'Pleegouders dragen de pleegzorg, maar eindigen te vaak in een machtsstrijd
met Voorzieningen voor Pleegzorg. Hierdoor haken teveel pleegouders
af. Het is hoog tijd voor het instellen van een werkgroep Pleegoudervriendelijkheid.'
Dit concludeert de Tweede Kamer kort en krachtig in een debat over
de pleegzorg met de Staatssecretaris van VWS en de Minister van Justitie.
Op de agenda staat het visie-document van het project Trillium, dat
op een rij zet wat er allemaal beter kan en moet in de pleegzorg.
Maar de ferme woorden van de politici leiden niet tot concrete toezeggingen.
Pas volgend jaar zal het kabinet een eerste standpunt innemen.
Het is donderdagmiddag 15 juni. In de aanloop naar dit debat is er
in de media slechts één artikel verschenen. De Telegraaf
kopt op 10 juni ongeremd boven een artikel over een pleegkind: ‘Weggerukt
bij pleegmoeder’. Aan het woord komt het Landelijk Meldpunt Pleegouders,
een actiegroep van pleegouders die in korte tijd – binnen drie
maanden – 200 klachten zegt te hebben ontvangen over bejegening
van pleegouders en machtstijd met de Voorzieningen voor Pleegzorg.
Hoe is dat mogelijk als tegelijkertijd het miljoenenproject Trillium
met de pleegouders een plan heeft gemaakt om de pleegzorg te verbeteren?
Nog steeds dezelfde klachten
Ik maak de pleegzorg al lange tijd mee, van binnen en van buiten,
en dan valt me een aantal zaken op. Ten eerste: de bereidheid van
bestuurders en pleegouders om zich in te zetten voor een goede pleegzorg.
Dat is mooi. Maar tegelijkertijd lijken die twee partijen elkaar zo
slecht te versterken. Hun betrokkenheid wordt niet verzilverd in wezenlijke
verbeteringen in de omgang met pleegouders. Beleidsveranderingen kosten
tijd, maar over de afgelopen tien jaar hoor ik steeds dezelfde klachten
terugkomen.
Klachten over het gebrek aan gelijkwaardigheid in de beleving van
pleegouders vormden in de beginjaren ‘90 ook al aanleiding voor
acties van pleegouders. Dit leidde toen zelfs tot een unieke pleegouder-staking.
Pleegouders weigerden nieuwe pleegkinderen op te nemen, en vroegen
speciale aandacht voor de slechte bejegening van pleegouders door
professionals in de pleegzorg. ‘Pleegouders zijn geen cliënten’,
verwoordde de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen. Inmiddels
zijn we in de nieuwe eeuw beland. In de afgelopen 10 jaren had er
toch wel iets verbeterd kunnen zijn op het vlak van bejegening van
pleegouders, het maken van een hulpverleningsplan, concrete afspraken
over klachtenregelingen en het versoepelen van de bestaande financiële
regels? Bovendien: dit zijn toch zaken die managers van voorzieningen
best zelf ook kunnen regelen, zonder tussenkomst van hoge bestuurlijke
gasten en de politiek?
Meer last dan lust
Kenmerkend voor de huidige klachten is, dat veel pleegouders de
Voorzieningen voor Pleegzorg beleven als een hardnekkig ongemak in
plaats van een steun in de rug, die het mogelijk maakt dat je pleegkinderen
opvangt. In de brieven en homepages van actievoerende pleegouders
doemen de VVP’s op als vijandige vestigingen, die helaas niet
vermeden maar wel bevochten kunnen worden. Ik citeer uit de eerste
nieuwsbrief van het Landelijk Meldpunt Pleegouders (juni 2000): ‘Bijna
iedereen meldt verschrikkelijk blij te kunnen zijn nu eindelijk eens
onbevreesd en ongedreigd te kunnen uiten. Uit uw praktijkervaringen
blijkt verder klip en klaar dat van gelijkwaardigheid tussen pleegouders
en diverse pleegzorg-instanties geen sprake is. Binnen de Nederlandse
pleegzorg wordt uiterst onzorgvuldig omgesprongen met gemaakte afspraken.
