artikel uit Mobiel 4, augustus/september 2000

De Nijmeegse vragenlijst voor de opvoedingssituatie (NVOS)

Ook inzetbaar in de pleegzorg

Door: Luk Robbroeckx, redactielid MOBIEL en
werkzaam aan de Katholieke Universiteit Nijmegen

Opvoeders die hulp inroepen bij de opvoeding van hun kind, willen dat hun problemen, vragen of klachten goed begrepen worden en in een juist verband worden geplaatst. Niemand kijkt er meer vreemd van op dat na een eerste gesprek gestart wordt met een diagnostisch onderzoek. Met behulp van tests of andere middelen tracht men een objectief beeld te krijgen van de kindproblemen, voor zover ze aan de basis liggen van de hulpvraag. Sinds een tiental jaren is men echter in toenemende mate het belang gaan inzien van de rol van subjectieve elementen die bij opvoeding een rol spelen. Aan de Universiteit van Nijmegen ontwikkelden Wels en Robbroeckx een vragenlijst, de zgn. Nijmeegse Vragenlijst voor de Opvoedingssituatie (de NVOS), waarmee de subjectieve beleving van de opvoeding en van het kind zo nauwkeurig mogelijk kan worden achterhaald. Inmiddels is met deze Nijmeegse Vragenlijst voor de Opvoedingssituatie (de zgn. NVOS) uitgebreide ervaring opgedaan in de pleegzorg.

Waarom is de ene opvoeder radeloos en de ander vol vertrouwen? Waarom vindt de één het kind moeilijk en de ander het kind best hanteerbaar? Staat een moeder bijvoorbeeld er alleen voor, ondanks de aanwezigheid van vader in het gezin of víndt moeder dat ze er alleen voor staat, terwijl vader denkt zijn steentje bij te dragen aan de dagelijkse zorg voor het kind?
Als hulpverleners opvoedingsproblemen in kaart brengen, ligt het accent vooralsnog op het zo objectief mogelijk vaststellen of beschrijven van de diverse kenmerken (in gedrag, karakter, of andere eigenschappen). Dat beeld wordt aangevuld met vervolggesprekken met de ouders, waarin gepraat wordt over bijvoorbeeld de omstandigheden waaronder de problemen de kop opsteken, het soort problemen en de ernst ervan. In alle gevallen is het belangrijk om te weten of het kind problemen vertoont (bijvoorbeeld bij hyperactiviteit) of de opvoeders problemen bij zichzelf ondervinden tijdens het opvoedingsproces (bijvoorbeeld hoe omgaan met een stil, teruggetrokken kind). Langzamerhand is men gaan inzien dat ook subjectieve aspecten een belangrijke rol spelen in het totaal van de opvoedingsproblematiek.
Nieuwe inzichten op het terrein van opvoeding hebben geleid tot het ontwikkelen van tests en vragenlijsten die deze subjectieve aspecten proberen in kaart te brengen. Door ze te vergelijken met de resultaten van psychologische tests die de objectieve elementen meten, krijgt men een vollediger beeld van de omstandigheden waaronder zich in een gezin opvoedings- of gedragsproblemen kunnen voordoen.
Inmiddels zijn er diverse gezinsinstrumenten ontwikkeld, die de omstandigheden in de ruimste zin van het woord waarin opvoeding plaatsvindt, trachten vast te stellen.
Zo zijn er instrumenten om de opvoedingsstijl te beschrijven, om de invloed van gebeurtenissen die gezinsleden hebben meegemaakt te achterhalen, om gezinsrelaties in kaart te brengen, de interacties tussen gezinsleden vast te leggen etc. In het hiernavolgende wordt aangegeven hoe met de Nijmeegse vragenlijst een vollediger beeld van de opvoedingsproblematiek kan worden verkregen.

