Sandra: "Mijn ouders waren gescheiden en mijn zusje en ik woonden
bij mijn moeder. Ze was geestelijk niet goed. Ze was psychotisch en
af en toe schizofreen. Ze was al een aantal keer opgenomen geweest
in een psychiatrische inrichting, dan woonden mijn zusje en ik even
bij onze opa en oma. En als mijn moeder dan weer thuiskwam, mochten
wij ook weer terug."
"Op een bepaald moment moesten we van het Riagg naar een pleeggezin.
Daarover is niet overlegd. Op dezelfde dag dat mijn moeder werd opgehaald,
moesten wij weg. Nu zou dat niet meer kunnen, en gebeurt dat alleen
vrijwillig."
Onmacht
"Mijn zusje en ik begrepen wel dat het niet goed zat met onze
moeder. Maar ik was ook veel bezig met mijn zusje met wie ik veel
overhoop lag. Mijn moeder deed wel altijd erg haar best. Ze probeerde
zo normaal mogelijk te doen. Ze ging op stap met ons en dat soort
dingen. Ze kon er niets aan doen. `s Zomers was het altijd erger dan
`s winters. Dat weet ik nog wel. Er was veel onmacht. Mijn moeder
voelde zich vaak hopeloos. Wij wilden gewoon kind zijn en eisten aandacht
op. Mijn moeder kon dat niet waarmaken. Nu zegt ze weleens: ‘Sorry,
dat ik niet een echte moeder kon zijn’. Als kind kon je dat niet
begrijpen."
"Mijn vader is indertijd met deze situatie geconfronteerd. Hij
hoorde pas na een dag dat wij in een pleeggezin geplaatst waren. Met
hem is ook niet overlegd. Best gek, achteraf. Nu praat ik veel met
hem daarover. Ik wil weten hoe het precies gegaan is. Hij heeft niet
ingegrepen in de situatie. Hij heeft het geaccepteerd. Hij vertelde
dat hij de opvoeding wel had willen doen, maar dan zijn baan had moeten
opgeven of minder had moeten gaan werken, en dat kon hij zich niet
veroorloven. Hij ging dus eigenlijk wel akkoord, maar had bij de beslissing
betrokken willen worden."
"Zo begrijp ik nog steeds niet waarom wij na de scheiding van
mijn ouders aan mijn moeder zijn toegewezen, terwijl ze psy-chisch
niet in orde was. We hadden naar mijn vader moeten gaan."
"De bezoekregeling na de uithuisplaatsing was heel intensief.
We gingen elk weekend en hadden het er erg leuk."
Angst
"Bij jullie in het gezin heb ik een fijne tijd gehad. Ik heb
jullie echt als mijn ouders beschouwd. Mijn vader heb ik nooit zo
als mijn vader gezien. Ik had niet zoveel met hem. Bij jullie was
er regelmaat. We aten op tijd, mijn vriendin kon op bezoek komen en
ik kon naar mijn eigen school blijven gaan. Toen ik in een pleeggezin
ging wonen was niet duidelijk hoelang ik daar zou blijven. Dat heeft
mij waarschijnlijk wel beziggehouden, maar dat weet ik nu niet meer."
"Terwijl ik bij jullie woonde ging ik niet zo vaak op bezoek
bij mijn moeder in de inrichting. Wel later, toen ze weer naar huis
terugging. Achteraf had ik meer contact met haar moeten hebben, vind
ik. Ze gaf om ons.
Het was wel steeds duidelijk dat we terug zouden gaan, maar dat moest
voorzichtig opgebouwd worden. Eerst ging mijn zusje terug naar huis
en toen ik. Mijn moeder was huiverig voor onze terugkeer en ik was
ook niet blij om te gaan. Eerst een dagje, dan een weekendje. Er was
ook angst om elkaar voorgoed kwijt te raken. De angst voor mislukking."