Heel vaak is er ook sprake van wanbetalingstoestanden inzake bij de
wet geregelde vergoedingen aan pleegouders. En wat u als pleegouders
tevens enorm stoort, is dat de achtergrondinformatie over uw pleegkind
dikwijls ontbreekt of zeer gebrekkig is’. Wat is er in hemelsnaam
aan de hand als pleegouders zich bevreesd en bedreigd gaan voelen
in het contact met de voorzieningen? En dit geluid is niet alleen
afkomstig van het Landelijk meldpunt Pleegouders. Op het internet
is er inmiddels ook een tweede actiegroep opgericht. Ik citeer van
hun homepage: ‘Pleegouders Unite is een onafhankelijke organisatie,
mag zijn eigen koers varen en hoeft niet te vrezen voor invloed komende
van de VVP’.
Het politieke debat over pleegzorg
In de Tweede Kamer speelt zich tijdens het debat over pleegzorg
een fascinerend maar uiterst vreemd proces af. Het regent complimenten
voor de zorgvuldigheid waarmee de miljoenen voor Trillium de afgelopen
jaren zijn besteed. Tegelijkertijd vuren de kamerleden ernstige kritiek
af op het functioneren van de huidige organisaties voor pleegzorg.
Pleegouders dragen de pleegzorg, meent de VVD, maar, aldus Groen Links,
pleegouders worden door de voorzieningen niet ondersteund en eindigen
te vaak in een machtsstrijd met de instanties waardoor er veel afhakers
zijn. D’66 verzucht dat het zo langzamerhand nodig lijkt om een
ambtelijke werkgroep ‘Pleegoudervriendelijkheid’ op te zetten…
De Staatssecretaris neemt de klachten van het Landelijk Meldpunt Pleegouders
een voor een door. Het ontbreken van een hulpverleningsplan bij een
plaatsing van een pleegkind? Geen goede klachtenregeling voor pleegouders?
Problemen in de samenwerking tussen pleegouders, gezinsvoogd en de
pleegzorgvoorziening? De bewindsvrouw verwijst keer op keer naar het
werk van het project Trillium. ‘We zijn ermee bezig’, is
de boodschap. Pas volgend voorjaar is ze in staat een standpunt in
te nemen. ‘Dit gaat wel erg lang duren’, verwoordt Groen
Links de algemene mening van de Tweede Kamer. Kan de Staatssecretaris
geen concrete termijnen noemen wanneer de voorgenomen plannen kunnen
worden ingevoerd? De Staatssesretaris blijft hierop het antwoord schuldig.
Tegenstanders met dezelfde wensen?
Op de publieke tribune zitten de bestuur-lijke bobo’s van Trillium
apart van de actievoerende pleegouders. Ze lijken elkaars tegenstanders
te zijn. En toch willen beide partijen hetzelfde: een goede opvang
voor pleegkinderen, en een soepeler samenwerking tussen instanties,
pleegouders en ouders. Waarom zijn pleegouders niet ronduit blij met
de bejubelde plannen van Trillium? Waarom schieten, juist op het moment
dat de pleegouders serieus worden genomen, de nieuwe klachten van
pleegouders de (internet) grond uit? Waar komen die 200 klachten vandaan
die het Landelijk Meldpunt Pleegouders zegt te hebben ontvangen? Hoe
komt het dat die klachten niet zijn opgevangen door de officiële
pleegzorg-verbeteraars van Trillium? Zijn pleegouders ongeduldig,
of ongeïnteresseerd in beleidszaken of gewoon dol op media-aandacht?
