Tijdens de IFCO conferentie te Veldhoven werd een schat aan internationale
pleegzorgervaring uitgewisseld. Redactieleden van Mobiel bezochten
diverse programma-onderdelen. Hieronder treft u hun impressies aan.
Voor uitgebreide informatie over de conferentie kunt u de website
www.ifco2001.nl raadplegen.
MAANDAG
Prof. dr. Jaap E. Doek, hoogleraar recht aan de VU te Amsterdam,
belicht de rol van de ouders, pleegouders en overheid aan de hand
van de rechten van het kind.
Eén van de rechten is dat op een gezinsleven, bij voorkeur
bij de eigen ouders of anders bij familierelaties. Als dit niet kan,
is opgroeien in een pleeggezin het beste alternatief voor een kind.
De Nederlandse overheid heeft de rechten van het kind ondertekend
en is daarmee de eerstverantwoordelijke om het recht op gezinsleven
te garanderen. Zij heeft zich verplicht te zorgen voor goede alternatieven
voor kinderen als het thuis niet (meer) gaat.
Pleegouderschap is geen liefdadigheid, maar een instrument om het
recht van kinderen op een gezinsleven mogelijk te maken. Pleegouders
geven uitvoering aan een plicht van de overheid. Zijn er niet voldoende
pleegouders, dan heeft de overheid een probleem. Kinderen moeten dan
naar instellingen: vanuit opvoedingsoogpunt minder aantrekkelijk en
minstens vijf keer zo duur. Professor Doek pleit ervoor dat pleegouders
zich agressiever en eisender opstellen naar de overheid. Zij nemen
haar immers een taak uit handen en in ruil daarvoor hebben zij recht
op training, hulp en ondersteuning, ook in financiële zin.
Jeanny Gijzen
Op een podium, naast anderen, drie vertegenwoordigers van de organisatie
‘Brotherhood’ uit Amsterdam Zuid-Oost. Al jarenlang bindt
deze organisatie jongeren met uiteenlopende etnische achtergronden
aan zich, middels muziek. Muziek spreekt vele jongeren aan en overbrugt
culturele verschillen.
Alberto Dianza (17), afkomstig uit Angola, vertelt dat hij de vaderrol
vervult voor de twee jongere kinderen in het gezin. Zo ondersteunt
hij zijn alleen opvoedende moeder. Geen gemakkelijke taak, maar Alberto
heeft steun aan Brotherhood, waar lief en leed worden gedeeld. De
muziek vormt een uitlaatklep. Een vrouw staat op uit het publiek:
"Jij zorgt voor je broertjes, maar jongen, wie zorgt er voor
jou? Jij hebt toch ook wel eens een vader nodig!". "Die
vind ik bij Brotherhood", Alberto wijst naar de man naast hem,
Gilo Koswal -mede-oprichter en directeur- "Hij is voor mij als
een vader!"
Wie ondersteuning nodig heeft, krijgt die vanuit de organisatie. Naast
muziek maken, wordt er veel gepraat. De wat oudere jongeren, vaak
natuurlijke leiders, staan open voor wat de jongeren bezighoudt. Zijn
er moeilijkheden thuis dan wordt er met de ouders gepraat. Ook met
scholen onderhoudt Brotherhood goede contacten. Het lidmaatschap is
allerminst vrijblijvend: jongeren moeten ermee akkoord gaan dat er
geïnformeerd wordt naar hun gedrag op school en brengen hun schoolrapporten
mee ter inzage.
Brotherhood versterkt de netwerken in de natuurlijke omgeving. Je
zou Alberto kunnen zien als pleegvader die, in lijn met één
van de moderne pleegzorggedachten, hulp biedt dicht bij huis. Eventuele
moeilijkheden bij het opgroeien van de jongste kinderen worden daarmee
mogelijk voorkomen. Moeilijkheden staan echter niet op de voorgrond.
Het gaat primair om het versterken van eigen kwaliteiten en vergroten
van het gevoel van eigenwaarde.
Siemen Spinder
DINSDAG - JONGERENDAG
"Ik ben gewoon een Afrikaan, opgevoed door witte pleegouders!"
Met deze uitspraak zet Brahim zich af tegen de stelling ‘Zwarte
kinderen horen niet thuis in witte pleeggezinnen’ en oogst daarmee
applaus van het publiek. Hij zit met zes anderen in een jongerenpanel.
Een serie stellingen moet hen verleiden tot een debat.
Tot echt debatteren komt het niet, maar er worden van tijd tot tijd
rake dingen gezegd. Op bovengenoemde stelling reageert Ingrid met:
"De grootste ‘shock’ is de culturele ‘shock’
en niet de ‘huidskleurshock’!"
Een moeilijke stelling is ‘Kinderen van pleegouders hebben het
vetorecht over de vraag of een pleegkind nog in het gezin past’.
Aarzelend worden de meningen geuit. Voor kleine kinderen geldt dat
niet, wordt gesteld. Er moet wel over gepraat worden, maar de pleegouders
zijn degenen die moeten beslissen. Deze mening lijkt de meeste steun
te krijgen.
Het panel is het eens over de stelling dat jongerenparticipatie binnen
pleegzorg een van de belangrijkste onderwerpen moet zijn. De uitspraken
"Zonder te luisteren naar de jongeren, weet je niet wat er verbeterd
moet worden" en "Het gaat over ons en kan dus nooit zonder
ons", worden met applaus uit de zaal onderschreven.
