artikel uit Mobiel 4, augustus/september 2001

Hechten

Door: Henk Weltevreden

Het ging om structuur. En hechten. Het ging vooral om hechten volgens alle deskundigen om ons heen. De pleegzorg, de gezinsvoogdes, de psycholoog, de begeleider en nog wat in- en uitlopende maatschappelijk werksters. Ook volgens de medisch orthopedagoog en de jeugdpsychiater van een testbureau ging het om hechten. En structuur, dat moesten we vooral niet vergeten. Dit kind heeft ook structuur nodig. Nee, we noemen geen namen. We kunnen ze ook echt niet allemaal onthouden.

Ze is nu ruim drie jaar bij ons, en kwam binnen met een volle poepluier. Ze was net twee-en-een-half jaar. Geboren in Nederland. Moeder gevlucht uit Afrika in juni 1995. Haar man was vermoord. Ze liet zes kinderen achter in een oorlogsgebied. In het asielzoekerscentrum kon ze niet optimaal voor haar baby zorgen. Begrijpelijk. Er was ook nog een broertje van twee meegekomen uit Afrika. Het besluit en beleid van justitie was duidelijk: de baby en haar broertje gaan naar een kinderhuis.

JULI 1998

Wie wil dit kindje in huis nemen? Volgens de pleegzorg moet dit meisje zo snel mogelijk naar een pleeggezin. Het moet nog wel hechten, het heeft ook structuur nodig. Wie wil?
Natuurlijk, zeggen wij. Kom maar op.

AUGUSTUS 1998

We gaan aan de slag en luisteren naar al die deskundigen, vol vertrouwen.
En dan komt de dag dat ze naar school moet. Je herhaalt het als een mantra. Ze heeft structuur nodig, en ze moet hechten, vooral hechten, ook op school.
Via hoog advies, wijselijk inzicht, wordt het een MKD, een medisch kinderdagverblijf, een orthopedagogisch instituut voor dagbehandeling van jonge kinderen. Klinkt prachtig. Daar krijgt ze structuur. Kosten? 2800 gulden per maand. Justitie betaalt.

OKTOBER 1999

De school begint. De juf stelt zich voor. Onze kleine zit wat onwennig in de klas. De psycholoog-orthopedagoge komt nog even langs. Kennismaken. En de kinderarts met een verpleegkundige, en een fysiotherapeute, ook nog een bewegingstherapeute, daarna een logopediste en natuurlijk de maatschappelijk werkster, de unitcoördinatrice en tenslotte een interne begeleidster. Onze kleine met rastavlechtjes zit mijlenver van haar kraaldorp in Afrika.
We later haar achter in een deeltijdgroep, een klasje met zes kinderen en drie juffen: Brenda, Nelleke en Annemiek. Vier ochtenden. Dat belooft wat. Wat een luxe. Dat wordt hechten.
Nog geen maand verder. Juf Brenda gaat weg. Er komt een invalster. Waarom niet, kan gebeuren, zelfs op een MKD.
Vlak voor de kerst vertrekt juffie Nelleke, en ook Annemiek stopt met werken na haar skivakantie in januari: ze is zwanger. Ze zweeft door de klas en kijkt afwezig. Logisch. Wie wil er geen kind? Geen probleem, er komt verse aanvoer, twee nieuwe groepsleidsters: Karin en Suzanne. Ook Annabel, de invalkracht, is vervangen door juf Liesa, die is nu de nieuwe invalkracht.

