Na een discussie van jongeren in pleeggezinnen, schreven pleeg-
en ‘eigen’ kinderen tien geboden op. Iedereen moet zich
daar aan houden! Of dat gebeurt is een vraag, maar het is goed dat
de kinderen van zich laten horen! Dit zijn ze:
1. Neem kinderen serieus en luister naar hen.
Bijvoorbeeld: zeg waar je wilt wonen. Kinderen kunnen heel goed zeggen
wat ze belangrijk vinden en wat ze wel en niet willen. Volwassenen
moeten helpen als het moeilijk is om iets te vertellen.
2. Beschaam het vertrouwen van kinderen niet.
Als je iets in vertrouwen vertelt, mag een volwassene dat niet zomaar
verder vertellen! Als iemand, die beroepsmatig met kinderen te maken
krijgt, het met anderen wil bespreken moet hij eerst uitleggen waarom
dat zo belangrijk is. Hij mag het pas aan die ander vertellen als
jij dat goed vindt!
3. Er wordt niet gejonast.
Jij moet weten wat je thuis is of wordt. Steeds verhuizen betekent:
weer een andere school, vrienden en clubs. Dat kan tot slechte schoolprestaties
leiden. En als pleegkind kun je ook nog het adres kwijt raken van
die ene bijzondere vriend(in), die je bijvoorbeeld op het JiPkamp
hebt ontmoet en die weer verhuizen moest. Weg adres, weg vriend(in).
(Tip: neem een e-mailadres, dat kan gratis).
4. Houd rekening met de familiebanden van kinderen.
Als een kind pleegzorg nodig heeft, moet er eerst binnen de familie
of bij kennissen een plekje worden gezocht. Het is vertrouwd en je
begrijpt elkaar eerder. En: broertjes en zusjes moeten samen in een
pleeggezin worden geplaatst. Lukt dit echt niet, dan moet er altijd
contact blijven.
5. Kinderen moet worden verteld over zaken die belangrijk zijn.
Volwassenen moeten belangrijke zaken goed uitleggen. Het is belangrijk
dat ze vertellen over de problemen van je ouders en hoe je daarmee
om moet gaan. Als het echt te moeilijk wordt, moet daar beslist rekening
mee worden gehouden.
6. Kinderen hoeven geen overhaaste beslissingen te nemen of beslissingen
waarvan ze de gevolgen niet kunnen overzien.
Bijvoorbeeld: heel belangrijk kan zijn een afspraak maken over bezoekregeling
of oudercontact. Dat moet je nooit overhaast doen! Een begeleider
moet een goed advies geven en jou de tijd geven om een besluit te
nemen. Bij sommige keuzes zijn de gevolgen niet te overzien. Voor
zulke keuzes zijn kinderen niet verantwoordelijk.
7. Het ‘dossier’ van kinderen moet volledig, optimaal
en actueel zijn.
Pleegkinderen hebben recht om hun dossier (papieren met informatie
over jou) in te zien. Begeleiders moeten dat vertellen. In het dossier
moet duidelijk zijn van wie de informatie komt. Oude, achterhaalde
informatie hoort er niet in. Kinderen willen hun verleden ook achter
zich kunnen laten.
8. Pleegkinderen hebben recht op een goede en betrouwbare begeleiding.
Er moet iemand zijn die je altijd kunt bellen als je het moeilijk
hebt, ook ’s avonds en in het weekend. Dat noem je een vertrouwenspersoon.
Hij/zij moet alle tijd nemen om naar je luisteren en mag dingen niet
verder vertellen. Je weet dat pleegkinderen meerdere begeleiders hebben:
die moeten samenwerken in het belang van pleegkinderen. Ook leraren
moeten weten van jouw situatie. Dan hoef je het niet voor de 100ste
keer uit te leggen!
9. Klachten van kinderen moeten serieus worden genomen.
Je moet weten waar je met klach--ten terechtkunt, er moet naar geluisterd
worden en er moet worden gezegd wat er met een klacht gaat gebeuren.
10. Kinderen uit pleeggezinnen moeten contact met elkaar hebben.
Omdat je iets deelt, namelijk het wonen in een pleeggezin, is het
goed om daarover met andere pleegkinderen te praten. Want het is niet
altijd gemakkelijk om pleegkind te zijn. Het blijkt dat je onder elkaar
veel sneller vertrouwelijke dingen vertelt dan aan kinderen op school
bijvoorbeeld.