PLEEGZORG MAG ZICH IN ONS LAND VERHEUGEN IN EEN REGELMATIGE AANDACHT
VAN DE MEDIA. DAG- EN WEEKBLADEN, TELEVISIEPROGRAMMA’S ZITTEN
ER BOVENOP ALS EEN MOGELIJK PLEEGZORGITEM ZICH VOORDOET. JAMMER GENOEG
GAAT DIE AANDACHT MEESTAL UIT NAAR NEGATIEVE ERVARINGEN MET PLEEGZORG.
DEZE BERICHTGEVING DOET VERMOEDEN DAT PLEEGZORG KOMMER EN KWEL IS,
EN DAT PLEEGOUDERS EEN SPEELBAL ZIJN VAN INSTANTIES EN INSTELLINGEN.
DE ANDERE KANT VAN PLEEGZORG BLIJFT ECHTER GROTENDEELS ONDERBELICHT.
IN DE ALLEDAAGSE PRAKTIJK VAN DE PLEEGZORG VINDT HET MERENDEEL VAN
DE PLEEGOUDERS EEN BEVREDIGENDE TAAK IN DE ZORG EN OPVOEDING VAN KINDEREN
DIE NIET BIJ HUN EIGEN OUDERS KUNNEN OPGROEIEN. VEEL OUDERS ACCEPTEREN
DAT DEZE PLEEGOUDERS HUN KINDEREN OPVOEDEN. VEEL HULPVERLENERS ZIJN
CAPABEL. STILZWIJGEND GEBEURT ER DUS OOK VEEL MOOIS EN GOEDS IN DE
PLEEGZORG. HOE REËEL IS HET BEELD VAN DE PLEEGZORG IS DE NEDERLANDSE
MEDIA?
Als ouders een levenswijze hebben die een bedreiging vormt voor
de ontwikkeling van het kind kan het kind – middels een indicatie
voor hulpverlening – uit huis worden geplaatst. Afhankelijk van
de situatie kunnen de ouders dat vrijwillig toestaan (vrijwillige
plaatsing), of door een beslissing van de kinderrechter hiertoe worden
gedwongen(justitiële plaatsing).
Deze kinderen gaan dan naar een pleeggezin, of een kindertehuis of
internaat. In totaal gaat het om zo’n zestienduizend kinderen.
De helft komt in pleeggezinnen terecht, de andere helft in een tehuis.
Omdat een groot aantal plaatsingen in pleeggezinnen gemiddeld vier
maanden duurt, kunnen pleeggezinnen per jaar meerdere kinderen opvangen.
Vorig jaar maakten twaalfduizend kinderen hiervan gebruik.
De praktijk heeft geleerd dat opgroeien in een pleeggezin voor de
meeste kinderen veruit te verkiezen is boven opgroeien in een tehuis
of internaat. In een gezinssituatie liggen de kansen voor een pleegkind
om uit te groeien tot een evenwichtig lid van de samenleving vele
malen beter.
De praktijk van de pleegzorg leert ook dat pleegzorg een voedingsbodem
voor conflicten in zich draagt. Zo komt het kind niet alleen naar
het pleeggezin: het heeft een stoet van mensen achter zich aan, en
brengt eigen aard, persoonlijkheid en verleden met zich mee. De vraag:
'terug naar de ouders of een definitieve breuk in de opvoedingsrelatie
met de ouders', is een van de moeilijkst te nemen beslissingen bij
een uit huis geplaatst kind. Verschil van inzicht tussen de dagelijkse
opvoeders en de op afstand staande hulpverlening, tussen emoties en
abstracties, tussen persoonlijke en zakelijke betrokkenheid kan de
vlam snel in de pan doen slaan. De samenwerking tussen pleegouders
en professionele hulpverleners kan daardoor ernstig worden verstoord.
Soms in de ogen van de hulpverlening zo ernstig, dat de plaatsing
direct wordt opgeheven. Het gaat hier om kleine aantallen, die overigens
zeer te betreuren zijn omdat de ontwikkeling van een kind in het gedrang
komt.
Om inzicht te krijgen hoe dit getal zich verhoudt tot het totaal
aantal pleegzorgplaatsingen kunnen de aanvragen om ondersteuning bij
de individuele belangenbehartigers van de Nederlandse Vereniging voor
Pleeggezinnen (NVP) in Utrecht misschien als indicatie dienen. In
1999 kwamen landelijk bij de NVP 368 aanvragen om ondersteuning binnen.
Ongeveer 40 procent (151 zaken) ging over financiële kwesties.
Ongeveer 60 procent (217) betrof een verstoorde samenwerking tussen
pleegouders, ouders of hulpverleners. Van de twaalfduizend kinderen
die in 1999 in pleeggezinnen verbleven is dit nog geen 2 procent.
Toch zijn dit juist de situaties waar kranten en tv hun pleegzorgitems
vandaan halen, en helaas wordt het huidige beeld van pleegzorg in
de media hierdoor grotendeels bepaald. De vraag lijkt echter gerechtvaardigd
of deze 2 procent een reëel beeld geeft van pleegzorg.
Natuurlijk moeten pleegouders en instellingen een gezamenlijke krachtsinspanning
verrichten om dit percentage terug te dringen, maar duidelijk wordt
ook dat een vele malen groter percentage pleegzorgplaatsingen –stilzwijgend
- goed gaat. Er valt zeker nog veel te wensen en te verbeteren in
de pleegzorg. Dat moet ook, je werkt immers met andermans kinderen,
maar streef naar een reëel beeld, en verzuim niet te berichten
over daar waar het goed gaat! (NV)