Hierbij twee brieven: één waarin een situatie wordt
beschreven die wij meemaakten na afloop van een bezoek aan een dierentuin,
de ander is de reactie van de dierentuin n.a.v. de eerste brief.
"Geachte medewerkers van Ouwehands Dierenpark,
Vandaag bracht ik met mijn gezin een prettig bezoek aan uw dierentuin.
Aan het eind van het bezoek wilde ik graag een abonnement nemen. Na
het invullen van de namen van mijn gezinsleden legde ik de caissière
uit dat de namen verschillen, omdat ons gezin bestaat uit drie pleegkinderen
en een eigen kind.
Dat was een probleem. Ik kon alleen een abonnement krijgen na het
afgeven van adoptiepapieren. Misschien weten jullie dat pleegkinderen
anders zijn dan adoptiekinderen? Ik kan derhalve geen adoptiepapieren
laten zien! Ik kan helemaal niets laten zien. Het enige dat gedaan
kan worden is een telefoontje van jullie zijde naar de pleegzorginstelling
om ons verhaal te controleren.
Ik kan me voorstellen dat jullie dat niet doen, maar ik vind het uitermate
oneerlijk. Wij moeten als pleeggezin papieren overhandigen, terwijl
niemand hoeft te bewijzen dat hij of zij een eigen kind bij zich heeft.
Ook vind ik het vreemd dat het zo moeilijk is om ons een abonnement
te geven, terwijl wij vorig jaar op een normale manier een gezinsabonnement
konden nemen op Burgers Zoo. Zelfs ons laatst gekomen pleegkind mochten
we er een dag later nog bij vermelden.
Is er beleid voor dit soort zaken? Of regelt iedere dierentuin dat
op een eigen manier?
Jammer, we waren graag nog eens teruggekomen en, zeker met een gezin
met vier kinderen, is het leuk om dan niet weer het volle pond te
moeten betalen."
"Geachte mevrouw,
Ons beleid ten aanzien van pleegkinderen is dat bij de aanschaf
van een abonnement aangetoond moet kunnen worden dat het pleegkinderen
zijn. Indien u kunt aantonen dat u drie pleegkinderen heeft, kunt
u alsnog -onder inlevering van uw entreebewijs- een gezinsabonnement
aanschaffen."
Ik heb na ontvangst van de laatste brief nog gebeld met de schrijver.
Mijn vraag was welke papieren hij wilde zien, wij hebben alleen rapporten
en verslagen. Ja, die wilde hij wel even zien. Ik heb gezegd dat ik
dat niet nodig vond en ook geen prijs meer stelde op een abonnement.
Dat was prima.
Voor mij blijft het onredelijk dat ik moet bewijzen dat de kinderen
die bij mij zijn mijn pleegkinderen zijn en dat verder niemand iets
hoeft te bewijzen. Misschien zouden pleegouders voor dit soort situaties
toch een bepaald ondertekend formulier moeten krijgen? Ik ben benieuwd
wat andere ouders hiervan vinden.
Ineke Lucassen, Bemmel
Alternatieven in pleegzorg
Vier jaar geleden kwam Peter, een licht verstandelijk gehandicapte
jongen van zes jaar, in ons gezin als crisisplaatsing. Er was weinig
over hem bekend. De start verliep goed. Zo goed zelfs dat, toen bekend
werd dat Peter niet meer terug kon naar zijn ouders, wij besloten
dat hij bij ons kon blijven wonen.
Langzaam aan werd echter duidelijk dat Peter een behoorlijk verleden
met zich meedraagt. Na enige tijd veranderde zijn gedrag zodanig dat
ons hele gezinsleven er onder leed. Van ‘s morgens vroeg tot
aan bedtijd kreeg hij de ene driftbui na de andere. Voor Peter was
het even zwaar als voor ons. Hij wilde helemaal niet boos zijn, het
ging gewoon vanzelf. Hij ging proberen de hele dag lief te zijn, enz.
Uiteindelijk werd Peter opgenomen in een observatie- en behandelingscentrum.
Hij deed enorm zijn best om zichzelf te veranderen, want hij wilde
zo graag weer bij ons wonen. Uiteindelijk werd een diagnose gesteld:
een hechtingsgestoord kind, maar wel met hechtingsmogelijkheden.
Het advies was om Peter niet meer in ons gezin terug te plaatsen,
maar een meer neutrale woonvorm te zoeken. Dit was voor Peter en voor
ons een grote teleurstelling. Zowel de pleegzorgwerker als de jeugdbeschermer
zagen dat er tussen Peter en ons gezin toch een positieve band bestand.
Met elkaar besloten we dat wij met Peter verder zouden gaan, zij het
op een andere manier.
Samen hebben wij de woonvormen op een rijtje gezet en werd er, zowel
door de jeugdbeschermer als de pleegzorgwerker, gevraagd naar onze
voorkeur. We werden overal bij betrokken en ingeschakeld.
Het was een lange, en niet altijd gemakkelijke weg, maar uiteindelijk
kon Peter dankzij een persoonsgebonden budget (PGB) geplaatst worden
in een kleinschalige woonvorm van vier kinderen, bij ons in de buurt.
De leiding bestaat uit vier vaste krachten en enkele stagiaires die
elkaar afwisselen. Deze kleinschaligheid is mogelijk omdat de woning
gesloten is als de kinderen naar school zijn. Zo ook om het andere
weekend, terwijl de kinderen thuis zijn.
In de samenwerking met de instelling behouden ouders een grote rol
in het leven van hun (pleeg-)kind. Wij kunnen aangeven wat we voor
Peter willen blijven doen en er wordt ook steeds overlegd met ons.
Dit houdt in dat we zelf de contacten met school onderhouden; met
hem naar de psycholoog of huisarts gaan; zijn kleding verzorgen etc.
Peter komt regelmatig bij ons thuis, en wij bij hem. Zo kan het dus
ook. We zitten op één lijn en behartigen samen de belangen
van een pleegkind.
Waar wij tegen aan lopen, is dat er voor deze vorm van pleegzorg
geen goed pleegcontract bestaat. We hebben een weekendcontract, maar
vinden dit niet echt van toepassing. Peter woont weliswaar niet fulltime
bij ons, maar we doen voor hem hetzelfde als perspectiefbiedende pleegouders
en in-vesteren veel tijd en zorg in hem. Door andere instanties, zoals
de Raad van Kinderbe-scher-ming of de rechtbank, worden wij echter
niet als belanghebbenden van Peter gezien en dus niet gekend of gehoord
in onderzoek en daaruit volgende beslissingen.
Ook financieel is er veel onduidelijkheid. Wij krijgen een dagvergoeding
voor voeding als Peter bij ons is, maar overige kosten (kleding, kapper,
schoolspullen, zwem-abonnement) schieten wij voor, omdat men niet
weet uit welk potje dit betaald kan worden. Deze kosten kunnen niet
worden verhaald op de instelling waar Peter verblijft. Een PGB is
niet bedoeld voor deze kosten en voor kinderbijslag komt Peter niet
in aanmerking, omdat hij een pleegkind is (waarom eigenlijk niet?).
Zoals u leest, is er nog veel werk te verrichten.
Een pleegmoeder, naam en adres bekend bij de redactie