artikel uit Mobiel 3, juni/juli 2000

'Wij vinden onszelf geen pleegouders'

Pleegzorg in het netwerk

Door: Baukje Burggraaff, free lance journalist

In deze rubriek besteedt MOBIEL aandacht aan pleegouders die zorgen voor een kind uit de familie-, de vrienden-, of de kennissenkring. Kenmerkend voor deze zgn. netwerkpleegzorg is dat het kind - voordat het terechtkomt bij de pleegouders - hen al kent. Netwerkpleegouders voelen zich meestal helemaal geen pleegouders. Zij nemen het kind op in hun gezin omdat ze zich er verantwoordelijk voor voelen, of voor de ouders van het kind. Wel lopen zij vaak aan tegen heel specifieke zaken, en daarover gaat deze rubriek vooral. In deze aflevering de ervaringen van grootouders die zorgen voor hun kleinkind.

Maria (54) en Christiaan (60) van Grinsven zijn opa en oma en tevens opvoeders van hun kleinkind Christ (10). Hij is de zoon van één van hun drie zoons. Toen Christ vier was, moest zijn vader naar de gevangenis en zijn moeder kon en wilde niet voor hem zorgen. Sindsdien woont hij bij zijn grootouders.

"Christ is ons kleinkind", zeggen Maria en Christiaan. Pleegkind, pleegzorg, pleegouders, nee, zo voelen ze het niet. "Vanaf zijn geboorte was hij al heel veel bij ons en uiteindelijk is hij gewoon gebleven. Wij wisten toen helemaal niet dat je dan toch met allerlei instanties kreeg te maken", aldus Maria. Maar ze was blij met de hulp die ze kreeg van Jeugdzorg, en de latere begeleiding door de Voorziening voor Pleegzorg.
Haar zoon wilde dat Christ naar zijn ouders ging en niet naar vreemden, maar dat ging niet van harte. "Veel liever zorgde hij zelf voor het joch, maar dat ging nu eenmaal niet."
Christ voelt als een eigen kind, zeggen Maria en Christiaan. "Hij zegt wel opa en oma tegen ons - dat hebben we vanaf het begin duidelijk gesteld – maar wij zijn niet zijn papa en mama."

Extra verwennen, zoals grootouders dat soms doen, doen ze hem niet, "maar we doen wel leuke dingen met hem, naar de dierentuin, helpen op school, net zoals andere ouders dat doen," geven ze aan.
En hoe kijken ze op school en in de omgeving tegen de situatie aan? "Wij zijn daar heel open in geweest. We hebben altijd gezegd: hij is ons kleinkind en woont bij ons. Maar we vertellen niet het naadje van de kous. ‘Het waarom’ dat houden we voor ons."

Weten ze ook hoe Christ op school, aan zijn vriendjes uitlegt dat hij bij zijn opa en oma woont? "Vroeger was Christ er opener over dan nu", zegt Maria, "nu lacht hij, maar zegt niets meer. Hij legt het niet meer uit. Hij vindt dat dit zijn thuis is en voor zijn gevoel zijn wij zijn ouders."
Opvoeden van je kleinkind is anders dan van je eigen kinderen, hebben Maria en Christ ervaren. "Toen Christ bij ons kwam wonen, was hij echt ontwricht. Hij was geestelijk en lichamelijk verwaarloosd en had veel aandacht, liefde en geborgenheid nodig. De eerste twee jaar moest hij een veilige thuishaven hebben. Daarna begon hij zich langzaam te hechten, en pas dáárna begon het gewone en normale voor hem en voor ons", zeggen ze.

Ze geeft ook aan hoe ingewikkeld de relatie is met een eigen zoon die óók de vader is van je pleegkind. "Onze zoon wil met ons geen contact, maar wel met Christ, dat is moeilijk en pijnlijk, met als gevolg dat er op dit moment helemaal geen contact is tussen Christ en zijn vader", zegt Maria. In overleg met Jeugdzorg en de Voorziening voor Pleegzorg is besloten dat er pas een voorzichtige bezoekregeling wordt opgebouwd als vader weer vrij is. "Ik hoop we dan een goede relatie met zijn vader op kunnen bouwen", zegt Maria, "want Christ heeft zijn vader nu op een behoorlijk voetstuk staan."

Christ is nu tien, zit tegen de pubertijd aan, en nu ook komen de vragen merken de grootouders. "Hij is wel eens opstandig. Hij beseft wat z’n ouders hebben gedaan en waarom hij bij ons is. We hebben daar met Christ, de Jeugdzorg en de Voorziening voor Pleegzorg een heel gesprek over gehad. We zijn blij met die ondersteuning", aldus Maria.

Van familie en vrienden is nooit hulp en steun gekomen bij de opvoeding van Christ. "Toen onze zoon naar de gevangenis moest en Christ bij ons kwam, hebben alle vrienden en mijn familie het contact verbroken. We hebben een nieuw leven, een nieuwe kennissenkring opgebouwd met Christ en twee zonen, die toen nog in huis woonden. Christ ziet onze zonen als zijn broers."

Afsluitend zeggen de grootouders dat het leuk, maar ook wel zwaar is om voor je kleinkind te zorgen. Maria: "je wordt er weer jong door, bijna opnieuw ouder. We waren er helemaal uit: de kleuterschool, de lagere school, de sportclubjes enz. We beleven veel plezier aan hem, hij is zo aanhankelijk. Een dagje naar het pretpark vindt hij heerlijk, lekker samen in de achtbaan. Christ vindt het prachtig als ik het uitgil van angst."

Steeds trotser: "hij is voor de duvel niet bang. Op zijn zesde won hij een prijs, vliegen in een zweefvliegtuig mocht hij. Daar geniet ik ook van! We zien hem zo graag lachen!"