artikel uit Mobiel 4, augustus/september 2000

Pleegzorg op de politieke agenda

Door: Sonja Nijon, redactielid

'Pleegouders dragen de pleegzorg, maar eindigen te vaak in een machtsstrijd met Voorzieningen voor Pleegzorg. Hierdoor haken teveel pleegouders af. Het is hoog tijd voor het instellen van een werkgroep Pleegoudervriendelijkheid.' Dit concludeert de Tweede Kamer kort en krachtig in een debat over de pleegzorg met de Staatssecretaris van VWS en de Minister van Justitie. Op de agenda staat het visie-document van het project Trillium, dat op een rij zet wat er allemaal beter kan en moet in de pleegzorg. Maar de ferme woorden van de politici leiden niet tot concrete toezeggingen. Pas volgend jaar zal het kabinet een eerste standpunt innemen.

Het is donderdagmiddag 15 juni. In de aanloop naar dit debat is er in de media slechts één artikel verschenen. De Telegraaf kopt op 10 juni ongeremd boven een artikel over een pleegkind: ‘Weggerukt bij pleegmoeder’. Aan het woord komt het Landelijk Meldpunt Pleegouders, een actiegroep van pleegouders die in korte tijd – binnen drie maanden – 200 klachten zegt te hebben ontvangen over bejegening van pleegouders en machtstijd met de Voorzieningen voor Pleegzorg. Hoe is dat mogelijk als tegelijkertijd het miljoenenproject Trillium met de pleegouders een plan heeft gemaakt om de pleegzorg te verbeteren?

Nog steeds dezelfde klachten

Ik maak de pleegzorg al lange tijd mee, van binnen en van buiten, en dan valt me een aantal zaken op. Ten eerste: de bereidheid van bestuurders en pleegouders om zich in te zetten voor een goede pleegzorg. Dat is mooi. Maar tegelijkertijd lijken die twee partijen elkaar zo slecht te versterken. Hun betrokkenheid wordt niet verzilverd in wezenlijke verbeteringen in de omgang met pleegouders. Beleidsveranderingen kosten tijd, maar over de afgelopen tien jaar hoor ik steeds dezelfde klachten terugkomen.
Klachten over het gebrek aan gelijkwaardigheid in de beleving van pleegouders vormden in de beginjaren ‘90 ook al aanleiding voor acties van pleegouders. Dit leidde toen zelfs tot een unieke pleegouder-staking. Pleegouders weigerden nieuwe pleegkinderen op te nemen, en vroegen speciale aandacht voor de slechte bejegening van pleegouders door professionals in de pleegzorg. ‘Pleegouders zijn geen cliënten’, verwoordde de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen. Inmiddels zijn we in de nieuwe eeuw beland. In de afgelopen 10 jaren had er toch wel iets verbeterd kunnen zijn op het vlak van bejegening van pleegouders, het maken van een hulpverleningsplan, concrete afspraken over klachtenregelingen en het versoepelen van de bestaande financiële regels? Bovendien: dit zijn toch zaken die managers van voorzieningen best zelf ook kunnen regelen, zonder tussenkomst van hoge bestuurlijke gasten en de politiek?

Meer last dan lust

Kenmerkend voor de huidige klachten is, dat veel pleegouders de Voorzieningen voor Pleegzorg beleven als een hardnekkig ongemak in plaats van een steun in de rug, die het mogelijk maakt dat je pleegkinderen opvangt. In de brieven en homepages van actievoerende pleegouders doemen de VVP’s op als vijandige vestigingen, die helaas niet vermeden maar wel bevochten kunnen worden. Ik citeer uit de eerste nieuwsbrief van het Landelijk Meldpunt Pleegouders (juni 2000): ‘Bijna iedereen meldt verschrikkelijk blij te kunnen zijn nu eindelijk eens onbevreesd en ongedreigd te kunnen uiten. Uit uw praktijkervaringen blijkt verder klip en klaar dat van gelijkwaardigheid tussen pleegouders en diverse pleegzorg-instanties geen sprake is. Binnen de Nederlandse pleegzorg wordt uiterst onzorgvuldig omgesprongen met gemaakte afspraken. Heel vaak is er ook sprake van wanbetalingstoestanden inzake bij de wet geregelde vergoedingen aan pleegouders. En wat u als pleegouders tevens enorm stoort, is dat de achtergrondinformatie over uw pleegkind dikwijls ontbreekt of zeer gebrekkig is’. Wat is er in hemelsnaam aan de hand als pleegouders zich bevreesd en bedreigd gaan voelen in het contact met de voorzieningen? En dit geluid is niet alleen afkomstig van het Landelijk meldpunt Pleegouders. Op het internet is er inmiddels ook een tweede actiegroep opgericht. Ik citeer van hun homepage: ‘Pleegouders Unite is een onafhankelijke organisatie, mag zijn eigen koers varen en hoeft niet te vrezen voor invloed komende van de VVP’.

