artikel uit Mobiel 2, april/mei 2001

Weglopen is eigenlijk het goede woord niet...

thema: wikken wegen: wie beschikt?

Door: Kees Vreeburg

"Op een dag heb ik besloten om niet meer terug te gaan naar huis. Ik ben naar het JAC gegaan, dat nu niet meer bestaat. Zij hebben mijn school gebeld en daar waren maatschappelijk werkers die me verder geholpen hebben." Aan het woord is Robbert. Hij is nu bijna 23 jaar en hij kijkt terug op de periode in zijn leven vanaf het moment dat hij besloot niet meer thuis te willen wonen.

"De mensen van school vingen me goed op, steunden me en regelden een plek in een crisisopvanghuis. Diezelfde middag kon ik daar al heen. Ze hebben ook gelijk mijn ouders ingelicht. Zowel zij als ik wisten vanaf dat moment dat ik niet meer terug zou gaan naar huis."
"Ik heb vier maanden in Alkmaar gezeten. Het ging om tijdelijke opvang, maar tegelijk zeg ik erbij dat het een toptijd was. Als je in zo’n huis terecht komt, denk je dat je de enige bent met zulke grote problemen. Maar dan blijkt van niet. Het gekke is dat je niet eens zoveel praat met die andere jongeren over waarom zij daar zitten. Je bent solidair met elkaar en dat schept direct een band. Ik heb na al die jaren nog steeds contact met een paar van hen."

Gezinshuis

"Na die maanden in Alkmaar werd me verteld dat er een plek voor mij was gevonden in een soort gezinshuis. Daar was geen overleg met mij over geweest. Er was plaats, dus daar ging ik naar toe. Ik was toen veertien jaar en was wel blij met de zekerheid van een vaste plek.
Het was een gewoon huis met een pleegvader die een baan had en een pleegmoeder die thuis was voor de kinderen. Er waren twee eigen- en drie pleegkinderen in dat huis. In de leeftijd van nul tot zestien jaar. Het was de bedoeling dat ik daar zou blijven totdat ik op kamers kon."

"Het was al die tijd al duidelijk, dat ik niet naar huis terug zou gaan. Mijn ouders wilden me ook helemaal niet terug. Ik had en heb tot op de dag van vandaag geen contact met ze. Alleen op de begrafenis van mijn oma zag ik mijn moeder. Ze keek me aan met een blik van: ‘wat doe jij hier?’ Ik dacht ‘ik ben hier niet voor jou maar voor mijn oma’. Ik heb geen behoefte aan contact met mijn moeder. Ik ben er overheen. In het begin is het moeilijk, maar je moet ermee leren leven."

"Achteraf ben ik wel tevreden met de keuze voor een pleeggezin. Ik was veertien en nog te jong en onzelfstandig voor een kamertrainingcentrum. Ik leefde vóór die tijd veel op straat en had nooit een goed contact met mijn ouders."
"De hulpverleners vonden dat ik eerst moest leren om een band aan te gaan met volwassenen. Dat zal de reden geweest zijn om voor een pleeggezin te kiezen. Het was echt moeilijk in het begin. Ik moest veel doen in huis, kreeg veel taken enzo. Dat was ik niet gewend. Thuis hoefde ik nooit wat. Ook gesprekken voeren was nieuw voor mij. Dat kon ik echt niet."
"Achteraf was die structuur goed voor mij. Als je dat niet leert, lukt je dat later volgens mij ook niet. En ook in praktische zin heb ik veel geleerd. Ik heb het er al die jaren volgehouden. Het was een goede tijd. Ik zie mijn pleegouders nog geregeld. Zo eens in de twee weken gemiddeld, en met verjaardagen. Ze hebben dat gezinshuis nog altijd."

Begeleid wonen

"Na zo’n acht jaar gezinshuis ben ik verhuisd naar ‘begeleid wonen’. Dat is een huis waar de groepsleiders een paar uur per dag aanwezig zijn, maar waar je grotendeels zelfstandig woont, samen met nog wat andere jongeren."
"Die beslissing heb ik samen met de plaatser genomen. Ik mocht het wel zelf weten. Het leek me goed, omdat ik laat klaar was met school. Op mijn achttiende had ik de MAVO pas af. Ik moest nog keuzes maken wat betreft mijn nieuwe school. Liever wilde ik nog niet helemaal zelfstandig wonen, maar begeleid op kamers."
"Nu zit ik hier alweer een tijdje in begeleid wonen. Ik zit in het laatste jaar van een middelbare beroepsopleiding. Ik loop stage en hoop van de zomer klaar te zijn. In oktober moet ik hier uiterlijk weg zijn, dan zit mijn tijd erop.”
“Ik loop stage bij de rechtbank en doe daar arbeids- en verkeerszaken. Veel computerwerk, maar ik woon bijvoorbeeld ook zittingen bij. Misschien kan ik op mijn stageplek blijven en via interne opleidingen verder komen. In de HBO heb ik nu even geen zin. Ik zie wel verder."