artikel uit Mobiel 2, april/mei 2001

Tien geboden in de pleegzorg

Door: pleegkids

Na een discussie van jongeren in pleeggezinnen, schreven pleeg- en ‘eigen’ kinderen tien geboden op. Iedereen moet zich daar aan houden! Of dat gebeurt is een vraag, maar het is goed dat de kinderen van zich laten horen! Dit zijn ze:

1. Neem kinderen serieus en luister naar hen.

Bijvoorbeeld: zeg waar je wilt wonen. Kinderen kunnen heel goed zeggen wat ze belangrijk vinden en wat ze wel en niet willen. Volwassenen moeten helpen als het moeilijk is om iets te vertellen.

2. Beschaam het vertrouwen van kinderen niet.

Als je iets in vertrouwen vertelt, mag een volwassene dat niet zomaar verder vertellen! Als iemand, die beroepsmatig met kinderen te maken krijgt, het met anderen wil bespreken moet hij eerst uitleggen waarom dat zo belangrijk is. Hij mag het pas aan die ander vertellen als jij dat goed vindt!

3. Er wordt niet gejonast.

Jij moet weten wat je thuis is of wordt. Steeds verhuizen betekent: weer een andere school, vrienden en clubs. Dat kan tot slechte schoolprestaties leiden. En als pleegkind kun je ook nog het adres kwijt raken van die ene bijzondere vriend(in), die je bijvoorbeeld op het JiPkamp hebt ontmoet en die weer verhuizen moest. Weg adres, weg vriend(in). (Tip: neem een e-mailadres, dat kan gratis).

4. Houd rekening met de familiebanden van kinderen.

Als een kind pleegzorg nodig heeft, moet er eerst binnen de familie of bij kennissen een plekje worden gezocht. Het is vertrouwd en je begrijpt elkaar eerder. En: broertjes en zusjes moeten samen in een pleeggezin worden geplaatst. Lukt dit echt niet, dan moet er altijd contact blijven.

5. Kinderen moet worden verteld over zaken die belangrijk zijn.

Volwassenen moeten belangrijke zaken goed uitleggen. Het is belangrijk dat ze vertellen over de problemen van je ouders en hoe je daarmee om moet gaan. Als het echt te moeilijk wordt, moet daar beslist rekening mee worden gehouden.

6. Kinderen hoeven geen overhaaste beslissingen te nemen of beslissingen waarvan ze de gevolgen niet kunnen overzien.

Bijvoorbeeld: heel belangrijk kan zijn een afspraak maken over bezoekregeling of oudercontact. Dat moet je nooit overhaast doen! Een begeleider moet een goed advies geven en jou de tijd geven om een besluit te nemen. Bij sommige keuzes zijn de gevolgen niet te overzien. Voor zulke keuzes zijn kinderen niet verantwoordelijk.

7. Het ‘dossier’ van kinderen moet volledig, optimaal en actueel zijn.

Pleegkinderen hebben recht om hun dossier (papieren met informatie over jou) in te zien. Begeleiders moeten dat vertellen. In het dossier moet duidelijk zijn van wie de informatie komt. Oude, achterhaalde informatie hoort er niet in. Kinderen willen hun verleden ook achter zich kunnen laten.

8. Pleegkinderen hebben recht op een goede en betrouwbare begeleiding.

Er moet iemand zijn die je altijd kunt bellen als je het moeilijk hebt, ook ’s avonds en in het weekend. Dat noem je een vertrouwenspersoon. Hij/zij moet alle tijd nemen om naar je luisteren en mag dingen niet verder vertellen. Je weet dat pleegkinderen meerdere begeleiders hebben: die moeten samenwerken in het belang van pleegkinderen. Ook leraren moeten weten van jouw situatie. Dan hoef je het niet voor de 100ste keer uit te leggen!

9. Klachten van kinderen moeten serieus worden genomen.

Je moet weten waar je met klach--ten terechtkunt, er moet naar geluisterd worden en er moet worden gezegd wat er met een klacht gaat gebeuren.

10. Kinderen uit pleeggezinnen moeten contact met elkaar hebben.

Omdat je iets deelt, namelijk het wonen in een pleeggezin, is het goed om daarover met andere pleegkinderen te praten. Want het is niet altijd gemakkelijk om pleegkind te zijn. Het blijkt dat je onder elkaar veel sneller vertrouwelijke dingen vertelt dan aan kinderen op school bijvoorbeeld.