In vijf jaar kan een hoop gebeuren. Dat illustreert het verhaal
van een echtpaar dat vijf jaar geleden geen kinderen had en nu het
leven deelt met drie pleegkinderen. Aan de hand van hun waargebeurde
verhaal passeren vele onderwerpen die de afgelopen periode actueel
waren (en soms bleven) in hun gezin. We gunnen u een kijkje in het
leven van Jan en Meike de Jong vanaf het moment dat pleegzorg een
plaats kreeg in hun leven. We laten hen het verhaal vertellen. De
achtergrondinformatie die u daarnaast aantreft, bestaat voornamelijk
uit bewerkingen van artikelen uit eerdere nummers van Mobiel.
Na een tijd van aarzelen heeft de familie de Jong besloten om informatie
in te winnen over het eventueel in huis nemen van pleegkinderen. Via
een voorlichtingsfolder komen zij aan het telefoonnummer van de regionale
pleegzorgorganisatie. Een telefoontje resulteert in wat schriftelijke
informatie en een uitnodiging voor een informatieavond. Daar wordt
in heel algemene termen verteld welk soort kinderen een plek zoeken
om voor kortere of langere tijd ergens te kunnen wonen. Voor mensen
die verder willen met pleegzorg is er een cursus van tien avonden,
de zogeheten STAP-cursus, die tegelijkertijd als selectiemiddel werkt
om uit te vinden of pleegzorg bij je past.
Jan en Meike geven zich na enig nadenken op voor deze STAP-cursus
want: "Je hoeft aan het begin van de cursus nog niet gekozen
te hebben of je echt pleegouders wilt worden. De hele lange zomer
ging er over heen en het idee was wat naar de achtergrond gezakt.
We hadden in het verleden al heel wat afgepraat over het onderwerp
kinderen. We zaten op het punt dat we ons erbij neergelegd hadden
dat we geen kinderen konden krijgen. Het is belangrijk dat je je kinderloosheid
geaccepteerd hebt voordat je aan pleegzorg begint. Een pleegkind wordt
nooit een eigen kind. Bovendien moet je ruimte houden voor de eigen
ouders van het pleegkind. Adoptie was voor ons geen optie, omdat we
eenvoudigweg niet voldoen aan de eisen die aan adoptieouders worden
gesteld. Door het werk en de studie van Meike (orthopedagogie) wisten
we precies hoe de hulpverlening aan en de behandeling van kinderen
in Nederland geregeld is. Met die kennis hebben we besloten om in
ons eigen gezin kinderen ondersteuning, hulp en een toekomst te bieden.
We dachten met ons gezin wel aan de behoefte van een pleegkind te
kunnen voldoen en hadden een pleegkind veel te bieden. In elk geval
een warme, veilige plek met groeimogelijkheden."
Delen met de groep
Begin september valt de uitnodiging voor de STAP-cursus op de mat.
Meike is direct enthousiast, Jan is wat terughoudender. "Dat
was eigenlijk ook de verdeling op de avonden. Jan vond het lastig
om in een groep te praten over wat je kinderen te bieden had; wat
kinderen van jou zouden willen en welke problemen je tegen zou kunnen
komen. Elke avond stond een ander onderwerp centraal. Ook je eigen
verleden kwam aan de orde. Wat vond je prettig in je opvoeding, wat
heb je gemist en wat zou je anders doen? Als we thuiskwamen na zo’n
avond, hadden we veel te veel indrukken opgedaan om direct te gaan
slapen. We dronken dan nog een glaasje en praatten na. Regelmatig
was het opeens half twee voor we naar bed gingen."
Na heel veel praten, ook met de begeleiders van de cursus, wordt
gekozen om pleegkinderen een plekje te bieden, waar ze groot zouden
kunnen worden. Alle andere, kortere vormen van pleegzorg zijn op dit
moment niet in beeld voor Jan en Meike. "De cursus werd afgesloten
met een informatieavond voor familieleden. Hier kwamen de ouders van
Meike en een schoonzus en zus van Jan. Daardoor kon het gesprek in
de familie goed verder gevoerd worden. Zij krijgen er ongevraagd toch
een bijzonder soort uitbreiding bij."