De subjectieve beleving van de gezinsbelasting

De eerste gesprekken van ouders op een bureau voor hulpverlening worden vaak gevoerd door maatschappelijk werkenden. Tijdens interviews tracht men zich een beeld te vormen van de problematiek. Die gesprekken zijn echter nooit hetzelfde. Daarom is de NVOS als hulpmiddel bij die gesprekken ontwikkeld. Het stelt de interviewer in staat om telkens op een identieke manier dezelfde informatie te verkrijgen van opvoeders over hun subjectieve beleving van de dagelijkse gang van zaken. Twee thema’s spelen hierin steeds een rol: de draagkracht (wat kunnen de opvoeders (nog) aan?) en de draaglast (hoe zwaar is de taak waar men voor staat?) van opvoeders.
Informatie hierover biedt hulpverleners de gelegenheid om aan de hand van de testresultaten met de opvoeders te bespreken of gewerkt moet worden aan het doen afnemen van de draaglast of juist aan het versterken van de draagkracht kan gewerkt worden of aan beide.
De NVOS tracht de verhouding tussen deze beide elementen weer te geven en uit te drukken in termen van ‘gezinsbelasting’.
Elke opvoeder ervaart gezinsbelasting; niet iedereen echter ervaart deze als onoverkomelijk. Voor hulpverleners is het belangrijk te weten of de gezinsbelasting voor opvoeders te zwaar is of niet.
Moeders en vaders kunnen onafhankelijk van elkaar hun beleving van de situatie geven. Immers beiden zijn anders betrokken bij de opvoeding van een kind.
De NVOS is in eerste instantie bedoeld als ondersteuning bij opvoedingsproblemen. Daartoe is deze vragenlijst de afgelopen jaren bij honderden gezinnen afgenomen; zowel bij ‘gewone’ gezinnen als bij gezinnen die om diverse redenen bij de hulpverlening aanklopten, is informatie verzameld. En inmiddels blijkt dit instrument waardevolle informatie te geven aan maatschappelijk werkenden, gezinsbegeleiders, orthopedagogen en psychologen. Informatie die in gesprekken weer verder uitgediept kan worden en de aanzet kan bieden tot veranderingen in de opvoeding. Voor gezinnen met kinderen in de leeftijd van circa 4 tot circa 12 jaar is de NVOS het meest geschikt.

Gezinsbelasting en pleegzorg

Pleegouders creëren een zeer bijzondere opvoedingssituatie door verzorging en opvoeding te bieden aan kinderen van wie ze de eerdere ontwikkeling niet kennen. Hun taak is daarom anders dan in een normale opvoedingssituatie. Het gebruik van een gezinsinstrument, zoals de NVOS, in een pleeggezin kan nuttig zijn als pleeg-ouders bijvoorbeeld aangeven de situatie niet meer aan te kunnen of wanneer de begeleider de (subjectieve) kijk van de pleegouders op het kind en de opvoeding ervan wil weten.
Een combinatie van de NVOS met instrumenten die het gedrag van het kind in kaart brengen of die de opvoedingsstijl of het –klimaat inventariseren kan belangrijk materiaal opleveren waarmee de pleeggezinbegeleider en de pleegouders in hun gesprekken dieper of systematischer op de opvoeding in kunnen gaan. Grafieken maken voor pleegouders en begeleiders zichtbaar waar het probleem zit, waaraan het wordt toegeschreven en wat pleegouders eventueel nog van de begeleiding verwachten.
Uitslagen zijn met behulp van de ‘Handleiding’ te vergelijken met zowel die van reguliere ouders als met die van ouders die hulp zochten bij bijvoorbeeld een RIAGG of MKD.
De Nijmeegse vragenlijst voor de opvoedingssituatie is geschikt om met enige regelmaat af te nemen. Verbetering of verslechtering van de situatie is dan vast te stellen en kan helpen een besluit over verlenging van de plaatsing te nemen. De NVOS is, met andere woorden, veranderingsgevoelig.
De toegevoegde waarde van gezinsinstrumenten voor de pleegzorg
Uit onderzochte NVOS vragenlijsten blijkt dat pleegouders de opvoedingssituatie in de pleegzorg ervaren van volkomen identiek aan een regulier gezin tot zeer ernstig belast.
Een ander belangrijk gevonden resultaat is dat pleegouders gemiddeld een gezinsbelasting ervaren die ligt tussen die van reguliere ouders en van hulpvragende ouders, wat wijst op het specifieke van pleegzorg. Met andere woorden: de NVOS is een in-strument dat pleegzorg tot zijn recht doet komen en inzicht geeft in wat er tijdens een pleeggezinplaatsing zoal komt kijken bij de opvoeding.
Gezinsinstrumenten zoals de NVOS, vervangen het gesprek met de pleegouders echter nooit. Ze bieden wel extra informatie die in gesprekken gebruikt kan worden om de begeleiding af te stemmen op de behoeften van pleegouders.

Literatuur

  • Ontwikkelingen in de gezinsdiagnostiek. Verslag van de Studiedag op 23 maart 2000. Nijmegen, Bureau Plus/GSJ Lindenhout; Praktikon, Centrum voor Onderzoek en Ontwikkeling in Jeugdzorg en Onderwijs; KUN, Academisch Centrum, Afd. Nascholing.

  • Wels, P.M.A., L.M.H. Robbroeckx. & J.K.L. Oud. Er zijn meer instrumenten voor het meten van gezinskenmerken. In: Kind en Adolescent, 1988, nr. 1, p 37-40

  • Robbroeckx, L.M.H. en P.A..C.M. Bastiaensen. Parenting in foster care. How it differs from normal child-rearing situations. In: There is no place like home. Supporting children in need and their families. Book of abstracts of the IV th EUSARF-congress. Leuven, KU Leuven, 1995, p. 54-54.

  • Wels, P.M.A. en L.M.H Robbroeckx. NVOS: Nijmeegse Vragenlijst voor de opvoedings-situatie. Handleiding en Test. Lisse, Swets en Zeitlinger, 1996