artikel uit Mobiel 6, december 2000/januari 2001

Opgebrande pleegouders

thema: Het hoofd boven water houden

Door: Willemien Kronenberg

HOE KOMT HET DAT SOMMIGE GOEDE EN ERVAREN PLEEGOUDERS ER INEENS DE BRUI AAN GEVEN? ZE VOELEN ZICH MOE, TE MOE OM VERDER TE GAAN. ZE OVERZIEN NIET MEER HOE ZE DE IMMER OPDOEMENDE BERG PROBLEMEN MET DIT ENE PLEEGKIND NOG AAN MOETEN PAKKEN. DE ERGERNIS OVER SLECHTE SAMENWERKING MET DE PROFESSIONALS WEEGT NIET MEER OP TEGEN VOLDOENING VAN HET PLEEGZORGWERK. ZE VOELEN ZICH COMPLEET OPGEBRAND, BURN-OUT, EN DREIGEN VOOR DE PLEEGZORG VERLOREN TE GAAN. BURN-OUT GEVOELENS KOMEN NIET ZOMAAR UIT DE LUCHT VALLEN. HERKENNEN VAN DE SIGNALEN KAN HIER VEEL LEED VOORKOMEN

Burn-out wordt in de literatuur als werkprobleem gedefinïeerd en als volgt omschreven:
'Burn-out is een werkprobleem en wordt veroorzaakt door vier factoren. De persoonlijke, individuele factor is er slechts een van. De drie andere factoren betreffen relaties: de relatie met de organisatie, met de cliënten en met de sociale context'.
Met deze omschrijving valt ook heel goed in de pleegzorg te werken. Pleegzorg is het werk van pleegouders. Zij werken met andermans kinderen in hun eigen huis, moeten verantwoording afleggen, zijn afhankelijk van derden voor de financiën, en worden beoordeeld op de resultaten en de problemen. Bij onvoldoende prestatie hangt hen altijd het ingrijpen van voogd of kinderrechter boven het hoofd. Pleegouders proberen vaak met enorme krachtsinspanning een plaatsing goed te laten verlopen. Toch is het een feit dat 25-50% van de plaatsingen mislukt of voortijdig wordt beëindigd (1). Aan dit trieste gegeven liggen meerdere oorzaken ten grondslag. Burn-out van pleegouders is een van de oorzaken. De vraag is: hoe komt het dat pleegouders opgebrand raken? Welke factoren spelen daarbij een rol, op welke signalen moet men letten en kunnen pleegzorgbegeleiders een rol spelen in het voorkomen van burn-out.

Oorzaken van het burn-out

Burn-out raken is een proces, waar tenminste twee partijen een rol in hebben. In dat proces raakt de balans tussen geven en ontvangen, tussen zorg voor anderen en zorg voor zich zelf, uit evenwicht. Pogingen om de balans te herstellen vragen steeds meer energie, die niet in verhouding staan tot het magere of uitblijvende resultaat. Er ontstaat een negatieve spiraal die voor de pleegouder niets oplevert. De stress breidt zich vervolgens uit naar andere levensgebieden, met name naar de persoonlijke relaties. Raakt de balans langdurig uit evenwicht dan ontstaat er burn-out .

Kenmerken

Kenmerken van burn-out zijn: emotionele uitputting, ongewone vermoeidheid, een verminderde betrokkenheid en/ of afstandelijke houding ten opzichte van het werk en het gevoel niet meer competent te zijn. Burn-out komt voornamelijk voor bij contactuele beroepen.

Als we het onderstaand schema interpreteren voor de pleegzorg zien we verschillende factoren die tot burn-out kunnen leiden:

  • Persoonlijke factoren: zoals bijvoorbeeld een eigen verleden met onverwerkte (traumatische) ervaringen. Karaktereigenschappen zoals perfectionisme, moeilijk grenzen stellen, hoge verwachtingen hebben, hoge eisen stellen, idealisme, bereidheid om te geven, om te zorgen. Ten slotte spelen waarden als loyaliteit, plichtsgetrouwheid en onzelfzuchtigheid een rol. Kortom het zijn niet de slappelingen maar de harde werkers met het hart op de goede plaats en met ideële motieven die een verhoogd risico lopen. Vele pleegouders zullen een heel aantal van deze kenmerken herkennen. Voor een deel zijn het dezelfde persoonlijke factoren die iemand geschikt maken voor het pleeg-ouderschap.

  • Professionele factoren: dat kunnen de pleegkinderen en hun ouders zijn. Heeft men bijvoorbeeld te maken met ongemotiveerde kinderen of ouders, of kinderen met trauma’s, dan kan dat meer stress geven. Dat zelfde geldt voor dagelijkse confrontatie met dezelfde problemen of met problemen die zeer moeilijk oplosbaar zijn zoals het gedrag van ouders of verslaving. De derde factor betreft de onkunde in het methodisch werken. Als pleegouders geen hulp krijgen in het geordend en doordacht aanpakken van zeer lastige problemen van hun pleegkind, kan dit zeer stressverhogend werken.

