De Voorziening voor Pleegzorg in Zuidoost-Brabant heeft in samenwerking
met de afdeling Preventie van de GGZ een programma voor een doe-praatgroep
ontwikkeld voor kinderen die te maken hebben met een ouder met psychiatrische
en/of verslavingsproblematiek (kortweg KOPP-kinderen genoemd). Deze
praatgroep is erop gericht de risico’s te verminderen dat pleegkinderen
zelf psychische problemen ontwikkelen als gevolg van de problemen
van hun ouders. De afgelopen twee jaar hebben twee doe-praatgroepen
voor KOPP-kinderen gedraaid en Marius Nabuurs vertelt over zijn ervaringen.
In Zuidoost-Brabant hebben twee doe-praatgroepen voor KOPP-kinderen
gedraaid. De eerste groep bestond uit zes meiden in de leeftijd van
13 tot 17 jaar. In de tweede groep hebben twee jongens en drie meiden
meegedaan, in de leeftijd van 11 tot 14 jaar.
De groepen worden samengesteld aan de hand van de leeftijd en de ontwikkelingsstaat
van de pleegkinderen. Belangrijk is dat het pleegkind baat kan hebben
bij deelname aan de groep. Als het kind al zoveel schade heeft opgelopen,
ernstige gedrags- en emotionele problemen heeft en/of de situatie
waarin het kind nu verblijft onvoldoende veiligheid en openheid biedt,
dan is een andere vorm van hulpverlening zinvoller.
Start en informatie-uitwisseling
Een intakegesprek met pleegkind en pleegouders, met als doel wederzijdse
kennismaking en informatie-uitwisseling, gaat vooraf aan de start
van de doe-praatgroep. Ouders, voogden en gezinsvoogden zijn eveneens
geinformeerd en dienen toestemming voor deelname te geven. Er werden
drie bijeenkomsten voor de vaste pleegzorgwerker van de pleeggezinnen
gehouden om hen te informeren over de inhoud en het verloop van de
bijeenkomsten en over het gedrag en de ontwikkeling van het pleegkind
in de groep. Na afloop worden de bevindingen en specifieke doelen
voor het individuele pleegkind en -gezin doorgesproken met de pleegzorgwerker,
de pleegouders en het pleegkind. Die bevindingen worden in een verslag
beschreven. Ook is er extra aandacht voor de pleegouders. Voor hen
zijn er drie groepsbijeenkomsten van 2,5 uur. Daarin komen de volgende
onderwerpen aan bod:
Inhoud
In twaalf bijeenkomsten wordt ingegaan op een aantal thema’s
zoals: kennismaking, ziek zijn, gevoelens (algemeen/specifiek), gezin
van herkomst en pleeggezin, sociaal netwerk, omgaan met reacties uit
de omgeving, afscheid.
De avonden zijn volgens een vast stramien opgebouwd, zodat de kinderen
weten wat ze zo ongeveer kunnen verwachten. De bijeenkomsten worden
begonnen met limonade en koek waarna het ‘weerbericht’ wordt
gedaan. Dit houdt in dat aan de hand van pictogrammen van het weer
de kinderen en de begeleiders iets vertellen over hoe het met hen
gaat. De pictogrammen variëren van volledige zonneschijn tot
onweer. Voor de kinderen biedt dit meteen een gelegenheid om in de
groep iets over zichzelf te vertellen. In de loop van de bijeenkomsten
wordt er door de deelnemers meer op doorgevraagd. Leuk was het om
te merken dat de eerste groep op een gegeven moment het pictogram
‘mist’ toevoegde aan de keuzemogelijkheden. Mist stond daarbij
voor: "ik weet het niet" of "ik wil niets zeggen".
Na het weerbericht wordt middels verschillende werkvormen (video,
knutselen, groepsgesprek of een rollenspel) een thema uitgewerkt.
Iedere avond wordt afgesloten met een korte evaluatie en ontspanning
(een activiteit buiten of in de gymzaal).
Ervaringen
Naar aanleiding van reacties uit de eerste groep, zijn de bijeenkomsten
van de tweede groep om de veertien dagen gepland. De eerste groep
had 12 opeenvolgende bijeenkomsten. Tevens is er bij de tweede groep
halverwege de avond een ontspanningsmoment ingebouwd.
In de loop van het programma zien we dat de kinderen steeds meer een
hechte groep gaan vormen waarbinnen ze elkaar durven te bevragen en
tips geven over hoe zij met bepaalde problemen, betrekking hebbend
op een bepaald thema, omgaan. Bijvoorbeeld gepest worden omdat je
in een pleeggezin woont omdat je vader of moeder psychiatrisch ziek
of verslaafd is. De kinderen bepalen samen hoe ze het ziek zijn van
hun vader of moeder tijdens de groepen zullen benoemen. Bij beide
groepen kwamen ze tot de afspraak om te praten over mijn vader of
moeder is ‘in de war’.
Bijna na iedere bijeenkomst krijgen de kinderen voor een volgende
bijeenkomst huiswerk mee naar huis. Bijvoorbeeld het afmaken van een
verhaal; het verzamelen van afbeeldingen waar gevoelens op uitgedrukt
worden; het maken van een sociogram, enz.
De laatste bijeenkomst wordt twee maanden later gehouden. Daarin wordt
teruggekeken op de hele doe- en praatgroep. De kinderen krijgen dan
ook een certificaat voor deelname uitgereikt.
Informatiebrochures
Naast de doe- en praatgroep voor pleegkinderen werkt de VVP ZO-Brabant
ook aan deskundigheidsbevordering over psychiatrische en/of verslavingsproblematiek.
Er zijn informatiebrochures ontwikkeld voor respectievelijk pleegkinderen,
pleegouders en hulpverleners. Aan een informatiebrochure voor ouders
wordt nog gewerkt.
Met dank aan: Frederiek van Kuijk, behandelcoördinator, Centrum
voor Pleegzorg Zuidoost-Brabant
Voor nadere informatie kunt u bellen naar tel. 040-2395252.