Cor: "Wij zagen dat ook wel in. Maar hadden het gevoel dat je
toch terug moest. Voor ons was het weleens lastig dat jij, zoals alle
12-jarigen, van alles wilde hebben. En, dat als je het bij ons niet
kreeg, je het gewoon bij je moeder ging halen. Je moeder gaf het dan,
want ze wilde haar best doen. We hebben tegen elkaar gezegd dat we
voorlopig geen pleegkind meer namen, zodat jij bij ons terug kon komen
als het niet goed zou gaan thuis. Want het was natuurlijk toch een
gok, die terugplaatsing."
Sandra: "Ik wist dat niet. Ik weet niet zo veel meer van de
terugplaatsing. Het was het laatste jaar van de basisschool. Tijdens
de eindmusical woonde ik alweer thuis. Ik weet alleen dat ik niet
naar huis wilde. Ik voelde het als een soort afwijzing. Zo van, ‘en
nu ga je weer terug’. Ik vond dat heel erg, terwijl ik wel wist
dat het moest. Ik had liever bij jullie willen blijven wonen, of bij
mijn vader, met mijn moeder op afstand. Maar als kind heb je er niks
over te zeggen. Ik had veel problemen op school. De omstandigheden
thuis waren slecht, ook al viel het de eerste tijd na de terugplaatsing
wel mee. Ik had heel goed de HAVO kunnen doen, maar bleef zitten."
Cor: "Dat je zo opzag tegen je terugkeer naar huis dat wisten
wij niet. Je moeder wilde het graag. De intentie was goed. Er is nog
geprobeerd haar te ondersteunen bij de opvoeding met een video-hometrainer
die regelmatig kwam. Het idee was dat ze wel voor haar kinderen wilde
zorgen, maar het niet zo goed kon."
Schuldgevoel
Sandra: "In het begin ging het redelijk goed. Ze deed haar best
voor ons. Later werd ze agressief en ging het slechter. Ik zat in
de pubertijd. Ik werd sterker. Zij bleef wel de baas, maar ze huilde
veel. Ik had aandacht nodig en begrip, maar zij ook. Vriendinnen konden
niet meer thuiskomen. Ik kreeg destijds wel hulp van het maatschappelijk
werk, maar daar kun je alleen maar dingen aan vertellen. Op m’n
zestiende ben ik naar mijn vader gegaan. Na een slaande ruzie met
mijn moeder. Mijn zusje was twee jaar eerder al naar hem gegaan. Ik
was dus als laatste thuis en dat was moeilijk. Ook om de beslissing
te nemen om weg te gaan en haar in de steek te laten. Mijn vader nam
geen initiatieven. Hij hield zich erbuiten, maar ving ons wel op.
Mijn moeder begon zich te verwaarlozen. Waste zich nauwelijks, knipte
haar haren niet, dat soort dingen. Ik voelde me heel schuldig. Ik
had daar veel last van. Eigenlijk moest ze opgenomen worden. Maar
dat wilde ze niet. Ik moest voor haar zorgen. Ze huilde veel. Vreselijk
was dat."
"Bij mijn vader ging het een tijdlang goed. Totdat ik ook met
hem ruzie kreeg: ik had een vriendje en daar was hij het niet mee
eens. Op een gegeven moment moest ik het huis uit van hem. Ik voelde
me flink afgewezen. Toen ben ik op mezelf gaan wonen."
Redelijk goed
"Mijn moeder hebben we op een bepaald moment zover gekregen
dat ze beschermd is gaan wonen. Dat gaat nu al zo’n tweeëneenhalf
jaar goed. Ze heeft medicijnen en ik kan redelijk goed met haar praten.
Ze klaagt niet zoveel meer en lijkt tamelijk tevreden. Achteraf lijkt
het een vrij goed afgeronde situatie, maar ik heb er bij tijd en wijle
toch veel last van."
Cor: "Ons idee, en dat van onze begeleiders, was indertijd dat
je een kind de gelegenheid moet geven om z’n ouders te leren
kennen, ook al is er wat mee aan de hand. Al is dit wel heftig. Een
kind weghouden van haar moeder die zo graag voor haar wil zorgen,
dat is een beslissing die je niet zo-maar neemt. Tegelijkertijd moet
je het kind beschermen. Daar zit ’m de moeilijkheid."
Sandra: "Ik vind dat een kind kind moet kunnen zijn en dat is
bij mij niet het geval geweest."