In deze rubriek besteedt MOBIEL aandacht aan pleegouders die zorgen
voor een kind uit de familie-, de vrienden-, of de kennissenkring.
Kenmerkend voor deze zgn. netwerkpleegzorg is dat het kind - voordat
het terechtkomt bij de pleegouders - hen al kent. Netwerkpleegouders
voelen zich meestal helemaal geen pleegouders. Zij nemen het kind
op in hun gezin omdat ze zich er verantwoordelijk voor voelen, of
voor de ouders van het kind. Wel lopen zij vaak aan tegen heel specifieke
zaken, en daarover gaat deze rubriek vooral. In deze aflevering de
ervaringen van grootouders die zorgen voor hun kleinkind.
Maria (54) en Christiaan (60) van Grinsven zijn opa en oma en tevens
opvoeders van hun kleinkind Christ (10). Hij is de zoon van één
van hun drie zoons. Toen Christ vier was, moest zijn vader naar de
gevangenis en zijn moeder kon en wilde niet voor hem zorgen. Sindsdien
woont hij bij zijn grootouders.
"Christ is ons kleinkind", zeggen Maria en Christiaan.
Pleegkind, pleegzorg, pleegouders, nee, zo voelen ze het niet. "Vanaf
zijn geboorte was hij al heel veel bij ons en uiteindelijk is hij
gewoon gebleven. Wij wisten toen helemaal niet dat je dan toch met
allerlei instanties kreeg te maken", aldus Maria. Maar ze was
blij met de hulp die ze kreeg van Jeugdzorg, en de latere begeleiding
door de Voorziening voor Pleegzorg.
Haar zoon wilde dat Christ naar zijn ouders ging en niet naar vreemden,
maar dat ging niet van harte. "Veel liever zorgde hij zelf voor
het joch, maar dat ging nu eenmaal niet."
Christ voelt als een eigen kind, zeggen Maria en Christiaan. "Hij
zegt wel opa en oma tegen ons - dat hebben we vanaf het begin duidelijk
gesteld – maar wij zijn niet zijn papa en mama."
Extra verwennen, zoals grootouders dat soms doen, doen ze hem niet,
"maar we doen wel leuke dingen met hem, naar de dierentuin, helpen
op school, net zoals andere ouders dat doen," geven ze aan.
En hoe kijken ze op school en in de omgeving tegen de situatie aan?
"Wij zijn daar heel open in geweest. We hebben altijd gezegd:
hij is ons kleinkind en woont bij ons. Maar we vertellen niet het
naadje van de kous. ‘Het waarom’ dat houden we voor ons."
Weten ze ook hoe Christ op school, aan zijn vriendjes uitlegt dat
hij bij zijn opa en oma woont? "Vroeger was Christ er opener
over dan nu", zegt Maria, "nu lacht hij, maar zegt niets
meer. Hij legt het niet meer uit. Hij vindt dat dit zijn thuis is
en voor zijn gevoel zijn wij zijn ouders."
Opvoeden van je kleinkind is anders dan van je eigen kinderen, hebben
Maria en Christ ervaren. "Toen Christ bij ons kwam wonen, was
hij echt ontwricht. Hij was geestelijk en lichamelijk verwaarloosd
en had veel aandacht, liefde en geborgenheid nodig. De eerste twee
jaar moest hij een veilige thuishaven hebben. Daarna begon hij zich
langzaam te hechten, en pas dáárna begon het gewone
en normale voor hem en voor ons", zeggen ze.
Ze geeft ook aan hoe ingewikkeld de relatie is met een eigen zoon
die óók de vader is van je pleegkind. "Onze zoon
wil met ons geen contact, maar wel met Christ, dat is moeilijk en
pijnlijk, met als gevolg dat er op dit moment helemaal geen contact
is tussen Christ en zijn vader", zegt Maria. In overleg met Jeugdzorg
en de Voorziening voor Pleegzorg is besloten dat er pas een voorzichtige
bezoekregeling wordt opgebouwd als vader weer vrij is. "Ik hoop
we dan een goede relatie met zijn vader op kunnen bouwen", zegt
Maria, "want Christ heeft zijn vader nu op een behoorlijk voetstuk
staan."
Christ is nu tien, zit tegen de pubertijd aan, en nu ook komen de
vragen merken de grootouders. "Hij is wel eens opstandig. Hij
beseft wat z’n ouders hebben gedaan en waarom hij bij ons is.
We hebben daar met Christ, de Jeugdzorg en de Voorziening voor Pleegzorg
een heel gesprek over gehad. We zijn blij met die ondersteuning",
aldus Maria.
Van familie en vrienden is nooit hulp en steun gekomen bij de opvoeding
van Christ. "Toen onze zoon naar de gevangenis moest en Christ
bij ons kwam, hebben alle vrienden en mijn familie het contact verbroken.
We hebben een nieuw leven, een nieuwe kennissenkring opgebouwd met
Christ en twee zonen, die toen nog in huis woonden. Christ ziet onze
zonen als zijn broers."
Afsluitend zeggen de grootouders dat het leuk, maar ook wel zwaar
is om voor je kleinkind te zorgen. Maria: "je wordt er weer jong
door, bijna opnieuw ouder. We waren er helemaal uit: de kleuterschool,
de lagere school, de sportclubjes enz. We beleven veel plezier aan
hem, hij is zo aanhankelijk. Een dagje naar het pretpark vindt hij
heerlijk, lekker samen in de achtbaan. Christ vindt het prachtig als
ik het uitgil van angst."
Steeds trotser: "hij is voor de duvel niet bang. Op zijn zesde
won hij een prijs, vliegen in een zweefvliegtuig mocht hij. Daar geniet
ik ook van! We zien hem zo graag lachen!"