artikel uit Mobiel 3, juni/juli 2000

Opinie: Geld maakt niet gelukkig, maar kan wel helpen

Door: Johan Eland en Mieske van Eck

Soms sluit een stuk, dat een lezer als 'ingezonden brief' aan de redactie aanbiedt wonderwel aan bij een thema, alsof de schrijver als redacteur deel heeft uitgemaakt van de werkgroep die het thema voorbereidde. Onderstaande lezersbijdrage is er een van, en we willen hem u niet onthouden.

Van tijd tot tijd duikt in de media de discussie op over de verhoging van de financiële vergoeding aan pleegouders. De discussie lijkt er vooral over te gaan of deze discussie eigenlijk wel mag. Vragen die daarbij terugkeren zijn: Zullen zich geen pleegouders aandienen vanwege het geld? En als we meer geld krijgen: komen we niet in een soort dienstverband waardoor we niets meer te zeggen hebben in ons eigen huishouden?
Het is goed dat er wordt nagedacht over een financiële vergoeding. Het is immers belangrijk dat de pleegouders van nu hun zorg blijven geven en dat nieuwe pleegouders worden geworven. Bij dit laatste is het een taboe om te veronderstellen dat geld hierbij een rol kan spelen.

Tijd voor concrete voorstellen

Te veel klinkt er tussen de regels door dat extra geld best welkom is maar het lijkt er op dat we onszelf eerst willen overtuigen van de legitimiteit van die wens. Dat gebeurt door steeds weer extra argumenten aan te voeren die moeten aantonen welke bijzondere kanten er zitten aan de pleegzorg. Natuurlijk, er is extra overleg met voogd, pleegzorger en school, natuurlijk gaan we met de pleegkinderen op bezoek bij hun ouders en hebben we meer kopzorg over hechting en ontwikkeling. En tegelijkertijd willen we graag laten weten hoe gewoon pleegzorg kan zijn. Zo houden we elkaar nog wel een poosje bezig...
Maar op enig moment zal er toch een plan op tafel moeten komen bij de beslissers: de politici. Het traditionele gezin: huisvrouw met kostwinnende man en een paar kinderen is nagenoeg verdwenen. Politiek is al enige tijd geleden uitgemaakt dat iedereen een eigen inkomen moet hebben, onafhankelijk van levenspartner of andere banden.
Zou het daarom niet eens tijd zijn om de koers te verleggen en gewoon aan te sluiten bij al lang bestaande maatschappelijke ontwikkelingen? Zorg en loonvorming zijn niet langer tegenpolen. In die optiek is pleegzorg gelijkwaardig aan andere inkomengenererende zorg. Het staat natuurlijk buiten kijf dat er pleegouders moeten worden gevonden die het uit idealistische motieven willen gaan doen.
Bij de vraag in hoeverre geld hierbij een rol mag spelen zouden we eens kunnen kijken naar politici. In de vaderlandse politiek geldt heel sterk de overtuiging dat politici op de eerste plaats moeten handelen uit idealisme. Je beschikbaar stellen voor een openbaar ambt wordt gezien als een nobele daad. Voor politieke baantjes word je geacht het algemeen belang boven het eigenbelang te stellen; daartoe leg je de eed of belofte af. Toch krijgen alle politieke vertegenwoordigers in Nederland geld voor hun activiteiten. Sterker nog: de hoogte daarvan stelt men veelal zelf vast. Steeds vaker wijst men bij de verhoging van vergoedingen op het grote belang om mensen te vinden met vol-doende kwaliteiten om dat belangrijke ambt te vervullen. Een argument daarbij is dat de vergoeding moet kunnen concurreren met het bedrijfsleven. Alleen dan kunnen de politieke partijen voldoende ministeriabele mensen leveren.

Ministeriabele pleegouders?

Gelet op het gebrek aan pleegouders zouden we net als in de politiek het taboe 'geld' moeten doorbreken en eens kijken of we met geld niet juist extra 'ministeriabele' pleegouders kunnen werven. Kijken we naar die andere idealistische groep dan zien we dat hun vergoedingen veelal zijn opgebouwd uit twee componenten. Een deel bestaat uit een onkostenvergoeding. Men wordt verondersteld daarmee de materiële kosten te dekken. Dat kan variëren van paperclip tot secretariële ondersteuning. Naast deze onkostenvergoeding ontvangt de politicus een bedrag als vergoeding voor gederfde inkomsten. Hierbij wordt uitgegaan van wat men had kunnen verdienen als men niet uit idealisme politiek had bedreven.

Vergoeding niet vanwege het kind maar vanwege de inkomstenderving

Net als in de politiek zou je daarom bij de pleegzorg kunnen denken aan een vergoeding uit twee delen: een deel zoals dat nu al bestaat: bedoeld voor materiële zaken voor het kind. En daarnaast bedrag op basis van de tijd die de pleegouders besteden aan hun pleegkind. Dit kan t.z.t. worden gedifferentieerd naar soort opvang en een 'meerkindtoeslag' bevatten. De hoogte kan worden gerelateerd aan het modale inkomen en de gemiddelde werkweek. Een dergelijke regeling kan ook de angst wegnemen bij pleegouders voor het ‘dienstverband’en een te verregaande gezinsbemoeienis van voogd of de pleegzorg.

Taboes

Bij de werving zal men het lef moeten hebben om de 'voordelen van de pleegzorg' openlijk te benoemen. Of er mensen alleen voor het geld op af zullen komen zal moeten blijken bij de screening. Een goede selectie-procedure zal dan ook onontbeerlijk blijven. Wat 'de mensen ervan zullen zeggen', is geen argument om af te zien van een fatsoenlijke regeling. Het vertrouwen in de eigen selectieprocedure en oplei-dingskwaliteit moet groter zijn dan dat soort domheden.

Politici zullen wellicht van onze gedachtengang schrikken. Dat gaat geld kosten en daar houden ze niet van. Bovendien moet het bovenstaande worden ondersteund met extra aandacht voor (aanstaande) pleegouders in de bijstand en/of in een kindonvriendelijk of te klein huis. En zo'n fijn argument als: 'Pleegzorg' is toch veel goedkoper dan een inrichtingsplaats' is ineens een stukje minder waard.
Maar: de discussie ging toch over de beste pleegzorg en niet over de voordeligste? Als troost kunnen we ze er op wijzen dat we het alleen maar hebben over een modale werkweek. De overige tweederde van de tijd doen we het gratis en net zo graag!