artikel uit Mobiel 2, april/mei 2001

Lezers schrijven

Door: redactie

Hierbij twee brieven: één waarin een situatie wordt beschreven die wij meemaakten na afloop van een bezoek aan een dierentuin, de ander is de reactie van de dierentuin n.a.v. de eerste brief.

"Geachte medewerkers van Ouwehands Dierenpark,

Vandaag bracht ik met mijn gezin een prettig bezoek aan uw dierentuin. Aan het eind van het bezoek wilde ik graag een abonnement nemen. Na het invullen van de namen van mijn gezinsleden legde ik de caissière uit dat de namen verschillen, omdat ons gezin bestaat uit drie pleegkinderen en een eigen kind.
Dat was een probleem. Ik kon alleen een abonnement krijgen na het afgeven van adoptiepapieren. Misschien weten jullie dat pleegkinderen anders zijn dan adoptiekinderen? Ik kan derhalve geen adoptiepapieren laten zien! Ik kan helemaal niets laten zien. Het enige dat gedaan kan worden is een telefoontje van jullie zijde naar de pleegzorginstelling om ons verhaal te controleren.
Ik kan me voorstellen dat jullie dat niet doen, maar ik vind het uitermate oneerlijk. Wij moeten als pleeggezin papieren overhandigen, terwijl niemand hoeft te bewijzen dat hij of zij een eigen kind bij zich heeft.
Ook vind ik het vreemd dat het zo moeilijk is om ons een abonnement te geven, terwijl wij vorig jaar op een normale manier een gezinsabonnement konden nemen op Burgers Zoo. Zelfs ons laatst gekomen pleegkind mochten we er een dag later nog bij vermelden.
Is er beleid voor dit soort zaken? Of regelt iedere dierentuin dat op een eigen manier?
Jammer, we waren graag nog eens teruggekomen en, zeker met een gezin met vier kinderen, is het leuk om dan niet weer het volle pond te moeten betalen."

"Geachte mevrouw,
Ons beleid ten aanzien van pleegkinderen is dat bij de aanschaf van een abonnement aangetoond moet kunnen worden dat het pleegkinderen zijn. Indien u kunt aantonen dat u drie pleegkinderen heeft, kunt u alsnog -onder inlevering van uw entreebewijs- een gezinsabonnement aanschaffen."

Ik heb na ontvangst van de laatste brief nog gebeld met de schrijver. Mijn vraag was welke papieren hij wilde zien, wij hebben alleen rapporten en verslagen. Ja, die wilde hij wel even zien. Ik heb gezegd dat ik dat niet nodig vond en ook geen prijs meer stelde op een abonnement. Dat was prima.

Voor mij blijft het onredelijk dat ik moet bewijzen dat de kinderen die bij mij zijn mijn pleegkinderen zijn en dat verder niemand iets hoeft te bewijzen. Misschien zouden pleegouders voor dit soort situaties toch een bepaald ondertekend formulier moeten krijgen? Ik ben benieuwd wat andere ouders hiervan vinden.

Ineke Lucassen, Bemmel

Alternatieven in pleegzorg

Vier jaar geleden kwam Peter, een licht verstandelijk gehandicapte jongen van zes jaar, in ons gezin als crisisplaatsing. Er was weinig over hem bekend. De start verliep goed. Zo goed zelfs dat, toen bekend werd dat Peter niet meer terug kon naar zijn ouders, wij besloten dat hij bij ons kon blijven wonen.
Langzaam aan werd echter duidelijk dat Peter een behoorlijk verleden met zich meedraagt. Na enige tijd veranderde zijn gedrag zodanig dat ons hele gezinsleven er onder leed. Van ‘s morgens vroeg tot aan bedtijd kreeg hij de ene driftbui na de andere. Voor Peter was het even zwaar als voor ons. Hij wilde helemaal niet boos zijn, het ging gewoon vanzelf. Hij ging proberen de hele dag lief te zijn, enz.
Uiteindelijk werd Peter opgenomen in een observatie- en behandelingscentrum. Hij deed enorm zijn best om zichzelf te veranderen, want hij wilde zo graag weer bij ons wonen. Uiteindelijk werd een diagnose gesteld: een hechtingsgestoord kind, maar wel met hechtingsmogelijkheden.

Het advies was om Peter niet meer in ons gezin terug te plaatsen, maar een meer neutrale woonvorm te zoeken. Dit was voor Peter en voor ons een grote teleurstelling. Zowel de pleegzorgwerker als de jeugdbeschermer zagen dat er tussen Peter en ons gezin toch een positieve band bestand. Met elkaar besloten we dat wij met Peter verder zouden gaan, zij het op een andere manier.
Samen hebben wij de woonvormen op een rijtje gezet en werd er, zowel door de jeugdbeschermer als de pleegzorgwerker, gevraagd naar onze voorkeur. We werden overal bij betrokken en ingeschakeld.

Het was een lange, en niet altijd gemakkelijke weg, maar uiteindelijk kon Peter dankzij een persoonsgebonden budget (PGB) geplaatst worden in een kleinschalige woonvorm van vier kinderen, bij ons in de buurt. De leiding bestaat uit vier vaste krachten en enkele stagiaires die elkaar afwisselen. Deze kleinschaligheid is mogelijk omdat de woning gesloten is als de kinderen naar school zijn. Zo ook om het andere weekend, terwijl de kinderen thuis zijn.

In de samenwerking met de instelling behouden ouders een grote rol in het leven van hun (pleeg-)kind. Wij kunnen aangeven wat we voor Peter willen blijven doen en er wordt ook steeds overlegd met ons. Dit houdt in dat we zelf de contacten met school onderhouden; met hem naar de psycholoog of huisarts gaan; zijn kleding verzorgen etc. Peter komt regelmatig bij ons thuis, en wij bij hem. Zo kan het dus ook. We zitten op één lijn en behartigen samen de belangen van een pleegkind.

Waar wij tegen aan lopen, is dat er voor deze vorm van pleegzorg geen goed pleegcontract bestaat. We hebben een weekendcontract, maar vinden dit niet echt van toepassing. Peter woont weliswaar niet fulltime bij ons, maar we doen voor hem hetzelfde als perspectiefbiedende pleegouders en in-vesteren veel tijd en zorg in hem. Door andere instanties, zoals de Raad van Kinderbe-scher-ming of de rechtbank, worden wij echter niet als belanghebbenden van Peter gezien en dus niet gekend of gehoord in onderzoek en daaruit volgende beslissingen.

Ook financieel is er veel onduidelijkheid. Wij krijgen een dagvergoeding voor voeding als Peter bij ons is, maar overige kosten (kleding, kapper, schoolspullen, zwem-abonnement) schieten wij voor, omdat men niet weet uit welk potje dit betaald kan worden. Deze kosten kunnen niet worden verhaald op de instelling waar Peter verblijft. Een PGB is niet bedoeld voor deze kosten en voor kinderbijslag komt Peter niet in aanmerking, omdat hij een pleegkind is (waarom eigenlijk niet?). Zoals u leest, is er nog veel werk te verrichten.

Een pleegmoeder, naam en adres bekend bij de redactie