Het politieke debat over pleegzorg

In de Tweede Kamer speelt zich tijdens het debat over pleegzorg een fascinerend maar uiterst vreemd proces af. Het regent complimenten voor de zorgvuldigheid waarmee de miljoenen voor Trillium de afgelopen jaren zijn besteed. Tegelijkertijd vuren de kamerleden ernstige kritiek af op het functioneren van de huidige organisaties voor pleegzorg. Pleegouders dragen de pleegzorg, meent de VVD, maar, aldus Groen Links, pleegouders worden door de voorzieningen niet ondersteund en eindigen te vaak in een machtsstrijd met de instanties waardoor er veel afhakers zijn. D’66 verzucht dat het zo langzamerhand nodig lijkt om een ambtelijke werkgroep ‘Pleegoudervriendelijkheid’ op te zetten…
De Staatssecretaris neemt de klachten van het Landelijk Meldpunt Pleegouders een voor een door. Het ontbreken van een hulpverleningsplan bij een plaatsing van een pleegkind? Geen goede klachtenregeling voor pleegouders? Problemen in de samenwerking tussen pleegouders, gezinsvoogd en de pleegzorgvoorziening? De bewindsvrouw verwijst keer op keer naar het werk van het project Trillium. ‘We zijn ermee bezig’, is de boodschap. Pas volgend voorjaar is ze in staat een standpunt in te nemen. ‘Dit gaat wel erg lang duren’, verwoordt Groen Links de algemene mening van de Tweede Kamer. Kan de Staatssecretaris geen concrete termijnen noemen wanneer de voorgenomen plannen kunnen worden ingevoerd? De Staatssesretaris blijft hierop het antwoord schuldig.

Tegenstanders met dezelfde wensen?

Op de publieke tribune zitten de bestuur-lijke bobo’s van Trillium apart van de actievoerende pleegouders. Ze lijken elkaars tegenstanders te zijn. En toch willen beide partijen hetzelfde: een goede opvang voor pleegkinderen, en een soepeler samenwerking tussen instanties, pleegouders en ouders. Waarom zijn pleegouders niet ronduit blij met de bejubelde plannen van Trillium? Waarom schieten, juist op het moment dat de pleegouders serieus worden genomen, de nieuwe klachten van pleegouders de (internet) grond uit? Waar komen die 200 klachten vandaan die het Landelijk Meldpunt Pleegouders zegt te hebben ontvangen? Hoe komt het dat die klachten niet zijn opgevangen door de officiële pleegzorg-verbeteraars van Trillium? Zijn pleegouders ongeduldig, of ongeïnteresseerd in beleidszaken of gewoon dol op media-aandacht? Zijn die paar honderd klachten, die buiten de Nederlandse Vereniging voor Pleegouders om geuit worden, van voorbijgaande aard? Een kwestie van tolereren, en dan waaien ze vanzelf weer over? Tenslotte zijn er op jaarbasis 12.000 pleegkinderen in pleeggezinnen. Of is er meer aan de hand en sluiten de plannen van Trillium eenvoudigweg te weinig aan op de wensen van pleegouders? Blijft er wellicht een aspect, dat voor pleegouders van wezenlijk belang is, in de plannen van Trillium buiten beschouwing? Staren we ons blind op ingewikkelde oplossingen, terwijl het meest simpele vaak al voor de hand ligt maar over het hoofd wordt gezien?
De situatie doet me soms denken aan dat verhaal over de ruimtevaart. De Amerikanen waren de eersten die er in slaagden astronauten de ruimte in te schieten. Om allerlei metingen te kunnen verrichten over de toestand van gewichtsloosheid, moesten deze mannen aantekeningen maken. Maar, zonder zwaartekracht deden de pennen het niet, omdat de inkt niet naar de punt van de pen kon zakken. Vele miljoenen guldens zijn uitgegeven in het oplossen van dit hardnekkige probleem. Er dreigde zelfs een stagnering in het ruimte-programma op te treden, waardoor de Russen op voorsprong konden komen. Men zat met de handen in het haar omdat er maar geen oplossing gevonden werd voor die balpennen. Totdat iemand opmerkte: ‘Maar waarom geven we ze geen potlood mee?’

Uitgangspunt: behoeften in de dagelijkse praktijk

Ik heb veel waardering voor de inzet en de deskundigheid van het Project Trillium. Nog nooit is er zo gedegen zo’n volledig overzicht gemaakt van wat er beter kan in de pleegzorg. Maar één partij blijft volgens mij buiten schot: namelijk de Voorziening voor Pleegzorg zelf, en de positie van de professionals in de pleegzorg. Pas als het contact tussen pleeggezinnen en begeleiders voor beide kanten bevredigend is, zal er een wezenlijke verbetering merkbaar zijn. Niet eerder. Dan kunnen er wel duizend vellen volgeschreven worden over visie, onderzoeks-trajecten, juridische afstemming en kabinetsstandpunten, maar dit staat of valt met een invulling daarvan in de dagelijkse praktijk van pleeggezinnen. En dat valt onder de verantwoordelijkheid van het uitvoerende werk van de voorzieningen voor pleegzorg. Er zijn toch talloze manieren waarop een concreet begin kan worden gemaakt met het motiveren van medewerkers en pleegouders. Daar is toch geen ingewikkeld visie-document en kabinetsstandpunt voor nodig? Het lijkt wel alsof we een stap overslaan, iets eenvoudigs vergeten. Namelijk: om de basis van de dagelijkse praktijk als uitgangspunt te nemen en de volgende vraag te stellen: waar heeft een pleegouder behoefte aan, en in hoeverre kan een professional daar op inspelen.
Regel dat ene loket waar pleegouders gemakkelijk en snel hun geldzaken kunnen afhandelen. Zorg voor een (mobiele) 24-uur bereikbaarheid van medewerkers van de voorzieningen. Dat gebeurt ook al bij talloze andere organisaties voor zelfhulp.
Regel dat er voor de groeiende groep werkende pleegouders ook in de avonduren werkbezoeken afgelegd kunnen worden.

Het Haagse debat over de pleegzorg leverde geen concrete toezeggingen op. Na afloop praatte iedereen nog wat na: actievoerende pleegouders aan de ene kant, ambtenaren en betrokkenen van Trillium aan de andere kant. Ze willen allemaal dat het minder klachten gaat regenen. Maar beide partijen hebben geen directe invloed op de invulling van het werk in de praktijk. Dat hebben alleen de Voorzieningen voor Pleegzorg zelf.