artikel uit Mobiel 2, april/mei 2001

Bureau Jeugdzorg: doelen en werkwijzen in theorie en praktijk

thema: wikken wegen: wie beschikt?

Door: Jenny Gijzen

Bureau Jeugdzorg is in het leven geroepen om de hulp aan ouders en kinderen beter te stroomlijnen en de beperkte capaciteit aan hulp beter te verdelen. Dat is een nobel streven waar in de praktische uitvoering vele haken en ogen aanzitten. Bureau Jeugdzorg wil een aanspreekpunt zijn voor ouders en opvoeders van jeugdigen van 0 t/m 17 jaar. Samenwerking tussen instanties op het gebied van de jeugdhulpverlening, de jeugdbescherming en de jeugd-GGZ moeten deze doelen waarborgen: één voordeur dus. De redactie ging op zoek naar de achterdeuren van de bureaus Jeugdzorg. We gingen te rade bij enkele bureaus Jeugdzorg die dit concept al in de steigers hebben staan. Als snel blijkt dat dienstverlening aan de jeugd niet eenvoudig in kant-en-klare oplossingen uiteenvalt. De complexiteit in problematiek, samenwerking en soms tegenstrijdige belangen maken het in de praktijk bijzonder lastig en tijdrovend.

Het klinkt mooi. De bureaus Jeugdzorg moeten ervoor zorgen dat kinderen en ouders sneller op de juiste plek terechtkomen door het opstellen van heldere criteria op grond waarvan bepaalde vormen van hulp worden ingezet. Bovendien wordt een vaste persoon (de casemanager) aangesteld die gedurende de hele periode van hulp vaste aanspreekpersoon is en zorgt dat de verleende hulp verantwoord plaatsvindt en op elkaar aansluit.

Regiobreed

Als ouder met een hulpvraag kun je zelf contact opnemen met het bureau Jeugdzorg. Is er al eerder hulp geweest, dan kan ook die hulpverlenende instantie contact opnemen (met toestemming van de ouders). Na aanmelding volgt een mondeling gesprek met de hulpvrager, waarbij ouders en kinderen boven de 12 jaar altijd gehoord worden. Daarna wordt de aanmelding besproken in een overleg, waarbij alle hulpverlenende instellingen in de regio vertegenwoordigd zijn. In dit overleg wordt gekeken welke hulp er nodig is (zo licht mogelijk, zo dicht mogelijk bij huis en zo kort mogelijk). Is er een lichte vorm van hulp nodig, (bijvoorbeeld een aantal gesprekken of een sociale vaardigheidstraining) dan wordt deze hulp ingeschakeld.

Casemanager

Is er een ingrijpende vorm van hulpverlening nodig (zoals uithuisplaatsing, dagbehandeling of intensieve gezinsbehandeling) dan wordt zo spoedig mogelijk een casemanager benoemd, die verantwoordelijk blijft voor de geboden hulp gedurende het hele hulpverleningsproces, dus ook als er van hulp veranderd wordt. De casemanager bekijkt samen met de aanmelder welke hulp het meest passend is, of er nog aanvullend onderzoek nodig is en zo ja, wie dat dan moet uitvoeren en wat dies meer zij. Een casemanager heeft gemiddeld zo’n 40 kinderen onder zijn hoede.

Variaties in pleegzorg

Als duidelijk is wat er moet gebeuren in een bepaalde situatie dan gaat de aanvraag voor hulp naar de zorgtoewijzingscommissie, die het geheel moet goedkeuren. De betreffende instelling heeft dan een opnameplicht, mits er geen wachtlijst is. De tijd tussen aanmelding bij bureau Jeugdzorg en het krijgen van toestemming om bij de gewenste instelling voor de uitvoering van de hulp aan te kloppen, bedraagt gemiddeld drie tot zes maanden. En dan is het maar te hopen dat er bij die instelling geen wachtlijsten zijn, anders duurt het nog langer. Voor crisissituaties is er een aparte crisisafdeling.
Is gekozen voor een pleeggezin dan gaat de aanvraag dus naar de Voorziening voor Pleegzorg, die bekijkt welke mogelijkheden er in haar regio zijn.
Algemeen uitgangspunt is, dat bij uithuisplaatsing eerst gezocht moet worden in het netwerk van het kind. Of dat altijd even actief gebeurt, is de vraag. Familieberaad zou de familie van het kind een actievere rol kunnen geven bij een uithuisplaatsing, maar dat is nog op weinig plaatsen van de grond gekomen. Dit is wel het streven voor de toekomst en de Voorzieningen voor Pleegzorg zouden daar een nuttige rol bij kunnen spelen.
Soms hebben de Voorzieningen voor Pleegzorg vele variaties in vormen van pleegzorg zoals bijvoorbeeld moslimpleeggezinnen, therapeutische pleeggezinnen, gezinshuizen, pleeggezinnen met een observatiefunctie, weekendcontactgezinnen, enz. De Voorzieningen voor Pleegzorg beslissen zelf over welk kind in welk gezin terecht komt.

