In deze rubriek besteedt MOBIEL aandacht aan pleegouders die zorgen
voor een kind uit de familie-, de vrienden-, of de kennissenkring.
Kenmerkend voor deze zgn. netwerkpleegzorg is dat het kind - voordat
het terechtkomt bij de pleegouders - hen al kent. Netwerkpleegouders
voelen zich meestal helemaal geen pleegouders. Zij nemen het kind
op in hun gezin omdat ze zich er verantwoordelijk voor voelen, of
voor de ouders van het kind. Wel lopen zij vaak aan tegen heel specifieke
zaken, en daarover gaat deze rubriek vooral. In deze aflevering de
ervaringen van een juf die pleegmoeder werd.
"Als je vier jaar geleden tegen mij had gezegd: 'over een jaar ben
jij pleegmoeder', dan had ik hard gelachen". Maar een jaar later wáren
Elly en Chris van der Donk met hun drie dochters wel degelijk het
pleeggezin van Wendy. Elly geeft les aan een basisschool in haar woonplaats.
Wendy woonde daar in een tehuis en zat er op een speciale school,
waar ze niet op haar plek was. Zo kwam Wentje, zoals Elly haar vierde
dochter liefkozend noemt, bij haar in de klas. Januari 1997 schrijven
we dan. Al eerder had Elly leerlingen uit het tehuis in de klas gehad
maar met Wendy was het anders: 'Er was gelijk een draadje tussen ons'.
Dat draadje groeide uit tot een band. De familie ondernam actie en
Wendy werd hun pleegdochter.
Toen Elly de kleine Wendy in haar klas kreeg, raakte ze langzamerhand
steeds meer betrokken bij het leven van het meisje. "Ze vertelde
veel, hele verhalen. Haar moeder was psychisch in de war, kon niet
voor haar zorgen, vier jaar al had ze haar niet meer gezien. Over
haar vader was niets bekend. Acht maanden had ze bij een oom gewoond,
maar dat werkte niet. Ze voelde zich echt zielig, verlaten. Was altijd
van hot naar her gestuurd. Ze wilde graag naar een pleeggezin, maar
besefte toen al heel goed dat dat voor pre-pubers niet gemakkelijk
was. "Dat lukt nooit meer", zei ze triest.
"Thuis vertelde ik veel over Wendy," zegt Elly. "En
door al die verhalen kregen ook mijn man en dochters een ongeziene
band met Wentje", herinnert Elly zich.
"Ik vond het zielig en had het mezelf niet vergeven als ik hier
overheen was gestapt. Mijn man zei: ‘Onderneem dan actie en bel
hoe het zit’. We wilden Wendy een warm nest geven. Maar eerst
hebben we met onze dochters gesproken, want zij moesten delen als
ze zou komen, en zij stonden er gelukkig helemaal achter’’.
In de voorjaarsvakantie van 1997 belde Elly het tehuis en zei dat
ze Wendy graag in huis wilden nemen. "Ze vroegen: ‘een weekend
of zo?’ ‘Nee’, zei ik, ‘tot haar 21ste. Maar ik
weet niet hoe dat werkt’." Elly lacht: "Ze schrokken
nogal! Maar na veel gesprekken mocht Wendy bij ons komen wonen.’’
Wendy kreeg het pas te horen toen alles rond was. Elly en Chris wilden
haar niet blij maken met een dode mus.
Elly zegt er ook bewust niet over te hebben gesproken met haar collega’s.
"Het was mijn beslissing en we wilden niet dat het uitlekte.
Als het niet door was gegaan, was dat zo’n grote teleurstelling
voor Wendy geweest."
Maar precies op haar elfde verjaardag was alles rond en kwam Wendy
in het gezin wonen. Het werd uitgebreid gevierd met haar familie erbij.
Elly: "Het leek alsof we een baby hadden gekregen. Er waren verjaardags-
en welkomskaarten en bloemen van familie, dorpsgenoten en collega’s.
Het was fantastisch. En Wendy vond die belangstelling geweldig. Ze
kreeg haar eigen kamer, een fiets en hoorde er van toen af helemaal
bij."
De volgende dag hernam het leven zijn gewone loop. "Ik heb
de kinderen uit mijn klas verteld dat Wendy voortaan bij ons woonde.
Ze waren onder de indruk, maar reageerden positief.
Wendy hebben we naar een andere school gestuurd, de achtste nieuwe
school in haar leventje. "Ik heb dat bewust gedaan", vertelt
Elly, "het leek me beter voor haar."
Met de komst van Wendy kwamen ook de instanties en de hulpverleners.
En Elly is blij met haar maatschappelijk werker. "Want of het
nou je eigen kind of een pleegkind is, soms ben je het spuugzat. Het
helpt me door dips heen als de maatschappelijk werker uitlegt waarom
Wendy reageert zoals ze reageert. Haar verleden speelt daarin een
grote rol. Je bent geneigd om te denken: maar ze is hier al zo lang!
Maar zo werkt het niet. Ik denk niet dat ze kan hechten. Mijn man
denkt dat het wel los zal lopen. Je moet ook niet te veel verwachten.
