Onder het motto 'Van spagaat naar gescheiden verantwoordelijkheden'
werd de ontvlechting indertijd ingezet. Misschien is het inderdaad
gelukt de plaatsende maatschappelijk werkende uit een moeilijke positie
te verlossen. Maar het lijkt tegelijk ook een van de handicaps van
het huidige samenwerkingsmodel. Immers, het pleegkind verkeert nog
steeds in een spagaatpositie: 'Torn between two lovers', verscheurd
tussen twee werelden. Over gemis en gewin in een pleegzorg volgens
een standaardmodel.
Het pleegkind
Als je de positie van het pleegkind in ogenschouw neemt valt sinds
de ontvlechting een grote verandering op. In het huidige model is
er een plaatsende maatschappelijk werkende - die veel minder contact
heeft met het pleegkind dan voorheen - en een pleegzorgwerker. Deze
vorm creëert bijna per definitie een spanningsveld. De kans is
groot dat beiden ieder aan een kant van het spanningsveld komen te
staan (met de neiging partijen achter zich te verzamelen), en dus
geen van beiden echt in de buurt van het kind. Omdat de plaatser veel
minder contact heeft met het kind en met het pleeggezin, ervaart deze
maatschappelijk werkende de verscheuring van het kind veel minder
aan den lijve. Dat is voor zijn of haar invoelendvermogen rampzalig.
Samen met het kind in de spagaat is moeilijker, maar levert mogelijk
oplossingen aan die beter bij het kind passen.
Want oppervlakkig bezien lijkt het misschien alsof de pleegzorgwerker
dichtbij de wereld van kind en pleeggezin verkeert, maar is de werkelijkheid
niet dat deze professional dichtbij een deel van de leefwereld van
het kind staat en is uiteindelijk het kind daarmee geholpen?
De ontvlechting staat of valt met een goede samenwerking tussen alle
betrokkenen. Het huidige model maakt in theorie die samenwerking wel
mogelijk c.q. bevordert die, maar de uitwerking in de praktijk laat
vaak het tegendeel zien.
Misschien is een voelbare spagaatspanning in de pleegzorg juist wel
nodig, kun je pas dan gezamenlijk in het belang van het kind optreden.
Belangenverstrengeling kan prima zijn, is zelfs wenselijk waar het
belang parallel loopt met de positie van het kind. Het onderscheiden
van verantwoordelijkheden is goed, het scheiden lang niet altijd.
De pleegouders
Pleegouders hebben in een aantal opzichten gewonnen bij de huidige
situatie. Het is een goede zaak dat er veel minder organisaties dan
vroeger bezig zijn met pleegzorg. Werving, selectie en voorbereiding
van pleegouders en de matching van pleeggezin en pleegkind vinden
beter en effectiever plaats. Deskundigheid is geconcentreerd beschikbaar,
regelingen zijn meer gestandaardiseerd.
Kortverblijfpleegouders ervaren de vaste begeleider als een goede
zaak. Omdat men met de professionals een geschiedenis opbouwt, komt
er meer tijd vrij voor de invulling van het pleegouderschap.
Verblijven kinderen vele jaren min of meer probleemloos in een pleeggezin
dan ervaren de betrokkenen de bezoeken van plaatser én pleegzorgwerker,
als onnodig lastig voor kind en pleeggezin. Het zou dan mogelijk moeten
zijn deze overbodige ontvlechtingen met gezond verstand op te lossen,
met inachtneming van de verschillende verantwoordelijkheden. De plaatser
moet een relatie met het kind kunnen opbouwen en onderhouden, en de
faciliteiten moeten goed geregeld zijn. Ook moet het mogelijk blijven
de deskundigheid van een Voorziening voor Pleegzorg in te roepen en
betaling te blijven ontvangen, zelfs als het gezag aan de pleegouders
wordt overgedragen.
In een soortgelijke situatie moet het formele gezag van de pleegouders
over hun pleegkind kunnen groeien naarmate het verblijf langer duurt.
De pleegzorgorganisatie
De pleegzorg groeit steeds meer toe naar een servicegerichte en
klantvriendelijke organisatie voor kinderen die (tijdelijk) niet bij
hun ouders kunnen opgroeien, en voor gezinnen die zich beschikbaar
stellen voor de opvang van deze kinderen. Nog meer dan nu het geval
is moet deze organisatie de samenwerking met alle betrokkenen rond
het kind bevorderen op basis van nut, noodzaak en feitelijke verantwoordelijkheden,
waarbij alleen haar uitgangspunt is gebaseerd op een standaard model.
De organisatie moet het aantal medewerkers beperken tot het allernoodzakelijkste
minimum omdat in de pleegzorg dezelfde wet geldt als in de mechanica
n.l. 'hoe meer schijven, des te meer wrijving'. De menselijke maat
als uitgangspunt en niet de logica vanachter het bureau.