegezin;
– De eigen situatie van adoptieouders, ongewenste kinderloosheid;
– Het opgroeiende adoptiekind, identiteit en loyaliteit, discriminatie;
– Wensen en grenzen ten aanzien van het adoptiekind;
– Informatie over gezinsonderzoek en vergunninghouders (organisaties
die bemiddelen);
– Mogelijkheden voor nazorg.
Wat zijn de belangrijkste argumenten waarom mensen kiezen voor adoptie
of voor pleegzorg?
Ouders die kiezen voor adoptie hebben graag de blijvende zorg voor
een kind, zonder de angst dat het weer terug moet naar de biologische
ouders. Ook leeft het idee dat adoptiekinderen jonger zijn (baby en
peuter) dan de meeste pleegkinderen. Adoptieouders willen doorgaans
een zo jong mogelijk kind. Zij hebben soms ook moeite met de rechten
van de biologische ouders van het pleegkind, zoals het delen van de
zorg en verantwoordelijkheid en het bezoekrecht.
Wat vertellen jullie aan aspirant-adoptieouders over de overeenkomsten
en verschillen tussen adoptie en pleegzorg?
Wat betreft de achtergrond en ervaringen van de kinderen zijn er
veel overeenkomsten: vaak traumatische ervaringen en meer of mindere
mate van emotionele verwaarlozing, wat doorwerkt in het gevoel en
gedrag van het kind. Ook gevoelens van rouw, verdriet en loyaliteit
zijn vaak hetzelfde. Verschil is dat bij buitenlandse adoptiekinderen
er meestal geen rechtstreeks contact is tussen adoptiekind en biologische
ouder(s). Het adoptiekind krijgt ook de naam van de adoptieouders
en de ouders krijgen het gezag over het kind, het wordt juridisch
jouw kind.
Is de selectie om te adopteren strenger of minder streng dan bij
pleegzorg? Welke criteria worden gehanteerd?
Voorlichting en selectie bij adoptie zijn gesplitst. Bureau VIA zorgt
alleen voor de voorlichting en de Raad voor de Kinderbescherming doet
het gezinsonderzoek. Dit onderzoek is erop gericht om inzicht te krijgen
in de geschiktheid van het gezin om een buitenlands kind op te voeden.
Ook zijn er nog een aantal feitelijke criteria die vooraf door het
Ministerie van Justitie getoetst worden, zoals: leeftijdsgrens, gezondheidsverklaring,
niet voorkomen in het justitieel documentatieregister, garant kunnen
staan voor alle kosten die de verzorging van het kind met zich meebrengt
en het gezin moet toestemming geven voor alle noodzakelijke medische
behandelingen en inentingen van het adoptiekind.
Sinds kort doet Bureau VIA aan nazorg door middel van video interactie
begeleiding (VIB). Wordt daar veel gebruik van gemaakt en helpt het?
De mogelijkheid voor preventieve ondersteuning met behulp van Video
Interactie Begeleiding (VIB) bestaat sinds januari 2000. De ondersteuning
wordt gegeven binnen een jaar na de komst van een of meerdere adoptiekind(eren)
in het gezin. Het is niet verplicht, maar veel gezinnen maken er gebruik
van en zijn er erg enthousiast over. Het maakt ouders minder onzeker
en helpt hen om het gedrag van hun kind beter te begrijpen. Bovendien
krijgen ze sneller adequate hulp als er werkelijk iets mis dreigt
te gaan.
Zouden adoptie en pleegzorg meer naar elkaar toe moeten/kunnen groeien.
Zo ja, op welk gebied?
Op een aantal gebieden zou waarschijnlijk beter kunnen worden samengewerkt
tussen adoptie en pleegzorg. In de nazorg en VIB wordt al wel samengewerkt
met de pleegzorg. Misschien kan er in de voorbereiding ook meer worden
samengewerkt. Het gaat in beide gevallen om niet-biologisch ouderschap
en om kinderen die een of meerdere verlieservaringen hebben gehad.
Voor meer informatie: www.adoptie.nl
Stappen van de adoptieprocedure:
– Inschrijving bij het Ministerie van Justitie d.m.v.
een aanmeldingsformulier;
– Voorlichting door Bureau VIA;
– Gezinsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming;
– Verlening van de beginseltoestemming door het Ministerie
van Justitie;
– Inschrijving bij een van de bemiddelende organisaties
(vergunninghouders);
– Voorstellen van een kind via de vergunninghouder;
– Aankomst in het gezin.
|