AUGUSTUS 2000

De kleuterklas op woensdagen komt erbij, wel in hetzelfde gebouw. Dit ter voorbereiding op De Piloot, de school verbonden aan het pedologisch instituut. Ook hier drie nieuwe juffen: Joke, Leida en Marie-Anne. Als die maar niet zwanger worden. De skivakanties zijn gelukkig net achter de rug.
Het valt mee. Pas na drie maanden vertrekt Leida. Ze heeft een andere baan. Dat is fijn voor haar. Er komt eerst een vervangster, en dan nog een vervangster. Maar na twee maanden is juf Agaath de nieuwe unitcoördinatrice. Prima. Dan kun je je daar weer aan hechten.
Ondertussen kiest men in de peuterklas voor het behandelklimaat ‘structuur en affectie’, een streng gestructureerde klas. Dat is het beste voor het kind. Maar de juffen zitten ook niet stil. Juf Karin heeft een betere baan in Delft en juf Suzanne verhuist naar Ordedijk, een dorp in Friesland. Nooit van gehoord.
Er komen nieuwe groepsleidsters. Hun namen kunnen we echt niet onthouden. Vera-Louise en Anne-Marie, of Anne-Louise, Meta-Louise, zoiets. Onze kleine meid plakt ook alle namen door elkaar. We doen ons best, maar het lukt niet. Het duizelt, en dat is heel akelig, want je verdenkt jezelf ineens voor je vijftigste van een sluimerende Alzheimer. Misschien kan die MKD-psycholoog-orthopedagoge ons helpen? Structuur aanbrengen in ons denkvermogen, met als specialisme namen onthouden? Hoe heet ze ook al weer, die logo-ortho-pedagoge van het MKZ, of was het MKD? Mirrim-Claire van de Hoestpen-Oudenbroek? Of nee, Miriam-Clara Houtepen-Van de Broekloos. Zoiets. Nee, Mary-Louise...

MEI 2001

Nog geen jaar later, toevallig zo rond bevrijdingsdag. In al haar justitiële wijsheid heeft de vrouwelijke kinderrechter besloten om te onderzoeken of het kind terug kan naar haar biologische moeder. Kinderen horen immers bij hun moeder. Die heeft inmiddels een nieuwe Afrikaanse vriend, kreeg met hem twee nieuwe baby’s, maar spreekt helaas nog geen woord Nederlands. Alles gaat door. Behalve haar verblijfsvergunning. Die krijgt ze niet, na zes jaar procederen en drie afwijzingen. Nederland is vol. Vooral vol wijze kinderanalisten en bureaucraten.
De kinderrechter beslist. Intensivering van de bezoekregeling met moeder voor zes maanden en dan wellicht een Gordiaanse knoop. Hakken. Een logische structuur, lijkt me. Vierentwintig maanden van onzekerheid woont het kind bij haar moeder in verschillende asielzoekerscentra. Dan zit ze zes maanden in een kinderhuis. Vervolgens twee-en-veertig maanden in een pleeggezin, en dan een intensivering van de bezoeken met als optie terug naar de moeder. Op een rijtje: 24-6-42. Een mooie serie. Een heldere structuur. Getallen om je aan te hechten.
We zijn nooit goed geweest in psychologie. Freud, Jung en Skinner staan bestoft in onze boekenkast. Te moeilijk. Zoiets laat je over aan mensen die het weten.
Opvallend tot slot. Het zijn allemaal vrouwen, van de voogd tot aan het dozijn juffen in de klas. En terecht. Vrouwen zijn immers potentiele moeders, met het hart op de juiste plek, zeker als het om kinderen en hechten gaat. O nee, toch niet. Onze begeleider van de pleegzorg is een man. Bij hem kunnen we ons verhaal kwijt in vier bakken koffie. Hij luistert, voelt mee en handelt. Maar wel tijdens ongelukkig gekozen ochtenduren, als je eigenlijk zou moeten werken voor je brood. Je neemt vrij. Je hebt tenslotte alles over voor een pleegkind. Zo gehecht zijn we nou ook weer niet aan ons werk.

HALF JULI 2001

Onze kleine neemt afscheid van haar klasje op het MKD en gaat een stapje verder, naar De Piloot, het pedologisch instituut: haar nieuwe school. Ze mag tracteren die laatste ochtend. Afscheid nemen. Ze heeft ook een klein cadeautje voor haar zes klasgenootjes. Vol trots geeft ze iedereen een felgekleurde stuiterbal. De kinderen gillen van plezier en rennen door de klas. Goed idee, zo’n stuiterbal, bijna Freudiaans of was het Jung? Misschien wel Skinner. Hoe dan ook, die stuiterbal is nergens aan gehecht, geen plek op de vloer doet ertoe. Zo kunnen onze kleine en haar klasgenootjes lekker ongestructureerd alle kanten op na hun orthopedagogische schooltijd.
Na de zomer gaat ze naar De Piloot. Nu maar hopen dat ze daar minder hoog vliegen, een beetje dicht bij de grond blijven, vlakbij moeder aarde, zodat ons pleegkind kan hechten, klaar voor een volgend besluit van Vrouwe Justitia.