artikel uit Mobiel 3, juni/juli 2000

thema: Pleegzorg en Arbeid

Overheid en voorzieningen moeten garant staan voor faciliteiten

Door: Luk Robbroeckx, redactielid

Wanneer we een aantal buitenlandse tijdschriften er op napluizen, vinden we nauwelijks informatie over dit onderwerp. Is het geen ‘hot item’ omdat er al faciliteiten zijn (zie vele Scandinavische landen en ook Duitsland), of is het omdat de problematiek nog niet wordt gezien, of omdat de combinatie pleegzorg en werken aan (beperkende) regels is gebonden?

Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft becijferd dat in 1999 voor het eerst in de geschiedenis van ons land meer dan de helft van alle Nederlandse vrouwen tussen 15 en 64 jaar een betaalde baan heeft. Een stijging in de laatste tien jaar van 37 naar 51 procent. Dit is een ontwikkeling die zich waarschijnlijk zal doorzetten en daarom in het beleid van de jeugdhulpverlening moet worden ingecalculeerd.

Sinds de invoering van de Wet op de Jeugdhulpverlening in 1989 is er met betrekking tot pleegzorg veel veranderd. De destijds voorgestelde deskundigheidsbevordering binnen pleegzorg en specialisatie van de medewerkers heeft onherroepelijk bijgedragen tot de professionalisering van deze hulpvorm. Pleegzorg telt mee. Maar we moeten er alles aan blijven doen om over pleeggezinnen te kunnen blijven beschikken. Idealisme is niet genoeg om gezinnen zo ver te krijgen. Faciliteiten in de voorwaardenscheppende sfeer zijn daarom nodig. Pleegouders volgen trainingen of cursussen, vangen kinderen op met ernstiger problematische achtergronden dan vroeger, spelen een cruciale rol in observatie van en rapportage over het ontwikkelingsproces van het kind. Kortom zij realiseren voor het kind een groot gedeelte van het hulpverleningsproces. Als hen geen mogelijkheden worden geboden om dit te doen in combinatie met de ‘gezinstaken’ die ze al hebben, waaronder arbeid van een of beide opvoedingspartners, zijn mooie plannen ijdel. Er is (nog) weinig draagvlak voor betaald pleegouderschap, maar dat wil niet zeggen dat een aantal betaalde of professionele pleegouders niet in de behoefte (kan) voorzien om kinderen met zeer specifieke of complexe indicaties voor pleegzorg op te vangen.

Pleegouders zijn tot op heden zelf de initiatiefnemers geweest om het een met het ander te combineren. Met creativiteit, veel geregel en overleg tussen partners of alle gezinsleden doet men wat van hen ten aanzien van het verzorgen en opvoeden van het pleegkind wordt verwacht.
Maar waar blijven de Voorzieningen voor Pleegzorg om actief hierin mee te werken en mee te denken?
Welke faciltieiten kunnen zij aanbieden of waarin kunnen zij bemiddelen door hun connecties met andere hulp- en sociale organisaties en diensten aan te boren?
Pleegouders zijn wellicht gebaat bij een pleegzorgbudget, dat groter is dan het persoonsgebonden budget, om diensten in te schakelen, bijvoorbeeld op tijdelijke basis. Huishoudelijke hulp, opvanggezinnen voor weekends of een variant op ouderschapsverlof met de nodige garanties kunnen dan vanuit zo’n budget gefinancierd worden. Ligt echter een gedeelde verantwoordelijkheid tussen pleeggezin en voorziening in deze niet eerder in het verschiet? Opvang in crèches, het inhuren van huishoudelijke krachten, ondersteuning door Medisch Kinder Dagverblijven, buitenschoolse opvang regelen en realiseren, huiswerk-ondersteuning, zijn voorbeelden van zaken die pleegouders de feitelijke en geestelijke ruimte geven om zich op alle andere momenten te concentreren op het kind in hun gezin.

Het spreekt voor zich dat ook Voorzieningen voor Pleegzorg dit niet kunnen realiseren zonder steun van de overheid. Nu pleeggezinnen en voorzieningen zich de afgelopen jaren kosten noch moeite hebben gespaard om van pleegzorg een te respecteren hulpvariant te maken, is ook het woord en de daad aan de overheid. Zij kan niet achter blijven met het ontzeggen van die mogelijkheden aan een hulpvariant waarop men in de toekomst hoog wil inzetten. Niet alleen omdat pleegzorg nog méér wil, maar gewoon omdat onze samenleving zich zo ontwikkelt dat zorgen voor kinderen én bijdragen aan de economie nu eenmaal door dezelfden worden gedaan.

CITATEN UIT MOBIEL OVER ‘PLEEGZORG EN ARBEID’:

  • Een gevolg van het economische zelfstandigheidsbeleid van de overheid is dat steeds minder mensen (vooral vrouwen) zich willen en kunnen inzetten voor de vrijwillige zorg van anderen.

  • Het is eenvoudig uit te rekenen dat een pleeggezinplaatsing de samenleving aanzienlijk minder kost dan een residentiële plaatsing.

  • De overheid raakt in de knel met enerzijds de eis dat steeds meer vrouwen aan het arbeidsproces moeten deelnemen en anderzijds de noodzaak om de oplopende kosten van de verzorgingsstaat terug te dringen.

  • Pleegvaders zijn beduidend meer vertegenwoordigd in de hogere salarisgroepen.

  • Pleegzorg is behalve zo gewoon mogelijk opvoeden ook als vorm van maatschappelijke dienstverlening op te vatten.