artikel uit Mobiel 4, augustus/september 2001

IFCO - impressies

Door: Willemien Kronenberg

Tijdens de IFCO conferentie te Veldhoven werd een schat aan internationale pleegzorgervaring uitgewisseld. Redactieleden van Mobiel bezochten diverse programma-onderdelen. Hieronder treft u hun impressies aan. Voor uitgebreide informatie over de conferentie kunt u de website www.ifco2001.nl raadplegen.

MAANDAG

Prof. dr. Jaap E. Doek, hoogleraar recht aan de VU te Amsterdam, belicht de rol van de ouders, pleegouders en overheid aan de hand van de rechten van het kind.

Eén van de rechten is dat op een gezinsleven, bij voorkeur bij de eigen ouders of anders bij familierelaties. Als dit niet kan, is opgroeien in een pleeggezin het beste alternatief voor een kind. De Nederlandse overheid heeft de rechten van het kind ondertekend en is daarmee de eerstverantwoordelijke om het recht op gezinsleven te garanderen. Zij heeft zich verplicht te zorgen voor goede alternatieven voor kinderen als het thuis niet (meer) gaat.
Pleegouderschap is geen liefdadigheid, maar een instrument om het recht van kinderen op een gezinsleven mogelijk te maken. Pleegouders geven uitvoering aan een plicht van de overheid. Zijn er niet voldoende pleegouders, dan heeft de overheid een probleem. Kinderen moeten dan naar instellingen: vanuit opvoedingsoogpunt minder aantrekkelijk en minstens vijf keer zo duur. Professor Doek pleit ervoor dat pleegouders zich agressiever en eisender opstellen naar de overheid. Zij nemen haar immers een taak uit handen en in ruil daarvoor hebben zij recht op training, hulp en ondersteuning, ook in financiële zin.

Jeanny Gijzen
Op een podium, naast anderen, drie vertegenwoordigers van de organisatie ‘Brotherhood’ uit Amsterdam Zuid-Oost. Al jarenlang bindt deze organisatie jongeren met uiteenlopende etnische achtergronden aan zich, middels muziek. Muziek spreekt vele jongeren aan en overbrugt culturele verschillen.

Alberto Dianza (17), afkomstig uit Angola, vertelt dat hij de vaderrol vervult voor de twee jongere kinderen in het gezin. Zo ondersteunt hij zijn alleen opvoedende moeder. Geen gemakkelijke taak, maar Alberto heeft steun aan Brotherhood, waar lief en leed worden gedeeld. De muziek vormt een uitlaatklep. Een vrouw staat op uit het publiek: "Jij zorgt voor je broertjes, maar jongen, wie zorgt er voor jou? Jij hebt toch ook wel eens een vader nodig!". "Die vind ik bij Brotherhood", Alberto wijst naar de man naast hem, Gilo Koswal -mede-oprichter en directeur- "Hij is voor mij als een vader!"
Wie ondersteuning nodig heeft, krijgt die vanuit de organisatie. Naast muziek maken, wordt er veel gepraat. De wat oudere jongeren, vaak natuurlijke leiders, staan open voor wat de jongeren bezighoudt. Zijn er moeilijkheden thuis dan wordt er met de ouders gepraat. Ook met scholen onderhoudt Brotherhood goede contacten. Het lidmaatschap is allerminst vrijblijvend: jongeren moeten ermee akkoord gaan dat er geïnformeerd wordt naar hun gedrag op school en brengen hun schoolrapporten mee ter inzage.
Brotherhood versterkt de netwerken in de natuurlijke omgeving. Je zou Alberto kunnen zien als pleegvader die, in lijn met één van de moderne pleegzorggedachten, hulp biedt dicht bij huis. Eventuele moeilijkheden bij het opgroeien van de jongste kinderen worden daarmee mogelijk voorkomen. Moeilijkheden staan echter niet op de voorgrond. Het gaat primair om het versterken van eigen kwaliteiten en vergroten van het gevoel van eigenwaarde.

Siemen Spinder

DINSDAG - JONGERENDAG

"Ik ben gewoon een Afrikaan, opgevoed door witte pleegouders!" Met deze uitspraak zet Brahim zich af tegen de stelling ‘Zwarte kinderen horen niet thuis in witte pleeggezinnen’ en oogst daarmee applaus van het publiek. Hij zit met zes anderen in een jongerenpanel. Een serie stellingen moet hen verleiden tot een debat.

Tot echt debatteren komt het niet, maar er worden van tijd tot tijd rake dingen gezegd. Op bovengenoemde stelling reageert Ingrid met: "De grootste ‘shock’ is de culturele ‘shock’ en niet de ‘huidskleurshock’!"

Een moeilijke stelling is ‘Kinderen van pleegouders hebben het vetorecht over de vraag of een pleegkind nog in het gezin past’. Aarzelend worden de meningen geuit. Voor kleine kinderen geldt dat niet, wordt gesteld. Er moet wel over gepraat worden, maar de pleegouders zijn degenen die moeten beslissen. Deze mening lijkt de meeste steun te krijgen.
Het panel is het eens over de stelling dat jongerenparticipatie binnen pleegzorg een van de belangrijkste onderwerpen moet zijn. De uitspraken "Zonder te luisteren naar de jongeren, weet je niet wat er verbeterd moet worden" en "Het gaat over ons en kan dus nooit zonder ons", worden met applaus uit de zaal onderschreven.

