artikel uit Mobiel 3, juni/juli 2000

thema: Pleegzorg en Arbeid

Kinderopvang, een voorziening in ontwikkeling

Door: Inge Meijer, bestandsbeheerder Centrum voor Pleegzorg Zuid-Oost Brabant

Voordat mensen zich aanmelden voor pleegzorg blijken zij goed na te denken over de vraag wat de opvoeding van een kind van een ander inhoudt. Als zij denken werk niet te kunnen combineren met pleegzorg zullen ze die eerste stap naar pleegouderschap niet snel zetten, is de ervaring. In ons bestand bestaan de meeste pleeggezinnen (de weekend- en vakantiegezinnen buiten beschouwing gelaten), uit een man die buitenshuis betaalde arbeid verricht en een vrouw die in de huiselijke kring haar taken vervult.
Voor werkende pleegouders van pleegkinderen zijn er ook nog weinig tegemoetkomingen om werk en pleegzorg gemakkelijker te kunnen combineren.

Kinderopvang

Beperken we ons hier bijvoorbeeld tot de kinderopvang dan biedt het CvP momenteel geen extra tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang, hooguit incidenteel ter overbrugging. Hoe pleegouders de opvang van hun kinderen geregeld hebben is mede afhankelijk van de gemeente waarin het betreffende kind woont. In het gunstigste geval wordt gekeken naar het inkomen van de ouders waardoor aanspraak gemaakt kan worden op een gesubsidieerde plaats in een kinderdagverblijf indien beschikbaar.
Pleegouders zouden moeten kunnen rekenen op een toeslag die kostendekkend is voor de plaats in het KDV. Er zijn immers meerdere toeslagen waar pleegouders aanspraak op kunnen maken, denk aan de luiertoeslag bijvoorbeeld.
Het zou mooi zijn als we met iedere gemeente in onze regio een afspraak konden maken dat ieder pleegkind in aanmerking komt voor een door de gemeente gesubsidieerde plaats. Je kunt dan denken aan een zelfde opnameplicht als in het basisonderwijs, maar dan voor pleegkinderen die naar het kinderdagverblijf gaan.
Het CvP onderzoekt momenteel of we bij kinderdagverblijven kind-plaatsen voor de pleegzorg kunnen kopen. Er wordt aan gedacht om bij de provincie middelen te vragen om er een pilot-project van te maken.
Het is echter de vraag of voorzieningen als deze op regionaal niveau moet worden getroffen. Vereist dit niet veel meer een landelijk beleid? Sinds kort is ook het zorgverlof voor pleegkinderen wettelijk geregeld. Waarom niet deze lijn bij kinderopvang ook doortrekken naar de pleegzorg?

De afwegingen

Een pleegkind in je huis opnemen, betekent altijd een extra zorgtaak, tijd en energie investeren. Redden werkende pleegouders dat met financiële tegemoetkomingen of een goed geregelde kinderopvang?
Je zult je als pleegouder voor de plaatsing van een kind toch af moeten vragen wat je een kind kunt bieden. Als beide pleegouders buitenshuis werken, heeft dit effecten op het pleegkind en zijn netwerk. Wat kun je een kind bieden als het uit een crisissituatie komt? Het is voor een pleegkind al moeilijk genoeg om zich in te voegen in een gezin wat het niet kent. En als het pleegkind daarnaast ook nog naar het kinderdagverblijf moet? Weer nieuwe kinderen, weer nieuwe leidsters. Krijgt het kind dan wel de kans om tot rust te komen, zich te hechten? We moeten nooit uit het oog verliezen dat bij alle overwegingen en afwegingen het kind centraal moet staan!

*Het Centrum voor Pleegzorg Zuid-Oost Brabant is een voorziening met een actief bestand van 290 pleeggezinnen. Er is een capaciteit van 327 plaatsen.

HOE ZIT DAT?

Voorzieningen voor Pleegzorg ontvangen van de overheid subsidie voor de begeleiding en pleegvergoeding.
Het budget is niet toereikend om extra kosten zoals extra oppas, kinderopvang, de crèche, na-schoolse opvang, extra huishoudelijke hulp te financieren.
Pleegouders zijn hiervoor afhankelijk van de plaatsende zorg-eenheden, zoals een (gezins)voogdij-instelling of van de ouders via de vrijwillig ambulante sector. De (gezins)voogdij-instellingen vergoeden in de regel deze kosten niet omdat hiervoor geen subsidie wordt ontvangen, en ook hun budget niet toereikend is om deze kosten te vergoeden.

Citaten uit Mobiel over 'Pleegzorg en Arbeid'

  • 72% van de Nederlandse ouders zijn tweeverdieners en 54% van de pleegouders zijn tweeverdieners.

  • Het merendeel van de pleeggezinnen maakt gebruik van extra huishoudelijke hulp.

  • 20% van de ondervraagden heeft een duidelijke weerstand tegen een pleegoudersalaris.

  • Verrassend veel pleegouders zijn tweeverdieners in de boven-modale inkomensgroep.

  • Een verklaring kan zijn dat een hoger inkomen pleegzorg mogelijk maakt.