artikel uit Mobiel 6, december 2000/januari 2001

Pleegzorg in de media

Door: Nelleke Visscher, hoofdredacteur Mobiel

PLEEGZORG MAG ZICH IN ONS LAND VERHEUGEN IN EEN REGELMATIGE AANDACHT VAN DE MEDIA. DAG- EN WEEKBLADEN, TELEVISIEPROGRAMMA’S ZITTEN ER BOVENOP ALS EEN MOGELIJK PLEEGZORGITEM ZICH VOORDOET. JAMMER GENOEG GAAT DIE AANDACHT MEESTAL UIT NAAR NEGATIEVE ERVARINGEN MET PLEEGZORG. DEZE BERICHTGEVING DOET VERMOEDEN DAT PLEEGZORG KOMMER EN KWEL IS, EN DAT PLEEGOUDERS EEN SPEELBAL ZIJN VAN INSTANTIES EN INSTELLINGEN.
DE ANDERE KANT VAN PLEEGZORG BLIJFT ECHTER GROTENDEELS ONDERBELICHT. IN DE ALLEDAAGSE PRAKTIJK VAN DE PLEEGZORG VINDT HET MERENDEEL VAN DE PLEEGOUDERS EEN BEVREDIGENDE TAAK IN DE ZORG EN OPVOEDING VAN KINDEREN DIE NIET BIJ HUN EIGEN OUDERS KUNNEN OPGROEIEN. VEEL OUDERS ACCEPTEREN DAT DEZE PLEEGOUDERS HUN KINDEREN OPVOEDEN. VEEL HULPVERLENERS ZIJN CAPABEL. STILZWIJGEND GEBEURT ER DUS OOK VEEL MOOIS EN GOEDS IN DE PLEEGZORG. HOE REËEL IS HET BEELD VAN DE PLEEGZORG IS DE NEDERLANDSE MEDIA?

Als ouders een levenswijze hebben die een bedreiging vormt voor de ontwikkeling van het kind kan het kind – middels een indicatie voor hulpverlening – uit huis worden geplaatst. Afhankelijk van de situatie kunnen de ouders dat vrijwillig toestaan (vrijwillige plaatsing), of door een beslissing van de kinderrechter hiertoe worden gedwongen(justitiële plaatsing).

Deze kinderen gaan dan naar een pleeggezin, of een kindertehuis of internaat. In totaal gaat het om zo’n zestienduizend kinderen. De helft komt in pleeggezinnen terecht, de andere helft in een tehuis. Omdat een groot aantal plaatsingen in pleeggezinnen gemiddeld vier maanden duurt, kunnen pleeggezinnen per jaar meerdere kinderen opvangen. Vorig jaar maakten twaalfduizend kinderen hiervan gebruik.

De praktijk heeft geleerd dat opgroeien in een pleeggezin voor de meeste kinderen veruit te verkiezen is boven opgroeien in een tehuis of internaat. In een gezinssituatie liggen de kansen voor een pleegkind om uit te groeien tot een evenwichtig lid van de samenleving vele malen beter.

De praktijk van de pleegzorg leert ook dat pleegzorg een voedingsbodem voor conflicten in zich draagt. Zo komt het kind niet alleen naar het pleeggezin: het heeft een stoet van mensen achter zich aan, en brengt eigen aard, persoonlijkheid en verleden met zich mee. De vraag: 'terug naar de ouders of een definitieve breuk in de opvoedingsrelatie met de ouders', is een van de moeilijkst te nemen beslissingen bij een uit huis geplaatst kind. Verschil van inzicht tussen de dagelijkse opvoeders en de op afstand staande hulpverlening, tussen emoties en abstracties, tussen persoonlijke en zakelijke betrokkenheid kan de vlam snel in de pan doen slaan. De samenwerking tussen pleegouders en professionele hulpverleners kan daardoor ernstig worden verstoord. Soms in de ogen van de hulpverlening zo ernstig, dat de plaatsing direct wordt opgeheven. Het gaat hier om kleine aantallen, die overigens zeer te betreuren zijn omdat de ontwikkeling van een kind in het gedrang komt.

Om inzicht te krijgen hoe dit getal zich verhoudt tot het totaal aantal pleegzorgplaatsingen kunnen de aanvragen om ondersteuning bij de individuele belangenbehartigers van de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (NVP) in Utrecht misschien als indicatie dienen. In 1999 kwamen landelijk bij de NVP 368 aanvragen om ondersteuning binnen. Ongeveer 40 procent (151 zaken) ging over financiële kwesties. Ongeveer 60 procent (217) betrof een verstoorde samenwerking tussen pleegouders, ouders of hulpverleners. Van de twaalfduizend kinderen die in 1999 in pleeggezinnen verbleven is dit nog geen 2 procent. Toch zijn dit juist de situaties waar kranten en tv hun pleegzorgitems vandaan halen, en helaas wordt het huidige beeld van pleegzorg in de media hierdoor grotendeels bepaald. De vraag lijkt echter gerechtvaardigd of deze 2 procent een reëel beeld geeft van pleegzorg.

Natuurlijk moeten pleegouders en instellingen een gezamenlijke krachtsinspanning verrichten om dit percentage terug te dringen, maar duidelijk wordt ook dat een vele malen groter percentage pleegzorgplaatsingen –stilzwijgend - goed gaat. Er valt zeker nog veel te wensen en te verbeteren in de pleegzorg. Dat moet ook, je werkt immers met andermans kinderen, maar streef naar een reëel beeld, en verzuim niet te berichten over daar waar het goed gaat! (NV)