Siemen Spinder
In de Buitenjan, een groot gebouw met rondom speelruimte, kunnen de jongsten zich vermaken. Het jongerenprogramma voor jongeren van twaalf en ouder wordt geopend door Howard Komproe en Andjena Ramadhin. Staatssecretaris van Justitie, Kalsbeek, opent de tentoonstelling Kinderhulpprijs 2001, met tekeningen, gedichten en andere kunstzinnige uitingen van hoe kinderen pleegzorg ervaren.

Tijdens de workshop ‘de ideale maatschappelijk werker’ wordt gesproken over wat een maatschappelijk werker nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. In groepjes zitten mensen die op verschillende manieren met pleegzorg te maken hebben: een pleegkind, eigen kind, pleegouder, maatschappelijk werker en biologische ouder.
Opvallend is dat de meeste nationaliteiten een vergelijkbaar idee hebben over ‘de ideale maatschappelijk werker’. Gewenste vaardigheden: samenwerken met de pleegouders, flexibel zijn, beslissingen beargumenteren, kunnen luisteren, er zijn voor het hele pleeggezin en voor de biologische ouders, en alle partijen serieus nemen. Ook in andere landen blijkt dat er een tekort aan maatschappelijk werkers is. Jammer, dat er weinig jongeren zijn om hun ‘ideale maatschappelijk werker’ te schetsen.
Er is veel behoefte om ervaringen uit te wisselen, maar eigenlijk te weinig tijd. Aan het einde van de middag, na een koud pilsje in de warme zon, zien we onze kinderen weer terug. Ook zij hebben een leuke en zinvolle dag gehad.

Marijke Cnossen
Bij het middagprogramma kun je binnenlopen bij één van de twintig workshops. Mijn eerste keuze valt op het jeugdtheater van Robert Wyrod uit Polen. Onder de noemer ‘Swiattomy’ (we are the world) maken jongeren sinds 1990 onder zijn leiding theater.

Wyrod vertelt dat in tehuizen alles draait om het groepsgebeuren, er is geen kans voor het individu om zich te ontplooien. Bij toneel is het individu, als deel van het geheel, wel belangrijk. Ook het nonverbaal uitdrukken van gevoelens is belangrijk. Theater is bovendien goed voor je zelfvertrouwen!
Tijdens de workshop ‘Kwaliteitscriteria voor zorg, verwoord door kinderen’ vertelt Natascha -kind van pleegouders- wat ze verwacht bij een plaatsing, van begeleiders en van de pleegzorginstelling. Het beluisteren van de ideeën van kinderen schetst een heel ‘puur’ beeld van wat zorg behoort te zijn. Natascha spreekt uit wat iedereen eigenlijk graag wil: duidelijkheid over wat er gaat gebeuren en zo nu en dan echte aandacht.
Tussen de bedrijven door vind ik het heel leuk om alle verschillende nationaliteiten te zien.

Jan van Berkum

DONDERDAG EN VRIJDAG

Het is alsof ik op een rijdende trein spring; de conferentie is al vier dagen onderweg en ik moet me bij aankomst snel inchecken en mijn weg vinden door het gebouw en door het Engelstalige programma.

Een Nederlands/Amerikaanse inleiding over vernieuwing in het pleegzorgsysteem in beide landen is niet spectaculair: je moet het kind in de maatschappij laten functioneren met alleen en juist die hulp die dit kind in dit gezin nodig heeft. In een notendop is dat wat het te ontwikkelen modulaire systeem van pleegzorg zou moeten bieden en wat de TGV al jaren doet. Opzienbarender is het dat de VS, en Somalië, de rechten van het kind niet heeft onderschreven omdat ze menen dat kinderen de doodstraf moeten kunnen krijgen. De VS kent een beperkt pleegzorgsysteem. Bij verwaarlozing of mishandeling wordt er ingegrepen en krijgen ouders een half jaar de tijd om verbeteringen tot stand te brengen. Anders wordt er een ander gezin voor hun kind gezocht, dat het meteen adopteert. De pleegouders krijgen het gezag en bepalen met wie het kind contact heeft, veel kinderen verliezen zo het contact met de eigen ouders en culturele achtergrond.

Op donderdagmiddag is er, na het officiële programma, een indrukwekkende work-shop over Suriname. In heel Suriname zijn maar 40 pleeggezinnen; allemaal gezinnen die het wat ruimer hebben, want er is geen vergoeding. De oude cultuur, waarin neefjes en nichtjes binnen de familie werden opgevangen, is verdwenen. Enerzijds omdat de helft van de bevolking in Nederland woont, anderzijds omdat ze zo arm is dat ze geen extra kind kunnen verzorgen. Gelukkig zijn er werkers van de Amsterdamse pleegzorgorganisaties die zich voornemen de werkers in Suriname te steunen, bijvoorbeeld met trainingsmateriaal voor hun jaarlijkse pleegzorgdag.

De individuele contacten met buitenlanders en incidentele eye-openers maken op mij de meeste indruk tijdens de conferentie.
Ik heb nog een flinke treinreis voor de boeg om de omschakeling te kunnen maken naar mijn eigen drukke pleeggezin.

Willemien Kronenberg