artikel uit Mobiel 5, oktober/november 2000

Soms is samen in de spagaat beter

thema: Balans van een ontvlochten pleegzorg

Door: redactie

Onder het motto 'Van spagaat naar gescheiden verantwoordelijkheden' werd de ontvlechting indertijd ingezet. Misschien is het inderdaad gelukt de plaatsende maatschappelijk werkende uit een moeilijke positie te verlossen. Maar het lijkt tegelijk ook een van de handicaps van het huidige samenwerkingsmodel. Immers, het pleegkind verkeert nog steeds in een spagaatpositie: 'Torn between two lovers', verscheurd tussen twee werelden. Over gemis en gewin in een pleegzorg volgens een standaardmodel.

Het pleegkind

Als je de positie van het pleegkind in ogenschouw neemt valt sinds de ontvlechting een grote verandering op. In het huidige model is er een plaatsende maatschappelijk werkende - die veel minder contact heeft met het pleegkind dan voorheen - en een pleegzorgwerker. Deze vorm creëert bijna per definitie een spanningsveld. De kans is groot dat beiden ieder aan een kant van het spanningsveld komen te staan (met de neiging partijen achter zich te verzamelen), en dus geen van beiden echt in de buurt van het kind. Omdat de plaatser veel minder contact heeft met het kind en met het pleeggezin, ervaart deze maatschappelijk werkende de verscheuring van het kind veel minder aan den lijve. Dat is voor zijn of haar invoelendvermogen rampzalig. Samen met het kind in de spagaat is moeilijker, maar levert mogelijk oplossingen aan die beter bij het kind passen.
Want oppervlakkig bezien lijkt het misschien alsof de pleegzorgwerker dichtbij de wereld van kind en pleeggezin verkeert, maar is de werkelijkheid niet dat deze professional dichtbij een deel van de leefwereld van het kind staat en is uiteindelijk het kind daarmee geholpen?
De ontvlechting staat of valt met een goede samenwerking tussen alle betrokkenen. Het huidige model maakt in theorie die samenwerking wel mogelijk c.q. bevordert die, maar de uitwerking in de praktijk laat vaak het tegendeel zien.
Misschien is een voelbare spagaatspanning in de pleegzorg juist wel nodig, kun je pas dan gezamenlijk in het belang van het kind optreden.
Belangenverstrengeling kan prima zijn, is zelfs wenselijk waar het belang parallel loopt met de positie van het kind. Het onderscheiden van verantwoordelijkheden is goed, het scheiden lang niet altijd.

De pleegouders

Pleegouders hebben in een aantal opzichten gewonnen bij de huidige situatie. Het is een goede zaak dat er veel minder organisaties dan vroeger bezig zijn met pleegzorg. Werving, selectie en voorbereiding van pleegouders en de matching van pleeggezin en pleegkind vinden beter en effectiever plaats. Deskundigheid is geconcentreerd beschikbaar, regelingen zijn meer gestandaardiseerd.
Kortverblijfpleegouders ervaren de vaste begeleider als een goede zaak. Omdat men met de professionals een geschiedenis opbouwt, komt er meer tijd vrij voor de invulling van het pleegouderschap.
Verblijven kinderen vele jaren min of meer probleemloos in een pleeggezin dan ervaren de betrokkenen de bezoeken van plaatser én pleegzorgwerker, als onnodig lastig voor kind en pleeggezin. Het zou dan mogelijk moeten zijn deze overbodige ontvlechtingen met gezond verstand op te lossen, met inachtneming van de verschillende verantwoordelijkheden. De plaatser moet een relatie met het kind kunnen opbouwen en onderhouden, en de faciliteiten moeten goed geregeld zijn. Ook moet het mogelijk blijven de deskundigheid van een Voorziening voor Pleegzorg in te roepen en betaling te blijven ontvangen, zelfs als het gezag aan de pleegouders wordt overgedragen.
In een soortgelijke situatie moet het formele gezag van de pleegouders over hun pleegkind kunnen groeien naarmate het verblijf langer duurt.

De pleegzorgorganisatie

De pleegzorg groeit steeds meer toe naar een servicegerichte en klantvriendelijke organisatie voor kinderen die (tijdelijk) niet bij hun ouders kunnen opgroeien, en voor gezinnen die zich beschikbaar stellen voor de opvang van deze kinderen. Nog meer dan nu het geval is moet deze organisatie de samenwerking met alle betrokkenen rond het kind bevorderen op basis van nut, noodzaak en feitelijke verantwoordelijkheden, waarbij alleen haar uitgangspunt is gebaseerd op een standaard model. De organisatie moet het aantal medewerkers beperken tot het allernoodzakelijkste minimum omdat in de pleegzorg dezelfde wet geldt als in de mechanica n.l. 'hoe meer schijven, des te meer wrijving'. De menselijke maat als uitgangspunt en niet de logica vanachter het bureau.