|

|
artikel uit Mobiel 5, oktober/november 2000
Inleiding
thema: Balans van een ontvlochten pleegzorg
Door: redactie
Halverwege de jaren 90 werd de ontvlechting in de pleegzorg een
feit. Van toenaf kregen pleegkind, pleegouders en ouders te maken
met een plaatsende instantie en een opnemende instantie. De plaatser
onderzoekt of het kind geschikt is voor een pleeggezin, en de opnemende
instantie - de voorzieningen voor pleegzorg - zoekt een pleeggezin
en zorgt voor een vaste begeleider van het pleeggezin.
Nieuw voor de pleegzorg is dan de strikte scheiding van verantwoordelijkheden
van plaatser en begeleider. Daarmee hoopt professioneel pleegzorgend
Nederland een verbetering van de kwaliteit van de pleegzorg te bereiken.
Heldere doelstellingen moeten leiden tot zorgvuldiger plaatsingen,
betere matchingen, en daarmee het aantal afgebroken plaatsingen terugdringen.
Ook belangenverstrengeling zal door de ontvlechting van taken voorgoed
tot het verleden behoren.
Zes jaar later wordt het tijd om de balans op te maken. Wat heeft
de ontvlechting de pleegzorg gebracht? Is die duidelijkheid er gekomen,
komen kinderen beter op de juiste plek, is de beoogde continuoteit
in de begeleiding een groot goed geworden, of is de pleegzorg er onnodig
ingewikkeld door geworden? Wat heeft de ontvlechting betekend voor
de positie van pleegouders, pleegkinderen, ouders en werkers? En het
belangrijkste van alles: is het belang van het kind er beter mee gediend?
MOBIEL inventariseert in dit themagedeelte de verworvenheden en onvolkomenheden
van een ontvlochten pleegzorg.
|