artikel uit Mobiel 6, december 2000/januari 2001

'Je kunt toch met ons gaan zwerven mam?'

rubriek: Pleegzorg in het netwerk

Door: Kees Vreeburg

In deze rubriek besteedt MOBIEL aandacht aan pleegouders die zorgen voor een kind uit de familie-, de vrienden-, of de kennissenkring. Kenmerkend voor deze zgn. netwerkpleegzorg is dat het kind – voordat het terechtkomt bij de pleegouders – hen al kent. Netwerkpleegouders voelen zich meestal helemaal geen pleegouders. Ze nemen het kind op in hun gezin omdat ze er zich verantwoordelijk voor voelen, of voor de ouders van het kind. Wel lopen ze vaak aan tegen specifieke zaken, en daarover gaat deze rubriek vooral. In deze aflevering de ervaringen van Meiti, die voor de kinderen van haar oudere zus zorgt.

"LAATST HEEFT MIJN ZUS HAAR KINDEREN UITGELEGD WAAROM ZE DE BESLISSING HEEFT GENOMEN OM ZE ONDER TE BRENGEN BIJ EEN PLEEGGEZIN. ZE BEGREPEN ZE HET NIET ECHT. ‘JE HAD TOCH MET ONS KUNNEN GAAN ZWERVEN MAM?’ ZEIDEN ZE. MAAR ALS ZE DAT HAD GEDAAN WAS ZE DE KINDEREN KWIJT GEWEEST, WANT DAN BEN JE EEN SLECHTE MOEDER. VOLGENS MIJ BEN JE JUIST EEN GOEDE MOEDER ALS JE JE KINDEREN NAAR EEN VEILIGE PLEK BRENGT. EN DAT HET VERKEERD UITPAKT, DAAR KIES JE NIET VOOR."

Aan het woord is Meiti. Ze zorgt sinds een jaar voor Maja (15) en Jerry (14). Maja en Jerry zijn de kinderen van haar oudste zus. Zelf heeft Meiti een zoon van vier.

"Toen ze een jaar of tien waren woonden ze al even bij mij en mijn toenmalige vriend. Toen deze relatie uitging en ik het huis verliet, had ik geen ruimte meer voor ze. Mijn zus kon ook niet voor ze zorgen, ze zat zonder huis en zwierf over straat. Ze moest haar kinderen onderbrengen, totdat ze haar leven weer op orde zou hebben.
Er was dus een oplossing voor een lange periode nodig, en mijn zus heeft ze toen aangemeld bij de pleegzorg.

Er werd een pleeggezin gevonden, maar later bleek dat het vanaf het begin niet in orde was. De kinderen werden geslagen door de pleegvader. Ze moesten van alles doen in het huis, toiletten schoonmaken, pannen schuren. Ze mochten niet vaak naar buiten. De pleegvader kon zijn handen niet van het meisje afhouden, eigenlijk misbruikte hij haar gewoon. Echt verkracht heeft hij haar niet, maar het was niet goed wat daar gebeurde.
Er loopt nu een rechtzaak tegen hem, want ik wil dat dit helemaal uitgezocht wordt.
Ze zijn drie jaar in dat gezin gebleven, voordat ze weer bij mij kwamen wonen.
Mijn zus wilde al die tijd een bezoekregeling, maar die kwam steeds niet van de grond. De betrokken instanties stuurden ons gewoon van hot naar her.
Ze zeiden dat de kinderen hun moeder niet wilden zien. Achteraf bleek dat de pleegvader een bezoekregeling tegenhield. De kinderen zouden er van in de war raken, zei hij. Maar hij intimideerde ze, ze waren zo bang voor die man.

In die drie jaar hebben we ze maar een paar keer gezien. De laatste keer mochten we alleen Maja zien. Haar broer had tegen haar gezegd, dat ze moest vertellen wat er allemaal aan de hand was in dat pleeggezin, en dat hun moeder hen daar moest weghalen.
Toen duidelijk werd dat ze het er echt slecht hadden heb ik ze gelijk in huis genomen.
Ik woonde inmiddels ook in een huis dat groot genoeg was.
De kinderen waren ontiegelijk rustig in het begin. Ze waren erg bang, moesten bijvoorbeeld huilen als de telefoon ging. Ze gingen ook uit zichzelf schoonmaken. Ik zeg "wat doen jullie nou? Doe wat een kind moet doen. Computeren of zo!"

Ook toen de kinderen weg waren uit het pleeggezin bleef de pleegvader nog intimideren en ruziën, op school en met de pleegzorgbegeleiders. Waarschijnlijk uit angst voor een mogelijke rechtzaak, want er loopt nog een onderzoek bij de voogdij-instelling.
Op dit moment is de toestand echter rustig. De kinderen hebben veel contact met hun moeder, ze woont hier dicht in de buurt. Op school doen ze het goed, en ze hebben vrienden. Natuurlijk krijg ik af en toe hoofdpijn van zo’n stel pubers, maar dat is toch normaal?

Achteraf kun je zeggen dat het nooit zover had mogen komen in dat pleeggezin. Die pleegzorgbegeleider had het veel beter in de gaten moeten houden. Na hun plaatsing in het pleeggezin duurde het heel lang voordat er iemand van de pleegzorg langskwam. Bovendien wisselden de begeleiders nogal eens. Er was geen bezoekregeling, en mijn zus mocht haar kinderen pas zien na toestemming van de pleegvader! Mijn zus en haar kinderen hadden toen eigenlijk een vertrouwenspersoon moeten hebben. Want uit angst voor represailles durfden ze niets te zeggen omdat die pleegvader op goede voet stond met de pleegzorgbegeleider.

Ook de gezinsvoogd heeft het af laten weten, vind ik. Achteraf krijg je wel verontschuldigingen, maar wat heb je daar aan? Ze had gewoon beter op moeten letten.
Gelukkig gaat het nu goed, de situatie is stabiel. Als mijn zus een groter huis heeft kunnen de kinderen terug. Dat willen ze graag.
Als ik avonddiensten heb past mijn zus hier op haar eigen kinderen en op mijn zoontje. Zo kunnen ze weer aan elkaar wennen.
Ik kan het goed met haar vinden We zijn heel close met elkaar, en eigenlijk voeden we de kinderen samen op.
Ze vertrouwt mij en ze is er altijd als ik haar iets vraag of als ik wat nodig heb, voor onze kinderen is dat goed om te ervaren."