Het voorstel
Opnieuw verstrijkt er een heleboel tijd, waarin Meike een tijdelijke
baan accepteert, die na verloop van tijd van beide kanten goed bevalt.
Het wordt moeilijk om ‘nee’ te zeggen tegen een vast contract
dat de werkgever haar aanbiedt. Eindelijk komt er, vlak voor de volgende
zomervakantie, iemand van de Voorziening voor Pleegzorg praten over
een voorstel. "Er was een negenjarige jongen die een plek zocht
om groot te worden. Zonder zijn naam te noemen werd er een beeld geschetst
waarom deze ‘lastige’ jongen misschien in ons gezin zou
passen. Hij was erg druk, zat nooit twee minuten stil en was bovendien
redelijk slim. Zijn moeder kon hem niet aan en was bovendien niet
erg gezond. Op dit moment woonde hij in een internaat. Moeder had
zelf, met wat hulp, besloten dat ze beter een gezin konden zoeken,
waar haar zoon zou kunnen opgroeien. Er was dus sprake van een vrijwillige
plaatsing. De kinderrechter komt daar niet aan te pas. Er werd meteen
bij verteld dat dat wel eens tot problemen zou kunnen leiden, maar
wij hadden zoiets van ‘dat komt later wel’."
Permanente beweging
Na een paar dagen denken en praten, bellen Meike en Jan dat zij door
willen gaan. De pleegzorgwerker komt opnieuw en vertelt dat het om
Sander gaat. Door een foutje heeft Sander al uitgevonden dat er een
pleeggezin voor hem is gevonden, terwijl zijn moeder het nog niet
weet. Nu krijgt men haast. "Nog voor de zomervakantie maakten
we kennis met Sanders moeder en daarna ook met Sander. Mijn hemel,
wat een jongen! Hij hing ondersteboven en achterstevoren in de bank
en bewoog permanent. Zowel Sander als wij vonden het enorm spannend
en met behulp van zijn groepsleidster lukte het om koffie te drinken,
foto’s van ons huis te bekijken en zijn slaapkamer te zien. Na
afloop van dit bezoek was de conclusie dat we samen wat zouden moeten
ondernemen en niet rustig met hem op de bank gaan zitten. Er werd
een kennismakingstraject uitgezet van drie maanden, waarbij we veel
deden en ondertussen ook wel samen praatten. Eerst kwamen wij op bezoek,
daarna namen wij hem mee de stad in. Vervolgens kwamen Sander en zijn
groepsleidster bij ons op bezoek, waarna hij kwam logeren. Eind november
verhuisde Sander en kwam bij ons wonen."
In Sanders kamer bij Meike en Jan staan een bed, een kledingkast
en kasten voor zijn speelgoed. Er ligt een gezellig kleed op de vloer
en er hangen gordijnen in zijn lievelingskleur: blauw. Sander brengt
een hele auto vol spullen mee. "Zijn kleding pakten we samen
in de kast en zijn knuffel stopte hij meteen in z’n bed. Op advies
van onze begeleider hadden we voor een wekker gezorgd en voor een
spiegel, zodat hij controle op de tijd en zijn eigen lijf kon houden.
De meegebrachte dozen stonden weken onaangeroerd in zijn kamer, terwijl
Sander er zijn handen aan vol had om in de gaten houden wat er in
huis gebeurde. Gelukkig was ook de start op de nieuwe school goed
voorbereid. Hij had al kennis gemaakt en er was uitgebreid gepraat
over hoe hij op de vorige school gepest werd en hoe we dat op deze
school gingen voorkomen. Hij kwam elke dag enthousiast uit school,
want hij was alweer niet gepest."
