Per 1 mei 2001 is de (voorlopige) regeling van kracht geworden,
die is bedoeld om de financiële belemmeringen weg te nemen voor
een pleegouder die de voogdij van een pleegkind op zich wil nemen.
Tot voor kort verloren pleegouders het recht op pleegvergoeding en
begeleiding als zij de voogdij over hun pleegkind(eren) kregen. Met
de nieuwe regeling verandert dit. De regeling is bestemd voor diegenen
die alleen de voogdij over het kind uitoefent. Op het moment dat beide
pleegouders met de voogdij van het kind belast zijn, zijn zij ook
onderhoudsplichtig. Zij vallen buiten de regeling.
De regeling is voor twee groepen mensen interessant:
- Pleegoudervoogden die al de voogdij over een pleegkind hebben
en die, als gevolg daarvan, de betaling en begeleiding door het
centrum voor pleegzorg kwijt zijn geraakt;
- Pleegouders die graag de voogdij over hun pleeg kind willen hebben,
maar zich door financiële perikelen of door het stoppen van
de begeleiding lieten weerhouden.
Om als pleegoudervoogd in aanmerking te komen voor pleegvergoeding
geldt een aantal eisen:
- Eén van de pleegouders wordt pleegoudervoogd.
- Pleegouders die op het moment van voogdijoverdracht een pleegcontract
afgesloten hadden, hebben recht op een pleegvergoeding en kunnen
die aanvragen bij de Voorziening voor Pleegzorg. Het maakt niet
uit hoe lang geleden het contract afgesloten is. De Voorziening
voor Pleegzorg blijft een pleegvergoeding verstrekken op basis van
de ‘Regeling vergoeding pleeggezinnen’.
- De Voorziening voor Pleegzorg blijft bepalen of, en zo ja, welke
toeslagen gelden.
- Zij blijft controleren of het kind ook werkelijk in het gezin
van de pleegoudervoogd wordt verzorgd en opgevoed.
- De mogelijke begeleiding van pleegoudervoogden door de Voorziening
blijft bestaan, maar zal slechts op verzoek van de pleegoudervoogd
plaatsvinden.
- De Voorziening voor Pleegzorg heeft dus nog maar een heel beperkte
taak en verantwoordelijkheid.
- De Voorziening voor Pleegzorg legt de wederzijdse rechten en
plichten in een nieuw pleegoudervoogd-contract vast, met daarin
de begin- en einddatum van het contract.
- Voor mensen die bijvoorbeeld bij testament de voogdij over een
familielid krijgen geldt deze regeling niet. De voogdij gaat dan
buiten de jeugdhulpverlening om. Er is geen sprake van een pleegcontract
voor aanvang van de voogdij-aanvraag.
Hoe pak ik dat aan?
Om in aanmerking te komen voor deze regeling moet men contact opnemen
met de plaatser (Jeugdbeschermer), omdat deze verantwoordelijk is
voor het indienen van een verzoek tot voogdijoverdracht bij de Stichting
Jeugdzorg en de rechtbank
1. Voor mensen die al de voogdij over hun pleegkind hebben:
Als u aan de eisen voor een pleegvergoeding voldoet is het advies
om in elk geval contact op te nemen met uw voormalige Voorziening
voor Pleegzorg om in aanmerking te komen voor het pleegoudervoogd-contract.
Ontvangt het kind bijstand en voldoet u aan de eisen voor een pleegvergoeding,
vraag deze dan onmiddellijk aan, met terugwerkende kracht tot de
ingangsdatum 24 april 2001, want anders heeft u de kans dat de bijstand
wordt teruggevorderd.
2. Voor mensen die nu een pleegcontract hebben en de voogdij graag
willen krijgen:
In het Zuid-Hollandse blad Plegio wordt geadviseerd om dat pas na
1 november te doen, omdat uw pleegzorgwerker na die datum op de
hoogte is van de praktische uitvoering van de regeling. Deze kan
u dan voorzien van de gevraagde informatie en kan zorgdragen voor
een adequate doorverwijzing.
Aanmelding kan geen kwaad, maar wees er zeer alert op dat ook de
huidige financiële knelpunten tegen de tijd van de eventuele
voogdijoverdracht helder en opgelost zijn. Tot die tijd lijkt enige
voorzichtigheid geboden.
In de regio Amsterdam blijkt een andere strategie te worden gevolgd.
Voogden wordt hier door hun teamleiders gevraagd om actief pleegouders
te benaderen om te peilen of zij voogd willen worden. Mogelijk wordt
het hier als goede oplossing gezien om wat aan de caseload van de
werkers te doen of aan het personeelstekort.
Van voorlopig naar definitief
De Stichting Pleegzorg Nederland registreert een jaar lang, via formulieren
die het centrum voor pleegzorg invult, welke verzoeken gehonoreerd
worden, hoe oud de zaken zijn en welke knelpunten men tegenkomt.
Eén van de knelpunten die nu al zijn onderkend, betreft de
vergoeding van bijzondere kosten zoals verzekeringen, fietsen, brillen,
schoolkosten etc. Hierover is al een brief van de SPN naar het Ministerie
van Justitie gestuurd met de vraag hoe dit op te lossen.
Op grond van de geïnventariseerde problemen worden voorstellen
gedaan om in een definitieve regeling verwerkt te worden.
Reacties van pleegouders:
Carolien:
“Wij willen dolgraag de voogdij van onze Jeroen. Hij woont sinds
zijn babytijd bij ons en hoort er helemaal bij. Zijn moeder weet dat
we de voogdij graag willen en is het er ook mee eens. Zijn vader blijft
echter de onvoorspelbare factor. Daarom durven we nog niet. We hebben
de buffer van de voogd nog erg nodig. Verder zijn de regelingen voor
ons nog zo onduidelijk dat we er nog niet aan toe zijn.”
Els:
“Wij worden iedere keer teruggefloten als we geen toestemming
hebben gevraagd om bij de tandarts een gaatje te laten vullen, als
er problemen zijn met de schoolkeuze of als het kind aan zijn amandelen
moet worden geholpen. Wij hoeven niet per se de voogdij, maar willen
de dagelijkse gang van zaken graag gemakkelijker laten verlopen.”