|

|
artikel uit Mobiel 5, oktober/november 2000
Soms zijn de lasten van het leven te groot
auteur: Karin Schagen
Vier pleegkinderen hebben Joost en Anna Scholten en hun drie dochters
tot nu toe in huis gehad. Allemaal crisisplaatsingen. De eerste twee
ervaringen waren voor beide pleegouders positief, ook al viel het Joost
niet mee om de kinderen weer los te laten. Ingrijpender was de plaatsing
van Sylvia en - later - Mieke. Hun neerslachtigheid legde een druk op
het pleeggezin die soms moeizaam te hanteren was.
Sylvia
Sylvia kwam met instemming van haar ouders bij het pleeggezin. Maar
al snel bleek er met haar meer aan de hand te zijn dan in eerste instantie
leek. "Ze was onbereikbaar." Aan de ene kant was ze behulpzaam,
ze was het enige pleegkind dat niet mopperde als ze moest afwassen.
Maar dan kon ze weer totaal afwezig zijn.
Op de derde dag al schreef Joost in het verslag dat hij zelf bijhoudt
van elke plaatsing "stond ik met trillende benen in de gang om
Sylvia tegen te houden. Ze wilde er ineens vandoor. Ik heb haar bijna
fysiek tegengehouden, maar ze ging toch."
's Nachts moesJoost haar ophalen van het station. Er reden geen bussen
meer.
Joost en Anna kregen geen contact met Sylvia. Ze zagen dat het slecht
met haar ging, maar ze konden niet met haar praten. "Ze had een
heel slecht zelfbeeld, ze vond dat ze te dik was, ze at dus bijna niets.
Soms zat ze zo in de put dat ze zich terugtrok op haar kamer. Dan zat
ze voor zich uit te staren. Als je naast haar ging zitten om te praten
dan was het of je tegen een muur sprak. Af en toe reagaeerde ze met
'nou ga ik weg, nou ga ik naar huis.' Ze was impulsief, overzag de consequenties
van wat ze deed niet goed, ze wilde naar huis, maar eigenlijk ook weer
niet. Ze wist het gewoon niet."
Toen Sylvia zichzelf ging opsluiten in de badkamer en zichzelf begon
te snijden was voor Joost en Anna de grens overschreden. "Dat vonden
we niet acceptabel, zo'n kind past niet in ons gezin. Ze had professionele
hulp nodig."
Maar eigenlijk was het niet alleen de zelfbeschadiging die Joost en
Anna onoplosbaar vonden. Het was vooral de leegte die ze aantroffen
bij hun pleegdochter. Soms zagen ze haar wegzakken. "Daar kon ze
niets aan doen, dat wilde ze niet dat gebeurde gewoon." Op een
feestje waar Sylvia ook bij was beschreef iemand haar met de woorden
'sorry dat ik besta' en dat klopte helemaal. Ze wou aardig zijn, ze
wou geen overlast veroorzaken, ze vond zichzelf helemaal niets waard."
Joost en Anna konden het niet meer aan. Sylvia had buien waarin ze heel
druk was, zodat ze bijna gek van haar werden en buien van grote neerslachtigheid.
"Als ze beneden was, dan was ze manisch, was ze boven dan hadden
we geen moment rust. Wat doet ze nou? Moet ik gaan kijken, moet ik niet
gaan kijken?" Ze waren bang dat Sylvia zichzelf iets zou aandoen,
ook al zeiden haar ouders dat ze dat nooit zou doen.
Het was geen depressie, het was veel ernstiger, ze was manisch depressief
volgens Joost en Anna.
Joost ervaarde de mislukte plaatsing in het begin als falen. "Ik
had last van schuldgevoelens, ik vond dat je dit eigenlijk moest kunnen.
We bieden ons aan als pleegouders en dan komt er een kind dat hulp nodig
heeft en dan kun je die hulp niet bieden. Dat voelde bij mij als: ik
heb niet kunnen doen wat ik had moeten doen."
Anna zag dat anders: "Die plaatsing is succesvol als je kijkt naar
de kennis die wij over Sylvia hebben gekregen."
Mieke
Na een periode van rust kwam er een pleegkind in het gezin waar iedereen
met veel warmte aan terugdenkt. Toch was ook dit meisje depressief.