Veel structuur
In huis lopen er vanaf de eerste dag veel dingen fout, onverwacht
en moeizaam. Jan en Meike moeten er alleen al aan wennen een kind
in huis te hebben. Uitslapen, een boek lezen of een gesprek met de
ander voeren, kan ineens niet meer. Bovendien heeft Sander, behalve
een enorme hoeveelheid energie die de hele dag naar buiten bubbelt,
behoefte aan veel structuur en duidelijkheid. Er wordt dus op vaste
tijden gegeten, op vaste momenten gedoucht, naar bed gegaan en opgestaan.
Gaandeweg moeten er nog veel meer vaste gewoonten ontstaan in huis,
want hoe voorspelbaarder het leven is voor Sander, hoe beter het met
hem gaat. Jan en Meike moeten er erg aan wennen. Zelfs op zondag kan
het ritme niet wat losser, want Sander wordt daar onzeker van. Hij
gaat dan meteen weer naar grenzen zoeken met als gevolg: ruzie.
Stapje voor stapje vinden Sander en Meike uit hoe ze het beste in
één huis kunnen samenleven. Meike maakt een prioriteitenlijstje
van welk gedrag het meest storend is in huis. "We begonnen één
onderwerp tegelijk aan te pakken. Samen met Sander keek ik ook naar
de dingen die hij het belangrijkste vond en ook daar kreeg hij steun
bij. Heel voorzichtig begon hij te oefenen met het spelen met vriendjes.
Hij nam ze mee naar huis, leerde zich ook normaal gedragen als er
een vriendje thuis was en leerde samen spelen. De computer kon hij
steeds beter gebruiken en hij begon zijn weg te vinden in spelletjes.
Ook vonden we samen uit dat, als je zo druk bent, er voldoende activiteiten
moeten zijn waar je je energie in kwijt kunt. Zwemmen, wandelen en
fietsen kwamen in Sanders programma terecht. Daardoor gingen ook de
rustigere activiteiten wat beter."
Op zoek naar evenwicht
Gaandeweg vinden Jan, Meike en Sander een soort evenwicht in hun
nieuwe gezin. Met een zekere regelmaat wordt er een oppas geregeld
zodat Jan en Meike eens samen uit eten kunnen. Het blijft nodig om
samen in gesprek te blijven. Praten over de vraag of ze het samen
nog wel redden en of ze nog steeds achter hun keuze staan om dit jongetje
een plek te willen geven tot hij groot is. "Ons leven was wel
heel erg veranderd. Iedereen had ons dit ook wel voorspeld, maar het
aan den lijve te ondervinden is toch heel anders. We moesten bij tijd
en wijle echt knokken om zelf ook nog te kunnen overleven in ons eigen
huis. Als je een baby krijgt, staat ook je hele leven op zijn kop.
Maar de impact op het dagelijks leven is in sommige opzichten anders
als het kind dat zijn intrede doet al negen jaar is en zo’n grote
mond heeft."
Op zoek naar het verleden
Iemand van negen jaar neemt natuurlijk zijn eigen geschiedenis mee.
"Als hij dan bij jou in huis komt, is er een gat van negen jaar.
Je wordt daar elke dag mee geconfronteerd. Praten over het internaat
is dan nog relatief makkelijk. Dat ligt in het recente verleden, het
is makkelijk na te vragen. We zijn nog een keer terug gegaan om te
kijken hoe het ook al weer was. Van de pleegzorgwerker kregen we een
‘levensboek’. De bedoeling was dat je aan de hand van het
boek op ontdekkingsreis ging. Samen met Sander probeerden we de afgelopen
negen jaar in kaart te brengen. Het was al een hele klus om de verblijfplaatsen
van de afgelopen drie jaar in kaart te brengen, met de goede data
er bij. Soms gingen we ook nog eens kijken op een oud adres, maar
er was ook een plaats waar Sander echt niet meer heen wilde. Wat er
in de eerste jaren van zijn leven gebeurd was en wanneer, was lastiger
te achterhalen. Sander wilde het niet aan zijn moeder vragen of moeder
wilde er niet over praten. Er waren dan ook stukken die we maar lieten
zitten. Per slot van rekening had hij nog een moeder en misschien
lukte het gesprek dat hij wilde voeren later wel eens. Zowel het levensboek
als de bijgehouden plakboeken waren en zijn voor Sander erg belangrijk.
