artikel uit Mobiel 6, december 2000/januari 2001

Over vergoedingen en kosten

rubriek: Lezers schrijven

Door: redactie

Onbetaalbaar

Sinds 1992 ben ik een alleengaande moeder met een dochter. Op enig moment ontstond het idee om een pleegkind op te nemen, en op 22 juli j.l. was het zover.
We kregen een definitieve plaatsing van een driejarige dreumes. Eerst wat vakantie opgenomen en vervolgens ouderschapsverlof.
Omdat pas in onze laatste CAO besloten is dat dit verlof voor 50% wordt vergoed, beschikte personeelszaken nog niet over een manier waarop zij dit kunnen verwerken.
Als gevolg hiervan kreeg ik drie maanden een korting van fl. 300 op mijn slaris, in plaats van de afgesproken fl. 150.
De komst van ons pleegkind bracht ook kosten met zich mee. De peuterspeelzaal waar hij drie ochtenden speelt kost fl. 148 en het nieuwe stapelbed (Oma past twee dagen op en slaapt dan bij ons) kostte incl. matrassen, dekbedden en hoezen fl. 1700.
Maar we krijgen er in een ander opzicht veel voor terug. Onze kleine man loopt tegenwoordig de hele dag te zingen door het huis. Onbetaalbaar!

Anita Detswaart, Alkmaar

PLEIDOOI VOOR OPVANGVERGOEDING VOOR ALLE PLEEGOUDERS

Met enige verbazing en lichte verontwaardiging heb ik in MOBIEL nr. 5 het naschrift van mw. Nijon gelezen van de brief met als titel: 'Belangstelling voor het geldpotje'.
Wat mij zo verbaasd heeft, is dat er gepleit wordt om een potje te maken voor pleegouders die arbeid en zorg willen combineren en behoefte hebben aan financiële steun. Misschien een rare vraag, maar komt er ook zo'n potje voor pleegouders waarvan er maar één van beiden werkt en die behoefte hebben aan financiële steun?
Of moeten eerst alle niet-werkende pleegouders een baan nemen, en vervolgens aangeven dat ze het financieel niet kunnen combineren met hun werk zodat ze ook in aanmerking kunnen komen voor een financiële tegemoetkoming?
Inhoudelijk ben ik het echt wel eens met W. de Vente (de schrijfster van de brief) en ook ik vind dat pleegzorg je geen geld hoeft te kosten. Maar we moeten af van het idee dat pleegzorg te combineren moet zijn met arbeid. Want mijns inziens is het arbeid, en dient het daarom als zodanig te worden behandeld.
Als de pleegzorgvergoeding verhoogd zou worden met een zogenaamde 'opvangvergoeding', die voor alle pleegouders gelijk is, en waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen arbeid binnenshuis en arbeid buitenshuis, dan snijdt het mes aan twee kanten. De buitenshuis werkenden kunnen de vergoeding dan gebruiken voor buitenschoolse opvang, en degenen die niet buitenshuis werken krijgen het als vergoeding voor het opvangen voor de kinderen buiten schooltijd.

R. Boogaard, ’s Gravendeel

FINANCIERING PLEEGZORG IS ZAAK VAN DE OVERHEID

Ik onderschrijf de diagnose van MOBIEL en van veel pleegouders dat overheden te weinig blijk geven van waardering voor het werk van pleegouders, althans dat niet in financiële zin vertalen. Ik waardeer de pogingen van MOBIEL en van Sonja Nijon om in deze leemte te voorzien door middel van het instellen van een 'potje extra'.
De vraag doet zich voor of het inspringen in de leemte niet een verkeerd signaal is naar de financierende overheden en/of de fiscale autoriteiten. De financiering van de pleegzorg is een zaak van de overheid en van de architecten van de sociale zekerheid.
Het 'potje' zou hun een handvat kunnen geven om niets te doen.
Deze zaken dienen m.i. in wettelijke kaders te worden geregeld. Daarop zou actie moeten worden ondernomen.

Omdat bij het Nationaal Fonds Kinderhulp de overtuiging bestaat dat pleegzorg een onmisbare schakel is in de jeugdzorg besteden wij nu reeds veel aandacht aan problemen in pleegzorggezinnen. Zo hebben wij in 1999 ruim ƒ 430.000,– uitgekeerd op basis van individuele aanvragen. In 2000 zal voor de eerste keer de actie 'Pepernoot' ook toegankelijk zijn voor pleegkinderen, waarbij voor alle pleegkinderen een bedrag van ƒ 50,– beschikbaar is, en zal in 2001 de Kinderhulpprijs gericht zijn op kinderen in pleeggezinnen.
Het ligt in de lijn der verwachting dat voor de komende jaren het bestuur van het NFK zal besluiten een extra substantieel bedrag beschikbaar te stellen voor de pleegzorgsector. Het is mijn voornemen de pleegzorgsector daarbij te betrekken.
Wij hebben wel ideeën over de invulling, maar de deskundigen op dit terrein zitten in landelijke representatieve kaders van de pleegzorg. Voor goede ideeën is altijd wel een gewillig oor te vinden. Ik hoop hiermee een opening te hebben gegeven.

P.M. Stevens , voorzitter Nationaal Fonds Kinderhulp

HOGE EXTRA KOSTEN

Wij hebben twee pleegkinderen. Beiden hebben een aardige rugzak met ervaringen meegebracht waardoor we hen niet zomaar bij iemand kunnen achterlaten. Voor werk, of samen eens een dagje weggaan, hebben we daarom voor goed toegeruste oppassen gekozen. De kosten van deze specifieke oppassen zijn natuurlijk ook hoger. Tel daar bij op de extra vervoerskosten voor ouderbezoek, bereikbaarheid als onze kinderen ons nodig hebben, ja, dan zijn deze extra kosten voor pleegouders die pleegzorg en werk combineren hoog. Maar zeuren, of dan besluiten het niet te doen? Geen haar op ons hoofd denkt daar aan, want het is het waard. Wij houden van onze kinderen en ze gaan met sprongen vooruit, daar doe je het voor!
Het is natuurlijk heel fijn als je die extra kosten vergoed zou krijgen, maar geloof ons, als het niet zou is dan nog blijven we dit zeer zinvolle werk doen.

Dhr. en mevr. v.d. Berg, Margraten