Mieke had een moeilijke achtergrond. Ze kwam uit een orthodox kerkelijk
kinderrijk gezin en was weggelopen omdat haar vader haar lastigviel.
Ze wilde haar vader laten weten wat ze van zijn gedrag vond, maar durfde
dat niet zelf te doen. Vandaar dat ze tijdelijk een plekje zocht bij
het gezin van Joost en Anna. Nadat de vader geconfronteerd zou zijn
met de klacht van zijn dochter, hoopte Mieke weer terug naar huis te
gaan. De plaatsing zou dus van korte duur zijn.
Het liep anders. Vijf maanden later woonde Mieke er nog. De vader van
het meisje wenste niet mee te werken aan de bemiddeling. Hij ontkende,
en zag de plaatsing van Mieke als een ontvoering. Er werd een religieuze
bemiddelende organisatie gevonden, maar de bemiddeling liep traag. In
feite bereikte men niets. Mieke bleef waar ze was en leed er zichtbaar
onder, ook al voelde ze zich thuis in het pleeggezin. "Ze miste
haar familie, vooral haar jongste broertje over wie ze altijd een beetje
moederde." Mieke sliep slecht, ze had nachtmerries en ze was soms
heel stil. Toen ze bij een van de dochters van het pleeggezin op de
kamer ging slapen kwamen haar gevoelens wel los. De twee meiden praatten
veel. Vooraf spraken Anna en Joost met hun dochter af dat ze niet hoefde
door te geven wat Mieke vertelde. Alleen als ze er zelf wakker van zou
gaan liggen, of als het beter was voor Mieke om iets wel te melden,
dan zou ze dat doen.
Toen het gezin na een paar maanden op een lang van te voren geboekte
vakantie ging, ging Mieke tijdelijk naar een oom. Ze verheugde zich
er op omdat ze daar haar jongste broertje zou zien, maar toen ze na
die korte vakantie weer terugkwam was het helemaal mis.
"Alles waar wij vijf maanden energie in hadden gestopt was in drie
dagen verdwenen." Mieke was futloos en dwars. Ze legde het hoofd
letterlijk in de schoot, vond zichzelf te dik, stopte met eten of stak
een vinger in haar keel. Op een morgen gooide ze er alles uit tegen
Anna. Hoe ze haar ouders miste, hoe boos ze was, hoe slecht ze sliep.
Ze zat boordevol tegenstrijdige gevoelens, waar haar pleegouders haar
niet alleen mee konden helpen.
Mieke ging naar een psycholoog en kreeg antidepressiva voorgeschreven.
Daarna ging het langzaam beter met haar, maar uiteindelijk moest ook
zij het pleeggezin verlaten. "We hadden haar wel willen houden,
maar dat kon niet, dan was er niet meer met de ouders te werken."
Joost en Anna hebben nog steeds contact met hun laatste pleegkind. Ze
zit nu op eigen verzoek in een gesloten inrichting, na een ongelukkige
periode bij kennissen en familie van haar ouders.
Over de depressie van Mieke zeggen haar pleegouders achteraf; "Depressief..,
je moet het een naam geven. Haar lasten waren gewoon groter dan ze kon
dragen."
Twee depressieve pleegkinderen en twee totaal verschillende ervaringen.
Op de laatste kijken de beide ouders positief terug. Van de eerste rest
alleen een bittere herinnering.
Anna: "Van Sylvia kregen we niets terug, ze had niks te geven,
ze vond zichzelf niks, maar ze kon ook niet ontvangen, ze had een zelfbeeld
van nul komma niks. Dat is heel triest.
Pleegouders hebben hier een minimum van geven en nemen nodig. Als je
alleen moet geven, dan is er professionele hulp nodig."
"Alleen geven?", zegt Joost, "Je kon niks geven, als
je wat positiefs zei dan geloofde ze je niet."
Joost en Anna zeggen na deze ervaringen niet dat ze nooit meer een depressief
pleegkind willen opvangen. "Wat is depressief, dat is ook maar
een woord, het zegt ons niet zoveel. Maar er zijn gevallen die we gewoon
niet aankunnen. We zijn leken en dat willen we ook blijven, we willen
geen professioneel hulpverlener worden."
|