Regelmatig vinden we hem ’s morgens met één van
de boeken in bed en moet er nog eens samen naar foto’s gekeken
worden, moeten er herinneringen opgehaald worden of moet er wat nieuws
in het levensboek geschreven worden. Langzaam begint er een gezamenlijk
verleden te ontstaan, gedeeltelijk samen beleefd en voor de rest samen
verteld."
Twee werelden
Praten over zijn moeder en familie is voor Sander echt moeilijk.
Ondanks dat hij één keer per maand naar zijn moeder
gaat, duurt het lang voordat die weekenden redelijk beginnen te verlopen.
"Als wij net een manier hadden uitgevonden om zonder ruzie naar
bed te gaan, dan explodeerde dat thuis weer. Er waren heel korte lijnen
nodig tussen Sanders moeder en ons. Hij speelde alles uit als hij
de kans kreeg en hield beide werelden zo ver mogelijk uit elkaar.
Zoals voorspeld kwam ook vrij snel Sanders wens tot contact met zijn
vader boven water. Moeder vond dit goed, zolang zij het maar niet
hoefde te doen. Het contact met vader kwam van de grond en Sander
was er erg tevreden over. Het hoefde niet zo vaak, af en toe voldeed
aan beider behoefte. Naarmate het bij ons in huis beter ging met Sander,
wilden meer van zijn familieleden contact met hem. Ook onze familie
wilde ons wel weer eens zien. Vlak na de plaatsing begrijpt iedereen
dat je de handen vol hebt aan de noodzakelijke dagelijkse dingen.
De eerste bezoeken van zowel Sanders familie als die van ons hadden
toch vooral een nieuwsgierig en beoordelend karakter. Wat zijn dat
voor soort mensen, hebben ze wel het beste met Sander voor en waarom
moeten we een bezoekafspraak maken?"
Leren samenleven
Bij de komst van Sander hebben Jan en Meike met de pleegzorgwerker
afgesproken dat ze na ongeveer een jaar over bijplaatsing van een
ander kind zouden gaan nadenken. Voor de begeleiders van Sander is
het duidelijk dat hij een broertje of zusje nodig heeft om mee te
leren delen, samenleven en ruziemaken. Daarover wordt voor de zomer
gepraat met Jan en Meike. De zomer gaat voorbij en het wordt steeds
noodzakelijker dat Sander leert om de aandacht, vooral van Meike,
te delen met anderen. Ook voor Meike wordt het noodzakelijk dat ze
Sander gelegitimeerd kan negeren. Vooral omdat hij, ondanks alle vooruitgang,
qua gedrag nog knap lastig is. "Ik werd af en toe hartstikke
gek van hem. Waarom kon hij nooit normaal doen? Het leven met Sander
was best zwaar. Toen kwam er onverwacht een telefoontje van onze pleegzorgwerker.
Of we wel eens over twee nieuwe kinderen hadden nagedacht in plaats
van over één. Jan zat op dat moment met vrienden in
Oostenrijk en was onbereikbaar voor overleg. Toch maakten we maar
vast een afspraak voor als hij terug was. Het bleek om een Surinaams-Hindoestaanse
tweeling van zes te gaan: John en Sharon. Al pratend leek het een
steeds beter plan. Samen zouden ze beter tegen de grillen van Sander
bestand zijn Ze konden samen op zolder slapen en zo hun eigen afdeling
hebben. Bovendien waren ze nog een jaar jonger dan we in het oorspronkelijke
profiel bedacht hadden, zodat er minder concurrentie zou zijn. Ook
gaf dat Sander de gelegenheid om een deel van z’n eigen ontwikkelingsachterstand
nog in te halen door met hen jong-kinderlijke vaardigheden te kunnen
oefenen. Met Sander werd er besproken dat de kinderen die in het gezin
kwamen wonen donker van huidskleur waren en hoe dat voor hem was.