Netwerkpleegzorg

Het komt wel voor dat kinderen bij de aanmelding al bij familie of vrienden zitten: in hun eigen netwerk dus. Bureau Jeugdzorg bekijkt dan of de plaatsing een goede plek voor het kind is. Vervolgens wordt er gekeken naar de reden voor uithuisplaatsing en wordt onderzocht of de plaatsing terecht is gebeurd. Ook de Voorziening voor Pleegzorg bekijkt of het betreffende gezin een verantwoorde plaats biedt aan het kind. Zien zij geen bezwaar, dan kan de plaatsing gewoon als een pleeggezinplaatsing betaald en begeleid worden door een pleegzorgwerker van de Voorziening voor Pleegzorg.

Criteria

De criteria voor de keuze tussen bijvoorbeeld een internaat of een pleeggezin kan ieder bureau Jeugdzorg zelf opstellen. Er is wel een landelijk platform voor overleg tussen de bureaus Jeugdzorg, maar dit overleg is vrijblijvend, geeft weinig inhoudelijke richtlijnen en niet alle bureaus Jeugdzorg nemen eraan deel. Sommige bureaus hebben draaiboeken ontwikkeld die door alle medewerkers gebruikt worden, zodat er in ieder geval meer eenduidigheid in beslissingen komt in die betreffende regio. Pas in 2004 (met de komst van de nieuwe Wet op de jeugdhulpverlening) zal van overheidswege voorgeschreven worden hoe de bureaus Jeugdzorg inhoudelijk moeten werken.
De praktijk leert dat hoe meer ervaring en kennis is opgebouwd, hoe vlotter de afhandeling is en hoe meer de activiteiten van bureau Jeugdzorg door de hulpvragers als steun gewaardeerd worden. Ook de hulpvragers en verwijzende instanties moeten vaak nog leren om duidelijke vragen te stellen en de juiste informatie aan te leveren.

Huis in aanbouw

De bureaus Jeugdzorg hebben te maken met een stroom van kritiek en moeten desondanks blijven geloven in de missie die ze hebben om de jeugdhulpverlening beter te laten functioneren. Het doet een beetje denken aan een groot huis dat totaal verbouwd moet worden. Dan zie je ook soms door de bomen het bos niet meer, zijn er zaken die niet op elkaar aansluiten en is er vooral veel onrust, bij jezelf maar ook bij de buren. Het hangt dan van de architect en de vaklui af of het goed komt en of iedereen tevreden is over het eindresultaat. Zo zal het wellicht ook met de bureaus Jeugdzorg gaan. Nu werkt men overal in het land nog aan de fundamenten en pas als dat goed gebeurd is, kan het huis zodanig ingericht worden dat alle gebruikers er tevreden over zijn.
Anno nu blijft het tekort aan capaciteit voor jeugdhulpverlening een groot probleem. Voor de meest schrijnende gevallen kan een beroep gedaan worden op het provinciebestuur om tijdelijk extra capaciteit te creëren. Verder ontspruit er nogal wat particulier intiatief, dat inspeelt op de schaarste aan hulpverleningsplaatsen.

Gelijke kansen

Maar er is door een betere samenwerking inmiddels wel bereikt dat alle kinderen dezelfde rechten en kansen op hulp en onderzoek hebben. Vroeger was er een groot verschil tussen justitiële en vrijwillige plaatsingen wat de randvoorwaarden betreft, zoals mogelijkheden voor onderzoek, recht op een fiets, recht op huishoudelijke hulp in het pleeggezin, recht op een kledingbudget en noem maar op. Nu is dat veel meer gelijk getrokken en soms (in de provincie Limburg bijvoorbeeld) is er één financieel loket waar je kunt aankloppen. Daar wordt gezorgd voor betaling als je er recht op hebt, daar wordt uitgezocht of dat zo is en, zo ja, waar deze kosten dan verhaald kunnen worden. Een ander merkbaar verschil is dat er minder langdurige ondertoezichtstellingen (o.t.s.) voorkomen. Er komt eerder duidelijkheid doordat er een stringenter beleid wordt uitgezet, waar alle partijen weet van hebben en aan kunnen werken.

Relatie met de Raad voor de Kinderbescherming

In veel regio’s lopen de aanmeldingen bij de Raad voor de Kinderbescherming niet via bureau Jeugdzorg, maar worden ze rechtstreeks bij de Raad gedaan. Als de Raad voor de Kinderbescherming na onderzoek tot de conclusie komt dat er een kinderbeschermingsmaatregel nodig is (ondertoezichtstelling of ontheffing/ontzetting uit de ouderlijke macht) dan schakelen zij een (gezins-)voogdij-instelling in. Deze instellingen werken ook met casemanagers (heten hier voogd of gezinsvoogd) en zij hebben in principe dezelfde taak als de casemanager bij bureau Jeugdzorg. Deze laatsten werken dus met kind en ouders op vrijwillige basis. De Raden voor de Kinderbescherming, de GGZ-instellingen en de instellingen voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie werken wel nauw samen met de bureaus Jeugdzorg en nemen deel aan gezamenlijk overleg. Zodoende kunnen ook weer kortere lijnen gecreëerd worden en kan meer afstemming plaatsvinden.

 
Met dank aan:
Cecile van Damme, hoofd zorgmanagement bureau Jeugdzorg Tilburg;
Ton v.d. Heuvel, zorgtoewijzingscommissie bureau Jeugdzorg Tilburg;
Jos Extra, staffunctionaris Voorziening voor Pleegzorg Limburg;
Lies de Werdt, pleegzorgwerker Centrum voor Pleegzorg Veldhoven.