(…) En dat zijn dan de mannen die de beslissingen nemen in
Nederland. Over jou, over mij en deze week over een klein meisje dat
bij vrienden van mij in huis is komen wonen. Ze werd geboren in een
asielzoekerscentrum. Haar moeder kon niet goed voor haar zorgen dus
deed haar 2-jarig broertje dat. Ze sjouwden samen tot midden in de
nacht buiten op zoek naar eten. Tot het zelfs het asielzoekerscentrum
te gortig werd en de kinderbescherming werd ingeschakeld. De kinderen
gingen naar een tehuis, tot er voor het meisje een pleeggezin gevonden
was. Ze was toen anderhalf jaar oud, schuw en angstig en verstopte
overal eten. Je kon als het ware de blokkendoos niet opentrekken of
er lag een half brood in.
Nu is ze vijf jaar, ze zingt, ze lacht, ze spreekt vloeiend Nederlands
en gaat wel bij haar moeder op bezoek maar die heeft alweer 2 nieuwe
kinderen en daarnaast natuurlijk een volledige dagtaak aan de IND
en de vreemdelingendienst.
Intussen is ze ook nog eens uitgeprocedeerd dus wordt zij binnenkort
teruggestuurd naar Afrika. En het meisje mag mee. Van de lullo’s
aan de top moet ze zelfs mee. Ook al kent ze haar moeder alleen van
korte bezoekjes en spreken ze elkaars taal niet en willen mijn vrienden
dolgraag voorgoed voor haar blijven zorgen.
Dit kind is niet het enige. Op dit moment worden vele door de kinderbescherming
weggeplaatste kinderen van uitgeprocedeerde asielzoekers ineens snel
weer teruggebracht. Zodat ze lekker mee kunnen worden uitgezet en
wij er in Nederland tenminste van af zijn. (…)
Ik heb eigenlijk alleen nog een verzoek voor Wim Kok. Hé dromedariscowboy,
mag dat meisje alsjeblieft blijven? Omdat ik ook wel weet dat je niet
iedereen kan redden, maar dat we zo’n kleine die al gered is
toch niet weer hoeven te laten verzuipen?
Bia. Uit: Column van Carrie voor het radioprogramma ‘Spijkers
met koppen’, van 10 februari 2001.
Onderweg in de auto werd ik geraakt door dit verhaal. Net nu ik bezig
was met een themagedeelte voor Mobiel over wie welke beslissingen
nemen, en waarom. Dit was wel een heel schrijnend voorbeeld van ingrijpende
keuzes die gemaakt worden over ouders, pleegouders en kinderen. Hoe
heeft het zover kunnen komen en wie gaat hierover?
Wie gaat hierover?
Het Ministerie van Justitie bepaalt het vreemdelingenbeleid. De Immigratie-
en Naturalisatiedienst (IND) voert dat beleid uit en bepaalt wie er
mag blijven en wie niet. Ongeveer 70 a 80 % van de asielzoekers wordt
teruggestuurd. De Centra voor Opvang Asielzoekers (COA) verzorgen
de opvang. Als ouders ten tijde van hun opvang niet goed voor hun
kinderen kunnen zorgen, wordt de Raad voor Kinderbescherming ingeschakeld.
Er wordt, zonodig, een ondertoezichtstelling uitgesproken en het kind
wordt al dan niet uit huis geplaatst. Dit kan zijn in een internaat
of in een pleeggezin.
Zolang er sprake is van een vluchtelingenstatus wordt de begeleiding
opgepakt door de Stichting de Opbouw. Doel van de ondertoezichtstelling
is gezinshereniging. In een aantal gevallen is die gezinshereniging
blijkbaar niet te realiseren, zoals in het geval van Bia, het meisje
waar het in de column om gaat.
Asielzoekersbeleid
Het vreemdelingenbeleid gaat in het algemeen boven het recht van
het kind. Dat betekent dat het niet verkrijgen van een verblijfsvergunning
inhoudt dat degene die de asielaanvraag doet, het land moet verlaten,
mét zijn of haar kinderen. Ook als dat niet in het belang van
het kind lijkt (denk aan de zaak Gümus destijds, waarbij de kinderen
ook helemaal niet terug wilden). Uitgangspunt is: kinderen horen bij
hun ouders. Het is niet mogelijk om ouders een verblijfsvergunning
te geven op basis van het belang van hun kinderen. De redenering die
hieraan ten grondslag ligt, is dat ouders dan over de hoofden van
hun kinderen een verblijfs-vergunning zouden kunnen afdwingen.
De enige mogelijkheid om het kind hier te laten is om een ontzetting
uit de ouderlijke macht aan te vragen via de Raad voor de Kinderbescher-ming
of via een advocaat. Dit is erg moeilijk, omdat niet duidelijk is
of de problemen bij de ouders misschien veroorzaakt worden door de
huidige situatie rond opvang in Nederland. De overheid gaat er in
het algemeen van uit dat in het land van herkomst vaak hulp van familie
of bekenden zal zijn, waardoor terugsturen verantwoord is. Wordt de
verblijfsvergunning aan het einde van de asielzoekerprocedure niet
verleend, dan moet de asielzoeker het land dus verlaten. In de praktijk
betekent dat dat hij of zij wordt uitgesloten van opvang. Het wordt
aan de verantwoordelijkheid van de uitgeprocedeerde asielzoeker overgelaten
of hij of zij het land ook daadwerkelijk verlaat. Onderduiken in de
illegaliteit is dan voor de pleegouders natuurlijk een groot schrikbeeld.
Lange procedures
Het grote probleem wordt veroorzaakt door de lange wachttijd van
de hele procedure voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning.
Ingeval van deze situatie woont het kind al bijna vier jaar in het
pleeggezin. Wie zei ook alweer iets over niet hechten in pleeggezinnen?
Dat is in zo’n geval toch onmogelijk? In die tijd is Bia vernederlandst,
spreekt haar moederstaal niet meer en is helemaal ingeburgerd in het
gezin en de omgeving waar ze woont. Er ontstaat dan ook een hartverscheurende
situatie als blijkt dat moeder en kinderen terugmoeten. Er zijn bovendien
grote vragen over of de moeder het zal redden in het land van herkomst.
Zo lijkt er een verliessituatie voor alle betrokkenen te ontstaan
met veel pijn, verdriet en onbegrip.
Dilemma’s
Mijn hoofd is vol tegenstrijdige gedachten: Wat doe je het kind aan
als je het blijvend uit zijn eigen cultuur en familie haalt? Welk
trauma loopt het op als het gescheiden wordt van zijn pleegouders
en zijn eigen vertrouwde omgeving waar het vanaf zijn vroegste jeugd
opgevoed is? Hoe kunnen pleegouders hier mee verder leven? Hoe kun
je hen daarbij steunen? Kun je het ouders aandoen om hen terug te
sturen naar hun land van herkomst zonder hun kind(eren)? Moet je jonge,
gevluchte kinderen dan niet meer in pleeggezinnen plaatsen of juist
wel? Geef je het kind daarmee meer kans op een goeie start in het
leven, waar het straks blijvend voordeel van plukt? Om hoeveel van
dergelijke kinderen gaat het in Nederland?
Allemaal vragen die om een antwoord schreeuwen. Dat antwoord kan
echter niemand geven, ook niet degenen die erover gaan. En intussen
gaat het leven verder…