Hij was namelijk heel bang voor donkere jongens, omdat hij op zijn
vorige school erg door hen was gepest. Na lang nadenken dacht hij
dat hij er wel aan zou wennen."
Verder wordt er nog nagedacht over de consequenties voor het dagelijks
leven van het gezin. Door de vijf-gulden-regeling kan er direct een
werkster gezocht worden, zodat de zaken die in huis moeten gebeuren,
in elk geval zullen lopen. Bij drie of meer pleegkinderen krijgen
pleeggezinnen een extra toelage van vijf gulden per pleegkind per
dag. Precies om dit soort zaken van te regelen.
Nieuwe huisgenoten
De beslissing valt: de tweeling komt. Er volgt een periode van kennismaken
en wennen. Eerst zonder Sander en daarna met. De grote verhuisdag
is in de voorjaarsvakantie. Meike en Sander hebben bedacht wat het
moeilijkste zou zijn als Sharon en John zouden komen: de maaltijden.
"Wij hadden ondertussen een systeem opgebouwd waarbij de maaltijden
maximaal een kwartier aan tafel zitten vereisten. Dat was voor de
jongste kinderen veel te weinig. Een verdiensysteem was de oplossing.
Er ontstond een kruisjeslijst en als Sander 30 dagen drie maaltijden
niet van tafel was gestuurd, had hij een CD ROM verdiend. Het was
een worsteling, maar we zijn er uit gekomen. De rest van het leven
was toch ook heel spannend. In sommige opzichten zag je Sander groeien.
Hij was tien en de tweeling was nog kleuter. De tweeling had in het
begin ook gewoon nog heel veel verzorging nodig. Vooral de ongelukjes
in en rond de wc waren heel nieuw voor mij als pleegmoeder. Ik vond
het vooral zielig. Ze gingen niet op tijd, voelden het niet aankomen,
durfden niet te blijven zitten, kortom zij hadden geen controle. Ook
Sander vond dat wel erg voor ze. Zelf was hij bij spannende dingen
’s nachts nog wel eens nat. Maar dit was pas echt erg."
Voor het gezin is het heel aangenaam dat de tweeling op een normale
manier door huis beweegt. Al snel lopen ze te zingen, kunnen ze rustig
spelen en gaan ook even bij de buren kletsen. Voor iedereen hebben
ze een vriendelijk woord. John vertelt aan iedereen dat hij niet van
ruzie houdt. Voor Jan en Meike is het een verademing dat Sharon en
John op een normale manier reageren als er een grens gesteld wordt.
Vooral Sharon tekent en knutselt veel, wat heel nieuw is in huis.
Voor Sharon is dit een verwerkingsmechanisme. Ze tekent kinderen uit
het internaat, de vorige pleeggezinnen, en hun zusje en moeder. John
doet het anders. Die zoekt meteen het lichamelijke contact. Hij geeft
zich over aan zowel Jan als Meike op een manier die ze met Sander
nog nooit hebben meegemaakt. Voor Sharon en John is het duidelijk
dat ze hier blijven wonen tot ze groot zijn: Ze zeggen letterlijk:
"Eindelijk hoeven we niet meer te verhuizen, want weet je, dat
hebben we al negen keertjes gedaan". Voor Sander is deze periode
heel moeilijk. Hij woont al bijna twee jaar bij Jan en Meike. Maar
diep in zijn hart wil hij alleen maar bij zijn moeder wonen. De tweeling
is zich openlijk aan het nestelen en koestert de warmte en aandacht.
Voor Sander loopt dat parallel met het altijd al aanwezige gevoel
van onvrede. Hij heeft nooit genoeg, is nooit tevreden en nu pikken
die indringers ook nog de aandacht in die hij tot dat moment voor
zichzelf had.
Heel erg wennen
Tegen de herfstvakantie escaleert Sanders wangedrag behoorlijk en
Jan en Meike vragen zich af of hun beslissing om er twee kinderen
bij te nemen wel de juiste is geweest. Op dat moment wordt de pleegzorgwerker
ziek en breekt de vakantie aan. "O help! In een opwelling boekten
we een huisje op Ameland, waar we een hele week met z’n vijven
heen trokken. Alle dagen op het strand banjeren. Ondanks wind, storm
en regen probeerden we toch te fietsen en de wereld en elkaar te ontdekken.
