Andjena en Jafeth hebben met de grappenmaker Howard Komproe (29)
gesproken. Je kent hem vast wel van het Klokhuis. Zijn ouders komen
uit Suriname, Howard en z’n broer werden in Nederland geboren.
Op z’n vijftiende gingen ze in een gezinshuis in Hoender-loo
wonen. Vanaf die tijd had hij altijd pleegbroers en -zussen. Meestal
waren dat jongeren, die het moeilijk vonden om in een gezin te wonen.
Hoe ging dat als er een pleegkind kwam?
"Eerst was er altijd overleg en werden we voorbereid. Mijn moeder
zei dan bijvoorbeeld dat het nieuwe kind niet gewend was aan een gezin.
Dan wist je dat je daarmee rekening moest houden. Ik vond het altijd
heel spannend. Misschien werd hij of zij wel een nieuwe vriend(in)!
Maar ik wist altijd wel: het was zo lang als het duurde. Want als
het goed ging bij ons en thuis, ging het kind weer naar haar of zijn
ouders."
Waren er veel regels?
"Er waren regels, zoals: er mag alleen in de kelder worden gerookt,
we mochten daar ook pingpongen, maar niet de hele dag! Ook moest iedereen
altijd zijn schoenen uitdoen. Sommigen vonden dat belachelijk. Maar
ik begreep die regel wel omdat als we met z’n allen met vuile
schoenen binnenkwamen, de vloerbedekking goed smerig werd.
Op een gegeven moment hebben mijn ouders de keukentaak bedacht: iedereen
moest om de beurt een week lang de tafel klaarmaken, na het eten weer
opruimen, daarna afwassen en schoonmaken. In je eentje. Maar dat kwam
omdat als we met elkaar afwasten er rotzooi werd getrapt: we gooiden
met sop en we sloegen elkaar met theedoeken."
Wat vond je er leuk aan dat je in een pleeggezin woonde?
"Ik vond het gezellig, het was altijd druk. Je kon van alles
met elkaar doen: voetbal of hutten bouwen of het bos in. Het was een
verrijking van mijn leven. Ze kwamen overal vandaan, daar vertelden
ze over of ze kwamen met muziek, waar ik nog nooit van gehoord had."
Wat vond je er niet leuk aan?
"Ik vond het soms wel moeilijk dat je je ouders moest delen.
Als iemand iets uitgehaald had, moest daar eerst mee worden gepraat.
Als ik met mijn ouders wilde praten, moest ik wachten tot dat afgehandeld
was. En natuurlijk was er soms ruzie. Maar we zijn er altijd weer
uitgekomen. Vaak vond ik het jammer dat ze weer weggingen. We stuurden
dan kaarten en belden elkaar."
Heb je er ook iets aan gehad?
"Ja, ik heb er van geleerd: oordeel niet te snel. Soms kwam
er een jongen en dan dacht ik: wat een sukkel, maar dan was hij een
tijdje bij ons en dan dacht ik: wat een leuke gozer! Ik ben ook trots
op m’n ouders. Ze waren bereid om jongeren te helpen. Als je
de mogelijkheid hebt, zou iedereen dat moeten doen. Zelf zou ik ook
wel pleegvader willen worden."
Howard Komproe komt dinsdag 17 juli naar de jongerendag van de internationale
pleegzorgconferentie in Veldhoven. Hij belooft: het wordt lachen geblazen!
Allemaal komen dus! Wil je Howard beter leren kennen: surf dan naar
www.watdoethoward.nu