Willem en Femke zorgen sinds vorig jaar voor Joost, de 15-jarige
zoon van Femke's zus. "Familie is erg belangrijk" zegt Femke, "dat
merkten wij tijdens de ziekte en na het overlijden van een neefje
van 18. In die moeilijke tijd vind je steun bij elkaar, bij je familie."
Toen Willem en ik hoorden van de moeilijkheden in het gezin van mijn
zusje wilden we dan ook helpen. Mijn kinderen en de kinderen van Willem
zijn volwassen en het huis uit. We hebben plaats genoeg, Joost kon
zo komen. Maar er vielen nog heel wat hobbels te nemen in dat eerste
jaar.
"Mijn zusje voedt haar kinderen, Joost en Sander (13 ) alleen
op, en dat is niet altijd even gemakkelijk. Joost was al tijden moeilijk
en agressief in huis, en toen dat vorig jaar zomer de spuigaten uitliep
werd besloten hem na de vakantie naar een internaat te sturen.
Joost zelf wilde niet. Wij stelden toen voor dat hij tijdelijk bij
ons in huis zou komen. Met mijn zusje spraken we af dat hij, na een
gewenningsperiode, in weekenden en vakanties zoveel mogelijk naar
huis zou gaan. Zo zouden alle partijen ruimte en rust krijgen. Joost
vond alles beter dan het internaat, en wij werden de pleegouders van
ons neefje.
We zochten een school voor hem in onze stad, meldden ons aan bij de
Pleegzorg.
We hoopten op korte termijn ondersteuning en advies te krijgen, en
via hen tot duidelijke afspraken met mijn zusje te kunnen komen. Vooral
dat laatste leek ons belangrijk, omdat we het contact met mijn zusje
zuiver wilden houden.
Dat viel in alle opzichten tegen: zes weken later hadden we taal noch
teken van de Pleegzorg gehoord. We belden toen zelf maar weer eens
voor een afspraak. Die kwam er, en de plaatser vond dat er eerst een
onderzoek moest komen. Eindelijk, na vier maanden, kregen we een pleegzorgwerker.
In die tussentijd was de relatie met mijn zusje onder grote spanning
komen te staan. Zij wilde of kon geen afspraken met ons maken over
de weekenden. Joost voelde zich afgewezen door zijn moeder, en wij
zaten met een probleem want we hadden die weekenden-zonder zelf ook
echt nodig.
De plaatser had geen enkel overwicht op Joost, hij ging gesprekken
met hem eerder uit de weg. Een voorbeeld: de plaatser wilde psychiatrische
hulp inschakelen, Joost wilde dat niet, en dus het gebeurde niet.
Alle pogingen om goede afspraken te maken met mijn zusje liepen op
niets uit.
Aan onze pleegzorgwerker konden wij ons verhaal wel kwijt, maar hij
dééd er vervolgens niets mee.
Aan het eind van dit schooljaar kwam er eindelijk een gesprek met
onze pleegzorgwerker, de plaatser, mijn zusje, Joost en mijn man.
Ik mocht er niet bij zijn. Men wilde duidelijkheid over Joost z'n
volgende schooljaar: waar zou hij wonen, en wat hij ging doen in de
weekenden en de vakanties. Iedereen was op z'n zachtst gezegd overrompeld
toen de plaatser zei dat Joost de weekenden en vakanties niet meer
bij z'n moeder terechtkon. Onze pleegzorgwerker greep niet in, en
Joost liep weg uit het gesprek. Hij verdween voor een dag en een nacht!
Z'n moeder kwam terug op haar besluit en Joost - inmiddels verblijd
met een scooter door zijn moeder - bracht een redelijk rustige grote
vakantie bij haar en z'n broertje door.
Eind augustus stuurde de plaatser ons een rapportage met daarin o.m.
de vermelding dat de inhoud besproken is met alle partijen. Dat is
een pertinente leugen, maar erger nog vond ik dat wij in dat rapport
totaal onderuit gehaald worden. Het rapport was een klap in ons gezicht
en zette de relatie met mijn zus nog verder onder druk. Willem en
ik hebben een reactie geschreven met daarin een heleboel vragen. We
kregen als enige antwoord: 'uw reactie is aan het rapport toegevoegd'!
Met Joost gaat het nu - ondanks alles - een stuk beter. In het begin
vonden wij hem erg aangepast, gespannen ook, kennelijk was hij heel
bang dat weer weg moest. Af en toe heeft hij nog wel eens een agressieve
uitbarsting, en hij blijft zijn grenzen verkennen, maar hij weet dat
wij hem serieus nemen. Vorig jaar wilde hij nog het liefst terug naar
zijn dorp, naar zijn vrienden. Op zijn nieuwe school deed hij geen
moeite om vrienden te maken. Dit jaar pakt hij het anders aan, merken
we. Het lijkt wel of hij zich meer wil gaan settelen.
Willem en ik hebben nooit spijt gehad van onze beslissing om Joost
in huis te nemen. Wij genieten van de vrolijkheid die hij in huis
brengt, van z'n spontaniteit. Hij kan het wonderbaarlijk goed vinden
met een student die bij ons op kamers woont. Ook zijn relatie met
Willem is heel speciaal. Hij kijkt een beetje naar hem op, heeft ontzag
voor hem.
Voordat hij afreisde naar z'n moeder in de zomervakantie kwam hij
drie keer terug om ons te knuffelen en te bedanken. "Het ligt
echt niet aan jullie," zei hij, "maar ik wil graag in mijn
dorp en bij mijn vrienden zijn."
Wij zijn er in geslaagd een fijne band met hem op te bouwen. We hebben
hem binnen de familie kunnen houden, en daar is veel mee gewonnen
denk ik.