Eenmaal terug in het huisje was iedereen koud, nat en moe. Er ontstond
de gewoonte om dan, na de warme douche, ieder een uurtje voor zich
zelf bezig te laten zijn. Waarna we weer iets samen konden doen. Met
warme chocolademelk voor de kinderen, port voor ons en grote zakken
chips voor ons allen konden we de dag weer goed afsluiten. Het leek
een soort snelkookpan, we moesten er samen uit komen en dat lukte
ook."
Medicijnen
"Eenmaal thuis had de pleegzorgwerker met een psychiater overlegd.
Sander kreeg medicijnen die hem zouden helpen zijn drukke gedrag wat
beter in de hand te houden. Want wij én Sander waren het er
wel over eens dat hij zich meestal niet expres misdroeg. Maar dat
hij een handicap had die hij moest leren hanteren. De medicijnen hadden
een positief effect op zijn stemming. Ook het hele opgewonden doordraaien
verdween een beetje. Hij kreeg meer grip op zijn leven en er begonnen
dingen te lukken. Sander begon vriendjes te krijgen. De meester op
school was streng voor hem, maar maakte soms ook goede uitzonderingen.
Sander mocht de melk rond brengen op school. Ook het zwemmen begon
steeds beter te gaan. Ieder half jaar haalde hij een volgend diploma
en daarmee steeg z’n zelfvertrouwen een stukje."
Lotgenoten
Meike komt in die tijd in contact met een aantal andere pleegouders.
Eenmaal in de twee maanden komen ze een avond bij elkaar en worden
er ervaringen uitgewisseld. "Het was heel verhelderend om een
keer je hart te kunnen luchten zonder dat iemand zei: ‘Ik had
je nog zo gewaarschuwd’. Er werd met je mee gedacht over oplossingen;
te klein geworden kleding wisselde van eigenaar; scholen werden vergeleken
en er groeiden nieuwe vriendschappen. Op een gegeven moment groeide
ook de behoefte om elkaars partners en (pleeg)kinderen te ontmoeten,
zodat er een jaarlijkse picknick ontstond. Vooral Sander was heel
verbaasd dat hij het verschil tussen pleegkinderen en eigen kinderen
niet kon zien. Voor Sharon leverde het de fysieke identificatie op
met een andere donkere en beeldschone pleegdochter (‘Die is mooi
hè, Meike!’)."
Nog een keer
Tegen de zomervakantie blijkt de tweeling het op school nog steeds
erg moeilijk te hebben. Ze hebben een achterstand met de klas van
ongeveer drie maanden, maar de juf vindt dat ze harder dan gemiddeld
leren. Toch zijn er thuis iedere keer signalen dat ze het leven maar
nauwelijks aankunnen: moe, hangerig en vooral John wil liever spelen
dan leren. Na veel wikken en wegen wordt besloten dat ze groep 3 overdoen.
"Het contact tussen ons en de tweeling ontwikkelde zich snel.
Zocht aanvankelijk John het meeste lichamelijk contact, langzaam aan
kwam Sharon ook. Vooral ’s nachts had ze haar pleegmoeder regelmatig
nodig, omdat ze zo eng droomde. Na de tweede zomervakantie belandde
Sharon voor twee nachten in het ziekenhuis, met wat later een darmparasiet
bleek te zijn. Dat versnelde het hechtingsproces tussen Meike en Sharon
enorm. Ze had er grote behoefte aan om verzorgd, geknuffeld en getroost
te worden. Haar broertje bleek de parasiet ook te hebben. Met twee
pillen was dat probleem verholpen. Daarmee bleken -na twee jaar- ook
de buikpijn, diarree en eetproblemen opeens te verdwijnen. Datzelfde
jaar had John zo regelmatig pijn in zijn benen, dat werd besloten
om daar serieus naar te laten kijken in het ziekenhuis. Als je je
familieziektes kent, kan een huisarts inschatten of het bijvoorbeeld
kanker zou kunnen zijn. In dit geval moest hij het gewoon onderzoeken.
