artikel uit Mobiel 3, juni/juli 2000

thema: Pleegzorg en Arbeid

Wat staat ons te doen?

Door: Luk Robbroeckx, redactielid

Ondanks de toegenomen druk op gezinnen om hun zorgende taken te combineren met deelname aan het arbeidsproces, blijkt uit alle bijdragen in dit themagedeelte dat er ook ruimte is voor pleegzorg. Vraag niet altijd hoe, maar de inventiviteit binnen het pleeggezin is groot om pleegzorg met werk te combineren.

Onderlinge afspraken over flexibel werken, extra ingehuurde hulp, steun vanuit het sociaal netwerk, medewerking vanuit een voorziening om dagopvang te regelen, het aanspreken van eigen financiële middelen en – last but not least - belangeloos eigen wensen opzij schuiven om de zorg aan het (pleeg-)kind te garanderen, vormen totnogtoe een stevig fundament onder de pleegzorg.
Wat dat betreft moeten we ons geen grote zorgen maken over de toekomst van pleegzorg.

Dit neemt echter niet weg dat we in de toekomst niets hoeven te doen. Het aantal benodigde én beschikbare pleeggezinnen kan onder druk komen te staan als we niet verder zoeken naar ondersteunende faciliteiten voor die gezinnen.
En – dat wordt ook duidelijk na lezing van deze themabijdragen – oplossingen moeten niet altijd ver weg gezocht worden of hoeven evenmin gecompliceerd te zijn.
Geef pleeggezinnen een persoonsgebonden budget waaruit ze ‘extra’ dingen kunnen betalen of zelfs ‘gewone’ dingen kunnen vergoeden die op hun beurt weer wat adempauze, ruimte voor andere zaken bieden.

Wil dit nu zeggen dat we in de toekomst het zoeken naar oplossingen grotendeels bij pleegouders laten?
Zeer zeker niet. Er wordt mijns inziens absoluut iets verlangd van de hulpverlenende instanties en van het beleidskader. In eerdere nummers van MOBIEL is al uitvoerig stilgestaan bij het rapport ‘Arbeid en pleegzorg in de 21e eeuw’.
Zorgverlof is een eerste belangrijke stap in de goede richting.

Maar waarom geen ouderschapsverlof ongeacht de leeftijd van het kind? Waarom is er nog geen samenwerking tussen instellingen om naschoolse opvang te regelen? Waarom zijn er nog nauwelijks initiatieven van pleegzorginstellingen om plaatsen bij kinderopvang in te kopen? Om voldoende opvanggezinnen in vakanties te organiseren?
We weten inmiddels dat niet alle pleegouders staan te springen om een salaris voor hun pleegzorg. Maar extra middelen boven op de dagvergoeding kunnen veel betekenen.

  • Het is op deze plek best aardig om eens te kijken wat een groep van circa 100 studenten, die niet in detail op de hoogte waren van de discussie over arbeid en zorg, aan concrete oplossingen voorstelde om de toekomst van pleeggezinnen veilig te stellen.
  • een meerderheid pleit voor het stimuleren van pleegouderschap bij alternatieve samenlevingsvormen. Zij kunnen mogelijk beter de druk weerstaan of onderlinge flexibele afspraken maken.
  • Vrijwel even groot is de groep die zegt: 'maak pleegzorg tot een beroep. Erken dat pleegouders hulpverlenen, zoals andere werkers in de jeugdhulpverlening'. Als voorwaarden om dit te bereiken voegt men daaraan toe: 'professionaliseer! Leg bij de voorlichting het accent op kiezen voor een professie aan huis, op hulpverlenen. Geef vervolgens deze mensen een nog betere training vooraf en tijdens een pleeggezinplaatsing. Met persoonsgebonden budgetten en/of tegemoetkomingen voor huishoudelijke taken, voor verzorgende taken, en voor kind-activiteiten steunen we pleegouders. Besteedt aandacht aan de tijdelijke stress of gezinsbelasting die kan optreden; denk daarbij aan opvang, misschien door een nauwere samenwerking met het sociale netwerk rondom het gezin'
  • Slechts een minderheid van de studenten noemt 'rolwisseling binnen het gezin' en 'meer wettelijke regelingen' als oplossing voor meer ruimte binnen het pleeggezin om arbeid en zorg te combineren.

Wat opvalt is dat het merendeel pleit voor een ‘kader’ waarbinnen faciliteiten worden gezocht. Niet zomaar een initiatief, maar een geheel van voorstellen, beginnend bij werving en selectie, bij erkenning van pleegzorg als professie, bij toewijzing en plaatsing, – indien nodig – bij signalen van overbelasting en eindigend bij faciliteiten voor herintreding of een opfrisperiode na beëindiging van de plaatsing. Met andere woorden: visie is nodig; vanuit visie komt er een alom bekend en te gebruiken pakket aan ondersteuning. Daar ligt de noodzakelijke bijdrage van de instanties. En laten we het vooral zoeken in de kleine, concrete bijdragen aan pleeggezinnen. Het ‘fijne’ zit hem in het ‘kleine’!! En daarin is pleegzorg altijd al groot geweest!

De discussienota ‘Arbeid en pleegzorg in de 21e eeuw’ is geïnspireerd door een artikel in MOBIEL van april ’97 genaamd ‘De toekomst van pleegouderschap’. Hierin werd bepleit dat de pleegzorg zich moet aansluiten bij het maatschappelijk debat over de plaats van zorg als sociaal probleem.
Mobiel ’99 nummer 2 blz. 16
Mobiel ‘99 nummer 2 blz. 24
Mobiel ’99 nummer 3 blz. 4
Mobiel ’99 nummer 3 blz. 15
Mobiel ’99 nummer 3 blz. 16
Mobiel ’99 nummer 4 blz. 15
Mobiel ’99 nummer 5 blz. 4
Mobiel ’99 nummer 6 blz. 16
Mobiel ’99 nummer 6 blz. 31