Karin woont samen met haar broertje van elf en haar zus van achttien
bij haar oom en tante, de familie De Roode, in Liessel. Karin kwam
er vijf jaar geleden wonen, nadat haar moeder was gestorven en haar
vader de zorg voor de kinderen niet langer aankon. Als de problemen
vader boven het hoofd groeiden, zocht hij zijn heil in de drank. In
die periodes gingen de kinderen af en toe al een tijdje naar hun oom
en tante, totdat hun vader het weer aankon. Toen vader door zijn ongezonde
leefwijze in het ziekenhuis belandde, vond de familie De Roode het
tijd om een uithuisplaatsing te regelen. Er werd teveel heen en weer
gesjouwd met de kinderen en het zou voor hen veel beter zijn om een
vaste plek te krijgen. Er was al eerder een ondertoezichtstelling
uitgesproken en de Stichting Jeugdzorg regelde binnen een week dat
oom en tante als pleeggezin voor de kinderen konden fungeren; een
netwerkplaatsing dus.
Het gezin had ook de zorg voor drie Poolse kinderen van 9, 10 en 11
jaar, die ze vijf jaar eerder adopteerden. Deze kinderen waren ongeveer
van dezelfde leeftijd als het neefje en de nichtjes die erbij kwamen.
Els de Roode beschrijft die eerste tijd dan ook als hectisch en onrustig
voor iedereen. Maar, van lieverlee kreeg ieder een eigen plekje. Inmiddels
is het huis rigoureus verbouwd en heeft ieder zelfs een eigen slaapkamer.
Omgang
Karin en haar broer en zus hebben regelmatig contact met vader. Hij
haalt hen om de twee weken op en dan logeren zij een weekend bij hem.
Niet altijd lukt het vader om zich te houden aan de afspraak dat hij
niet drinkt als de kinderen er zijn. Dat leidt dan natuurlijk tot
teleurstelling aan beide kanten. Oom en tante hebben met vader afgesproken
dat hij de kinderen niet meekrijgt als hij heeft gedronken. Als de
kinderen bij hem zijn en het loopt mis, dan hoeven ze maar te bellen
en ze worden onmiddellijk opgehaald.
KOPP-cursus
Op een thema-avond over verslaving hoorde Els van het bestaan van
de KOPP-cursus en raakte daar enthousiast over. Karins leeftijd sloot
aan bij de andere deelnemers van een cursus en zij werd gevraagd om
mee te doen. Heel spannend, maar ze had er toch wel zin in. Samen
met twee andere meisjes en jongens begon Karin aan de cursus van tien
avonden, om de veertien dagen tussen zes en acht uur. Het op en neer
reizen van Liessel naar Eindhoven was behoorlijk belastend voor het
gezin, maar de moeite waard.
Karin was de oudste van de groep en vond dat eigenlijk wel fijn. Ze
mocht vertellen wat ze zelf kwijt wilde en vond het al gauw een prettig
gevoel dat de andere kinderen in min of meer vergelijkbare situaties
zaten. Tijdens de cursusavonden praatten ze met elkaar, deden rollenspelen
en spelletjes, schreven een verhaaltje en hielden een schrift bij
met speciale opdrachtjes. Sommige onderdelen waren echt gericht op
het onderwerp ‘verslaving’, maar vaak was het ook gewoon
ontspannend en maakten ze samen lol. Tijdens de cursus werd een speciaal
ontwikkelde folder uitgereikt en een boekje met tips over hoe om te
gaan met de problemen die de deelnemers tegenkwamen.
Wat leverde het op?
Als Karin terugkijkt vond ze het programma ‘kei-leuk’ en
ging er met plezier naar toe. Het was eigenlijk helemaal niet zo zwaar.
Er waren wel serieuze momenten, maar ook voldoende activiteiten om
af te reageren. Karin heeft er veel aan gehad en kan het andere jongeren
aanraden. Nadenkend over wat ze er nu precies van geleerd heeft, zegt
ze: "Ik heb ervaren hoe anderen met eenzelfde soort situatie
omgaan. Ik heb tips gekregen over hoe ik het beste kan reageren, zowel
naar mijn vader als naar mijn omgeving. En ik heb gezien dat ik niet
de enige ben met dit soort problemen."
Terugkoppeling naar de pleegouders
De pleegouders werden nadrukkelijk bij het programma betrokken. Zij
kregen vooraf informatie over de inhoud en de opzet van de cursus.
Tussendoor waren er enkele besprekingen en er was een gezamenlijke
nabespreking. Niet alle pleegouders namen daaraan deel. "Echt
jammer", vond Els de Roode: "Vooral andere netwerkpleegouders
lieten het afweten en met hen had ik juist een aantal dingen willen
bespreken. Het is een speciale situatie als dergelijke problemen zich
binnen je familiekring afspelen. Blijkbaar is het dan des te moeilijker
om daarover in een groep te spreken."
Er werden ook video-opnamen gemaakt, van serieuze momenten en van
vrolijke noten in het programma. Els: "Als je de video bekijkt
zie je hoe spannend het voor de kinderen was om te praten of rollenspellen
te doen. Je ziet ook de ontlading en ontspanning als ze zich samen
konden afreageren." Als pleegouders hebben ze aan de cursusleiding
de tip gegeven om de kinderen na een jaar nog eens bij elkaar te halen
om te zien hoe het gaat en of een vervolg nodig is.
Veranderingen
Els: "Karin praat wat makkelijker over het onderwerp, ook al
is ze nogal een binnenvetter. Vooral het feit dat ze heeft ervaren
dat ze niet de enige is met dit soort problemen, heeft haar goed gedaan".
Bovendien reageert Karin altijd nogal uitbundig als ze ergens mee
zit. Ze hangt dan een beetje de clown uit en dat is niet altijd gemakkelijk
te hanteren. Els vroeg zich af: "Moet ik dat laten gaan of kan
ik het beter afremmen? Zo ja, hoe doe ik dat dan? Hoe raak ik met
haar in gesprek over wat ze werkelijk voelt?." Over dit soort
vragen heeft ze kunnen praten en kreeg ze tips, waardoor ze zich gesteund
voelt.
IFCO-conferentie
Karin vindt het jammer dat de cursus afgelopen is. Aan het einde
zijn ze nog met zijn allen gaan eten. Met één jongen
is ze samen op kamp gegaan en de hele groep werd uitgenodigd om over
hun ervaringen te vertellen tijdens de jongerendag van de IFCO-conferentie
in Veldhoven, in het Engels en Nederlands. "Spannend, maar heel
leuk", vond Karin dat. Ze wilde graag aan andere jongeren vertellen
wat er gebeurt tijdens zo’n KOPP-cursus en laten zien waarom
het voor haar de moeite waard was.