Een groep kinderen en jeugdigen die nog wel eens vergeten wordt
als we het over pleegzorg hebben, betreft de Alleenstaande Minderjarige
Asielzoekers, ook wel AMA's genoemd. Een onlangs verschenen rapport
van de Inspectie Jeugdhulpverlening en Jeugdbescherming over het opvangbeleid
ten aanzien van de AMA's is aanleiding om er in deze rubriek - beknopt
- op in te gaan.
Wanneer AMA’s in ons land arriveren, dient in hun voogdij te
worden voorzien, onder andere om hun verzoek tot het verkrijgen van
een Vluchtelingenstatus mogelijk te maken. Stichting De Opbouw is
de instelling die daarin voorziet. Op 1 april 2026 had De Opbouw –
landelijk -de zorg over 9567 pupillen.
Het rapport gebruikt een steekproef uit 15 regio’s om tot haar
bevindingen omtrent de werkwijze van De Opbouw te komen. Het totale
aantal voogdijkinderen binnen deze regio’s bedroeg 3395, waarvan
er 652 in een pleeggezin verblijven. In de steekproef zijn de gegevens
van 66 pleeggezindossiers verwerkt.
Pleegzorg in het kader van opvang van AMA’s door De Opbouw dient
een tweeledig doel: ofwel als opvang in gezinsverband ofwel als vorm
van hulpverlening. Bij voorkeur in gezinnen met dezelfde culturele
achtergronden als de jongeren. Uit een tabel (pag. 80) blijkt dat
het in de steekproef om 20 langdurige plaatsingen gaat, 14 familieplaatsingen,
7 eigen cultuurplaatsingen, 1 crisis-, 1 weekend / vakantie- en 1
eerste opvangplaatsing.
Ook deze gezinnen worden vooraf gescreend, onder meer op ontvankelijkheid
voor begeleiding. De aanmelding vanuit een centrum voor eerste opvang
gebeurt door de voogd bij een pleeggezinwerker, die een geschikt gezin
zoekt.
Een hulpverleningsplan wordt niet apart opgesteld omdat het begeleidingsplan
van de voogd de functie ervan overneemt. Alhoewel de Wet op de Jeugdhulpverlening
voor het overgrote deel niet van toepassing is, volgt De Opbouw bij
het opstellen van een pleegcontract qua beleid deze Wet.
De begeleiding aan de jongere en aan het pleeggezin is geïntegreerd;
de belangenbehartiging van met name de pleegouders kan daarmee in
het gedrang komen.
De Inspectie komt tot de conclusie dat vervolgopvang van AMA’s
in pleeggezinnen geschiedt overeenkomstig de eisen die gelden voor
de pleegzorg zoals bedoeld in de Wet. Vrijwel alle praktijkleiders
en voogden onderschrijven het belang van een veilige en vertrouwde
leefomgeving. Daarentegen is in het dossieronderzoek slechts in minder
dan de helft van de dossieronderzoeken een besluit aangetroffen omtrent
(voorkeur voor) een gezinsplaatsing (in een gezin uit de eigen cultuur).
Een lange termijn visie en dito beleid is moeilijk te formuleren door
de steeds veranderende omstandigheden rond AMA’s. De continuïteit
van de zorg wordt bewaakt door – waar nodig – protocollen
te hanteren die meer dan één jaar overbruggen. Beleidsontwikkelingen
met betrekking tot vervolgopvang van AMA’s zijn echter nog niet
aangetroffen. Wel is overduidelijk de voorkeur voor gezinsopvang uitgesproken.
Ondanks de moeilijke omstandigheden om voortdurend de toestroom
van AMA’s op te vangen en een vervolgtraject aan te bieden, ondanks
het gebrek aan regelgeving vanuit het Ministerie van Justitie voor
vervolgopvang en ondanks een nog in ontwikkeling zijnde lange termijnvisie,
kwijt De Opbouw zich goed van haar taak.
Opvallend is dat er geen ‘kruisbestuiving’ wordt beschreven
tussen De Opbouw voor de vervolgopvang in pleeggezinnen en de Pleegzorgorganisaties.
Bundeling van krachten, uitwisseling van ervaringen op gebied van
professionalisering, methodiekontwikkeling en visie, zouden een nieuwe
dimensie kunnen geven aan deze vorm van pleegzorg door De Opbouw.
Indirect komt de aandacht voor de AMA in pleeggezinnen dan ook meer
op de voorgrond, en dat kan hun integratie in de samenleving bevorderen.