artikel uit Mobiel 6, december 2000/januari 2001

'Zonder internet en pleegouders had ik het niet gered'

interview

Door: Marleen en Odeta

Sikke van der Vaart is een van de bazen van theaterbureau Vanderden. Hij is ook toneelspeler en speelt vaak over en voor mensen in de pleegzorg. Onlangs studeerde hij (stiekem) nog een lied in met pleegkinderen om pleegouders om de jaarlijkse pleegzorgdag mee te verrassen. Marleen en Odetta van de Pleegkids!redactie vroegen Sikke waarom pleegzorg hem zo interesseert. Precies: zelf pleegkind geweest, in een internaat en in een pleeggezin. Dan weet je waar je over praat.

"Ik was geen makkelijk mannetje, vroeger. Ruzie zoeken, stomme dingen uithalen, het ging gewoon niet goed met me. Ik ging naar een internaat. Op mijn zestiende vertrok ik voor een tijdje naar Israël, maar toen ik er langer bleef dan gepland, was mijn plaats in het internaat opgegeven. Ik stond op Schiphol, had geen geld en geen onderdak. Dan maar liften naar Drachten, dacht ik. Maar met mijn lange haren nam niemand me mee, ondanks dat de ijzige vrieskou. Toen heeft iemand een plek in een pleeggezin voor mij geregeld. Daar heb ik – ondanks mijn niet gemakkelijke gedrag – een hele tijd gewoond. Mijn pleegouders zijn heel belangrijk voor mij. Ik ben hun kind geworden. Dat is een bijzonder gevoel.

Op mijn twintigste kreeg ik een vriendin. Zij betekende veel voor mij. Want veel vrienden had ik niet in die tijd.

Ik had geen enkele opleiding maar wilde dolgraag bij het toneel. Ik mocht een soort toelatingsexamen doen, slaagde daarvoor en begon een opleiding tot docent drama. Het eerste jaar vond ik het allemaal maar niks, maar daarna veranderde dat. Het ging beter met mezelf en daardoor maakte ik ook gemakkelijker vrienden. Zonder vriendschap is het leven leeg vind ik. Ik werd toneelspeler en begon later het theaterbureau. We hebben nu zes mensen in vaste dienst.

Ik ben heel erg boos geweest op mijn ouders. Toen ik in het internaat zat, dacht ik: 'jullie zien me nooit weer'. Jaren heb ik dat volgehouden, maar op een dag wilde ik ze toch zien. Eindelijk kon ik mijn boosheid kwijt, dat luchtte enorm op. Eéns per jaar ga ik nu op bezoek, maar als ik er ben, hebben we het eigenlijk over 'niks'. Toch hou ik van ze. Op hun manier hebben ze hun best gedaan. Maar voor mijzelf is het een geluk geweest dat ik ben weggegaan, anders was er niks van me terechtgekomen.

Als ik het één dag voor het zeggen zou hebben in Nederland dan zou ik er voor zorgen dat alle kinderen die niet bij hun ouders kunnen opgroeien een plaats krijgen in een pleeggezin. Zelf had ik het zonder internaat en pleegouders gewoon niet gered. Er moet veel meer geld naar de pleegzorg. Ik denk dat politici niet beseffen hoe belangrijk pleegzorg is. Aan het eind van die dag zou ik natuurlijk ook zelf nog iets leuks gaan doen: ik ga dan uit eten met Anouk." ( huh…dé Anouk??)

Marleen en Odetta