artikel uit Mobiel 3, juni/juli 2000

thema: Pleegzorg en Arbeid

'De komst van kinderen heeft ons verrijkt'

Door: Ineke Exel, redactielid

Een mooi huis in een oud dorpje. hier woont het gezin Klompstra: vader, moeder, en de tweeling van bijna tien. Het is geen gemiddeld gezin volgens de huidige normen waarbij steeds vaker - ook in pleeggezinnen - beide partners (parttime) werken. Bij de familie Klompstra werkt vader en is moeder huisvrouw. Waarom hebben zij deze keus gemaakt?

"Mijn man en ik hadden de hoop opgegeven dat we zelf kinderen zouden krijgen en besloten toen om een pleegkind een plek te geven. We volgden de voorbereidingscursus, en moesten stevige gesprekken voeren over de verwerking van onze kinderloosheid. Kennelijk wilde men er zich goed van overtuigen dat we niet te adoptief waren ingesteld, dat we ruimte konden bieden aan de ouders van onze toekomstige pleegkinderen. Die extra toets heeft ons toen wel gekwetst. Het schokte ons dat men onze motieven niet als oprecht herkende.

Na een aantal korte plaatsingen werden we gebeld over de tweeling. We hebben er toen niet erg lang, maar wel goed over nagedacht. Ze waren nog geen anderhalf en het zou een perspectiefbiedende plaatsing worden. Onze wens om een 'gewoon' gezin te vormen zou in een keer in vervulling gaan, maar konden we dit wel aan? De ouders van de kinderen waren licht-verstandelijk gehandicapt. Zij konden niet voor de kinderen zorgen, maar ze moesten wel een plekje in hun leven houden. Over de ontwikkeling van de kinderen zelf werd niets gezegd. We moesten binnen een week de knoop doorhakken omdat ze niet langer in het kindertehuis konden blijven. Toen we ze daar opzochten waren we verkocht: we besloten de kinderen in huis te nemen.

Ons leven stond gelijk helemaal op z'n kop: mijn man nam een paar dagen vrij om hun kamertjes in te richten en om thuis te zijn toen de kinderen kwamen. Ik kreeg van mijn baas een paar maanden, en daarna zouden we de situatie verder bekijken. Ik werkte al meer dan tien jaar in deze kapsalon, hij wist hoe graag we kinderen wilden hebben en gunde me de tijd om aan onze nieuwe situatie te wennen. Al snel werd duidelijk dat ik pas weer parttime terug kon als de kinderen naar de basisschool zouden gaan.

Maar het lot had iets anders in petto: na verloop van tijd bleek dat de kinderen elk hun eigen handicap hadden: Jorien wasautistiform en bij Joost was de diagnose ADHD en mogelijke hechtingsstoornissen. Onze kleine handenbindertjes zouden veel langer onze aandacht nodig hebben dan de extra tijd die we ze tot aan de lagere school hadden toebedacht. Ik moest wel slikken toen ik me dat realiseerde. Want dat betekende dat ik m'n baan niet meer kon opnemen, ook niet na verloop van tijd. En het valt nog steeds niet te combineren.

Soms voel ik me een beetje opgesloten in huis: ik kan natuurlijk vrijwilligerswerk doen, en ik knip ook bij mensen aan huis om er een beetje uit te zijn, maar dat is toch heel anders dan in een vast ritme een paar dagen per week de deur uit te gaan. Ik mis de gezelligheid van het werken met de andere meisjes, het contact met de klanten, soms ook wel het geld.

Niet dat ik de kinderen zou willen missen. Ik moet er niet aan denken dat Jorien misschien in de toekomst naar een tehuis zou moeten omdat we haar, ondanks de ondersteuning van allerlei deskundigen en de school, misschien toch niet thuis kunnen houden. Het zijn mijn, onze kinderen geworden: dit is ons gezin. Maar het valt niet altijd mee om zo ontzettend gestructureerd te moeten leven. Je kunt nooit eens denken: ik blijf nog even in bed liggen, ze redden het zelf wel; ze zijn tenslotte ondertussen bijna tien! Zonder leiding, zonder structuur, redden ze het echt niet. Een van ons moet er altijd zijn. Soms springen opa of opa en oma in, als we met z'n tweeën weg moeten, maar je merkt toch dat de kinderen er onrustig van worden.

Er wordt wel eens gevraagd of we ons niet teleurgesteld, bekocht voelen misschien. We hadden samen een prima leven, verdienden genoeg om ons allerlei luxe te kunnen veroorloven en hebben nu een gezin met twee toch wel gehandicapte kinderen. Maar ik kan me, ondanks alles wat we ervoor moeten inleveren (een vakantie in het buitenland is bijvoorbeeld veel te onrustig voor de kinderen) een leven zonder hen niet meer voorstellen. De komst van de kinderen heeft ons leven verrijkt, we voelen ons er gelukkiger door."

CITATEN UIT MOBIEL OVER ‘PLEEGZORG EN ARBEID’

  • De NGR wil bekijken of enkele vormen van pleegzorg betaald moeten worden. Gedacht wordt aan crisisopvang, zorg voor zieke kinderen en zeer jonge kinderen.

  • Een oplossing kan ook zijn de invoering van een pakket aantrekkelijke fiscale maatregelen.

  • Wensen en voorstellen zijn: adequate financiële vergoeding, regelingen om flexibeler te kunnen werken, wijzigingen in het sociale verzekeringsstelsel, zorgondersteuning.

  • Thuis kunnen zorgtaken verminderd worden door ze uit te besteden aan professionele kinderverzorgers.