artikel uit Mobiel 5, oktober/november 2000

Veranderingen uit de praktijk

thema: Balans van een ontvlochten pleegzorg

Door: Ineke Exel, redacteur Mobiel

Ooit begonnen Jane en Harry zonder een noemenswaardige voorbereiding aan pleegzorg. Ze hadden al een aantal plaatsingen achter de rug toen de gezinsvoogd een nieuwe werkwijze aankondigde: de ontvlochten pleegzorg. "Wat overkomt ons nu", dachten ze. "Wat zal er veranderen?" vroegen ze zich af. Redactielid Ineke Exel had een gesprek met hen over de meest opvallende veranderingen sindsdien.

Wat er daadwerkelijk veranderd is? "Er is meer aandacht voor de ouders van onze pleegkinderen", vinden Jane en Harry, maar ze plaatsen er gelijk ook een kritische kanttekening bij: "Soms zouden we wel willen dat een plaatser daadkrachtiger optrad naar de ouders, en zeggen: 'Als je dat doet, die therapie volgt, die problemen oplost (met hulp die ik je aanrijk), dan is er een kans dat je kind op termijn weer bij je kan komen'. Onze ervaring is dat er nou eenmaal ouders zijn die minder vrijblijvend moeten worden begeleid. Ze moeten meer gewezen worden op de keuzes die ze kunnen maken, of moeten maken voor hun kinderen."
"Ook veranderd - beter gezegd verbeterd - is de aandacht vanuit de begeleidende instelling voor onze eigen kinderen. Er wordt voor gewaakt dat ze geen sluitpost in het gezin zijn. We hebben wel eens, na afloop van een hectische plaatsing, een taart gekregen, omdat we het met het hele gezin toch maar geklaard hadden!"

Mondiger en beter beschermd

In vergelijking met vroeger vinden Jane en Harry dat ze zelf mondiger zijn geworden: "Toen alles nog door een persoon werd gedaan, hebben we wel eens in de problemen gezeten doordat een voogd het voor de ouders belangrijk vond dat er elke week een ouderbezoek plaatsvond. Dat was niet in het belang van het pleegkind en niet in het belang van ons gezin, maar het werd wel doorgedrukt.
In de huidige situatie voelen ze zich ook beter 'beschermd' doordat ze een pleegzorgwerker hebben. "Als nu een ouder op bezoek komt die het moeilijk vindt om het liefste dat hij heeft aan de zorgen van een ander over te laten, praten wij zelf ook met ze. Ouders snappen dat ons gezin moet kunnen blijven functioneren om hun kind een goed thuis te geven."

De smokkelroute

Voor noodsituaties heeft Jane haar smokkelroute. "Uit het verleden heb ik nog contacten met plaatsers, en als het echt niet anders kan benader ik hen wel eens rechtstreeks. Soms vallen bijvoorbeeld werkdagen van de plaatser en de pleegzorgwerker niet samen, en heb ik snel bepaalde informatie of een tussenkomst van de plaatser nodig. Tja, dan bewandel ik mijn snelle weg en zoek contact met de plaatser. Hier stuit ik dus op een nadeel van de ontvlechting; maar ook op het feit dat veel mensen tegenwoordig in deeltijd werken. Ik doe het in het belang van het kind en heb er eigenlijk nooit scheve gezichten om gekregen. Ik vertel het natuurlijk wel zo snel mogelijk aan de pleegzorgwerker, zodat die ook 'bij' is."

De toekomst

Er valt nog wel het een en ander te verbeteren vinden Jane en Harry. "Als alles loopt volgens het zgn. protocol, gaat het perfect. Al blijf het afhankelijk van de perso-nen met wie je werkt. Klikt het, dan ben je blij, klikt het niet dan moet je zelf meer de dingen in de gaten houden."
Ook vinden ze dat de plaatser meer aandacht moet geven aan de eigen kinderen. "Soms zit men met een plaatsing kennelijk zo omhoog dat daar geen enkele aandacht voor is. De focus is dan helemaal op het onderdak krijgen voor het pleegkind."
Voor pleegkinderen heeft de plaatser nu vaak geen 'gezicht', terwijl hij wel alle beslissingen neemt. Men wordt vaak teveel in beslag genomen door de administratieve rompslomp, is de kritiek.
De ervaring van Jan en Harry is "Dat pleegkinderen soms het gevaar lopen ondergesneeuwd te raken omdat er tegenwoordig erg veel belang wordt gehecht aan de de belangen van de ouders." En dat is niet altijd in het belang van het kind
Voor het geheel vinden de pleegouders dat de informatievoorziening over te veel schijven verloopt. "Met goed en effici‘nt overleg tussen alle partijen die bij een pleegkind betrokken zijn moet dat sterk te verbeteren zijn. Soms is dat essentieel voor een plaatsing."