Zijn die paar honderd klachten, die buiten de Nederlandse Vereniging
voor Pleegouders om geuit worden, van voorbijgaande aard? Een kwestie
van tolereren, en dan waaien ze vanzelf weer over? Tenslotte zijn
er op jaarbasis 12.000 pleegkinderen in pleeggezinnen. Of is er meer
aan de hand en sluiten de plannen van Trillium eenvoudigweg te weinig
aan op de wensen van pleegouders? Blijft er wellicht een aspect, dat
voor pleegouders van wezenlijk belang is, in de plannen van Trillium
buiten beschouwing? Staren we ons blind op ingewikkelde oplossingen,
terwijl het meest simpele vaak al voor de hand ligt maar over het
hoofd wordt gezien?
De situatie doet me soms denken aan dat verhaal over de ruimtevaart.
De Amerikanen waren de eersten die er in slaagden astronauten de ruimte
in te schieten. Om allerlei metingen te kunnen verrichten over de
toestand van gewichtsloosheid, moesten deze mannen aantekeningen maken.
Maar, zonder zwaartekracht deden de pennen het niet, omdat de inkt
niet naar de punt van de pen kon zakken. Vele miljoenen guldens zijn
uitgegeven in het oplossen van dit hardnekkige probleem. Er dreigde
zelfs een stagnering in het ruimte-programma op te treden, waardoor
de Russen op voorsprong konden komen. Men zat met de handen in het
haar omdat er maar geen oplossing gevonden werd voor die balpennen.
Totdat iemand opmerkte: ‘Maar waarom geven we ze geen potlood
mee?’
Uitgangspunt: behoeften in de dagelijkse praktijk
Ik heb veel waardering voor de inzet en de deskundigheid van het
Project Trillium. Nog nooit is er zo gedegen zo’n volledig overzicht
gemaakt van wat er beter kan in de pleegzorg. Maar één
partij blijft volgens mij buiten schot: namelijk de Voorziening voor
Pleegzorg zelf, en de positie van de professionals in de pleegzorg.
Pas als het contact tussen pleeggezinnen en begeleiders voor beide
kanten bevredigend is, zal er een wezenlijke verbetering merkbaar
zijn. Niet eerder. Dan kunnen er wel duizend vellen volgeschreven
worden over visie, onderzoeks-trajecten, juridische afstemming en
kabinetsstandpunten, maar dit staat of valt met een invulling daarvan
in de dagelijkse praktijk van pleeggezinnen. En dat valt onder de
verantwoordelijkheid van het uitvoerende werk van de voorzieningen
voor pleegzorg. Er zijn toch talloze manieren waarop een concreet
begin kan worden gemaakt met het motiveren van medewerkers en pleegouders.
Daar is toch geen ingewikkeld visie-document en kabinetsstandpunt
voor nodig? Het lijkt wel alsof we een stap overslaan, iets eenvoudigs
vergeten. Namelijk: om de basis van de dagelijkse praktijk als uitgangspunt
te nemen en de volgende vraag te stellen: waar heeft een pleegouder
behoefte aan, en in hoeverre kan een professional daar op inspelen.
Regel dat ene loket waar pleegouders gemakkelijk en snel hun geldzaken
kunnen afhandelen. Zorg voor een (mobiele) 24-uur bereikbaarheid van
medewerkers van de voorzieningen. Dat gebeurt ook al bij talloze andere
organisaties voor zelfhulp.
Regel dat er voor de groeiende groep werkende pleegouders ook in de
avonduren werkbezoeken afgelegd kunnen worden.
Het Haagse debat over de pleegzorg leverde geen concrete toezeggingen
op. Na afloop praatte iedereen nog wat na: actievoerende pleegouders
aan de ene kant, ambtenaren en betrokkenen van Trillium aan de andere
kant. Ze willen allemaal dat het minder klachten gaat regenen. Maar
beide partijen hebben geen directe invloed op de invulling van het
werk in de praktijk. Dat hebben alleen de Voorzieningen voor Pleegzorg
zelf.