Door deze gebeurtenissen waren alle drie de kinderen erg bezig met
hun eigen achtergrond. Bovendien ontstond de noodzaak om uit te vinden
wanneer de vader van de tweeling was overleden en waar hij begraven
was. Dat kostte moeite, want keer op keer bleek moeders informatie
niet te kloppen. Via de gemeente achterhaalde de voogdes uiteindelijk
de overlijdensdatum en de begraafplaats. Dan sta je uiteindelijk op
een winderige, regenachtige zondagmorgen bij een kaal graf. Gelukkig
hadden we plantjes meegenomen om op het graf te planten. Sharon had
‘huilkleding’ aangetrokken. Want het was toch wel heel naar
dat ze nu niets van hun vader wisten."
"De behoefte om meer van vader te weten te komen was nog niet
bevredigd. Opeens bleek vaders moeder nog te leven, en nog tien broers
en zussen. De voogdes en de pleegzorgwerker gingen dit keer samen
op pad. Zij konden oma vinden en oma wilde graag op bezoek komen.
Wat een ontwikkeling! Oma is oud en kon op veel vragen van de kinderen
geen antwoord geven, maar toch was de tweeling erg blij met haar bezoek.
Er kon weer heel wat worden bijgewerkt in het levensboek. Ze kregen
bovendien een gouden ketting van haar en 50 gulden. Zoveel geld hadden
ze nog nooit gehad. Het moest op de bank, voor als ze later een huis
gingen kopen."
Paniek
Ook bij Sander gaat het leven door. Na de zomervakantie wordt de
overstap naar de Havo gemaakt. Hij heeft een goede CITO toets gemaakt.
Het uitgebreide psychologisch onderzoek dat door pleegzorg is gedaan,
nadat hij twee jaar bij Jan en Meike woonde, geeft aan dat hij de
Havo best moet kunnen halen. Gelukkig heeft de nieuwe school voor
de zomervakantie al kennismakingsmiddagen. Dat haalt iets van de spanning
weg. Toch is de overgang naar de middelbare school groot. Lessen op
basis van een rooster, uren uitval, nooit weten wanneer je wel en
niet thuis bent. Om maar niet te spreken van het huiswerk. Het eerste
tussenrapport brengt aan het licht dat er op een iets andere manier
gewerkt moet worden. Met wat meer begeleiding, structuur en overhoren,
probeert Meike Sander te steunen. De cijfers op zijn kerstrapport
zijn dan ook weer beter. De teugels worden wat gevierd. Maar dat blijkt
toch wat te veel gevraagd voor Sander. Het volgende rapport laat een
dalende lijn zien. Ondertussen blijft Meike elke avond overhoren en,
zoals te voorspellen is, ontstaat er veel meer ruzie. Op alle fronten
wordt Sander door Meike geconfronteerd met zijn eigen inzet, handelen
en de keuzes die hij maakt. "Daarnaast had Sanders moeder een
nieuwe partner ontmoet en deze werd steeds meer bij de contacten met
en over Sander betrokken. Moeder en partner dachten erover om te trouwen
en om Sander op den duur weer in huis te nemen. Natuurlijk werd dit
openlijk danwel bedekt met Sander besproken. Kortom: hij was ook niet
meer van plan om zijn conflicten met ons uit te werken. ‘Want
hij ging bij zijn moeder wonen.’ De conflicten werden heviger
en heviger en op een gegeven moment was het op en over. Wij konden
niet meer en Sander wilde niet meer."
