|

|
artikel uit Mobiel 4, augustus/september 2000
Lezers schrijven
Door: redactie
Pleegzorg en Werk
Mijn man en ik werken allebei, hij heeft een fulltime baan, ik werk
parttime als docente. We hebben (nog) geen eigen kinderen, hebben
de TOP-cursus gevolgd en zijn vanaf maart 2000 beschikbaar als pleegouder.
In eerste instantie kozen we voor crisisopvang voor 4-10 jarigen.
Half maart kregen we onze eerste pleegdoch-ter in huis, een meisje
van tien voor zeven weken. De goed verlopen plaatsing confronteerde
ons gelijk met een fiks aantal knelpunten m.b.t. de combinatie werk/pleegzorg:
-
Onze Voorziening voor Pleegzorg biedt geen faciliteiten zoals
oppas, dit hebben we zelf geregeld. Omdat we geen idee hadden wanneer
het eerste pleegkind zich zou aandienen, wilden we voor de twee
middagen dat ik werk, naschoolse opvang regelen. Gastouderbureaus
boden geen uitkomst, die wilden pas een intakegesprek aangaan als
duidelijk was om welk kind het zou gaan. Dat het om een pleegkind
zou gaan was geen aanleiding om een uitzondering te maken, eerder
voor bezorgdheid. De officiële buitenschoolse opvang maakte
geen problemen, maar we vonden dit zelf geen geschikte mogelijkheid
voor een kind dat al met veel instanties te maken had.
-
Een advertentie plaatsen was de enige overgebleven mogelijkheid.
De oppas-moeder die we zo vonden zei na twee weken af omdat we geen
zekerheid konden bieden.
-
Weer een advertentie geplaatst, voor een pleegkind. Minder reacties,
er rolde wel een fijne, goede oppas uit, die de onzekerheid aankon.
Een week later werden we gebeld over onze tienjarige pleegdochter.
-
Tijdens het evaluatiegesprek van deze pleegdochter is expliciet
melding gemaakt van de noodzaak van twee middagen naschoolse opvang
voor deze pleegdochter in ons dossier. Er werd bij gezegd dat de
meeste pleegmoeders alle dagen thuis waren, en dat dat beter is
voor het pleegkind. (Het zou ook niet in ons hoofd opkomen om beiden
fulltime te gaan werken: ik kon elke dag onze pleegdochter naar
school brengen; mijn man is relatief vroeg thuis. We hebben het
hier over vier uur oppas per week! Dit betitelt onze Voorziening
als ongewenst voor pleegkinderen!
-
Een ander punt: de pleegzorgwerker kon ons alleen overdag bezoeken.
Dat lukte, omdat ik parttime werkte. Toch vond ze het jammer dat
ze m'n man nooit heeft ontmoet, en vroeg of hij niet een keer vrij
kon nemen. Daarbij realiseert ze zich dus niet dat we al heel veel
regelen op ons werk om de pleegzorg voorrang te geven. Ook realiseert
ze zich niet dat m'n man al een vrije dag heeft opgeno-men toen
ons pleegkind kwam, omdat ze niet direct terechtkon op school. De
Voorziening wist daarvan, maar heeft ons dat laten oplossen, het
was ons probleem.
-
Zorgverlof voor pleegouders is er in de Tweede Kamer door. Dus
ging mijn man naar zijn P&O-afdeling of hij niet een dag zorgverlof
i.p.v. vakantie kon opnemen. Dat kon niet ‘want zorgverlof
is nog niet wettelijk geregeld'.
-
Onze Voorziening geeft geen oppasvergoeding en ook geen vergoeding
voor huishoudelijke hulp.
-
Omdat de crisisplaatsing goed is bevallen, willen we verder met
pleegzorg, ook met lange termijn plaatsingen. De pleegzorgwerker
was in eerste instantie erg enthousiast (ze is erg te spreken over
ons pleegouderschap), maar reageerde afwerend op onze verlaging
van de leeftijdsgrens: ‘dat kan niet, want jij werkt’.
Een kind onder de 4 zou ze nooit bij ons plaatsen: ‘Het kind
heeft al hechtingsproblemen en ook nog een oppas is teveel van het
goede. We hebben genoeg niet-werkende pleegmoeders’. Ook al
gaat het dan maar om twee dagen oppas; de overige dagen is een van
ons volledig beschikbaar. Het laatste woord hierover is echter nog
niet gesproken, de pleegzorgwerker voor de langetermijnplaatsingen
moet nog langskomen. Overdag, met ons alletwee!
-
Ik ben niet te spreken over de houding van de Voorziening t.a.v.
werkende pleegouders: ik vind die ouderwets, kortzichtig en niet-flexibel;
al schrijvend wind ik me steeds meer op. De pleegzorgwerker was
een zeer prettige, jonge vrouw (met kinderen!) met wie ik het goed
kon vinden en van wie ik veel heb geleerd. Toch gaan mijn haren
overeind staan als ik haar mening op het gebied van werk en pleegzorg
hoor. Een mening die overigens niet die van al haar collega's hoeft
te zijn.
Vroeger maakte een kind deel uit van een veel groter netwerk, waarbij
grootouders (bijna altijd) aanwezig waren, en neven en nichten en
tantes dichtbij woonden. Tegenwoordig is dit anders. Zou het voor
een (pleeg)kind niet juist wenselijk zijn dat het naast de pleeg-ouders
ook andere volwassenen meemaakt? Wat maakt het uit of het een -lieve
oma is, of een lieve oppas? De pleegouders blijven immers de constante
factor?
naam en adres bekend bij de redactie
Vergoedingen vrijwillige plaatsing
Bij ons wonen inmiddels alweer 7 jaar twee jongens uit hetzelfde
gezin. Het betreft een vrijwillige plaatsing: moeder heeft het gezag.
