Bureau Jeugdzorg is in het leven geroepen om de hulp aan ouders
en kinderen beter te stroomlijnen en de beperkte capaciteit aan hulp
beter te verdelen. Dat is een nobel streven waar in de praktische
uitvoering vele haken en ogen aanzitten. Bureau Jeugdzorg wil een
aanspreekpunt zijn voor ouders en opvoeders van jeugdigen van 0 t/m
17 jaar. Samenwerking tussen instanties op het gebied van de jeugdhulpverlening,
de jeugdbescherming en de jeugd-GGZ moeten deze doelen waarborgen:
één voordeur dus. De redactie ging op zoek naar de achterdeuren
van de bureaus Jeugdzorg. We gingen te rade bij enkele bureaus Jeugdzorg
die dit concept al in de steigers hebben staan. Als snel blijkt dat
dienstverlening aan de jeugd niet eenvoudig in kant-en-klare oplossingen
uiteenvalt. De complexiteit in problematiek, samenwerking en soms
tegenstrijdige belangen maken het in de praktijk bijzonder lastig
en tijdrovend.
Het klinkt mooi. De bureaus Jeugdzorg moeten ervoor zorgen dat kinderen
en ouders sneller op de juiste plek terechtkomen door het opstellen
van heldere criteria op grond waarvan bepaalde vormen van hulp worden
ingezet. Bovendien wordt een vaste persoon (de casemanager) aangesteld
die gedurende de hele periode van hulp vaste aanspreekpersoon is en
zorgt dat de verleende hulp verantwoord plaatsvindt en op elkaar aansluit.
Regiobreed
Als ouder met een hulpvraag kun je zelf contact opnemen met het bureau
Jeugdzorg. Is er al eerder hulp geweest, dan kan ook die hulpverlenende
instantie contact opnemen (met toestemming van de ouders). Na aanmelding
volgt een mondeling gesprek met de hulpvrager, waarbij ouders en kinderen
boven de 12 jaar altijd gehoord worden. Daarna wordt de aanmelding
besproken in een overleg, waarbij alle hulpverlenende instellingen
in de regio vertegenwoordigd zijn. In dit overleg wordt gekeken welke
hulp er nodig is (zo licht mogelijk, zo dicht mogelijk bij huis en
zo kort mogelijk). Is er een lichte vorm van hulp nodig, (bijvoorbeeld
een aantal gesprekken of een sociale vaardigheidstraining) dan wordt
deze hulp ingeschakeld.
Casemanager
Is er een ingrijpende vorm van hulpverlening nodig (zoals uithuisplaatsing,
dagbehandeling of intensieve gezinsbehandeling) dan wordt zo spoedig
mogelijk een casemanager benoemd, die verantwoordelijk blijft voor
de geboden hulp gedurende het hele hulpverleningsproces, dus ook als
er van hulp veranderd wordt. De casemanager bekijkt samen met de aanmelder
welke hulp het meest passend is, of er nog aanvullend onderzoek nodig
is en zo ja, wie dat dan moet uitvoeren en wat dies meer zij. Een
casemanager heeft gemiddeld zo’n 40 kinderen onder zijn hoede.
Variaties in pleegzorg
Als duidelijk is wat er moet gebeuren in een bepaalde situatie dan
gaat de aanvraag voor hulp naar de zorgtoewijzingscommissie, die het
geheel moet goedkeuren. De betreffende instelling heeft dan een opnameplicht,
mits er geen wachtlijst is. De tijd tussen aanmelding bij bureau Jeugdzorg
en het krijgen van toestemming om bij de gewenste instelling voor
de uitvoering van de hulp aan te kloppen, bedraagt gemiddeld drie
tot zes maanden. En dan is het maar te hopen dat er bij die instelling
geen wachtlijsten zijn, anders duurt het nog langer. Voor crisissituaties
is er een aparte crisisafdeling.
Is gekozen voor een pleeggezin dan gaat de aanvraag dus naar de Voorziening
voor Pleegzorg, die bekijkt welke mogelijkheden er in haar regio zijn.
Algemeen uitgangspunt is, dat bij uithuisplaatsing eerst gezocht moet
worden in het netwerk van het kind. Of dat altijd even actief gebeurt,
is de vraag. Familieberaad zou de familie van het kind een actievere
rol kunnen geven bij een uithuisplaatsing, maar dat is nog op weinig
plaatsen van de grond gekomen. Dit is wel het streven voor de toekomst
en de Voorzieningen voor Pleegzorg zouden daar een nuttige rol bij
kunnen spelen.
Soms hebben de Voorzieningen voor Pleegzorg vele variaties in vormen
van pleegzorg zoals bijvoorbeeld moslimpleeggezinnen, therapeutische
pleeggezinnen, gezinshuizen, pleeggezinnen met een observatiefunctie,
weekendcontactgezinnen, enz. De Voorzieningen voor Pleegzorg beslissen
zelf over welk kind in welk gezin terecht komt.
Netwerkpleegzorg
Het komt wel voor dat kinderen bij de aanmelding al bij familie of
vrienden zitten: in hun eigen netwerk dus. Bureau Jeugdzorg bekijkt
dan of de plaatsing een goede plek voor het kind is. Vervolgens wordt
er gekeken naar de reden voor uithuisplaatsing en wordt onderzocht
of de plaatsing terecht is gebeurd. Ook de Voorziening voor Pleegzorg
bekijkt of het betreffende gezin een verantwoorde plaats biedt aan
het kind. Zien zij geen bezwaar, dan kan de plaatsing gewoon als een
pleeggezinplaatsing betaald en begeleid worden door een pleegzorgwerker
van de Voorziening voor Pleegzorg.