Siemen Spinder
In de Buitenjan, een groot gebouw met rondom speelruimte, kunnen
de jongsten zich vermaken. Het jongerenprogramma voor jongeren van
twaalf en ouder wordt geopend door Howard Komproe en Andjena Ramadhin.
Staatssecretaris van Justitie, Kalsbeek, opent de tentoonstelling
Kinderhulpprijs 2001, met tekeningen, gedichten en andere kunstzinnige
uitingen van hoe kinderen pleegzorg ervaren.
Tijdens de workshop ‘de ideale maatschappelijk werker’
wordt gesproken over wat een maatschappelijk werker nodig heeft om
zijn werk goed te kunnen doen. In groepjes zitten mensen die op verschillende
manieren met pleegzorg te maken hebben: een pleegkind, eigen kind,
pleegouder, maatschappelijk werker en biologische ouder.
Opvallend is dat de meeste nationaliteiten een vergelijkbaar idee
hebben over ‘de ideale maatschappelijk werker’. Gewenste
vaardigheden: samenwerken met de pleegouders, flexibel zijn, beslissingen
beargumenteren, kunnen luisteren, er zijn voor het hele pleeggezin
en voor de biologische ouders, en alle partijen serieus nemen. Ook
in andere landen blijkt dat er een tekort aan maatschappelijk werkers
is. Jammer, dat er weinig jongeren zijn om hun ‘ideale maatschappelijk
werker’ te schetsen.
Er is veel behoefte om ervaringen uit te wisselen, maar eigenlijk
te weinig tijd. Aan het einde van de middag, na een koud pilsje in
de warme zon, zien we onze kinderen weer terug. Ook zij hebben een
leuke en zinvolle dag gehad.
Marijke Cnossen
Bij het middagprogramma kun je binnenlopen bij één
van de twintig workshops. Mijn eerste keuze valt op het jeugdtheater
van Robert Wyrod uit Polen. Onder de noemer ‘Swiattomy’
(we are the world) maken jongeren sinds 1990 onder zijn leiding theater.
Wyrod vertelt dat in tehuizen alles draait om het groepsgebeuren,
er is geen kans voor het individu om zich te ontplooien. Bij toneel
is het individu, als deel van het geheel, wel belangrijk. Ook het
nonverbaal uitdrukken van gevoelens is belangrijk. Theater is bovendien
goed voor je zelfvertrouwen!
Tijdens de workshop ‘Kwaliteitscriteria voor zorg, verwoord door
kinderen’ vertelt Natascha -kind van pleegouders- wat ze verwacht
bij een plaatsing, van begeleiders en van de pleegzorginstelling.
Het beluisteren van de ideeën van kinderen schetst een heel ‘puur’
beeld van wat zorg behoort te zijn. Natascha spreekt uit wat iedereen
eigenlijk graag wil: duidelijkheid over wat er gaat gebeuren en zo
nu en dan echte aandacht.
Tussen de bedrijven door vind ik het heel leuk om alle verschillende
nationaliteiten te zien.
Jan van Berkum
DONDERDAG EN VRIJDAG
Het is alsof ik op een rijdende trein spring; de conferentie is
al vier dagen onderweg en ik moet me bij aankomst snel inchecken en
mijn weg vinden door het gebouw en door het Engelstalige programma.
Een Nederlands/Amerikaanse inleiding over vernieuwing in het pleegzorgsysteem
in beide landen is niet spectaculair: je moet het kind in de maatschappij
laten functioneren met alleen en juist die hulp die dit kind in dit
gezin nodig heeft. In een notendop is dat wat het te ontwikkelen modulaire
systeem van pleegzorg zou moeten bieden en wat de TGV al jaren doet.
Opzienbarender is het dat de VS, en Somalië, de rechten van het
kind niet heeft onderschreven omdat ze menen dat kinderen de doodstraf
moeten kunnen krijgen. De VS kent een beperkt pleegzorgsysteem. Bij
verwaarlozing of mishandeling wordt er ingegrepen en krijgen ouders
een half jaar de tijd om verbeteringen tot stand te brengen. Anders
wordt er een ander gezin voor hun kind gezocht, dat het meteen adopteert.
De pleegouders krijgen het gezag en bepalen met wie het kind contact
heeft, veel kinderen verliezen zo het contact met de eigen ouders
en culturele achtergrond.
Op donderdagmiddag is er, na het officiële programma, een indrukwekkende
work-shop over Suriname. In heel Suriname zijn maar 40 pleeggezinnen;
allemaal gezinnen die het wat ruimer hebben, want er is geen vergoeding.
De oude cultuur, waarin neefjes en nichtjes binnen de familie werden
opgevangen, is verdwenen. Enerzijds omdat de helft van de bevolking
in Nederland woont, anderzijds omdat ze zo arm is dat ze geen extra
kind kunnen verzorgen. Gelukkig zijn er werkers van de Amsterdamse
pleegzorgorganisaties die zich voornemen de werkers in Suriname te
steunen, bijvoorbeeld met trainingsmateriaal voor hun jaarlijkse pleegzorgdag.
De individuele contacten met buitenlanders en incidentele eye-openers
maken op mij de meeste indruk tijdens de conferentie.
Ik heb nog een flinke treinreis voor de boeg om de omschakeling te
kunnen maken naar mijn eigen drukke pleeggezin.
Willemien Kronenberg