artikel uit Mobiel 4, augustus/september 2000

Zoektocht naar een Hindoestaanse afkomst

Door: Luk Robbroeckx, redactielid

Wij zijn een Nederlands pleeggezin met een pleegzoon van Nederlandse komaf, en een pleezgoon en -dochter - een tweeling - die qua paspoort Nederlands zijn, maar qua familie-achtergrond Hindoestaans-Surinaams. Zelf wisten wij niet meer over Suriname dan de algemene ontwikkeling die je in Nederland opdoet over je eigen verleden, inclusief de koloniale geschiedenis. Maar op het moemnt dat je twee Surinaamse kinderen in huis krijgt, ga je op ontdekkingstocht. En dat leidt soms tot verrassende uitstapjes. Letterlijk en figuurlijk.

Onze kinderen waren zes toen ze kwamen, altijd opgegroeid in een Nederlandse omgeving en hun enige anderszijn was hun huidskleur. Moeder kwam ongeveer een maal in de maand een uurtje op bezoek en we zijn gewoon maar gaan vragen. Wij verwonderden ons samen met de kinderen over van alles. Moeder bracht sieraden mee tegen het boze oog en we vroegen om uitleg. Hindoestaans is een ras én een geloof vertelde moeder. Bepaalde gewoontes? Moeder gaf uitleg. De kinderen hoefden geen rekening te houden met het geloofsgebonden dieet, maar waren ondertussen wel geïnteresseerd in Surinaams eten. Moeder beloofde om eten en een kookboek mee te nemen. Maar dat lukte allemaal niet. Gelukkig ontdekten we een Surinaams afhaalcentrum in de eigen woonplaats en wat onwennig bestelden we het een en ander. Iedereen vond het vreselijk spannend en de kinderen vonden het ‘wel een beetje lekker’.

Ook kwamen we er achter dat de Hindoestaanse omroep op zaterdagmorgen een uitzending maakt over allerlei Hindoestaanse onderwerpen. Zo hoorden we over de viering van Diwali, het lichtjesfeest. Bij alle vragen van de kinderen hierover moesten we het antwoord schuldig blijven, dus de eerst volgende keer toen moeder op bezoek kwam, hebben we een videoband over het feest bekeken. Moeder raakte helemaal in vervoering. Ze vertelde van de prachtige kleren, de muziek, de goden en, heel belangrijk voor haar dochter, over de stip op het voorhoofd.

Wij consumeerden alle informatie gretig en sloegen het op in het Levensboek van de kinderen. Familieleden, geboorteplaatsen, landen, leeftijden, alles krijgt daar een plaats en roept vervolgens nieuwe vragen op.
Een tante ging naar Suriname voor de 75e verjaardag van ‘oude oma’ en bij ons in huis sloegen de rekenmeesters aan het werk om uit te rekenen hoe oud iedereen was bij de komst van onze pleegkinderen. We wisten het niet meer en bij moeders volgende bezoek vertelde zij over de gewoonten van het uithuwelijken, zogauw een meisje ongesteld was. Oma had geluk gehad, ze was al 16 toen ze uitgehuwelijkt werd. Oude oma was nu dus 91, dat kon dus heel goed.

We hebben een voorleesboek gevonden over Suriname: Kon hesi baka, Kom gauw terug, geschreven door Henk Barnard. Aan de hand van het leven van twee kinderen vertelt de schrijver over het leven in Suriname, de geschiedenis, de groei naar de onafhankelijkheid, en het verhuizen naar Nederland. Hoewel het boek nog erg moeilijk is voor onze twee smurfen van negen, zijn ze hevig geïnteresseerd en proberen de vele zinnetjes Surinaams te leren. Ze laten moeder bij het volgende bezoek de tekening van de cassaveplant zien en willen weten of het lekker is. Moeder slaat opnieuw aan het vertellen en kan op de kaart opeens aanwijzen waar zij geboren is.

Telkens weer doken er bij de kinderen vragen op over de kleding. Op de TV waren de mensen zo mooi gekleed en moeder had al een paar keer beloofd dat ze mooie kleren voor hen mee zou nemen, maar het kwam er maar steeds niet van. Voor hun verjaardag kregen ze van moeder wel ieder 25 gulden en samen met de inhoud van hun spaarpot zijn we naar Den Haag getogen. We hadden ondertussen uitgevonden dat je op de Paul Krugerlaan moest zijn voor echte Hindoestaanse kleren. Na wat zoeken vonden we de winkel en een mevrouw die ons kon vertellen wat Hindoe-staanse jongens en meisjes voor kleren dragen bij feesten. Het mag, maar hoeft niet. Maar natuurlijk wilden ze passen! Na een uitgebreide verkleedsessie kwamen er een beeldschone, jonge dame en jonge heer te voorschijn en wat waren ze trots op zich zelf en wat voelde ze zich Surinaams! Een broodje in een Surinaams eethuisje completeerde ons uitstapje.

Onze tweeling krijgt steeds meer begrip van hun eigen achtergrond, zonder dat wij ze Surinaams op kunnen voeden. Interesse, steun en respect is het enige wat wij als pleegouders te bieden hebben en naar mijn smaak ook het maximale. Onze kinderen zijn blij dat we meestal gewoon eten en maar af en toe Surinaams.