Dat vinden we allebei moeilijk."
Elly voelt zich geen pleegouder, Wentje is voor haar gevoel haar vierde
dochter, maar toch zijn sommige dingen anders dan bij haar eigen kinderen.
"Mijn eigen kinderen wisten hoe ver ze konden gaan. Aan onze
ogen en trillende neusvleugels zagen ze dat. Dat ziet zij ook wel,
maar zij gaat toch gewoon door."
Daarom is de opvoeding van Wendy anders dan bij haar eigen kinderen.
Er wordt meer structuur en duidelijkheid gegeven: "Ja is ja,
en nee is nee", zegt Elly. " We zijn heel strikt zodat ze
niet over grenzen gaat. Ze vertoont - veel meer dan mijn eigen kinderen
- sociaal gewenst gedrag om er bij te horen. Ze past zich enorm aan,
heeft weinig zelfbewustzijn en gevoel van eigenwaarde.
We houden haar ook meer in de gaten. De computerkamer gaat op slot
om obscuur internetsite-bezoek tegen te gaan. Het is bij ons thuis
niet: waar is Emma, maar wel: waar is Wendy? Ze is nu veertien en
we willen niet dat ze op straat rondhangt. Ik ben ook al drie keer
naar school geweest vanwege ruzies en pesterijen. Ik krijg dan gelijk
weer zo’n ‘wie komt er aan m’n kind’gevoel. Terwijl
Wentje er zelf ook wat van kan hoor!
Twee echt moeilijke periodes waren er in de achterliggende drie
jaar. De eerste periode was na het overlijden van Wendy’s moeder.
"Ze heeft er weinig emotioneel op gereageerd", vertelt Elly,
"het lijkt alsof ze niet rouwt. Toen we hoorden dat haar moeder
was overleden, huilden mijn eigen kinderen, maar Wendy huilde niet.
‘We huilen om jou’, zeiden mijn dochters, ‘maar dat
begreep ze niet’. Ze zei: ‘jullie hebben haar toch nooit
gekend?’"
Ze heeft haar moeder niet als ‘moeder’ gekend. Ik vind dat
heel erg voor haar. Het is koffiedik kijken maar het kan moeilijk
worden als ze zelf kinderen krijgt. "Toen we naast de kist stonden,
pakte ze mijn hand en zei: ‘Nu ben jij mijn moeder hè?’’
Nee’, zei ik, ‘zo werkt het niet. Dat is je moeder’."
Wendy noemt ons wel papa en mama, maar ik vraag me af of ze dat
ook zo voelt. Ze weet niet wat ze daarbij moet voelen. Ze had geen
relatie met haar ouders, noch met haar vader, noch met haar moeder.
Dat is hartstikke moeilijk voor haar."
De recente confrontatie met haar vader gaf ook de nodige problemen.
"Ze was twee toen haar vader wegging, inmiddels een puber, en
had hem in al die tijd nooit meer gezien. Via de Jeugdzorg werd een
ontmoeting geregeld. Ze hebben elkaar nu vier keer gezien, en het
contact gaat moeizaam. Vader wil van alles, maar Wendy moet erg aan
het idee wennen dat die man haar vader is.
Hij is heel blij dat ze in een gezin woont, maar geeft haar cadeaus
die veel te duur zijn voor ons. Buiten proportie gewoon. Daar zijn
we niet van gediend. Dit is geen opvoeden. Daar help je haar niet
mee. Bij een volgende ontmoeting heeft Jeugdzorg overlegd met mij
en toen is het cadeau van haar vader in de tas gebleven. Later hebben
ze met hem hierover gesproken maar hij snapte het niet."
Wendy heeft het soms moeilijk met de band die Elly met haar dochters
heeft. "Onze twee oudsten zijn inmiddels het huis uit en de jongste
ging voor een jaar naar Spanje. Wendy had mij toen helemaal voor zich
alleen, maar dat veranderde toen de jongste na dat jaar terugkwam.
Wendy kon het niet uitstaan dat Emma ook mijn kind is en dat ik daar
een relatie mee heb. Ze ging toen echt negatieve aandacht vragen.
Ook de geboorte van een kleinkind precies op haar verjaardag vond
ze maar matig. Ze is er aan de ene kant trots op om tante te zijn,
maar aan de andere kant kan ze moeilijk uit de voeten met al die aandacht
voor mijn dochter en haar kind."
Toch gaat het naar omstandigheden goed met Wendy, zegt Elly. "Op
school zelfs heel goed, na haar MAVO wil ze een vakopleiding gaan
doen, en als het kan daarna - net als haar pleegzus - een tijdje naar
het buitenland.
Ze geniet als mensen zeggen: ‘Wat lijkt Wentje toch op jou of
op één van de dochters’. Aan uitleg aan derden
heeft ze geen behoefte, of ze moet in een rotbui zijn dan komen de
zielige verhalen. Maar eigenlijk is alles wat ze wil: ‘er bij
horen’. En dat doet ze, tot ze het huis uitgaat. "Die komt
er wel", zegt een overtuigde pleegmoeder.