Tussen de jongens en ons is een goede verstandhouding ontstaan, er
is sprake van een gezellig gezinsleven zonder noemenswaardige opvoedkundige
problemen.
Waar we wel problemen mee hebben, is de financiële afhandeling
van verschillende zaken. We krijgen van de Voorziening de normale
pleegzorgvergoeding, maar geen vergoeding voor de bijkomende kosten,
die komen voor rekening van moeder.
De oudste is aan het voortgezet onderwijs begonnen, d.w.z.: ouderbijdrage,
aanschaf fiets (een retourtje school is 25 km), aanschaf boeken, 's
winters een buskaart. Na de zomervakantie gaat onze tweede pleeg-zoon
ook naar deze school. Omdat moeder alle beslissen t.a.v. de jongens
aan ons overlaat, onderhouden wij alle contacten met school en dragen
zorg voor de zaken daaromheen. Wij betalen de ouderbijdrage, het boekengeld
enzovoort. en vragen moeder ons dit terug te betalen. Ze weet dat
ze dit dient te doen, maar kan of wil het niet. Ze zegt zowel bij
de IBG als bij de Sociale Verzekeringsbank op onwil te stuiten om
haar de tegemoetkoming studiekosten dan wel de kinderbijslag uit te
keren.
De oplossing van de plaatser: laat de school moeder rechtstreeks de
rekening sturen. Ons probleem: we zijn dan het zicht kwijt en de jongens
lopen het risico het schooljaar zonder boeken te moeten beginnen of
niet deel te kunnen nemen aan de activiteiten die uit de ouderbijdrage
worden betaald. En moeder is helaas bij allerlei instanties een slechte
betaler gebleken...
We vragen ons af hoeveel pleegouders met vrijwillig geplaatste kinderen
ook mee tobben. We vinden het een vreemde zaak dat we als pleegouder
zelf achter de betaling van deze kosten aan moeten gaan; het geeft
scheefgroei in het oudercontact. Wellicht kunnen we tot een landelijke
rege-ling komen, waarbij deze kosten kunnen worden gedeclareerd bij
de Voorziening, die het terugvordert bij de ouder(s). Maar misschien
hebt u een beter idee?
Gerrie en Frans Pels, Wijk bij Duurstede
Iedereen heeft zekerheid nodig (2)
Ook wij hebben al een periode van 9 jaar onzekerheid achter de rug,
door voortdurende verlenging van de OTS van onze pleegzoon terwijl
er geen zicht meer is op thuisplaatsing. Onze pleegzoon werd geplaatst
in april 1991 met een OTS en onduidelijk perspectief: moeder was overleden,
vader gaf (aanvankelijk) aan de eerste vier jaar niet voor z'n zoon
te willen zorgen. Onze pleegzoon komt na 4 maanden ziekenhuisopname
als peuter van 16 maanden bij ons wonen. Vader probeert vervolgens
toch z'n zoon teruggeplaatst te krijgen. Steeds is er een negatief
advies van de onderzoekers: zijn zoon is het meest gebaat bij een
langdurige plaatsing in een pleeggezin.
Via een rechtszitting in 1994 kunnen we voorkomen dat onze pleegzoon
met z'n vader voor drie maanden wordt opgenomen in een instelling
waar zou kunnen worden beoordeeld of de vader goed met z'n zoon kan
omgaan.
Het lijkt er op dat de (inmiddels vierde) voogd vader steunt in z'n
pogingen z'n zoon terug te krijgen om van ons, lastige pleegouders,
af te komen. Allerlei deskundigen zijn vierkant tegen terugplaatsing;
onze pleegzoon vertoont nu al allerlei terugval rond een bezoek aan
vader. Het verlies van z'n hechtingspersonen (ons dus) zou tot blijvende
schade aan z'n persoonlijkheid kunnen leiden.
1997: voogdes heeft vader nog nooit samen met zoon gezien, maar vindt
‘een kind hoort bij z’n vader’. De kinderrechter besluit
tot verlenging van de OTS met als extra opdracht: werken aan terugplaatsing
over een jaar. Voogd nr. 5 treedt aan. Onderzoek, naar een eventuele
terugplaatsing wijst uit dat er een scherpere uitspraak moet komen
van de OTS om te voorkomen dat vader blijft trekken en voor onrust
blijft zorgen. De nieuwe voogdes zegt toe daarvoor te zorgen maar
laat het na. Wel wordt tijdens een verlenging van de OTS gesteld dat
onze pleegzoon tot z'n 18e bij ons blijft geplaatst. Voogd 6 meldt
zich.
Inmiddels is het 2000: onze pleegzoon woont nog steeds bij ons, maar
vader houdt veel macht doordat er nog steeds sprake is van OTS. Op
zijn verzoek zijn de bezoeken uitgebreid (ondanks dat onze pleegzoon
tegen de hulpverleners zegt dat niet te willen). Hierdoor wordt ons
gezinsleven erg aangetast en ook het sociale leven van onze pleegzoon.
Onlangs ontvoerde vader zijn zoon drie dagen met een schriftelijke
waarschuwing als resultaat. Hij merkt dat hij daardoor steeds meer
macht krijgt en maakt daar gebruik van. Waarom nog steeds die verlenging
van de OTS, de verlenging van zijn kansen om ons in z'n macht te houden?
We hopen dat andere pleegouders de spanningen die wij de afgelopen
9 jaar hebben moeten meemaken, bespaard zullen blijven. Verder roep
ik andere pleegouders die hetzelfde is overkomen op om ons te schrijven
zodat we elkaar kunnen steunen.
Ineke Gijbels, Moelingen (België)
|