artikel uit Mobiel 1, februari/maart 2001

'Verdeel en heers' komt pleegzorg niet ten goede

Door: Attie Wolff, pleegouder

Het ‘gastenboek’ van de internetsite van pleegzorg staat vol met negatieve ervaringen. Een tijdje geleden kwam het ‘meldpunt pleegzorg’ in het nieuws. Dat meldpunt is opgestart door een aantal personen met veel negatieve ervaringen met pleegzorg. Zij hebben de klachten verzameld en in de vorm van een zwartboek aangeboden aan Agnes Kant van de SP. Een goede zaak, want elke nare ervaring van pleegouders verdient het om gehoord te worden. Tegelijkertijd is er een nieuwe pleegoudervereniging gestart: ‘pleegzorg unite’. Nieuwe clubs, die zich willen werpen op de kwaliteitsverbetering van pleegzorg en de positie van pleegouders. Het is te begrijpen dat deze groepen een eigen gezicht willen hebben en zich willen profileren op een heel eigen wijze. Tenslotte kiezen pleegouders die groepering uit waarbij zij zich thuis voelen en die naar hun idee hun belangen het beste vertegenwoordigt.

Versnippering

Belangrijk is, dat elke organisatie zich sterk maakt met items die opkomen uit de eigen geledingen. Een keuze kan dan zijn om te verenigen of te organiseren op basis van bijvoorbeeld politieke of levensovertuiging, leeftijd, of de gekozen strategie om doelen te bereiken. Op deze manier kunnen er diverse organisaties ontstaan/bestaan met een veelal zelfde doel.

Het terrein waarop gericht wordt, in dit geval positieverbetering en kwaliteitsverbetering, kan daar alleen maar wijzer van worden. Concurrentie kan moordend zijn, maar eveneens zeer positief uitpakken. Er moet echter wel voor gezorgd worden dat concurrentie in de pleegzorg niet leidt tot versnippering en het afzwakken van de motivatie tot verenigen. Toch is dat wat momenteel een beetje aan het gebeuren is.

Verliezers

De nieuw gestarte clubs richten zich op hetzelfde werkveld als de NVP. Ze weten waarvoor ze staan, en zoeken volop de publiciteit. Ze groeien niet door eigen activiteiten en onderbouwde aanbevelingen, maar lijken soms hun bestaansrecht te moeten uitleggen door te wijzen op de subsidiëring van de NVP en de daardoor vermeende afhankelijkheid van overheden en instellingen. De NVP wordt afgeschilderd als de voordeurmat van de instellingen. De NVP reageert hierop door de nieuwe initiatieven niet te ondersteunen.

Het lijkt me niet in het belang van de zaak (kwaliteitspleegzorg en verbetering van de positie van pleegouders) om op elkaar af te geven, te willen bewijzen wie nu het meeste doet voor pleegouders en wie de meeste meldingen krijgt. Bij zo’n onderlinge race zijn alleen maar verliezers.

Het gaat om partijen met eenzelfde doel, waar door de strijd de aandacht afgaat van het oorspronkelijke belang en tegelijkertijd de geloofwaardigheid in diskrediet komt. Winnaars zijn dan de ‘tegenstanders’ in het werkveld. Ik zeg niet dat datgene hier gebeurt. Ik zie ook voorzieningen niet stiekem achter elke boom staan. Ik denk wel dat we moeten uitkijken dat straks de voorzieningen voor pleegzorg en de overheden met alle partijen apart om de tafel gaan zitten en daar hun voordeel uithalen, terwijl wij onderling nog aan het ruziën zijn en onze onderhandelingspositie steeds meer verzwakken. En dat doen we dan zelf.

Profileren

Het is onzin om te roepen dat subsidie afhankelijk maakt. Subsidie wordt aangevraagd en verstrekt, omdat de noodzaak wordt ingezien van een goed draaiende en continue organisatie die pleegouders vertegenwoordigt. Iedereen is daar bij gebaat. Pleegouders, omdat hun belangen goed vertegenwoordigd kunnen worden, en de overheid, omdat zij gebaat is bij een kritisch orgaan dat inzicht kan bieden in het functioneren van instellingen binnen de jeugdhulpverlening en in de bejegening van pleegouders.
Afhankelijk word je door personen. Afhan-kelijk word je wanneer je bang bent om eerlijk en duidelijk je mening te zeggen, wanneer je continu afwegingen maakt met ‘geld’ in je achterhoofd. Afhankelijk word je door bestuurders die niet daadkrachtig kunnen of durven zijn. Afhankelijk ben je wanneer je je principes verkoopt om subsidie te verkrijgen.
Ik weet dat dit bij de NVP niet aan de orde is.

Ik kan me wel voorstellen dat er geluiden opgaan dat de NVP zich momenteel niet laat zien als een organisatie met actiebereidheid, met het gevoel de barricades op te willen gaan. Dat zij zich opnieuw moeten gaan profileren op voorwaarden... Meer moet inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen... Dat er een discussie gevoerd moet worden over professionaliteit en we niet moeten blijven hangen in praten over communicatie.

Professionele organisatie

Hoe zou volgens mij de organisatie van pleegouders er uit moeten zien? Er moet een professionele organisatie zijn die de belangen van pleegouders behartigt. Professioneel, omdat het aantal vrijwilligers dat fulltime of parttime kan werken aanzienlijk terugloopt. Professioneel, omdat het accent van deze organisatie moet liggen op belangenbehartiging, positieverbetering en -bewaking, strijdbaarheid en er daarvoor continuïteit en ‘beroeps’krachten nodig zijn. Professioneel, omdat er dan gewoonweg ook meer geld ter beschikking is. Professioneel vooral ook, omdat geen instelling of overheid om zo’n club heen kan.
Ik vind het verder niet verkeerd om pleegzorg opnieuw te bekijken en te belichten welke taken die door pleegouders uitgevoerd worden, professioneel zijn. Ik heb mijn ideeën wel richting een vakbond voor ‘uitvoerders van de pleegzorg’:
Een combinatie van een professioneel kader en een kader van vrijwilligers met ieder hun eigen werkterrein, lijkt mij een goede werkwijze.

De professionele organisatie moet in staat zijn pleegouderinitiatieven te ondersteunen. Zij zal moeten samenwerken met de diverse personen, verenigingen etc. die zich richten op het verbeteren van de (rechts)-positie van pleegouders en de kwaliteit van het werkveld. Acties en dergelijke kunnen gedragen en ondersteund worden door de professionele krachten. Geen ergernis over en weer, geen wijzen naar, maar juist vooruit kijken en respect voor elkaar.
De NVP beschikt mijns inziens over voldoende kennis en potentieel om deze kar te trekken en tevens ondersteunende organisatie te zijn. Een en ander vraagt wel een bepaalde denkwijze en moed.

Voorlopig blijft alles nog bij het oude, mijn droom blijkt misschien in de toekomst een uitvoerbare utopie. Laten we in het pleegzorgveld er in ieder geval voor waken als pleegouders tegenover elkaar te komen staan. We moeten elkaar versterken om datgene te bereiken waarvoor we staan: een kwalitatief goede jeugdhulpverlening en pleegzorg, waarbinnen kinderen de kansen krijgen waar ze recht op hebben en pleegouders het nog leuk vinden pleegouder te zijn.