Wij zijn een Nederlands pleeggezin met een pleegzoon van Nederlandse
komaf, en een pleezgoon en -dochter - een tweeling - die qua paspoort
Nederlands zijn, maar qua familie-achtergrond Hindoestaans-Surinaams.
Zelf wisten wij niet meer over Suriname dan de algemene ontwikkeling
die je in Nederland opdoet over je eigen verleden, inclusief de koloniale
geschiedenis. Maar op het moemnt dat je twee Surinaamse kinderen in
huis krijgt, ga je op ontdekkingstocht. En dat leidt soms tot verrassende
uitstapjes. Letterlijk en figuurlijk.
Onze kinderen waren zes toen ze kwamen, altijd opgegroeid in een
Nederlandse omgeving en hun enige anderszijn was hun huidskleur. Moeder
kwam ongeveer een maal in de maand een uurtje op bezoek en we zijn
gewoon maar gaan vragen. Wij verwonderden ons samen met de kinderen
over van alles. Moeder bracht sieraden mee tegen het boze oog en we
vroegen om uitleg. Hindoestaans is een ras én een geloof vertelde
moeder. Bepaalde gewoontes? Moeder gaf uitleg. De kinderen hoefden
geen rekening te houden met het geloofsgebonden dieet, maar waren
ondertussen wel geïnteresseerd in Surinaams eten. Moeder beloofde
om eten en een kookboek mee te nemen. Maar dat lukte allemaal niet.
Gelukkig ontdekten we een Surinaams afhaalcentrum in de eigen woonplaats
en wat onwennig bestelden we het een en ander. Iedereen vond het vreselijk
spannend en de kinderen vonden het ‘wel een beetje lekker’.
Ook kwamen we er achter dat de Hindoestaanse omroep op zaterdagmorgen
een uitzending maakt over allerlei Hindoestaanse onderwerpen. Zo hoorden
we over de viering van Diwali, het lichtjesfeest. Bij alle vragen
van de kinderen hierover moesten we het antwoord schuldig blijven,
dus de eerst volgende keer toen moeder op bezoek kwam, hebben we een
videoband over het feest bekeken. Moeder raakte helemaal in vervoering.
Ze vertelde van de prachtige kleren, de muziek, de goden en, heel
belangrijk voor haar dochter, over de stip op het voorhoofd.
Wij consumeerden alle informatie gretig en sloegen het op in het
Levensboek van de kinderen. Familieleden, geboorteplaatsen, landen,
leeftijden, alles krijgt daar een plaats en roept vervolgens nieuwe
vragen op.
Een tante ging naar Suriname voor de 75e verjaardag van ‘oude
oma’ en bij ons in huis sloegen de rekenmeesters aan het werk
om uit te rekenen hoe oud iedereen was bij de komst van onze pleegkinderen.
We wisten het niet meer en bij moeders volgende bezoek vertelde zij
over de gewoonten van het uithuwelijken, zogauw een meisje ongesteld
was. Oma had geluk gehad, ze was al 16 toen ze uitgehuwelijkt werd.
Oude oma was nu dus 91, dat kon dus heel goed.
We hebben een voorleesboek gevonden over Suriname: Kon hesi baka,
Kom gauw terug, geschreven door Henk Barnard. Aan de hand van het
leven van twee kinderen vertelt de schrijver over het leven in Suriname,
de geschiedenis, de groei naar de onafhankelijkheid, en het verhuizen
naar Nederland. Hoewel het boek nog erg moeilijk is voor onze twee
smurfen van negen, zijn ze hevig geïnteresseerd en proberen de
vele zinnetjes Surinaams te leren. Ze laten moeder bij het volgende
bezoek de tekening van de cassaveplant zien en willen weten of het
lekker is. Moeder slaat opnieuw aan het vertellen en kan op de kaart
opeens aanwijzen waar zij geboren is.
Telkens weer doken er bij de kinderen vragen op over de kleding.
Op de TV waren de mensen zo mooi gekleed en moeder had al een paar
keer beloofd dat ze mooie kleren voor hen mee zou nemen, maar het
kwam er maar steeds niet van. Voor hun verjaardag kregen ze van moeder
wel ieder 25 gulden en samen met de inhoud van hun spaarpot zijn we
naar Den Haag getogen. We hadden ondertussen uitgevonden dat je op
de Paul Krugerlaan moest zijn voor echte Hindoestaanse kleren. Na
wat zoeken vonden we de winkel en een mevrouw die ons kon vertellen
wat Hindoe-staanse jongens en meisjes voor kleren dragen bij feesten.
Het mag, maar hoeft niet. Maar natuurlijk wilden ze passen! Na een
uitgebreide verkleedsessie kwamen er een beeldschone, jonge dame en
jonge heer te voorschijn en wat waren ze trots op zich zelf en wat
voelde ze zich Surinaams! Een broodje in een Surinaams eethuisje completeerde
ons uitstapje.
Onze tweeling krijgt steeds meer begrip van hun eigen achtergrond,
zonder dat wij ze Surinaams op kunnen voeden. Interesse, steun en
respect is het enige wat wij als pleegouders te bieden hebben en naar
mijn smaak ook het maximale. Onze kinderen zijn blij dat we meestal
gewoon eten en maar af en toe Surinaams.