Soms sluit een stuk, dat een lezer als 'ingezonden brief' aan de
redactie aanbiedt wonderwel aan bij een thema, alsof de schrijver
als redacteur deel heeft uitgemaakt van de werkgroep die het thema
voorbereidde. Onderstaande lezersbijdrage is er een van, en we willen
hem u niet onthouden.
Van tijd tot tijd duikt in de media de discussie op over de verhoging
van de financiële vergoeding aan pleegouders. De discussie lijkt
er vooral over te gaan of deze discussie eigenlijk wel mag. Vragen
die daarbij terugkeren zijn: Zullen zich geen pleegouders aandienen
vanwege het geld? En als we meer geld krijgen: komen we niet in een
soort dienstverband waardoor we niets meer te zeggen hebben in ons
eigen huishouden?
Het is goed dat er wordt nagedacht over een financiële vergoeding.
Het is immers belangrijk dat de pleegouders van nu hun zorg blijven
geven en dat nieuwe pleegouders worden geworven. Bij dit laatste is
het een taboe om te veronderstellen dat geld hierbij een rol kan spelen.
Tijd voor concrete voorstellen
Te veel klinkt er tussen de regels door dat extra geld best welkom
is maar het lijkt er op dat we onszelf eerst willen overtuigen van
de legitimiteit van die wens. Dat gebeurt door steeds weer extra argumenten
aan te voeren die moeten aantonen welke bijzondere kanten er zitten
aan de pleegzorg. Natuurlijk, er is extra overleg met voogd, pleegzorger
en school, natuurlijk gaan we met de pleegkinderen op bezoek bij hun
ouders en hebben we meer kopzorg over hechting en ontwikkeling. En
tegelijkertijd willen we graag laten weten hoe gewoon pleegzorg kan
zijn. Zo houden we elkaar nog wel een poosje bezig...
Maar op enig moment zal er toch een plan op tafel moeten komen bij
de beslissers: de politici. Het traditionele gezin: huisvrouw met
kostwinnende man en een paar kinderen is nagenoeg verdwenen. Politiek
is al enige tijd geleden uitgemaakt dat iedereen een eigen inkomen
moet hebben, onafhankelijk van levenspartner of andere banden.
Zou het daarom niet eens tijd zijn om de koers te verleggen en gewoon
aan te sluiten bij al lang bestaande maatschappelijke ontwikkelingen?
Zorg en loonvorming zijn niet langer tegenpolen. In die optiek is
pleegzorg gelijkwaardig aan andere inkomengenererende zorg. Het staat
natuurlijk buiten kijf dat er pleegouders moeten worden gevonden die
het uit idealistische motieven willen gaan doen.
Bij de vraag in hoeverre geld hierbij een rol mag spelen zouden we
eens kunnen kijken naar politici. In de vaderlandse politiek geldt
heel sterk de overtuiging dat politici op de eerste plaats moeten
handelen uit idealisme. Je beschikbaar stellen voor een openbaar ambt
wordt gezien als een nobele daad. Voor politieke baantjes word je
geacht het algemeen belang boven het eigenbelang te stellen; daartoe
leg je de eed of belofte af. Toch krijgen alle politieke vertegenwoordigers
in Nederland geld voor hun activiteiten. Sterker nog: de hoogte daarvan
stelt men veelal zelf vast. Steeds vaker wijst men bij de verhoging
van vergoedingen op het grote belang om mensen te vinden met vol-doende
kwaliteiten om dat belangrijke ambt te vervullen. Een argument daarbij
is dat de vergoeding moet kunnen concurreren met het bedrijfsleven.
Alleen dan kunnen de politieke partijen voldoende ministeriabele mensen
leveren.
Ministeriabele pleegouders?
Gelet op het gebrek aan pleegouders zouden we net als in de politiek
het taboe 'geld' moeten doorbreken en eens kijken of we met geld niet
juist extra 'ministeriabele' pleegouders kunnen werven. Kijken we
naar die andere idealistische groep dan zien we dat hun vergoedingen
veelal zijn opgebouwd uit twee componenten. Een deel bestaat uit een
onkostenvergoeding. Men wordt verondersteld daarmee de materiële
kosten te dekken. Dat kan variëren van paperclip tot secretariële
ondersteuning. Naast deze onkostenvergoeding ontvangt de politicus
een bedrag als vergoeding voor gederfde inkomsten. Hierbij wordt uitgegaan
van wat men had kunnen verdienen als men niet uit idealisme politiek
had bedreven.
Vergoeding niet vanwege het kind maar vanwege de inkomstenderving
Net als in de politiek zou je daarom bij de pleegzorg kunnen denken
aan een vergoeding uit twee delen: een deel zoals dat nu al bestaat:
bedoeld voor materiële zaken voor het kind. En daarnaast bedrag
op basis van de tijd die de pleegouders besteden aan hun pleegkind.
Dit kan t.z.t. worden gedifferentieerd naar soort opvang en een 'meerkindtoeslag'
bevatten. De hoogte kan worden gerelateerd aan het modale inkomen
en de gemiddelde werkweek. Een dergelijke regeling kan ook de angst
wegnemen bij pleegouders voor het ‘dienstverband’en een
te verregaande gezinsbemoeienis van voogd of de pleegzorg.
Taboes
Bij de werving zal men het lef moeten hebben om de 'voordelen van
de pleegzorg' openlijk te benoemen. Of er mensen alleen voor het geld
op af zullen komen zal moeten blijken bij de screening. Een goede
selectie-procedure zal dan ook onontbeerlijk blijven. Wat 'de mensen
ervan zullen zeggen', is geen argument om af te zien van een fatsoenlijke
regeling. Het vertrouwen in de eigen selectieprocedure en oplei-dingskwaliteit
moet groter zijn dan dat soort domheden.
Politici zullen wellicht van onze gedachtengang schrikken. Dat gaat
geld kosten en daar houden ze niet van. Bovendien moet het bovenstaande
worden ondersteund met extra aandacht voor (aanstaande) pleegouders
in de bijstand en/of in een kindonvriendelijk of te klein huis. En
zo'n fijn argument als: 'Pleegzorg' is toch veel goedkoper dan een
inrichtingsplaats' is ineens een stukje minder waard.
Maar: de discussie ging toch over de beste pleegzorg en niet over
de voordeligste? Als troost kunnen we ze er op wijzen dat we het alleen
maar hebben over een modale werkweek. De overige tweederde van de
tijd doen we het gratis en net zo graag!