Wanhoop en lucht
"In een eerder stadium hadden we al eens tegen elkaar gezegd
dat we Sander graag wilden opvoeden tot hij het zelf kon, maar niet
tot elke prijs. Jan trok aan de bel en constateerde dat Sander tussen
Meike en hem in kwam te staan en dat het zo niet langer ging. Na heel
veel tranen belde Jan onze pleegzorgbegeleider en vertelde dat het
zo niet langer ging. Paniek alom. We waren min of meer verdoofd door
de wanhoop dat we zouden moeten opgeven. De eerstvolgende avond werd
er uitgebreid gesproken over hoe het was gelopen, en of we zeker wisten
dat we niet verder wilden met deze moeilijke, maar ook lieve jongen.
Er werd besloten om te stoppen, en er werden lijnen uitgezet over
hoe iedereen op de hoogte zou worden gebracht en wanneer Sander naar
zijn moeder terug zou gaan. Pasen zat ertussen en pas na Pasen kon
er met Sanders moeder worden gepraat, maar dat vonden we geen probleem.
Aan de ene kant gaf het ons lucht en in de dagen na de beslissing
liep het leven in huis wel beter. Maar aan de andere kant voelde het
onwezenlijk; het voelde niet goed. Na twee dagen hebben we ’s
avonds laat toch weer de begeleider gebeld dat Sander niet weg kon.
Het ging niet, het voelde niet goed. Wat moest er van dit jongetje
terecht komen als wij het al niet konden uithouden? Bij moeder zou
het zeker mis gaan, daar was iedereen het wel over eens. Bovendien,
we hielden toch al teveel van hem. Eigenlijk een hele rare ontdekking,
omdat we er allemaal van uitgingen dat die hechting met Sander niet
erg gelukt was."
Sander hoeft dus niet weg. Wel gaat Meike zich beperken tot opvoeden
en krijgen ze voor Sanders studie ondersteuning van een huiswerkinstituut.
Na deze paniekperiode klaart de lucht eigenlijk enorm op. Er kan weer
naar de toekomst gekeken worden. De zomervakantie wordt zorgvuldig
gepland. Sander gaat werken, twee weken met het hele gezin kamperen,
naar een scoutingkamp en een week naar zijn moeder. Na de vakantie
begint hij vol vertrouwen aan zijn tweede jaar. Hij vindt de structuur
van het huiswerkinstituut heel prettig. "Met de herfstvakantie
begonnen we ons weer ongerust te maken. De geluiden vanuit school
waren een stuk pessimistischer dan die van het huiswerkinstituut.
Bij het huiswerkinstituut bleken er in de registratie nogal wat cijfers
te ontbreken, vooral onvoldoendes. De sfeer in huis was echter erg
opgeknapt. Eind november kwam van de school het bericht dat het voor
Sander beter was als hij naar de Mavo ging. De docenten waren het
er over eens dat hij de intellectuele bagage miste om een Havo te
doen. In overleg met het huiswerkinstituut werd het de LOM-Mavo. De
wisseling van school viel Sander zwaar. Hij miste zijn oude klasgenoten,
maar het onderwijs was precies goed. Na twee weken merkten we al dat
hij tot rust begon te komen. Behalve dat hij elke dag in een half
uurtje klaar was met zijn huiswerk, kwam hij ’s middags ook weer
gewoon theedrinken en vond hij ’s avonds ook weer de rust om
eens wat te lezen."
De toekomst
"Je weet nooit hoe de verschillende levens zich in de toekomst
zullen ontwikkelen, noch hoe de pleegzorg zich zal ontwikkelen, maar
er zijn kleine mensjes die met erg weinig kansen aan het leven beginnen.
Het geeft een heel goed gevoel als je met wat extra energie en zorg
kan bijdragen aan de ontwikkeling van mensenlevens.
Je weet niet hoe ze het in de toekomst zullen doen, maar voor iedereen
hoop je dat ze voldoende bagage en vertrouwen hebben meegekregen om
hun eigen leven op te bouwen, en op een goede manier relaties te kunnen
aan gaan. Voor de pleegzorg lijkt ons het allerbelangrijkste voor
de toekomst dat ze de voorwaarden scheppen, zowel qua (pedagogische)
begeleiding als qua financiële en materiële steun, zodat
kwetsbare kinderen, die dat nog kunnen en willen, in gewone gezinnen
kunnen opgroeien."