artikel uit Mobiel 5, oktober/november 2000

Van je familie moet je het hebben!

rubriek: Pleegzorg in het netwerk

Door: Mar-li Wingens, redacteur Mobiel

Willem en Femke zorgen sinds vorig jaar voor Joost, de 15-jarige zoon van Femke's zus. "Familie is erg belangrijk" zegt Femke, "dat merkten wij tijdens de ziekte en na het overlijden van een neefje van 18. In die moeilijke tijd vind je steun bij elkaar, bij je familie." Toen Willem en ik hoorden van de moeilijkheden in het gezin van mijn zusje wilden we dan ook helpen. Mijn kinderen en de kinderen van Willem zijn volwassen en het huis uit. We hebben plaats genoeg, Joost kon zo komen. Maar er vielen nog heel wat hobbels te nemen in dat eerste jaar.

"Mijn zusje voedt haar kinderen, Joost en Sander (13 ) alleen op, en dat is niet altijd even gemakkelijk. Joost was al tijden moeilijk en agressief in huis, en toen dat vorig jaar zomer de spuigaten uitliep werd besloten hem na de vakantie naar een internaat te sturen.
Joost zelf wilde niet. Wij stelden toen voor dat hij tijdelijk bij ons in huis zou komen. Met mijn zusje spraken we af dat hij, na een gewenningsperiode, in weekenden en vakanties zoveel mogelijk naar huis zou gaan. Zo zouden alle partijen ruimte en rust krijgen. Joost vond alles beter dan het internaat, en wij werden de pleegouders van ons neefje.
We zochten een school voor hem in onze stad, meldden ons aan bij de Pleegzorg.
We hoopten op korte termijn ondersteuning en advies te krijgen, en via hen tot duidelijke afspraken met mijn zusje te kunnen komen. Vooral dat laatste leek ons belangrijk, omdat we het contact met mijn zusje zuiver wilden houden.
Dat viel in alle opzichten tegen: zes weken later hadden we taal noch teken van de Pleegzorg gehoord. We belden toen zelf maar weer eens voor een afspraak. Die kwam er, en de plaatser vond dat er eerst een onderzoek moest komen. Eindelijk, na vier maanden, kregen we een pleegzorgwerker.

In die tussentijd was de relatie met mijn zusje onder grote spanning komen te staan. Zij wilde of kon geen afspraken met ons maken over de weekenden. Joost voelde zich afgewezen door zijn moeder, en wij zaten met een probleem want we hadden die weekenden-zonder zelf ook echt nodig.
De plaatser had geen enkel overwicht op Joost, hij ging gesprekken met hem eerder uit de weg. Een voorbeeld: de plaatser wilde psychiatrische hulp inschakelen, Joost wilde dat niet, en dus het gebeurde niet. Alle pogingen om goede afspraken te maken met mijn zusje liepen op niets uit.
Aan onze pleegzorgwerker konden wij ons verhaal wel kwijt, maar hij dééd er vervolgens niets mee.
Aan het eind van dit schooljaar kwam er eindelijk een gesprek met onze pleegzorgwerker, de plaatser, mijn zusje, Joost en mijn man. Ik mocht er niet bij zijn. Men wilde duidelijkheid over Joost z'n volgende schooljaar: waar zou hij wonen, en wat hij ging doen in de weekenden en de vakanties. Iedereen was op z'n zachtst gezegd overrompeld toen de plaatser zei dat Joost de weekenden en vakanties niet meer bij z'n moeder terechtkon. Onze pleegzorgwerker greep niet in, en Joost liep weg uit het gesprek. Hij verdween voor een dag en een nacht! Z'n moeder kwam terug op haar besluit en Joost - inmiddels verblijd met een scooter door zijn moeder - bracht een redelijk rustige grote vakantie bij haar en z'n broertje door.
Eind augustus stuurde de plaatser ons een rapportage met daarin o.m. de vermelding dat de inhoud besproken is met alle partijen. Dat is een pertinente leugen, maar erger nog vond ik dat wij in dat rapport totaal onderuit gehaald worden. Het rapport was een klap in ons gezicht en zette de relatie met mijn zus nog verder onder druk. Willem en ik hebben een reactie geschreven met daarin een heleboel vragen. We kregen als enige antwoord: 'uw reactie is aan het rapport toegevoegd'!

Met Joost gaat het nu - ondanks alles - een stuk beter. In het begin vonden wij hem erg aangepast, gespannen ook, kennelijk was hij heel bang dat weer weg moest. Af en toe heeft hij nog wel eens een agressieve uitbarsting, en hij blijft zijn grenzen verkennen, maar hij weet dat wij hem serieus nemen. Vorig jaar wilde hij nog het liefst terug naar zijn dorp, naar zijn vrienden. Op zijn nieuwe school deed hij geen moeite om vrienden te maken. Dit jaar pakt hij het anders aan, merken we. Het lijkt wel of hij zich meer wil gaan settelen.
Willem en ik hebben nooit spijt gehad van onze beslissing om Joost in huis te nemen. Wij genieten van de vrolijkheid die hij in huis brengt, van z'n spontaniteit. Hij kan het wonderbaarlijk goed vinden met een student die bij ons op kamers woont. Ook zijn relatie met Willem is heel speciaal. Hij kijkt een beetje naar hem op, heeft ontzag voor hem.
Voordat hij afreisde naar z'n moeder in de zomervakantie kwam hij drie keer terug om ons te knuffelen en te bedanken. "Het ligt echt niet aan jullie," zei hij, "maar ik wil graag in mijn dorp en bij mijn vrienden zijn."
Wij zijn er in geslaagd een fijne band met hem op te bouwen. We hebben hem binnen de familie kunnen houden, en daar is veel mee gewonnen denk ik.