Criteria
De criteria voor de keuze tussen bijvoorbeeld een internaat of een
pleeggezin kan ieder bureau Jeugdzorg zelf opstellen. Er is wel een
landelijk platform voor overleg tussen de bureaus Jeugdzorg, maar
dit overleg is vrijblijvend, geeft weinig inhoudelijke richtlijnen
en niet alle bureaus Jeugdzorg nemen eraan deel. Sommige bureaus hebben
draaiboeken ontwikkeld die door alle medewerkers gebruikt worden,
zodat er in ieder geval meer eenduidigheid in beslissingen komt in
die betreffende regio. Pas in 2004 (met de komst van de nieuwe Wet
op de jeugdhulpverlening) zal van overheidswege voorgeschreven worden
hoe de bureaus Jeugdzorg inhoudelijk moeten werken.
De praktijk leert dat hoe meer ervaring en kennis is opgebouwd, hoe
vlotter de afhandeling is en hoe meer de activiteiten van bureau Jeugdzorg
door de hulpvragers als steun gewaardeerd worden. Ook de hulpvragers
en verwijzende instanties moeten vaak nog leren om duidelijke vragen
te stellen en de juiste informatie aan te leveren.
Huis in aanbouw
De bureaus Jeugdzorg hebben te maken met een stroom van kritiek en
moeten desondanks blijven geloven in de missie die ze hebben om de
jeugdhulpverlening beter te laten functioneren. Het doet een beetje
denken aan een groot huis dat totaal verbouwd moet worden. Dan zie
je ook soms door de bomen het bos niet meer, zijn er zaken die niet
op elkaar aansluiten en is er vooral veel onrust, bij jezelf maar
ook bij de buren. Het hangt dan van de architect en de vaklui af of
het goed komt en of iedereen tevreden is over het eindresultaat. Zo
zal het wellicht ook met de bureaus Jeugdzorg gaan. Nu werkt men overal
in het land nog aan de fundamenten en pas als dat goed gebeurd is,
kan het huis zodanig ingericht worden dat alle gebruikers er tevreden
over zijn.
Anno nu blijft het tekort aan capaciteit voor jeugdhulpverlening een
groot probleem. Voor de meest schrijnende gevallen kan een beroep
gedaan worden op het provinciebestuur om tijdelijk extra capaciteit
te creëren. Verder ontspruit er nogal wat particulier intiatief,
dat inspeelt op de schaarste aan hulpverleningsplaatsen.
Gelijke kansen
Maar er is door een betere samenwerking inmiddels wel bereikt dat
alle kinderen dezelfde rechten en kansen op hulp en onderzoek hebben.
Vroeger was er een groot verschil tussen justitiële en vrijwillige
plaatsingen wat de randvoorwaarden betreft, zoals mogelijkheden voor
onderzoek, recht op een fiets, recht op huishoudelijke hulp in het
pleeggezin, recht op een kledingbudget en noem maar op. Nu is dat
veel meer gelijk getrokken en soms (in de provincie Limburg bijvoorbeeld)
is er één financieel loket waar je kunt aankloppen.
Daar wordt gezorgd voor betaling als je er recht op hebt, daar wordt
uitgezocht of dat zo is en, zo ja, waar deze kosten dan verhaald kunnen
worden. Een ander merkbaar verschil is dat er minder langdurige ondertoezichtstellingen
(o.t.s.) voorkomen. Er komt eerder duidelijkheid doordat er een stringenter
beleid wordt uitgezet, waar alle partijen weet van hebben en aan kunnen
werken.
Relatie met de Raad voor de Kinderbescherming
In veel regio’s lopen de aanmeldingen bij de Raad voor
de Kinderbescherming niet via bureau Jeugdzorg, maar worden
ze rechtstreeks bij de Raad gedaan. Als de Raad voor de Kinderbescherming
na onderzoek tot de conclusie komt dat er een kinderbeschermingsmaatregel
nodig is (ondertoezichtstelling of ontheffing/ontzetting uit
de ouderlijke macht) dan schakelen zij een (gezins-)voogdij-instelling
in. Deze instellingen werken ook met casemanagers (heten hier
voogd of gezinsvoogd) en zij hebben in principe dezelfde taak
als de casemanager bij bureau Jeugdzorg. Deze laatsten werken
dus met kind en ouders op vrijwillige basis. De Raden voor
de Kinderbescherming, de GGZ-instellingen en de instellingen
voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie werken wel nauw samen met
de bureaus Jeugdzorg en nemen deel aan gezamenlijk overleg.
Zodoende kunnen ook weer kortere lijnen gecreëerd worden
en kan meer afstemming plaatsvinden.
|
Met dank aan:
Cecile van Damme, hoofd zorgmanagement bureau Jeugdzorg Tilburg;
Ton v.d. Heuvel, zorgtoewijzingscommissie bureau Jeugdzorg Tilburg;
Jos Extra, staffunctionaris Voorziening voor Pleegzorg Limburg;
Lies de Werdt, pleegzorgwerker Centrum voor Pleegzorg Veldhoven.