  • De werkomgeving: uit onderzoek blijkt dat deze factor in combinatie met de persoonlijke factoren de meeste invloed heeft op het ontstaan van burn-out. De belangrijkste factoren zijn intensiteit van het werk, gebrek aan ondersteuning van collega’s en superieuren, de hoeveelheid werk en de tijdsdruk.
    Ook bij pleegzorg speelt de werkomgeving en met name menselijke verhoudingen een belangrijke rol omdat er in het werken met pleegkinderen en hun ouders altijd sprake is van een onbalans tussen geven en nemen. De pleegouder geeft hier meer dan hij ontvangt. Die onbalans moet worden gecompenseerd door de werkomgeving en dat gebeurt wanneer er een gevoel van samenhorigheid heerst in die werkomgeving, door de pleegzorgwerker, diens collega's. 'Wij staan voor dezelfde klus. Bel als je het even niet meer weet, ook 's avonds of in het weekend, dan kunnen we samen kijken hoe we het probleem zullen aanpakken'.
    Ook in de pleegzorgorganisatie kunnen bedreigende factoren zijn zoals: gebrek aan leiding, onduidelijke besluitvorming en beslisstructuren, weinig inspraak en rigide leiding. Binnen de samenwerking tussen pleeggezin en plaatser, begeleider, ouders en kinderrechter liggen al deze stressfactoren op de loer. Bij onvrede, conflicten en daarna klachten zijn ook dit soort zaken ook vaak de aanleiding.

En ook botsende waarden en normen kunnen stressfactoren in het werk van pleegouders zijn.

  • Factoren uit de sociale context: ook pleegouders zijn niet gevrijwaard van problemen in de directe leefsfeer zoals relatieproblemen of verlies van naasten. Deze problemen kunnen alle aandacht opeisen en de inzet voor het pleegkind en zijn familie doen verminderen. Maatschappelijke argwaan ten aanzien van het pleegouderschap - ‘Waarom nemen jullie een HIV geïnfecteerd kind in je gezin op? Wat doen jullie je eigen kinderen aan!’ – kan soms een last zijn. En de politiek kan een rol spelen in de verzwaring van het werk, door bijvoorbeeld het onthouden van de noodzakelijke financiën.

Beschermende factoren tegen burn-out

Mensen kunnen op allerlei manieren met stress omgaan. De manier waarop men stress het hoofd biedt staat in het centrum van het schema en noemt men coping. Coping is niet uitsluitend een individueel gegeven, het hangt ook af van hoe zijn omgeving er mee omgaat. Een van de meest effectieve coping-mogelijkheden is hulp vragen en krijgen.

Signalen van dreigende burn-out

Een tijdige herkenning van burn-out is geboden. Maar hoe herken je zoiets, op welke signalen moet je letten?
Bij mensen met een burn-out zie je een totale lichamelijke en emotionele uitputting. In de fase voorafgaand aan het afknappen zijn er al veel signalen, die moet men serieus nemen. Hoe eerder men stopt met hollen, hoe eerder men hulp krijgt des te eerder totale uitputting kan worden voorkomen. Want herstellen van burn-out is een langdurig en moeizaam proces.

De rol van de pleegzorg-begeleider

In de pleegzorg vervult de pleegzorgbegeleider de rol van collega en superieur. Hij is degene die de pleegouders begeleid. Ook de coördinatie van de hulpverlening ligt bij hem. In principe is hij de spin in het web die het pleegouders mogelijk maakt om hun werk te doen. Het is dus van groot belang dat het klikt tussen pleegouders en pleegzorgbegeleiders. Is dat het geval dan zal hij ook makkelijker gevoelig liggende burn-out signalen opmerken en aan de orde stellen. Pleegouders mogen verwachten dat hun pleegzorgbegeleider niet alleen informeert naar de kinderen, naar de materiële voorzieningen, maar ook naar de pleegouders zelf. Nog voordat iets wijst in de richting van een echte burn-out, moet hij attent zijn op signalen van vermoeidheid, of de aardigheid verliezen in het kind.
Privé-problemen, spanningen in relaties, ze komen overal voor, ook bij pleegouders. Je hoeft ze niet in detail te bespreken met de pleegzorgbegeleider, maar het is wel van belang dat hij er van weet, en kan helpen nadenken op welke manier het gezin tijdelijk extra ondersteund kan worden. Pleegouders moeten ook in dit soort situaties om hulp durven vragen. Zij zijn aan een klus begonnen die, hoe goed de voorlichting ook is, nooit op alle fronten volledig inschatbaar is.
En voor de pleegzorgbegeleider blijft het dus altijd zaak om opmerkzaam te blijven of pleegouders het samen nog redden, want ook hier geldt: voorkomen is beter dan genezen.

Signalen op persoonlijk niveau

  • Lichamelijk. Het niet meer herstellen van vermoeidheid, verergeren van psychosomatische klachten, slaapstoornissen, verhoogd 'drugs' gebruik (nicotine, cafeïne alcohol).
  • Gevoelens. Zich 'leeg' voelen, als verdoofd leven, depressiviteit, angst/ paniekaanvallen, vlug van streek.
  • Gedachten. Concentratiemoeilijkheden, chaotische, malende gedachten, fixatie op bepaalde gedachten, besluiteloosheid, met gedachten elders zijn, vergeetachtig zijn.
  • Gedrag. Functioneren als een 'robot', veel klagen, veel zuchten, apathie, zich isoleren, meer fouten en ongelukken maken, ongedurig, vlug geïrriteerd, niet kunnen ontspannen.
  • Interpersoonlijk gedrag. Niet meer 'aanwezig' zijn in relaties, verminderde behoefte aan intimiteit en seks, onredelijk, conflictueus gedrag, verlies aan interesse in omgang met vrienden, intolerantie, anderen als last ervaren, geen hulp vragen en accepteren.

Literatuur

De Vries, S. de. Burn-out, oorzaken en signalen. In: Maatwerk, vakblad voor maatschappelijk werk

Noot

(1) Haans, Gé. De tijdbom laat zich niet ontvlechten. In: Mobiel, 2000, nr. 5.