Hoi Bert,
Misschien kun jij met al je ervaring in de pleegzorg mij iets uitleggen.
Vorige week heeft de grootmoeder van onze eerste twee pleegdochters
contact met mij opgenomen. Geheel onverwacht, omdat de meiden toch
al bijna drie maanden geleden zijn vertrokken. Maar moeder durfde
zelf niet te bellen en dus moest oma dat klusje maar even opknappen.
De reden voor dat telefoontje was voornamelijk om mij op de hoogte
te stellen van het wel en wee van de kinderen. De meiden wonen nu
bij hun oma en dat is in dit geval geweldig: ze bloeien weer helemaal
op en hebben binnen hun eigen ‘netwerk’ weer hun plekje
gekregen.
Maar, eigenlijk gaat het niet goed, want hun moeder verwijdert zich
steeds verder van haar kinderen. En dat brengt me op mijn vraagstelling.
Toen ze bij ons kwamen wonen, was de indicatie ‘na een rustperiode
van een maand of vier terug naar moeder’. Nu is er zelfs al OTS
uitgesproken. Als ik terugdenk is er, in de periode dat de kinderen
bij ons waren en nu nog steeds, helemaal geen aandacht voor moeder
geweest. Pleegzorg legt prioriteit bij de pleeggezinnen en de kinderen,
en de plaatser bekommerde zich in zeer beperkte mate om de kinderen.
Moeder komt in dat hele plaatje niet voor.
Voor haar is er weinig ondersteuning en daadwerkelijke steun. Ik
heb me daar tijdens de plaatsing ook al druk over gemaakt. Want blijkbaar
kan ze het zelf niet en het gevolg is nu dat ze steeds verder afglijdt.
Ik vind dat moeilijk te begrijpen, want het is toch zeker ook in het
belang van de kinderen dat er aandacht en tijd is voor het herstel
van moeder? Het uitgangspunt is toch dat kinderen bij hun eigen ouders
‘horen’. Waarom kreeg en krijgt moeder dan geen steuntje
in de rug? Het is toch niet alleen haar eigen verantwoordelijkheid?
Of wel?
Groetjes, Michelle
Hallo Michelle,
Gelijk heb je! En met die mening sta je bepaald niet alleen. Er zijn
overigens al heel wat pogingen gedaan om de aandacht voor de ouder
te vergroten. Ook in deze tijd zijn er weer interessante initiatieven
op dat terrein.
Zeer nuttig. Maar te vaak gaat het om een betrekkelijk kleine groep
ouders, in het kader van proefprojecten waarvoor extra geld beschikbaar
is. Zodra de experimentele fase voorbij is -en de financiële
omstandigheden genormaliseerd worden- zie je de mooie resultaten nogal
eens wegzakken.
Vaak ook is die hulp kort beschikbaar: zodra de ouders eventjes goed
functioneren wordt de extra aandacht al afgebouwd. Op zichzelf terecht,
maar er zijn nu eenmaal ook ouders die redelijk kunnen functioneren
als er tenminste een ‘eeuwigdurende’ bemoeizorg aangeboden
wordt. Vergelijk het met een suikerpatiënt: die geef je ook niet
alleen maar insuline totdat de suikerspiegel het goede niveau heeft
bereikt. Een onderhoudsdosis blijft noodzakelijk.
Meer geld, en dus meer menskracht, zou natuurlijk kunnen bijdragen
aan het oplossen van deze knelpunten. Het is te gemakkelijk om het
daarmee af te doen. Weliswaar is het volgens mij echt zo dat de medewerkers
van onze instellingen het veel te druk hebben, maar dat heeft ook
te maken met het (niet) stellen van prioriteiten. Iedere medewerker
kan je vertellen hoeveel papier- en regelwerk er de laatste jaren
is bijgekomen. Gigantisch gewoon en, per item bezien, volstrekt zinnig
en nuttig. Als totaalpakket bezien echter volledig uit evenwicht.*
Jij, ik, je pleegzorgwerker, je plaatser en al die andere individuen,
moeten de beleidsmakers duidelijk maken dat de directe klantenzorg
centraal dient te staan. Dat bijkomende zaken belangrijk zijn, maar
dat, als er gekozen moeten worden (en dat zal altijd moeten), zij
toch op het tweede plan komen. Ik pleit daarbij geenszins voor vormen
van anarchie; ik pleit voor herbezinning op een gezonder evenwicht
in het takenpakket. Dat kun je niet in je dooie uppie bewerkstelligen,
maar we kunnen wel allemaal individueel bijdragen aan de ontkieming
van zo’n proces. Kortom: blijven zeuren, blijven eisen en je
niet laten doodknuffelen door de zoveelste nota over kwaliteit.
Groeten, Bert
* Jaren geleden noemde iemand V&D een perfect functionerend
bedrijf met slechts één handicap: men sloot niet aan
op de behoefte van de klant. Dat mag ons niet overkomen, maar die
dreiging bestaat wel.